A. | Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel | 2 |
B. | De begrotingstoelichting | 3 |
1. | Leeswijzer | 4 |
2. | Het beleid | 7 |
2.1. | Beleidsagenda | 7 |
2.2. | De beleidsartikelen | 22 |
Inleiding tot de beleidsartikelen | 22 | |
Beleidsartikel 01 Koninklijke marine | 23 | |
Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht | 40 | |
Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht | 60 | |
Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee | 78 | |
Beleidsartikel 09 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties | 90 | |
Beleidsartikel 10 Civiele taken | 101 | |
Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking | 108 | |
2.3. | De niet-beleidsartikelen | 118 |
Niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht | 118 | |
Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven | 140 | |
Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien | 141 | |
Niet-beleidsartikel 90 Algemeen | 142 | |
3. | De bedrijfsvoeringsparagraaf | 149 |
4. | Baten-lastendiensten | 152 |
4.1. | Defensie Telematica Organisatie | 152 |
4.2. | Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen | 160 |
4.3. | Paarse Restauratieve Organisatie | 169 |
5. | Bijlagen | 178 |
Bijlage 1: Verdiepingsbijlage | 179 | |
Bijlage 2: Moties en toezeggingen | 191 | |
Bijlage 3: Overzicht wetgeving en ciculaires | 197 | |
Bijlage 4: Meerjarenramingen | 198 | |
Bijlage 5: Ramingskengetallen en volumegegevens | 212 | |
Bijlage 6: Toerekening uitgaven | 239 | |
Bijlage 7: Lijst van afkortingen | 243 |
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Defensie voor het jaar 2005 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2005. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2005.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2005 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) en Paarse Restauratieve Organisatie (Paresto) voor het jaar 2005 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de baten-lastendiensten.
1. Leeswijzer
2. Het beleid
2.1. De beleidsagenda
2.2. De beleidsartikelen
2.3. De niet-beleidsartikelen
3. De bedrijfsvoeringsparagraaf
4. Baten-lastendiensten
5. Bijlagen
De indeling van de begroting 2005 is ten opzichte van de begroting 2004 niet gewijzigd, dit ondanks het feit dat de defensiebegroting grotendeels een organisatorische indeling kent en de nodige reorganisaties het komende jaar hun beslag zullen krijgen. Gekozen is om de begroting qua opzet ongewijzigd te laten, tot het moment waarop de totale reorganisatie in het kader van de bestuurlijke vernieuwing zijn beslag heeft gekregen.
Wel is het aantal diensten dat een baten-lastenstelsel voert uitgebreid. In 2004 heeft Paresto (de PAarse RESTauratieve Organisatie) als baten-lastendienst een proefperiode doorgemaakt. Paresto verzorgt defensiebreed de horecafunctie. Het voornemen bestaat om met ingang van 2005 deze organisatie de formele status van baten-lastendienst te verlenen.
Voortgang projecten in het kader van het Defensiematerieelproces (DMP)
Met ingang van de begroting 2003 is het Materieelprojectenoverzicht (MPO), dat voorheen als bijlage werd gevoegd, geïntegreerd in de artikelsgewijze toelichting. Daarin wordt informatie verstrekt over de lopende niet-gemandateerde DMP-projecten, alsmede de niet-gemandateerde DMP-projecten waarvan wordt voorzien, dat in de periode tot eind 2005 een behoeftestellingsbrief zal worden aangeboden aan de Kamer. Ondanks de integratie van de informatie uit het MPO en de artikelsgewijze toelichting, blijft het MPO als zodanig bestaan. Het is beschikbaar op de internetsite van het ministerie van Defensie (www.mindef.nl).
De informatie in de artikelsgewijze toelichting omvat de doelstelling van het project en de DMP-fasering. Voorts wordt in de inhoudelijke toelichting bij de projecten met name ingegaan op activiteiten en ontwikkelingen die in het begrotingsjaar 2005 worden voorzien. Waar mogelijk en voor zover dit uit commercieel oogpunt toelaatbaar wordt geacht, wordt nadere financiële informatie gegeven over de niet-gemandateerde DMP-projecten indien in de periode van de meerjarenbegroting een verplichting of kasuitgave wordt voorzien. In andere gevallen wordt volstaan met een indicatieve aanduiding van de financiële projectomvang.
Tevens zijn opgenomen de vervallen en verschoven projecten, voorzien van een korte toelichting. De eerste suppletore begroting zal een actualisering van de voortgangsinformatie geven. Hiermee geeft Defensie invulling aan de toezegging in de brief over de evaluatie van het Defensiematerieelkeuzeproces om twee maal per jaar een overzicht te geven van de grote investeringsprojecten.
Bij een aantal daarvoor in aanmerking komende begrotingsartikelen is een overzicht van de budgetflexibiliteit opgenomen. Dit overzicht geeft inzicht in de vrije ruimte binnen de geraamde budgetten voor programmauitgaven. Bepalend voor deze vrije ruimte zijn de bedragen die per 1 januari 2005 als juridisch verplicht en als complementair verplicht worden beschouwd.
De juridisch verplichte bedragen zijn die bedragen waarvoor per 1 januari contractuele verplichtingen bestaan, verhoogd met de onder de programmauitgaven geraamde bezoldigingsuitgaven voor militair en burgerpersoneel.
De complementaire verplichtingen betreffen de juridische verplichtingen die Defensie nog moet aangaan. Dit zijn verplichtingen die ofwel operationeel noodzakelijk zijn om al bestelde of al aanwezige (wapen-)systemen te complementeren, ofwel bedrijfsmatige vervangingen, niet zijnde vervanging van gehele wapensystemen, die essentieel zijn voor het dagelijks functioneren van de krijgsmacht. Daaraan zijn toegevoegd de onder de programmauitgaven geraamde materiële en overige personele exploitatie-uitgaven.
Deze begroting is gebaseerd op voorgenomen maatregelen als gevolg van besluitvorming in het kabinet (Strategisch Akkoord en Hoofdlijnen Akkoord) en maatregelen om de interne budgettaire problematiek op te kunnen lossen. Bij de uitwerking van de maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van concrete reorganisatieplannen, kunnen zich verschuivingen in tijd en geld aandienen. De maatregelen, bedoeld om de interne budgettaire problematiek op te kunnen lossen, zijn vooral gericht op het op een verantwoord en juist niveau brengen en houden van exploitatie- en investeringsbudgetten.
Ministeriële verantwoordelijkheden
De minister is resultaatverantwoordelijk voor de in de begroting geformuleerde beleidsprioriteiten en geoperationaliseerde doelstellingen en beperkt resultaatverantwoordelijk voor enkele algemene beleidsdoelstellingen. Het betreft dan algemene beleidsdoelstellingen waarvan de beoogde effecten van beleid grotendeels afhankelijk zijn van externe factoren. Dit is het geval bij de Koninklijke marechaussee (beleidsartikel 4) en bij Civiele taken (beleidsartikel 10).
Voor de beleidsartikelen 01 tot en met 04 is een systematiek uitgewerkt om de uitgaven toe te rekenen aan de nader geoperationaliseerde doelstellingen. Bij de overige artikelen is deze toerekening al gerealiseerd in de VBTB-begroting 2002. De toerekening voor de beleidsartikelen 01 tot en met 04 wordt in eerste instantie beperkt tot de uitgaven en gepresenteerd in een extracomptabel overzicht. Uitgaven die nog niet kunnen worden toegerekend, worden tijdelijk separaat opgenomen. Deze toerekening van uitgaven van ondersteunende producten en diensten is een logische vervolgstap op het VBTB-pad. In de defensiebegroting wordt daarmee een belangrijke stap gezet om de transparantie te vergroten in de WWW-samenhang. In een later stadium worden ook kosten toegerekend. De toerekening van uitgaven is vooralsnog op grovere basis dan een kostprijscalculatie, die pas mogelijk is nadat de herstructurering van de informatievoorziening voor Defensie heeft geresulteerd in een nieuw financieel IV-systeem. In bijlage 6 is een totaaloverzicht van de kostentoerekening opgenomen.
Aanwezigheid van een dekkende evaluatieprogrammering
Voor de programmering en werkwijze van beleidsevaluaties baseert Defensie zich op de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid (RPE). Onderscheiden worden beleidsevaluaties ex ante, monitoringsystemen (systemen van reguliere prestatiegegevens) en beleidsevaluaties ex post. Het betreffen methodologisch verantwoorde evaluatie-instrumenten die leiden tot periodiek beschikbare, betrouwbare en controleerbare gegevens waarmee de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid, alsook de doelmatigheid van de bedrijfsvoering kan worden beoordeeld. De evaluatiefunctie richt zich op het hetgeen in de beleidsparagraaf van de begroting is opgenomen. Uitgangspunt is dat elke beleidsdoelstelling tenminste eens in de vijf jaar ex post wordt geëvalueerd. Met ingang van de begroting 2005 is bij de betreffende beleidsartikelen een overzicht opgenomen van de belangrijkste evaluaties die betrekking hebben op dat artikel. Daarbij worden ex ante en ex post evaluaties onderscheiden. De planning van de beleidsevaluaties ex post is onderdeel van het Meerjaren Overzicht Evaluaties Defensie. De planning van beleidsevaluaties ex ante is in overleg met beleidsmakers tot stand gekomen. De opgenomen evaluaties ex ante betreffen onderwerpen met een defensiebreed karakter en zijn om die reden niet exclusief aan een bepaald beleidsartikel toe te rekenen. Hoewel het niet de evaluatie van het niet-beleidsartikel 90 zelf betreft, zijn deze evaluaties, welke door de bestuursstaf worden uitgevoerd, opgenomen onder het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen».
De resultaten van de evaluaties vinden hun weerslag in het departementaal jaarverslag en in het Evaluatieoverzicht Rijksoverheid.
In de hedendaagse wereld van mondialisering en open grenzen zijn interne en externe veiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het internationale personenverkeer, geld- en goederenstromen en de vrijwel onbelemmerde toegang tot technologie hebben bijgedragen aan een hoge mate van vrijheid. Tegelijkertijd hebben niet staatsgebonden groeperingen hun stempel weten te drukken op internationale ontwikkelingen. De grootschalige militaire dreiging heeft plaats gemaakt voor een veelheid aan nieuwe, moeilijk te voorspellen risico's. In algemene zin doen zich thans vijf – onderling samenhangende – veiligheidsvraagstukken voor die van invloed zijn op de omvang, de samenstelling en de inrichting van onze krijgsmacht in de komende jaren:
• falende staten;
• terrorisme;
• risicolanden;
• verspreiding van massavernietigingswapens;
• interstatelijke verhoudingen.
De Nederlandse defensie-inspanning moet vooral in internationaal verband worden beoordeeld. De toekomstige relevantie en geloofwaardigheid van de Navo en het Europese veiligheids- en defensiebeleid zijn in hoge mate afhankelijk van de bereidheid van de Europese landen hun defensiemiddelen indien nodig te gebruiken, in hun krijgsmacht te blijven investeren en hun gezamenlijk militair vermogen te versterken. De defensie-inspanning van een land kan niet uitsluitend worden afgemeten aan het percentage van het bruto nationaal product dat het aan de krijgsmacht besteedt. Het gaat evenzeer om de kwaliteit en de relevantie van de bijdragen. De Nederlandse krijgsmacht onderscheidt zich door de goede kwaliteit van haar militaire bijdragen op elk geweldsniveau. Nederlandse eenheden opereren doorgaans zij aan zij met die van andere Navo-landen, zoals Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada.
De koers van Defensie voor de komende jaren is uiteengezet in de Prinsjesdagbrief en de Personeelsbrief van september 2003. De krijgsmacht ondergaat thans één van de grootste reorganisaties uit haar geschiedenis. Deze moet de toekomst van een structureel betaalbare, expeditionaire maar ook kleinere krijgsmacht waarborgen. Het ingezette proces van bestuursvernieuwing is hier onlosmakelijk mee verbonden. Defensie schrapt een bestuurslaag en stelt de gezamenlijkheid meer voorop. Het eind 2003 aanvaarde Besturingsmodel Defensie beschrijft de nieuwe besturingsrelaties en versterkt de samenhang tussen beleid, planning en begroting. In het besturingsmodel ligt de nadruk op de output van Defensie: de beschikbaarheid en inzet van militaire eenheden.
De beleidsagenda 2005 omvat geen grote koerswijzigingen, maar geeft zo concreet mogelijk richting aan de verdere uitwerking en uitvoering van de maatregelen uit de Prinsjesdagbrief en de Personeelsbrief. De beleidsagenda vormt daarmee een logisch vervolg op de beleidsprioriteiten voor 2004 met als motto: «Waarmaken wat is beloofd». Twee nieuwe beleidsprioriteiten ten opzichte van de vorige beleidsagenda zijn:
• het leveren van kwalitatief hoogwaardige bijdragen aan de snelle reactiecapaciteiten van de Navo en de Europese Unie. De Nederlandse bijdrage aan de NATO Response Force in 2005 is een uitwerking van de toezegging die Nederland in Navo-verband heeft gedaan;
• het leveren van bijdragen aan een geïntegreerd buitenlands veiligheidsbeleid van Nederland. In de Prinsjesdagbrief is geconstateerd dat buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking en veiligheidsbeleid steeds meer in het verlengde van elkaar liggen. Daarom moet Nederland zijn diplomatieke, economische, financiële, humanitaire en militaire beleidsinstrumenten samenhangend toepassen.
Gelijktijdig met deze begroting ontvangt u een brief met de uitkomsten van een aantal studies mede naar aanleiding van de moties-Kortenhorst (29 200-X, nrs. 24 en 25) en de motie-Van Baalen (29 200-X, nr. 32). Ook ontvangt u een brief die uitvoerig ingaat op de voortgang van de maatregelen uit de Personeelsbrief van 16 september 2003 en op de toezeggingen dienaangaande bij de begrotingsbehandeling in oktober 2003. In deze beleidsagenda worden de belangrijkste thema's van de nieuwe personeelsbrief aangeduid.
Uit het bovenstaande vloeien voor het begrotingsjaar 2005 de volgende beleidsprioriteiten voort, waarop deze beleidsagenda nader ingaat:
1. Het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen de taken en de middelen van de krijgsmacht;
2. De verbetering van de inzetbaarheid van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties;
3. Het leveren van kwalitatief hoogwaardige bijdragen aan de snelle reactiecapaciteiten van de Navo en de Europese Unie;
4. Het leveren van bijdragen aan een geïntegreerd buitenlands veiligheidsbeleid van Nederland;
5. De verdieping van de samenwerking met civiele autoriteiten in Nederland;
6. De vernieuwing van het personeelsbeleid.
1. Hernieuwing van het evenwicht tussen de taken en de middelen van de krijgsmacht
De Prinsjesdagbrief bevat maatregelen om over de hele linie van Defensie een nieuw evenwicht tot stand te brengen tussen de taken van de krijgsmacht en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Ook in andere opzichten is een nieuw evenwicht binnen de krijgsmacht geboden. Overeenkomstig de uitdrukkelijke wens van de Navo zal voorrang worden verleend aan kwaliteit boven kwantiteit. Er wordt gestreefd naar besparingen door de vermindering of de opheffing van operationele capaciteiten waaraan in het licht van de internationale veiligheidssituatie minder behoefte bestaat en door de afstoting van overbodig geworden locaties. Deze besparingen zullen voor een deel ten gunste komen van investeringen in hoogwaardige militaire capaciteiten en voor een deel worden gebruikt voor de volledige vulling van operationele eenheden. Juist investeringen vormen het belangrijkste element om de krijgsmacht aan te passen aan veranderingen in de internationale veiligheidssituatie en in de vereiste manier van militair optreden.
In de Voorjaarsnota 2004 is afgesproken dat de defensiebegroting met een bedrag van € 125 miljoen in 2004 en € 100 miljoen in 2005 wordt verlaagd om de algemene budgettaire problematiek te verlichten. Tevens is afgesproken deze bedragen in 2006 (€ 100 miljoen) en in 2007 (€ 125 miljoen) weer aan de defensiebegroting toe te voegen. De investeringsquote komt in 2005 naar verwachting uit op ruim 18 procent en stijgt in 2006 en latere jaren alsnog tot het in de Prinsjesdagbrief voorziene niveau. De maatregelen samen zullen uitmonden in een kleinere, maar kwalitatief hoogwaardige en volledig inzetbare, expeditionaire krijgsmacht, die gezamenlijk kan optreden met de krijgsmachten van onze belangrijkste bondgenoten.
Ontwikkeling investeringsquote
Eerst worden de maatregelen beschreven die leiden tot verkleining van de krijgsmacht en tot besparingen op de exploitatiegelden in 2005. Vervolgens worden bij beleidsprioriteit 2 de mede daaruit te financieren investeringen in hoogwaardige militaire capaciteiten en de verbetering van de inzetbaarheid voor crisisbeheersingsoperaties beschreven.
• Twee van in totaal acht M-fregatten, die hun operationele activiteiten in 2004 hebben beëindigd, zullen in 2005 respectievelijk 2007 worden overgedragen aan Chili;
• Twee L-fregatten die hun operationele activiteiten beëindigen in 2004 en 2005, zullen in 2005 respectievelijk 2006 worden overgedragen aan Chili;
• De operationele activiteiten van de maritieme patrouillevliegtuigen worden per 1 januari 2005 beëindigd. Vanaf het marinevliegkamp Valkenburg worden uitsluitend nog vliegbewegingen gemaakt die verband houden met het verkoopgereed maken van de vliegtuigen.
• In 2004 is een begin gemaakt met de opheffing van ongeveer 80 reserve-eenheden van compagniesgrootte. In 2005 wordt de ontbinding van deze reserve-eenheden voltooid en wordt tevens begonnen met de afstoting van het materieel en de infrastructuur;
• In verband met verhuizingen ten gevolge van de sluiting van de legerplaats in Seedorf (eind 2006) en Ede-Oost (eind 2007) wordt een groot aantal infrastructurele projecten uitgevoerd in Ermelo, Stroe en Oirschot;
• De twee vuurmondbatterijen van de 41ste Afdeling veldartillerie worden van Seedorf naar Nederland verplaatst. Vervolgens worden alle vuursteuneenheden van de Koninklijke landmacht gereorganiseerd en omgevormd tot volledig parate onderdelen;
• De staf van de 25ste Afdeling Luchtdoelartillerie wordt gereorganiseerd. Hiermee is in 2005 de eerste fase van de reorganisatie van de luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht voltooid;
• De «Pantser Rups Tegen Luchtdoelen» (PRTL-Cheetah) wordt vervangen door het Stingerplatform. De PRTL wordt vanaf 2005 afgestoten;
• Vooruitlopend op de invoering van de Pantserhouwitser 2000 worden de 120 mm mortieren bij 42 en 44 Pantserinfanteriebataljon buiten dienst gesteld;
• Het Luchtdoelartillerie Schietkamp bij Den Helder wordt op 1 januari 2005 gesloten.
• De vliegoperaties vanaf de vliegbasis Twenthe worden eind 2005 beëindigd met het oog op sluiting in 2007. De overgebleven F-16's worden eind 2005 herverdeeld over de vliegbases Volkel en Leeuwarden. Op de vliegbasis Volkel worden infrastructurele voorzieningen getroffen voor het onderbrengen van het laatste F-16 squadron van Twenthe (€ 18 miljoen in 2005);
• In 2005 worden voorbereidingen getroffen voor de verplaatsing van de transporthelikopters van Soesterberg naar Gilze-Rijen en de opheffing van vliegbasis Soesterberg. Daartoe wordt op Gilze-Rijen begonnen met de bouw van de benodigde infrastructuur (€ 30 miljoen in 2005).
• In 2005 worden voorbereidingen getroffen voor de verplaatsing van het peloton 103 eskadron Koninklijke marechaussee Seedorf naar Nederland en de opheffing van de Brigade Koninklijke marechaussee Seedorf en van de Algemene Politiedienst van de brigade Twente van de Koninklijke marechaussee op de vliegbasis Twente;
• In het nieuwe beleidsplan «Koninklijke marechaussee 2010» worden de contouren van de operationele bedrijfsvoering en van het organisatie-, personeels- en infrastructuurbeleid voor de komende vijf jaar uiteengezet. In 2005 wordt een begin gemaakt met de uitvoering van dit beleidsplan.
Vanaf 1 januari 2005 functioneert het kerndepartement volgens het nieuwe besturingsmodel als bestuursstaf. In de loop van het jaar komen ook andere nieuwe organisatieonderdelen tot wasdom, te weten de Operationele Commando's, het Commando Dienstencentra (CDC) en de Defensie Materieel Organisatie (DMO). De invoering van het nieuwe besturingsmodel en de voltooiing van de reorganisatie van de bestuursstaf voltrekken zich gelijktijdig. Een belangrijk inrichtingsprincipe van de nieuwe defensieorganisatie is de scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Nieuwe werkwijzen vergroten het zicht op de samenhang tussen doelen, activiteiten en middelen. Hiervoor is de Beleids-, Plannings- en Begrotingsprocedure (BPB-procedure) ontworpen. In het kader van de bestuursvernieuwing worden in 2005 in totaal 1100 functies geschrapt.
De voltooiing van de reorganisatie van de bestuursstaf in 2005 hangt samen met het tijdstip van de formele beëindiging van de functie van bevelhebbers van de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht en hun ondersteunende staven. De staven van de drie Operationele Commando's moeten uiterlijk 1 januari 2006 volledig operationeel zijn, waarna de functie van de bevelhebbers en de daarmee samenhangende staffuncties worden opgeheven.
Het CDC wordt begin 2005 formeel opgericht. Naast de dienstencentra en baten-lastendiensten die reeds bij het bestaande Defensie Interservice Commando (Dico) zijn ondergebracht, maken nieuwe dienstencentra waaronder het Centraal Betaalkantoor Defensie (CBD), Paresto (de Defensie catering organisatie) en het Dienstencentrum Personeel ook deel uit van het CDC.
De DMO wordt op 1 januari 2005 formeel opgericht. De DMO ontstaat door de samenvoeging van de (centrale) hoofddirectie Materieel met de directies Materieel en de bedrijven van de drie grote krijgsmachtdelen.
2. Verbetering van de inzetbaarheid van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties
De Nederlandse krijgsmacht treedt steeds in internationaal verband op bij crisisbeheersingsoperaties. Bij voorkeur maakt Nederland bij crisisbeheersingsoperaties zoveel mogelijk gebruik van bestaande organisaties waarvan ons land lid is, zoals de Navo, de EU en de VN. Daarnaast behoort ook de deelneming van Nederland aan een gelegenheidscoalitie tot de mogelijkheden.
De besparingen die optreden als gevolg van de maatregelen onder de noemer «nieuw evenwicht» worden gedeeltelijk aangewend om de operationele output of gevechtskracht verder te versterken. Deze intensiveringen passen binnen de toezeggingen van Nederland aan de Navo en de Europese Unie. De Navo hecht groot belang aan de verbetering van de inzetbaarheid van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. Zo wordt het defensieplanningsproces meer georiënteerd op output en worden indicatoren voor inzetbaarheid ontwikkeld. Verbetering van de inzetbaarheid was een van de hoofdonderwerpen tijdens de Navo-top van regeringsleiders in Istanbul op 28 en 29 juni 2004. De oprichting van de NATO Response Force is mede bedoeld om dit proces te versnellen.
Ook de Europese Unie verbetert de inzetbaarheid van strijdkrachten. Onlangs heeft de EU een nieuwe capaciteitendoelstelling vastgesteld, de Headline Goal 2010. Voortbouwend op de Helsinki Headline Goal uit 1999, die in 2003 afliep, streeft de nieuwe Headline Goal vooral naar een kwalitatieve verbetering van de aangeboden eenheden. Daarbij ligt de nadruk op de inzetbaarheid, het voortzettingsvermogen en het vermogen tot gezamenlijk optreden (interoperabiliteit). Ook het onlangs opgerichte Europese Defensie Agentschap zal een belangrijke rol gaan spelen bij de beoordeling van de kwaliteit van de aangeboden militaire capaciteiten en als pleitbezorger van militaire samenwerking en materieelsamenwerking tussen Europese krijgsmachten.
De nieuwe grondwet voor de Europese Unie, waarover de Intergouvernementele Conferentie (IGC) onlangs overeenstemming bereikte, voorziet in de oprichting van een Gestructureerde Samenwerking in het EVDB. Deze Gestructureerde Samenwerking beoogt een kopgroep te vormen van lidstaten die sneller en dieper willen gaan in hun militaire samenwerking. De Gestructureerde Samenwerking staat in beginsel open voor alle lidstaten die een concrete bijdrage leveren aan de snelle reactiecapaciteit van de Europese Unie. Nederland staat positief tegenover participatie in deze kerngroep. Zodra de grondwet in werking treedt, zal de Gestructureerde Samenwerking verder inhoud krijgen.
Nederland hecht eraan dat de Navo en de EU hun activiteiten op het gebied van capaciteitsversterking onderling blijven coördineren, zodat beide organisaties elkaar aanvullen en versterken en onnodige duplicering wordt voorkomen. De Nederlandse investeringen in hoogwaardige militaire capaciteiten moeten worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bovengenoemde ontwikkelingen van de Navo en de EU.
Het Hoofdlijnenakkoord van het tweede kabinet-Balkenende bevat een intensivering voor de verbetering van de inzetbaarheid van de krijgsmacht ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties. Deze loopt op tot € 100 miljoen in 2007 en is daarna structureel. Deze intensivering zal worden gebruikt voor de versterking van de parate capaciteit en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, voor de versterking van de strategische en tactische luchttransportcapaciteit, voor de verbetering van de commandovoering en voor de verbetering van de zelfbescherming en de logistieke ondersteuning. De € 50 miljoen die voor deze doeleinden in 2005 beschikbaar is, zal onder andere worden besteed aan:
• de uitvoering van de maatregel uit de Defensienota 2000 ter versterking van de parate pantserinfanteriecapaciteit door de oprichting van drie extra compagnieën. Deze maatregel bedraagt in 2005 € 1,7 miljoen;
• de verwerving van een Battlefield Management System voor de gemechaniseerde brigades (€ 6,4 miljoen in 2005);
• de verwerving en de exploitatie van een DC-10 transportvliegtuig voor strategisch transport van personen en goederen (€ 21,6 miljoen in 2005). Eind 2005 beschikt Defensie over dit derde DC-10 transportvliegtuig, dat vanaf 2006 inzetbaar is voor strategisch luchttransport;
• de verbetering van de inzetbaarheid van transporthelikopters (€ 5 miljoen in 2005);
• de intensivering van het Soldier Modernisation Programme (€ 10 miljoen in 2005);
• de versnelde invoering van het project TITAAN fase 2/3.
In het Strategisch Akkoord van het eerste kabinet-Balkenende is voorts voor de versterking van de Europese militaire capaciteiten een structurele voorziening getroffen die oploopt tot € 50 miljoen in 2006 (de «EVDB-voorziening»). In 2005 is € 40 miljoen uit deze voorziening beschikbaar. De inspanningen zijn er in 2005 op gericht de toezeggingen gestand te doen die Nederland heeft gedaan in het kader van het Prague Capabilities Commitment tijdens de Navo-Top van Praag (november 2002) en het European Capabilities Action Plan van de EU (eind 2001). Het gaat daarbij onder andere om de volgende projecten:
• de ombouw van voertuigen voor nucleaire en chemische verkenning: twee voertuigen van het type Fuchs zijn eind 2004 beschikbaar, vier andere voertuigen worden in 2005 opgeleverd (€ 7,1 miljoen in 2005);
• de verbetering van de commandovoering (TITAAN, bijdragen aan AGS en SOSTAR). In 2005 krijgen operationele en ondersteunende eenheden van de Koninklijke landmacht de beschikking over de TITAAN basismodules waarmee lokale netwerken kunnen worden opgezet (in totaal € 21,1 miljoen in 2005 voor TITAAN fase 2/3). Begin 2005 wordt het contract voor de ontwerpen ontwikkelingsfase van een Nato owned and operated Alliance Ground Surveillance (AGS) capaciteit ondertekend (€ 3 miljoen in 2005);
• de haalbaarheidsstudie naar de ontwikkeling en de verwerving van een gezamenlijk Frans-Nederlands onbemand verkenningsvliegtuig wordt in 2005 voltooid (€ 4 miljoen in 2005). De resultaten van deze studie zullen worden verwerkt in een operationele behoeftestelling;
• de opleiding van de laatste vijfentwintig van in totaal honderd extra marechaussees voor de inzet in internationale civiele politiemissies (€ 5,4 miljoen in 2005). De totale capaciteit komt daarmee op 230 vte'n die beschikbaar zijn voor internationale civiele politiemissies, onder meer als Nederlandse bijdrage aan de Police Headline Goal van de Europese Unie van in totaal 5 000 personen.
Teneinde een verdere verbetering van de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht te bewerkstelligen worden in 2005 tevens de volgende maatregelen genomen:
• Investeren in de uitrusting en ondersteuning van de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marine om de effectiviteit en de bescherming van de individuele militair te verbeteren: onder meer richtkijkers voor Schutters Lange Afstand (€ 11,4 miljoen in 2005) en de verwerving van verbeterde antitankmiddelen voor de korte afstand SRAT (€ 10 miljoen in 2005);
• Om de bestrijdingscapaciteit van relatief kleine doelen in vooral de kustwateren te verbeteren, wordt de Harpoon raket tegen schepen verbeterd (€ 1 miljoen in 2005);
• In het kader van de luchtverdediging nieuwe stijl worden Stinger systemen op het gepantserde voertuig Fennek en op ongepantserde voertuigen geplaatst om de mobiliteit en de bescherming te vergroten (€ 7 miljoen in 2005);
• De samenvoeging van de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht vanaf 2005 op luchtmachtbasis De Peel leidt tot een vernieuwing van de luchtverdediging. Ook is de oprichting van een Joint Air Defence Centre en een Joint Air Defence School voorzien. Kennis en opleidingen worden geïntegreerd en ook het materieel krijgt een kwaliteitsimpuls. De luchtverdediging krijgt de beschikking over een Battlefield Management Command and Control, Communications, Computerisation and Intelligence (BMC4I) systeem dat voorziet in een geïntegreerde opbouw van het luchtbeeld en een gecoördineerde aansturing en inzet van de Short Range Air Defence en de Stinger systemen (€ 25,4 miljoen in 2005). Dit BMC4I systeem voorziet ook in een koppeling met het Patriotsysteem, waardoor de uitwisseling van informatie en de gezamenlijke opbouw van een luchtbeeld mogelijk worden;
• In 2005 zullen vier van in totaal 57 Pantserhouwitsers 2000 beschikbaar komen (€ 31,8 miljoen in 2005). Met Noorwegen is overleg gaande over de overdracht van achttien Pantserhouwitsers in ruil voor andere wapensystemen, waaronder het Short Range Air Defence systeem;
• Met de invoering van Fysieke Distributie (FD) bij 100 Bevoorradings- en Transportbataljon wordt een begin gemaakt met de aanpassing van het logistieke concept van de Koninklijke landmacht (project Wissellaadsystemen € 85,6 miljoen in 2005).
• De verwerving van verbeterde doelaanwijzingsapparatuur (MTADS) voor de Apache gevechtshelikopters (€ 19,4 miljoen in 2005);
• De verwerving van verbeterde zelfbeschermingsapparatuur voor de F-16 (€ 8,4 miljoen in 2005);
• De verwerving van luchtverkenningsapparatuur en identificatie- en doelaanwijzingsmiddelen voor de F-16 (respectievelijk € 17 miljoen en € 10 miljoen in 2005);
• In 2005 wordt begonnen met de modificatie van de Patriot lanceerinrichtingen als deel van het PAC-3 project (€ 22,7 miljoen in 2005).
3. Een kwalitatief hoogwaardige bijdrage aan de snelle reactiecapaciteit van Navo en EU
Zowel de Navo als de EU werkt aan de oprichting van een snelle reactiecapaciteit. Nederland wil aan beide strijdmachten een kwalitatief hoogwaardige bijdrage leveren.
De NATO Response Force, de snelle reactiemacht van de Navo, zal naar verwachting gaan bestaan uit ongeveer 25 000 militairen, met een land-, een lucht- en een maritieme component. Zij moet over goed geoefend personeel beschikken en zeer snel inzetbaar zijn. Dit personeel moet een half jaar lang in een permanente staat van gereedheid beschikbaar zijn. Dit zal een extra beslag leggen op de eenheden die aan de reactiemacht deelnemen.
In NRF 4 (eerste helft 2005) bestaat de Nederlandse bijdrage aan de maritieme en de luchtcomponent uit een plaatsvervangend commandant voor het Hoofdkwartier van de Maritieme Commandant, een fregat, een mijnenjager, een Patriot eenheid en twaalf F-16 jachtvliegtuigen. Het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps zal in deze periode de landcomponent leiden. Omdat de Navo uit het oogpunt van militaire effectiviteit een koppeling tussen het hoofdkwartier en de beschikbare landstrijdkrachten wenselijk acht, zal Nederland in deze periode ook een deel van de landstrijdkrachten leveren. De volgende bijdrage is aan NRF 4 aangeboden:
• Het Nederlandse aandeel in het hoofdkwartier van het Land Component Command en de direct ondersteunende eenheden voor het hoofdkwartier;
• het Nederlandse aandeel in het Land Component Command met ondersteuning van het Intelligence surveillance target acquisition and reconnaissance (Istar)-bataljon, het geniebataljon, Special Forces eenheden en logistieke en geneeskundige eenheden;
• het Nederlandse aandeel in de NRF-brigade:
– een brigadestaf;
– een Air Manoeuvre taakgroep van bataljonsgrootte;
– een gemechaniseerd bataljon;
– het geniebataljon;
– logistieke en geneeskundige eenheden.
Dit Nederlandse aanbod aan NRF 4 omvat in totaal ongeveer 3 700 militairen (exclusief nationale logistieke ondersteuning). Duitsland zal een bijdrage van vergelijkbare omvang leveren.
Voor NRF 5 (tweede helft van 2005) zal de Nederlandse bijdrage kleiner zijn, in totaal ongeveer 500 militairen. De volgende bijdrage is aan NRF 5 aangeboden:
• commandant en staf mijnenbestrijdingstaakgroep;
• een mijnenjager;
• twaalf F-16's (inclusief beveiligings- en EOD-peloton);
• enkele NBC-eenheden.
Aan de snelle reactiecapaciteit van de Europese Unie wil Nederland bijdragen via de snel inzetbare EU-battlegroups die in 2007 operationeel moeten zijn. Deze formaties van ruim 1 500 militairen moeten, in het bijzonder op verzoek van de Verenigde Naties, op korte termijn kunnen worden ingezet in een crisisbeheersingsoperatie buiten de EU. Nederland onderzoekt thans de mogelijkheden om samen met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk elk een EU-battlegroup te vormen.
In het najaar 2004 sluiten Frankrijk, Italië, Nederland, Portugal en Spanje een overeenkomst over een multinationaal samenwerkingsverband van militaire politie-eenheden, de European Gendarmerie Force(EGF), die zelfstandig of als bewapend element in een civiele missie kunnen worden ingezet in de overgang van vredesafdwinging of vredeshandhaving naar wederopbouw. De EGF kan militaire politie-eenheden beschikbaar stellen aan zowel de Europese Unie als aan de Navo, de VN en de OVSE. De Koninklijke marechaussee stelt functionarissen beschikbaar voor de EGF.
4. Een bijdrage aan een geïntegreerd buitenlands veiligheidsbeleid van Nederland
Een van de belangrijkste vaststellingen in de Prinsjesdagbrief is dat buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking en veiligheidsbeleid steeds meer in het verlengde van elkaar liggen. Vrede, veiligheid en stabiliteit zijn essentiële voorwaarden voor politieke, economische en sociale ontwikkeling. De verschillende beleidsinstrumenten waarover Nederland beschikt – diplomatieke, economische, financiële, humanitaire en militaire – moeten op een samenhangende manier worden ingezet. De regering deelt de constatering in het AIV-advies «Nederland en crisisbeheersing, drie actuele aspecten» dat een geïntegreerde benadering van het buitenlandse veiligheidsbeleid nodig is.
Voor Defensie is het specifiek van belang te onderkennen dat een snelle militaire overwinning en het creëren van een veilige omgeving niet per se een vreedzame stabilisatie en duurzame reconstructie garanderen. Het welslagen van een crisisbeheersingsoperatie hangt uiteindelijk af van de mate waarin een succesvolle overdracht van het gezag en de bestuurlijke verantwoordelijkheden aan civiele autoriteiten mogelijk is. Militaire middelen vormen slechts een onderdeel van het instrumentarium dat kan worden gebruikt. In postconflictsituaties zorgen militairen niet alleen voor veiligheid en de eventuele uitoefening van het bestuurlijke gezag, maar ook voor opleidingen van krijgsmachtonderdelen, hervorming van de veiligheidssector (SSR) en de ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van strijdgroepen (DDR). Een dergelijke inzet van militaire middelen stelt eisen aan de ervaringsopbouw van het betrokken personeel en leidt tot meer «kaderzware» uitzendingen.
Defensie en Buitenlandse Zaken werken intensief aan een geïntegreerde benadering van het buitenlandse veiligheidsbeleid. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van het beleid voor civiel-militaire samenwerking, de wederopbouw en het Afrikabeleid. De regering heeft de komende jaren voorzien in een toename van de in het kader van het Stabiliteitsfonds beschikbare middelen voor de ondersteuning van activiteiten op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. De minister van Defensie participeert in de besluitvorming in het Stabiliteitsfonds voor zover de krijgsmacht wordt ingezet of bij de uitvoering van die besluiten is betrokken. Verder heeft Defensie zitting in de ambtelijke Stuurgroep Stabiliteitsfonds en is zij op die manier zeer nauw betrokken bij de besluitvorming over de aanwending van middelen uit het Stabiliteitsfonds. Ook wordt Defensie nauwer betrokken bij beleidsontwikkeling (bijvoorbeeld regionale en thematische notities) die van invloed is op de besteding van middelen uit het Stabiliteitsfonds en de prioriteitsstelling.
Nederland geeft relatief veel geld uit aan ontwikkelingssamenwerking en de bestrijding van armoede in de wereld. Dat geld kan alleen zinvol worden besteed in een veilige en stabiele omgeving. Dit kan gevolgen hebben voor het militaire uitzendbeleid. De steun van Nederland aan VN-operaties in Afghanistan en eerder in Ethiopië en Eritrea zijn in dit verband illustratief. In beide gebieden levert Nederland een grote ontwikkelingsinspanning.
Defensie wil in 2005 op de volgende manier bijdragen aan een geïntegreerd veiligheidsbeleid:
• Defensie zal actief bijdragen aan de ontwikkeling van een geïntegreerd veiligheidsbeleid met inachtneming van de coördinerende bevoegdheden van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
• In overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken zal Defensie projectvoorstellen ontwikkelen en indienen bij de Stuurgroep Stabiliteitsfonds. Defensie zal tevens militaire expertise bieden voor de toetsing van de operationele haalbaarheid van projecten in instabiele regio's en waar nodig faciliteren bij de voortgangsbewaking van de projecten. Het accent hierbij ligt op de Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika.
• De Nederlandse krijgsmacht zal militair-technische deskundigheid beschikbaar stellen voor de hervorming van de veiligheidssector van landen die door een gewapend conflict zijn getroffen, en voor de ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van strijdgroepen.
• De samenwerking met Buitenlandse Zaken moet zich ook uitstrekken tot de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bijvoorbeeld waar het de inzet van politie bij crisisbeheersingsoperaties betreft), van Justitie (als het gaat om de opbouw van een justitieel apparaat en overheidsorganen in conflictgebieden) en van Financiën en Economische Zaken (economische wederopbouw). Verder kan ook het bedrijfsleven een rol spelen in de exit strategy bij crisisbeheersingsoperaties.
5. Verdieping van de samenwerking met civiele autoriteiten in Nederland
De nauwere samenhang tussen interne en externe veiligheid komt tot uitdrukking in de maatregelen tegen de toegenomen terroristische dreiging en in het veelvuldige beroep op de krijgsmacht door civiele autoriteiten voor militaire bijstand of steunverlening bij rampen en zware ongevallen, of in het kader van de openbare orde of de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze ontwikkelingen vragen nadrukkelijk om een nauwere, structurele samenwerking tussen diverse ministeries. In overleg met de betrokken departementen werkt Defensie aan de verdieping van de samenwerking met civiele autoriteiten die van de diensten van de krijgsmacht gebruik maken. Daarnaast draagt Defensie in EU- en Navo-verband bij aan initiatieven in het kader van de strijd tegen het terrorisme.
Voorbeelden van civiele taken die Defensie onder verantwoordelijkheid van civiele autoriteiten uitvoert, zijn onder meer:
• militaire bijstand bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (bijvoorbeeld de bewaking van het Nederlandse luchtruim tegen terroristische dreigingen);
• taken van de Koninklijke marechaussee in het kader van artikel 6 van de Politiewet (zoals grensbewaking, mobiel toezicht vreemdelingen, politie- en veiligheidszorg op burger-luchtvaartterreinen);
• bijdragen aan de kustwacht Nederland en de kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba, waaronder opsporings- en reddingstaken.
De minister van Justitie is verantwoordelijk voor de coördinatie van de terrorismebestrijding. In de nota «Terrorisme en de bescherming van de samenleving» van juni 2003 heeft de minister van Justitie onder meer aanvullende maatregelen aangekondigd op het gebied van contraterrorisme en bewaking en beveiliging. Defensie is, samen met de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor twee actiepunten uit deze nota, te weten «de verscherping van de buitengrenscontroles en het mobiel toezicht vreemdelingen» (Koninklijke marechaussee) en «actief en effectief buitenlands beleid in een steeds wijzigende veiligheidssituatie» (inzet in conflictgebieden). Daarnaast is sprake van een intensivering van een aantal taken van de Koninklijke marechaussee in het kader van het Nationale Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid. Dit betreft onder meer de persoonsbeveiliging en de bestrijding van documentenfraude en migratiecriminaliteit. Ook door de uitoefening van bovengenoemde nationale taken heeft Defensie een duidelijke rol in de keten van terrorismebestrijding.
Naar aanleiding van de aanslagen in Madrid op 11 maart van dit jaar is de integrale benadering van terrorismebestrijding verder aangepast. Zo zijn onmiddellijk na de aanslagen in Madrid aanvullende maatregelen getroffen, zoals de extra beveiliging van diplomatieke vestigingen in Nederland en de alarmering van vervoersmaatschappijen en beheerders van vervoersinfrastructuur. Daarnaast wil de regering maatregelen nemen om beter voorbereid te zijn op aanslagen op zogenaamde «soft targets» (bijvoorbeeld vliegvelden en trein- en busstations). Tevens komt er een landelijk «alerteringssysteem» (het kleurensysteem) dat aansluit bij soortgelijke systemen die de Navo-bondgenoten gebruiken.
De civiele autoriteiten in Nederland kunnen naast de militaire bijstand in het kader van de Politiewet 1993 ook in het kader van de Wet Rampen en Zware Ongevallen en de ministeriële richtlijn steunverlening in het kader van Openbaar Belang een beroep doen op de krijgsmacht. Voor deze militaire bijstand en steunverlening geldt in ons land een zogenaamde vangnetconstructie. Dit betekent dat de vraag van de civiele autoriteiten om militaire steun moet worden getoetst aan de mogelijkheden van de krijgsmacht. Er is in het bijzonder aanleiding te bezien of de krijgsmacht over voldoende middelen beschikt om de door de civiele autoriteiten gevraagde steun te kunnen leveren en of de hiervoor geldende afspraken en procedures toereikend zijn. Bovendien valt het te verwachten dat – zoals ook gesignaleerd in het beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007 – de behoefte aan capaciteit van de krijgsmacht voor nationale crisisbeheersing in de toekomst nog verder zal toenemen. Hiertoe hebben de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie in 2002 onder meer het project «Civiel-Militaire Bestuursafspraken» (CMBA) gestart. Dit project moet in 2004 resulteren in een raamconvenant tussen de betrokken departementen over de ondersteuning van de civiele autoriteiten en de manier waarop deze wordt verrekend. Aan de hand daarvan moeten de Civiel-Militaire Bestuursafspraken in 2005 hun definitieve vorm krijgen. Een betere structurering van de samenwerking tussen de krijgsmacht en de civiele autoriteiten moet het mogelijk maken effectiever op incidenten te reageren. In verband hiermee zal Defensie nadrukkelijk aandacht besteden aan de rol en omvang van het Korps nationale reserve (Natres).
Defensie is ook betrokken bij enkele andere interdepartementale projecten. De werkgroep Interne Externe Veiligheidsonderzoek (IEVO) verricht een conceptueel onderzoek naar bruikbare buitenlandse voorbeelden op het terrein van de organisatie van de interne en externe veiligheidsvoorzieningen. Het project «NBC-terrorisme» is bedoeld om de overheid en de samenleving zo goed mogelijk voor te bereiden op terroristische aanslagen met massavernietigingswapens. Het project «Bescherming vitale infrastructuur» behelst de bescherming van de maatschappelijke voorzieningen die voor het functioneren van de samenleving van cruciaal belang zijn. In 2004 is in het kader van dit project een samenhangend pakket maatregelen gepresenteerd. Het Beleidsplan crisisbeheersing integreert de resultaten van de diverse interdepartementale onderzoeken tot een samenhangend geheel met een eenduidige afbakening van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken departementen.
Defensie zal in 2005 op de volgende manier de samenwerking van de krijgsmacht met civiele autoriteiten in Nederland verdiepen:
• De Civiel-Militaire Bestuursafspraken tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Defensie over de ondersteuning van de civiele autoriteiten door Defensie krijgen in 2005 definitief vorm. Deze bestuursafspraken worden vastgelegd in een raamconvenant waarin de aard, de omvang en de reactietijd van de ondersteuning door de krijgsmacht, evenals de financiële verrekening, de aansturing en de gezamenlijke opleiding en training worden beschreven.
• Naast het CMBA-project levert Defensie een actieve bijdrage aan gerelateerde interdepartementale initiatieven om tot een meer integrale en slagvaardige benadering van de interne en externe veiligheid te komen. Dit moet leiden tot de volgende rijksbrede producten:
* een dreigings- en risicoanalyse op het gebied van interne veiligheid;
* een rapport inventarisatie vitale infrastructuur;
* een actieplan nationale veiligheid;
* een geïntegreerd alerteringssysteem.
• In een Nota Derde Hoofdtaak vertaalt Defensie de vele interdepartementale initiatieven en maatregelen in intern beleid. Deze overkoepelende beleidsvisie beschrijft de wijze waarop Defensie de derde hoofdtaak in de toekomst op een effectievere wijze gaat uitvoeren. Daarbij moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is en wat Defensie voor de civiele autoriteiten kan betekenen.
6. Vernieuwing van het personeelsbeleid
De opbouw van het personeelsbestand van Defensie moet in overeenstemming zijn met de eisen die aan een moderne, snel inzetbare en professionele krijgsmacht worden gesteld. Het huidige personeelssysteem voldoet niet aan deze eisen. Het kenmerkt zich door een relatief hoge gemiddelde leeftijd doordat een groot deel van het personeel voor onbepaalde tijd is aangesteld. Defensie streeft dan ook naar een meer flexibel personeelssysteem, waarin uitwisseling van personeel met andere grote werkgevers binnen de overheid én in de particuliere sector eenvoudiger wordt. Hierbij dienen meer sturingsmogelijkheden te komen, vooral ten behoeve van de uitstroom van personeel in de tweede fase van de loopbaan. Een en ander dient te worden vastgelegd in een wijziging van de militaire ambtenarenwet. De nadere uitwerking van dit nieuwe personeelssysteem wordt in de Personeelsbrief 2004 geschetst. Deze wordt op Prinsjesdag gezamenlijk met deze Defensiebegroting aan het parlement aangeboden.
Voorts heeft de voormalig Inspecteur Generaal der Krijgsmacht, luitenant-generaal De Veer, op 13 juli 2004 een advies over de veteranenzorg van Defensie aangeboden. Dit advies is tevens aan het parlement gezonden. De Personeelsbrief 2004 geeft een beleidsmatige beschouwing als reactie op dit rapport. Daarin komen ook de met het veteranenbeleid samenhangende beleidsintensiveringen aan de orde.
7. Financiële gevolgen van het Defensiebeleid
Om de aansluiting van de begroting 2005 met de begroting 2004 (in totalen) mogelijk te maken, is hieronder een overzicht opgenomen met de mutaties.
TOTAAL DEFENSIE | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 |
Standen ingediende ontwerp 2004 | 7 438,9 | 7 667,9 | 7 701,5 | 7 550,0 | 7 584,8 | 7 609,4 |
Najaarsnotamutaties 2003 | – 53,0 | |||||
Slotwetmutaties 2003 | 18,0 | |||||
Beleidsmatige mutaties | ||||||
Afstoten objecten DGW&T | – 0,8 | – 0,8 | – 0,8 | – 0,8 | – 0,8 | |
Overhevelingen naar/van andere departementen | – 12,1 | – 21,5 | ||||
Asielbeleid | 8,9 | 3,7 | 3,7 | 2,6 | 1,1 | |
Kortingen Voorjaarsnota | – 11,9 | – 13,6 | – 12,6 | – 12,9 | – 12,6 | |
Intertemporele compensatie | – 125,0 | – 100,0 | 100,0 | 125,0 | ||
Korting PIA | – 3,0 | – 3,6 | – 3,6 | – 3,6 | – 3,6 | |
Overheveling KWNAA naar BZK | – 10,1 | – 0,6 | ||||
Winstafdracht DTO | 24,8 | |||||
HGIS-besluitvorming | – 1,5 | 15,1 | 15,1 | 15,1 | 15,1 | |
Totaal beleidsmatige mutaties | – 130,7 | – 121,3 | 101,8 | 125,4 | – 0,8 | |
Technische mutaties | ||||||
Doorwerking eindejaarsmarge | – 26,7 | |||||
Doorwerking eindejaarsmarge HGIS | 50,7 | |||||
Loonbijstelling | 79,0 | 61,5 | 60,8 | 60,0 | 59,3 | |
Prijsbijstelling | 50,7 | 52,1 | 51,9 | 53,4 | 54,3 | |
Regeling excessieve dollarkoersen | – 13,8 | – 15,0 | ||||
Efficiencytaakstelling | – 0,2 | – 0,3 | – 0,3 | – 0,3 | ||
Ramingsbijstelling ontvangsten | – 10,2 | – 5,9 | – 5,8 | – 13,9 | – 22,0 | |
Ramingsaanpassing niet-relevante uitgaven | – 59,4 | 0,6 | 1,5 | 0,5 | – 1,7 | |
Totaal technische mutaties | 70,3 | 93,1 | 108,3 | 99,7 | 89,6 | |
Afrondingsverschillen | 0,3 | – 0,1 | – 0,1 | 0,1 | ||
Ontwerpbegroting 2005 | 7 403,9 | 7 607,8 | 7 673,2 | 7 759,9 | 7 809,8 | 7 698,3 |
Afstoting objecten Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T)
Door het afstoten van objecten door de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen vindt er een aanpassing plaats van de door het ministerie van Financiën verstrekte rentecompensatie.
Overhevelingen naar/van andere departementen
Een vijftal overhevelingen naar andere departementen heeft geleid tot een verlaging van de defensiebegroting met ongeveer € 21,5 miljoen. De mutaties betreffen een drietal overhevelingen naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de exploitatiekosten van het project C2000, bijdragen inzake de huisvesting van de Dienst ZVO en voor defensiepersoneel dat in dienst treedt bij de politie. Daarnaast zijn overhevelingen naar de ministeries van Financiën en Justitie verwerkt in verband met de deelname aan de EDP-audit pool respectievelijk voor het Tolk- en Vertaalcentrum.
Ten laste van het generale beeld zijn budgetten toegevoegd aan de begroting van de Koninklijke marechaussee in verband met het de komende jaren begeleiden van uitgeprocedeerde asielzoekers naar hun land van herkomst en voor de exploitatiekosten van het verwijdercentrum op de G-pier.
Het doelmatiger kunnen aanbesteden van bouwprojecten en het defensieaandeel in de meerlasten bij de arbeidsvoorwaardensectoren Onderwijs, Rijk en Rechterlijke macht leiden tot overhevelingen ten gunste van het generale beeld.
In zowel 2004 als in 2005 vindt er een temporisatie van de investeringsuitgaven plaats. In de artikelsgewijze toelichting zal nader worden ingegaan op de gevolgen hiervan voor de diverse projecten.
Het betreft hier het aandeel van het ministerie van Defensie in de doelmatigheidsoperatie ten aanzien van de Professionele Inkoop en Aanbesteding.
Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba
Door de vertraagde besluitvorming over het lange termijnplan voor de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba en door de complexe en langdurige verwervingstrajecten, zijn geplande investeringen niet gerealiseerd. Het hierdoor resterende niet gerealiseerde budget is overgeboekt naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aangezien met ingang van 2004 de voor de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba bestemde budgetten, voor zover geen betrekking hebbend op defensiemiddelen, op dat ministerie worden geraamd en verantwoord.
De besluitvorming omtrent de begrotingswijzigingen binnen HGIS heeft voor Defensie betrekking op een tweetal aspecten. Op grond van de gemiddelde uitgaven over de afgelopen vijf jaar is vanaf 2005 een structurele verhoging van de budgetten voor crisisbeheersingsoperaties doorgevoerd van € 16,6 miljoen. Hiermee wordt het budget meer in lijn gebracht met het Nederlandse ambitieniveau. Tevens is vanwege het niet langer onder het begrip attaché brengen van een aantal personeelscategorieën een structurele verlaging vanaf 2004 van de raming voor attachés doorgevoerd.
De belangrijkste technische mutaties betreffen de uitdeling van de loonbijstelling en de prijsbijstelling 2004, de onttrekking, conform de systematiek van de eindejaarsmarge, van de in 2003 tot stand gekomen overschrijding van het defensiebudget (voor HGIS gold een onderschrijding van ongeveer € 50 miljoen) en de verlaging van het uitgavenbudget als gevolg van lagere ontvangsten dan voorzien. Voorts wordt het voordeel als gevolg van de lagere dan geraamde dollarkoersen ten gunste van het generale beeld gebracht en heeft een meerjarige bijstelling van de (niet-relevante) uitgavenraming voor het militair prepensioen plaatsgevonden. Dit laatste als gevolg van de nog lopende discussie over dit onderwerp, waardoor in 2004 geen uitgaven hiervoor worden verwacht. Tenslotte is er sprake van een efficiencytaakstelling op basis van de bijdragen die Defensie levert aan de Rijksgebouwendienst en TNO.
Inleiding tot de beleidsartikelen
De begroting 2005 staat in het teken van de uitvoering van de taakstelling die aan Defensie is opgelegd in het Strategisch Akkoord, het Hoofdlijnenakkoord en de Voorjaarsnota 2004. Het streven naar nieuw evenwicht tussen de taken en de middelen van de krijgsmacht heeft Defensie beschreven in de Prinsjesdagbrief en de Personeelsbrief van september 2003. Daarnaast staan de hoofdtaken van Defensie centraal in deze begroting.
De basis van de hoofdtaken van Defensie is vastgelegd in artikel 97, lid 1 van de Grondwet: «Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht». Voor de krijgsmacht gelden drie hoofddoelstellingen, te weten:
1. de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba;
2. de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit;
3. ondersteuning van de civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.
De drie hoofdtaken worden uitgevoerd met behulp van de vier krijgsmachtdelen. Al naar gelang de aard en wijze van optreden zijn per krijgsmachtdeel nader geoperationaliseerde doelstellingen bepaald en in het betreffende beleidsartikel opgenomen en toegelicht.
Beleidsartikel 01. Koninklijke marine
De Koninklijke marine levert met haar maritiem-militair vermogen en door de gereedstelling van eenheden die voor hun taak zijn berekend, een belangrijke bijdrage aan de hoofddoelstellingen van de krijgsmacht.
De eenheden van de Koninklijke marine zijn met eenheden van andere krijgsmachtdelen (joint) en met eenheden van andere staten (combined) inpasbaar in grotere internationale verbanden. De maritieme inspanning richt zich primair op de (vrije) zee als uitvalsbasis voor operaties op of boven land (initial entry), alsmede op de ondersteuning van land- of luchtoperaties. Vanuit zee worden doelen bestreden en eenheden aan land gezet. De benodigde maritieme capaciteiten worden daartoe in taakgroepverband bijeengebracht.
Het beschikken over zeestrijdkrachten met een amfibische capaciteit biedt grote voordelen in geval van crisissituaties. Een amfibische taakgroep kan zich op volle zee voorbereiden, voorziet in voortzettingsvermogen en continue aanwezigheid nabij een crisishaard zonder het territorium van landen te schenden. Indien nodig zijn zeestrijdkrachten in staat direct (door de inzet van scheepswapens of mariniers) of indirect (door het opleggen van een embargo) de situatie op het land te beïnvloeden. In geval van een grootschalige, landgebonden operatie leveren zeestrijdkrachten cruciale ondersteuning en bescherming. De zee is vaak de voornaamste aanvoerroute van materieel en voorraden. De maritieme inspanning richt zich ook op de bescherming van het zeeverkeer, met name bij zeestraten en zeehavens die kwetsbaar zijn voor terrorisme, en op de bescherming van zeeroutes nabij conflictgebieden. Ten slotte is de maritieme inspanning gericht op politionele en justitiële taken (kustwachttaken) en taken lager in het geweldsspectrum, zoals blokkade, embargo, maritieme presentie en surveillance, zowel in kustwateren als op volle zee.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De operationele doelstellingen waaraan de Koninklijke marine moet voldoen, worden weergegeven in de vorm van operationeel inzetbare eenheden. Uit de doelstellingenmatrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zijn. Uitgangspunt daarbij is dat binnen de aangegeven reactietijd de gereedheid kan worden geleverd die benodigd is voor optreden in het volledige geweldsspectrum (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluit aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF) en Forces of Lower Readiness (FLR).
Groep: | Eenheden: | Totaal | Inzetbaar*** HRF (High Readiness Forces): | Inzetbaar*** FLR (Forces of Lower Readiness): | |
Direct | Op korte termijn: | Op lange termijn: | |||
Groep Eskaderschepen | Fregatten* | 10 | 3 | 5 | 1+1 |
Bevoorradingsschepen | 2 | 2 | |||
Amfibisch schip (LPD) | 1 | 1 | |||
Onderzeedienst | Onderzeeboten | 4 | 1 | 2 | 1 |
Ondersteuningsvaartuig | 1 | 1 | |||
Mijnendienst | Mijnenbestrijdingsvaartuigen | 10 | 2 | 6 | 2 |
Hydrografische vaartuigen | 2 | 2 | |||
Helikoptergroep | Maritieme helikopters | 20 | 6 | 7 | 7 |
Marinierseenheden | Mariniersbataljons | 2 | 1 | 1 | |
Ondersteunende mariniersbataljons** | 3 | 1 | 2 | ||
Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers | 1 | 1 | |||
Caribische eenheden | Fregat | 1 | 1 | ||
Maritieme helikopter | 1 | 1 | |||
Ondersteuningsvaartuig | 1 | 1 | |||
Marinierspelotons met gevechtssteun | 6 | 2 | 4 | ||
Pelotons Antilliaanse militie | 2 | 2 | |||
Peloton Arubaanse militie | 1 | 1 |
* Deze opgave is inclusief het laatste L-fregat dat medio 2005 uit de dienst zal worden genomen. Het tweede fregat in de kolom FLR betreft een LCF in proeftochtstatus gedurende een deel van het jaar.
** Gevechtssteun-, het Amfibisch Ondersteunings- en het Logistieke Bataljon.
*** Reactietermijnen: HRF Direct = < 20/30 dagen; HRF kort = < 90 dagen; FLR = 180 dagen.
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die de Koninklijke marine ter beschikking staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen beleidsartikel 01 Koninklijke marine (bedragen x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 1 049 682 | 1 176 534 | 821 220 | 795 623 | 720 598 | 807 809 | 768 513 |
Uitgaven | |||||||
Programmauitgaven | |||||||
Commandant der Zeemacht in Nederland | 337 916 | 335 634 | 320 683 | 295 388 | 275 541 | 266 931 | 266 330 |
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied | 62 156 | 56 943 | 56 080 | 55 841 | 55 665 | 55 521 | 55 242 |
Commandant van het Korps Mariniers | 114 309 | 122 663 | 122 019 | 121 525 | 121 024 | 122 021 | 121 459 |
Subsidies en bijdragen | 125 | 114 | 105 | 105 | 100 | 100 | 100 |
Investeringen | 435 756 | 353 851 | 306 604 | 345 408 | 409 293 | 375 651 | 319 522 |
Totaal programmauitgaven | 950 262 | 869 205 | 805 491 | 818 267 | 861 623 | 820 224 | 762 653 |
Apparaatsuitgaven | |||||||
Admiraliteit | 223 684 | 215 868 | 177 101 | 157 964 | 151 179 | 138 763 | 142 900 |
Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-uitgaven | 19 714 | 24 679 | 14 535 | 13 110 | 11 412 | 10 296 | 9 990 |
Bijdragen aan baten-lastendiensten | 10 598 | 10 598 | 10 598 | 10 598 | 10 598 | 10 598 | |
Totaal apparaatsuitgaven | 243 398 | 251 145 | 202 234 | 181 672 | 173 189 | 159 657 | 163 488 |
Totale uitgaven | 1 193 660 | 1 120 350 | 1 007 725 | 999 939 | 1 034 812 | 979 881 | 926 141 |
Ontvangsten | 54 531 | 43 329 | 36 908 | 39 729 | 34 352 | 40 254 | 39 222 |
Uitgavenverdeling naar operationele doelstellingen
In bovenstaande tabel zijn de uitgaven van de Koninklijke marine gepresenteerd die samenhangen met de realisatie van de operationele doelstellingen. Daarbij is de organisatorische indeling van de Koninklijke marine gehanteerd. In onderstaande tabel worden de programma-uitgaven exclusief investeringen van de Koninklijke marine extra-comptabel toegerekend aan de operationele doelstellingen in casu de clusters van eenheden.
Extra comptabele verdeling uitgaven voor 2005 in € 1 000 Koninklijke marine | Operationele commandanten (artikel 01) | Admiraliteit (artikel 01) | OKM, MOC en KIM (artikel 60) | MB, CAMS (artikel 60) | CDC eenheden (artikel 60) | Totaal |
Toe te rekenen uitgaven | ||||||
Eskaderschepen | 143 330 | 19 681 | 12 491 | 75 887 | 4 896 | 256 285 |
Onderzeedienst | 18 698 | 2 117 | 1 762 | 28 708 | 774 | 52 059 |
Mijnendienst | 37 493 | 1 829 | 3 635 | 30 550 | 1 546 | 75 053 |
Helikoptergroep | 73 121 | 2 079 | 2 558 | 733 | 1 030 | 79 521 |
Maritieme patrouillegroep | 48 041 | 5 594 | 2 119 | 1 457 | 1 805 | 59 016 |
Marinierseenheden | 122 019 | 12 894 | 17 067 | 5 921 | 4 638 | 162 539 |
Caribische eenheden | 56 080 | 1 030 | 2 506 | 953 | 1 030 | 61 599 |
Totaal toe te rekenen | 498 782 | 45 224 | 42 138 | 144 209 | 15 719 | 746 072 |
Nog niet toe te rekenen uitgaven | 4 910 | 3 564 | 56 218 | 13 615 | 78 307 | |
Niet toe te rekenen uitgaven | ||||||
Investeringen | 306 604 | 306 604 | ||||
Keuring/werving/initiële opleidingen | 7 508 | 38 960 | 46 468 | |||
Wachtgelden/inactiviteitswedden | 14 535 | 14 535 | ||||
Subsidies | 105 | 105 | ||||
Apparaat | 130 057 | 130 057 | ||||
Totaal | 498 782 | 508 943 | 84 662 | 200 427 | 29 334 | 1 322 148 |
De toe te rekenen uitgaven betreffen de uitgaven van de operationele groepen binnen de Koninklijke marine en de ondersteunende eenheden uit het niet-beleidsartikel 60. Ondersteuning krijgsmacht (alsmede het Commando Dienstencentra (CDC)). Bij de ondersteunende eenheden (materieel-logistiek en opleidingen) zijn de direct aan producten/diensten te relateren uitgaven aan de hand van de gerealiseerde output toegerekend aan de afnemer.
De activiteiten van de Koninklijke marine worden onderverdeeld in operationele, ondersteunende en bestuurlijke activiteiten, die zijn ondergebracht bij resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE'n). De Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED), de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS) zijn verantwoordelijk voor de operationele activiteiten. Het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (CAMS), het Marinebedrijf (MB), het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) en het onderdeel Opleidingen Koninklijke marine (OKM) geven inhoud aan de ondersteunende activiteiten. De ondersteunende eenheden zijn opgenomen in niet-beleidsartikel 60. De bestuurlijke activiteiten worden door de Admiraliteit gecoördineerd en ondersteund. De Koninklijke marine kent de volgende organisatiestructuur:
* Zie niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht».
De drie hoofdactiviteiten van de operationele Resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE'n) zijn: het gereedstellen, het inzetbaar houden en het inzetten van de operationele eenheden van de vloot, waaronder de helikopters en de eenheden van het Korps mariniers. Deze activiteiten omvatten onder andere een veelheid aan oefeningen in Navo-, Partnerschap voor Vrede-, multinationaal en nationaal verband, de uitvoering van kustwachttaken alsmede de opwerkactiviteiten op het niveau van de individuele eenheid en in nationaal verband.
Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)
CZMNED is verantwoordelijk voor het gereedstellen, inzetbaar houden en inzetten van de operationele eenheden van de vloot, met uitzondering van de eenheden die vallen onder CZMCARIB en de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (BDZ). Tevens vervult hij de functie van Admiraal Benelux (ABNL). Daartoe beschikt hij over een geïntegreerde Nederlands-Belgische operationele staf en taakorganisatie. De taakorganisatie realiseert de operationele inzet van de Belgische en Nederlandse eenheden. CZMNED heeft als nevenfunctie de operationele leiding over de Kustwacht Nederland (KWNED). Het Kustwachtcentrum bevindt zich op dezelfde locatie als het Marinehoofdkwartier (zie ook beleidsartikel 10 Civiele Taken).
Onder CZMNED vallen de groep Eskaderschepen, de Onderzeedienst, de Mijnendienst en de Helikoptergroep. De groep Maritieme Patrouillevliegtuigen beëindigt haar activiteiten per 1 januari 2005 onder gelijktijdige sluiting van het Marinevliegkamp Valkenburg. Activiteiten na die datum zijn uitsluitend ten behoeve van het afronden van de CUP-Orion en het verkoopgereed maken van de vliegtuigen.
Voor het uitvoeren van de taken zijn de onderstaande vaardagen en vlieguren geraamd.
Prestatiegegevens CZMNED | Meeteenheid | Realisatie 2003* | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
Fregatten/bevoorradingsschepen/amfibisch schip totaal | Vaardagen | 1 073 | 1 111 | 961 |
Standing Naval Forces/NATO Response Force | Vaardagen | 271 | 301 | 346 |
UK/NL Amphibious Force and NATO Striking Fleet Atlantic | Vaardagen | 34 | – | 147 |
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteiten | Vaardagen | 768 | 810 | 468 |
Onderzeeboten totaal | Vaardagen | 348 | 430 | 430 |
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteiten | Vaardagen | 348 | 430 | 430 |
Mijnenbestrijdingsvaartuigen totaal | Vaardagen | 586 | 500 | 500 |
Mine Counter Measures Forces North and South | Vaardagen | 183 | 201 | 230 |
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteiten | Vaardagen | 403 | 299 | 270 |
Hydrografische vaartuigen totaal | Vaardagen | 258 | 330 | 420 |
Hydrografische opnemingen | Vaardagen | 258 | 330 | 360 |
Secundaire taken en militaire hydrografie | Vaardagen | – | – | 60 |
Maritieme helikopters totaal | Vlieguren | 3 216 | 3 771 | 3 771 |
Standing Naval Forces Atlantic and Mediterranean | Vlieguren | 113 | – | 500 |
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteiten | Vlieguren | 3 103 | 3 771 | 3 271 |
Maritieme patrouillevliegtuigen totaal | Vlieguren | 1 190 | 2 100 | 450 |
Stationering maritiem patrouillevliegtuig Kevlavik | Vlieguren | 87 | – | – |
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteiten | Vlieguren | 1 103 | 1 250** | – |
Instandhoudingsvluchten | Vlieguren | – | 850 | 450 |
* Naast de in de uitsplitsing genoemde vaardagen en vlieguren zijn in 2003 voor crisisbeheersingsoperaties 211 vaardagen fregatten, 97 vaardagen onderzeeboten, 375 vlieguren helikopters en 980 vlieguren MPA's gerealiseerd. Ook zijn 26 vaardagen fregatten en 222 vlieguren MPA's gerealiseerd voor inzet ter bestrijding van internationaal terrorisme in de operatie Active Endeavour.
** Betreft 450 uur ten behoeve van CUP-Orion en 800 uur verkoopbegeleiding (opleidingen).
Bovenstaande ramingen zijn exclusief de vaardagen en vlieguren voor de Kustwacht Nederland (zie hiervoor het beleidsartikel 10 Civiele Taken) en de inzet voor crisisbeheersingsoperaties (zie hiervoor het beleidsartikel 09 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties).
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB)
CZMCARIB is verantwoordelijk voor het inzetbaar houden en inzetten van de operationele eenheden in zijn bevelsgebied. CZMCARIB vervult de nevenfunctie van Commandant Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (zie voor deze kustwachttaak het beleidsartikel 10 Civiele Taken). In de Amerikaanse organisatie voor de bestrijding van drugshandel, de Joint Interagency Task Force South (JIATF-SOUTH), vervult CZMCARIB de functie van Commander Task Group 4.4 (CTG 4.4). De autoriteit waaronder de operationele eenheden organiek vallen, blijft logistiek verantwoordelijk. CZMCARIB is tevens belast met het oproepen, de keuring, de selectie en de plaatsing van rekruten voor de Antilliaanse en Arubaanse militie.
Met het oog op de specifieke taakstelling en de kenmerken van het bevelsgebied bestaat CZMCARIB uit vloot- en marinierseenheden alsmede eenheden van de Antilliaanse en Arubaanse militie, een hoofdkwartier, drie kazernes en ondersteunende eenheden. Het hoofdkwartier en het kustwachtcentrum zijn op één locatie ondergebracht.
Voor de activiteiten van CZMCARIB zijn de volgende vaardagen, vlieguren en mensoefendagen geraamd.
Prestatiegegevens CZMCARIB | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
Fregatten totaal | Vaardagen | 43 | 72 | 72 |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Vaardagen | 37 | 59 | 59 |
Operationele gereedheid op peil houden | Vaardagen | 2 | 9 | 9 |
Bestrijding illegale handel verdovende middelen | Vaardagen | 4 | 4 | 4 |
Maritieme helikopters totaal | Vlieguren | 80 | 108 | 108 |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Vlieguren | 55 | 79 | 79 |
Operationele gereedheid op peil houden | Vlieguren | 13 | 20 | 20 |
Bestrijding illegale handel verdovende middelen | Vlieguren | 12 | 9 | 9 |
Maritieme patrouillevliegtuigen totaal | Vlieguren | 200 | 100 | – |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Vlieguren | 170 | 100 | – |
Operationele gereedheid op peil houden | Vlieguren | 30 | – | – |
Ondersteuningsvaartuig totaal | Vaardagen | 58 | 90 | 90 |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Vaardagen | 46 | 80 | 80 |
Operationele gereedheid op peil houden | Vaardagen | 12 | 10 | 10 |
Marinierspelotons met gevechtssteun totaal | Mensoefendagen | 9 100 | 14 500 | 14 500 |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Mensoefendagen | 100 | 800 | 800 |
Operationele gereedheid op peil houden | Mensoefendagen | 9 000 | 13 700 | 13 700 |
Pelotons Antilliaanse en Arubaanse militie totaal | Mensoefendagen | 1 411 | 800 | 800 |
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebied | Mensoefendagen | 25 | 200 | 200 |
Operationele gereedheid op peil houden | Mensoefendagen | 1 386 | 600 | 600 |
Bovenstaande ramingen zijn exclusief de dagen en uren die beschikbaar zijn voor de uitvoering van civiele taken voor de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (zie beleidsartikel 10 Civiele Taken) en de inzet voor crisisbeheersingsoperaties (zie hiervoor het beleidsartikel 09 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties).
Commandant van het Korps mariniers (CKMARNS)
CKMARNS is verantwoordelijk voor het gereedstellen en inzetbaar houden van de operationele eenheden van de mariniers.
Onder bevel van CKMARNS staan de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM), het Mariniersopleidingscentrum (MOC), de kazernes in Doorn, Rotterdam en op Texel en de Marinierskapel der Koninklijke marine. In 2004 is begonnen met de integratie van het hoofdkwartier van het Korps mariniers in de staf van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) in Den Helder.
Voor de activiteiten van CKMARNS zijn de volgende mensoefendagen geraamd.
Prestatiegegevens CKMARNS | Meeteenheid | Realisatie 2003* | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
Mariniersbataljons en ondersteunende mariniersbataljons totaal | Mensoefendagen | 98 007 | 118 000 | 141 000 |
UK/NL Landing Force | Mensoefendagen | 1 473 | 20 000 | 22 000 |
Beschikbaar houden noodhulpverkenningseenheid | Mensoefendagen | 0 | 24 | 24 |
Training (nationaal en internationaal) | Mensoefendagen | 76 303 | 77 976 | 98 976 |
Opleidingen | Mensoefendagen | 20 231 | 20 000 | 20 000 |
Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE) totaal | Mensoefendagen | 4 704 | 9 000 | 9 000 |
Gereedstelling | Mensoefendagen | 4 704 | 9 000 | 9 000 |
* Naast de in de tabel opgebrachte mensoefendagen zijn in 2003 ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties 17 875 mensoefendagen toegerekend aan Stabilisation Force Iraq.
Bovenstaande ramingen zijn exclusief de inzet voor crisisbeheersingsoperaties (zie hiervoor het beleidsartikel 09 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties).
De Admiraliteit draagt zorg voor de coördinatie en de ondersteuning van de bestuurlijke activiteiten en bestaat uit een beleidsstaf en diverse uitvoerende diensten. De beleidsstaf ondersteunt de bevelhebber en draagt zorg voor het uitwerken van het beleid en het opstellen van plandocumenten. De grotere uitvoerende diensten zijn:
• de ARBO-dienst;
• de Audiovisuele Dienst;
• het Centrum voor Operationele Data-analyse;
• de Dienst bedrijfsgezondheidszorg;
• de Dienst der Hydrografie;
• de Dienst Maritieme Historie, inclusief de marinemusea;
• de Publicatievoorziening en Reproductie;
• de Sociaal Medische Dienst;
• het Verbindingscentrum Den Haag.
Daarnaast is de Admiraliteit verantwoordelijk voor het personeel dat in het buitenland is geplaatst (bij de Navo, de Europese Unie, de VN en de OVSE) en bij het Koninklijk Huis, alsmede personeel dat revalidatie ondergaat bij de Sociaal Medische Dienst. Met het verdwijnen van de functie van Bevelhebber, zal ook de Admiraliteit per 1 januari 2006 worden opgeheven.
Onderstaand wordt een toelichting gegeven bij de DMP-projecten die in uitvoering zijn en de DMP-projecten waarvoor naar verwachting in het begrotingsjaar 2005 een behoeftestellingsbrief naar het parlement zal worden gezonden.
Het beleid is gericht op de verbetering en modernisering van het bestaande materieel, de opheffing van tekortkomingen en de vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.
Project Fregatten van de Zeven Provinciën-klasse
Doelstelling | Instandhouding van capaciteiten op het vlak van maritieme commandovoering, maritieme oorlogsvoering en luchtverdediging voor de lange afstand door het in gebruik nemen van vier Luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF). | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 1607,7 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Proeftocht LCF 4 Overname LCF 3 D-brief Sirius | 1e LCF operationeel gereed Overname LCF 4 | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 56 093 | 38 900 | 23 200 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 138 400 | 86 600 | 72 700 | 29 300 | 39 200 | 23 800 | 1 200 |
Hr.Ms. De Zeven Provinciën (LCF-1), Hr.Ms. Tromp (LCF-2) en Hr. Ms. De Ruyter (LCF-3) zijn reeds aan de vloot toegevoegd. In 2005 zal het eerste LCF de status «operationeel gereed» bereiken en zal het vierde LCF worden overgenomen van de werf. De uitvoering van het project verloopt volgens plan. Er wordt samengewerkt met Duitsland en Canada. Over de verwerving van Sirius, een infrarood zoek- en volgsysteem, wordt de Tweede Kamer eind 2004 geïnformeerd.
Project instandhouding M-fregatten
Doelstelling | Het implementeren van aanpassingen aan het M-fregat om de oorspronkelijk beoogde levensduur te verlengen en de capaciteiten van het schip aan te passen aan het voorziene inzetprofiel. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 133,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | DMP-B/C/D | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 400 | 2 200 | 8 900 |
Zes M-fregatten zullen het benodigde instandhoudingsprogramma doorlopen. Bij dit project ligt de nadruk op het vervangen van systemen die niet langer in stand te houden zijn en op noodzakelijke modificaties. Een operationele behoeftestelling wordt eind 2004 verwacht. Het instandhoudingsprogramma zal in 2011 aanvangen met het eerste M-fregat en in 2014 eindigen met het zesde M-fregat.
Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)
Doelstelling | Instandhouding van de mijnenbestrijdingscapaciteit door modernisering van de jaagcomponent (sonar/C2-deel) en het toepassen van een nieuw mijnenvernietigingsysteem (Seafox) | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 190,2 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Inbouw sonar, C2 en Seafox. Proeftochten AMBV 1 | In uitvoering 1e AMBV gereed | In uitvoe-ring | In uitvoe-ring | In uitvoe-ring | Laatste (10e) AMBV gereed | |
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 6 805 | 20 400 | 6 000 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 18 368 | 26 400 | 28 500 | 30 900 | 20 800 | 19 200 | 7 000 |
Dit project betreft de modernisering van tien Alkmaar-klasse mijnenjagers. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met België. De veegcomponent is ten gevolge van een financiële prioriteitstelling voor onbepaalde tijd uitgesteld. In 2006 worden de mogelijkheden voor de herintroductie van de veegcapaciteit in internationaal verband nader onderzocht.
Project Hydrografische Opnemingsvaartuigen (HOV)
Doelstelling | Instandhouding van een militaire hydrografische capaciteit door vervanging van de twee verouderde Noordzee-opnemers door twee opnemingsvaartuigen en de afstoting van Hr.Ms. Tydeman. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 54,6 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | HOV 2 is over-gedragen en in dienst gesteld | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 3 055 | 2 975 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 18 438 | 20 900 | 200 |
De militaire hydrografische capaciteit draagt zorg voor de ondersteuning van militaire operaties en voor de uitvoering van de (civiele) hydrografische taak op het Nederlands deel van het continentaal plat en in de wateren rond de Nederlandse Antillen en Aruba. De nieuwe schepen zijn respectievelijk in 2003 en 2004 in dienst gesteld.
Project Tweede Landing Platform Dock (LPD-2)
Doelstelling | Zekerstellen van het voortzettingsvermogen van het huidige LPD (Hr.Ms. Rotterdam) alsmede de uitbreiding van de amfibische liftcapaciteit en strategische zeetransportcapaciteit door de verwerving van een tweede amfibisch transportschip. In het kader van EVDB wordt het schip voorzien van commandofaciliteiten. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 221,0 miljoen en € 39,4 miljoen voor commandofaciliteiten ten laste van beleidsartikel 11 «Internationale samenwerking» | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Engineering en bouw | Bouw | Proeftocht | Operationeel | |||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 27 303 | 8 000 | 15 000 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | |||||||
LPD 2 EVDB | 32 2016 991 | 35 60012 800 | 59 7009 900 | 64 1007 500 | 22 000300 | 1 000 |
Eind 2003 is aangevangen met de bouw van de romp. Het LPD-2 wordt in 2006 overgedragen aan de Koninklijke marine en in 2007 operationeel gereed gesteld.
Doelstelling | Instandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten, capaciteiten op het vlak van tactisch (maritiem) luchttransport alsmede opsporing en redding door middel van de vervanging van de Lynx-helikopter door twintig NH-90 helikopters. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 882,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Deelname multinationale OPEVAL | Aflevering 1e NH-90 | Aflevering | Aflevering | |||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 37 905 | 47 290 | 26 300 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 15 548 | 21 100 | 43 200 | 77 300 | 131 000 | 124 900 | 124 000 |
De Koninklijke marine neemt vanaf 2005 tot medio 2007 deel aan de internationale operationele evaluatie (OPEVAL) door de levering van schepen voor de uitvoering van de evaluatie en het wetenschappelijk onderzoek. De eerste NH-90 helikopter wordt in 2007 aan de Koninklijke marine geleverd. Naar verwachting zullen alle twintig NH-90 helikopters in 2012 zijn afgeleverd. Het project NH-90 is een multinationaal project waaraan inmiddels vijf landen deelnemen. De uiteindelijke verhouding tussen full mission capable en transporthelikopters is onderwerp van een krijgsmachtbrede studie naar de «integrale militaire helikoptercapaciteit».
Doelstelling | Instandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten, capaciteiten op het gebied van surveillance boven land alsmede opsporing en redding door de modernisering van tien Orions naar eenzelfde, op oppervlakte surveillance gerichte, basisconfiguratie en de multifunctionele uitrusting van zeven van de tien Orions. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 209,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | In uitvoering 1e gereed | In uitvoering | Laatste gereed | ||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 12 633 | 450 | 800 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 52 284 | 32 100 | 53 800 | 33 000 | 8 000 | 1 600 |
Het modificeren en testen van het eerste vliegtuig is in het eerste kwartaal 2004 afgerond, waarna het toestel is overgedragen aan de Koninklijke marine. In het project wordt samengewerkt met de Verenigde Staten.
Vervanging Verbindingsapparatuur Mariniers (NIMCIS)
Doelstelling | Verbetering van capaciteiten voor informatie uitwisseling van de operationele marinierseenheden door de vervanging van radioapparatuur door een Nieuwe Generatie Mariniers Communicatie- en Informatiesysteem (NIMCIS). | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 73,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | B/C/D-brief | Uitlevering eerste systemen | In uitvoering | In uitvoering | Levering laatste systemen | ||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 71 000 | 2 900 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 2 400 | 17 600 | 33 600 | 13 300 | 7 000 |
De eerste fase van dit project omvat de introductie van beveiligde communicatiemiddelen voor spraak en data in de VHF-, UHF- en HF-frequentiebanden en een kleine hoeveelheid informatieverwerkende systemen voor een betere situational awareness (digitale kaarten en geautomatiseerde positiebepaling). Het project houdt rekening met de interoperabiliteit met eenheden van de Koninklijke landmacht, bondgenoten en de UK/NL Amphibious Force. In 2005 worden de eerste systemen in gebruik genomen.
Project Satellietcommunicatie voor militair gebruik (MILSATCOM)
Doelstelling | De verbetering van command and control en informatieverwerking door introductie van lange-afstand verbindingsapparatuur op basis van satellietcommunicatie. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 255,6 miljoen. Hiervan is € 219,3 miljoen opgenomen op artikel 01 Koninklijke marine. | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Begin ople-vering tac-tische termi-nals. Ankerstation operationeel. D2-brief AEHF landterminals | D2-brief AEHF-zeeter-minals. D2-brief SHF-capa-citeit | SHF capaciteit beschikbaar | AEHF beschikbaar | |||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 3 380 | 84 100 | 54 400 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 23 463 | 20 600 | 22 800 | 11 700 | 18 000 | 14 700 | 9 000 |
Dit interservice project waarvoor de Koninklijke marine de Single Service Manager (SSM) en Single Service Procurer (SSP) is, bestaat uit twee delen. Het korte-termijn deel omvat een anker- of grondstation en bijbehorende mobiele tactische terminals voor de Koninklijke landmacht en Koninklijke luchtmacht. Het ankerstation is eind 2003 door de fabrikant overgedragen aan Defensie. Medio 2004 is aangevangen met de oplevering van tactische terminals. Operationeel gebruik is mogelijk in de loop van 2004. Het lange-termijn deel voorziet in de verwerving van aanvullende grondapparatuur en de verwerving van capaciteit op militaire communicatiesatellieten. Voor de verwerving van capaciteit op Amerikaanse AEHF-satellieten is in 2002 een MOU met de Verenigde Staten afgesloten. In 2003 en 2004 is de verwerving van capaciteit op SHF-communicatiesatellieten van een Europese bondgenoot voorbereid. De D2-brief SHF wordt naar verwachting begin 2005 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het lange-termijn deel omvat tevens de plaatsing van een AEHF-terminal op het grondstation, scheepsterminals en tactische terminals voor de Koninklijke marine, land- en luchtmacht. De D2-brieven voor deze AEHF land- en zeeterminals worden in respectievelijk 2004 en 2005 aan de Tweede Kamer aangeboden.
Project precisie geleide wapens tegen landdoelen
Doelstelling | Beïnvloeding van de situatie op het land vanuit de (vrije) zee door het (dreigen met) bestrijden van (strategische) doelen in vooral de beginfase van een conflict. Hiermee wordt zowel een Navo (PCC) als een Europese behoefte (HHG) ingevuld. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | > € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | A-brief | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 2000 | 5 000 | 12000 | 21 000 |
Overwogen wordt de vier luchtverdedigings- en commandofregatten met kruisvluchtwapens uit te rusten.
Project Upgrade Harpoon missiles (inclusief «Service Life Surveillance programme»)
Doelstelling | Instandhouden en verbeteren van de capaciteit van het Harpoon anti ship missile met name gericht op verbetering van de capaciteit tegen relatief kleine doelen in kustwateren. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | A-brief | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 1 000 | 1 000 | 5 000 | 9 000 | 10 300 | 1 000 |
Het project betreft de instandhouding en verbetering van de oppervlaktebestrijdingsraketten voor maximaal tien fregatten (vier LC-fregatten en zes M-fregatten).
Verwerving Gepantserd «all terrain vehicle» Korps Mariniers
Doelstelling | Instandhouden van de mobiliteit en verbeteren bescherming van de operationele marinierseenheden onder alle klimatologische en terreinomstandigheden. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | A-brief | B/C-brief | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 400 | 17 800 | 16 700 | 12 600 |
Dit project betreft de verwerving van gepantserde all terrain vehicles ter vervanging van een deel van de huidige BV206-voertuigen.
Doelstelling | Voorzien in munitie voor de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 16 290 | 130 698 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 46 885 | 29 800 | 25 000 | 23 300 | 39 500 | 28 900 | 28 700 |
Dit project betreft het «Evolved Sea Sparrow Missile» (ESSM), het Standard Missile 2 (SM2), maritieme TMD-raketten en de munitie voor het 127mm-kanon.
Niet meer opgenomen DMP-projecten
Het project Project Maritieme Theatre Ballistic Missile Defence (MTBMD), is niet meer als investeringsproject zichtbaar, aangezien dit begrotingsjaar geen DMP-document aan de Kamer zal worden aangeboden. Wel hebben Nederland en Duitsland eind 2003 de eerste fase van een haalbaarheidsstudie afgerond, waaruit blijkt dat maritieme systemen tegen ballistische raketten aan boord van het LCF geplaatst kunnen worden. De tweede fase van deze haalbaarheidsstudie loopt tot eind 2006 en richt zich op de benodigde aanpassing van de SMART-L-radar. Uitwerking van de aanpassing van de overige systemen en de integratie hiervan met het luchtverdedigingssysteem volgen na 2006, wanneer de Verenigde Staten de ontwikkelingen aan de TBM-interceptor hebben afgerond.
De Koninklijke marine verleent subsidies aan instanties die activiteiten uitvoeren die het belang van de Zeemacht ondersteunen. Het betreft de Koninklijke marine Jacht Club (€ 38 000), de Marine Watersportvereniging (€ 24 500), de Koninklijke Vereniging Marine Officieren (€ 20 000) en het Zeekadettenkorps (€ 21 500). In totaal wordt in 2005 voor een bedrag van (afgerond) € 105 000 aan subsidies verleend. Deze vermelding vormt voor de onder dit artikel opgenomen subsidieverleningen de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c van de Algemene Wet Bestuursrecht.
De ontvangstenbegroting van de Koninklijke marine (exclusief de ontvangsten van ondersteunende diensten Koninklijke marine) beslaat in 2005 € 36,9 miljoen. Deze ontvangsten hebben onder andere betrekking op:
• aan personele uitgaven gerelateerde ontvangsten voor onder andere voeding, huisvesting, onderwijskosten van gezinsleden in het buitenland en geneeskundige declaraties;
• teruggevorderde BTW;
• ontvangsten voor werkzaamheden en dienstverlening door het Marinebedrijf;
• terugontvangsten op Foreign Military Sales-programma's;
• verrekeningen met Navo-partners;
• verrekening van (mede)gebruik van het vliegkamp De Kooy.
Indien de ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten of goederen aan andere defensieonderdelen of baten-lastendiensten van Defensie, dan worden additionele uitgaven gehanteerd.
Indien ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten en goederen aan andere ministeries of derden, dan worden respectievelijk integrale kosten en marktconforme prijzen gehanteerd.
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 1 007 725 | 999 939 | 1 034 812 | 979 881 | 926 141 | |||||
Waarvan apparaatsuitgaven | 202 234 | 181 672 | 173 189 | 159 657 | 163 488 | |||||
Dus programmauitgaven (inclusief investeringen) | 805 491 | 818 267 | 861 623 | 820 224 | 762 653 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 82% | 656 265 | 73% | 590 083 | 62% | 530 991 | 62% | 506 102 | 58% | 439 240 |
Waarvan complementair noodzakelijk | 17% | 140 163 | 24% | 199 557 | 32% | 275 088 | 30% | 246 934 | 31% | 239 238 |
Resterende plannen | 1% | 9 063 | 3% | 28 627 | 6% | 55 545 | 8% | 67 188 | 11% | 84 175 |
Totaal | 100% | 805 491 | 100% | 818 267 | 100% | 861 623 | 100% | 820 224 | 100% | 762 653 |
Gebaseerd op de Regeling prestatiegegevens en evaluatie-onderzoek Rijksoverheid (RPE) wordt binnen het beleidsartikel Koninklijke marine een ex post beleidsevaluatie uitgevoerd naar de geoperationaliseerde doelstelling «gereedheid KM» (start onderzoek februari 2005).
Beleidsartikel 02. Koninklijke landmacht
De Koninklijke landmacht levert met landstrijdkrachten een belangrijke bijdrage aan de hoofddoelstellingen van de krijgsmacht en daarmee een belangrijke bijdrage aan het halen van het Nederlandse ambitieniveau. Het Nederlandse ambitieniveau, zoals verwoord in de Prinsjesdagbrief, geeft een beschrijving van de taken welke eenheden van de Koninklijke landmacht moeten kunnen uitvoeren. Het ambitieniveau is onder andere gebaseerd op internationale verplichtingen (Navo/EU) en de dreiging in verschillende scenario's. Dit garandeert dat aan de vraag naar inzetgerede eenheden van de Koninklijke landmacht voldaan kan worden, zowel voor crisisbeheersingsoperaties (inclusief Nato Respons Force-NRF) als voor nationale taken. Om dit ambitieniveau waar te kunnen maken en de inzetbaarheid op peil te houden, worden de operationele eenheden van de Koninklijke landmacht volledig gevuld en continu getraind. De keuze voor een «volledig parate Landmacht» en het gereedstellingsproces door middel van het accentmodel en het generiek jaarplan, is daarbij een logisch gevolg. De capaciteit die bij de training en crisisbeheersingsoperaties ingezet wordt is zichtbaar gemaakt bij de activiteiten van het Operationeel Commando (OpCo).
Belangrijke kenmerken van het hiervoor benodigde optreden zijn veelzijdige inzetbaarheid binnen het gehele geweldsspectrum, modulaire inpasbaarheid in multinationale verbanden en een expeditionaire oriëntatie, zodat inzet over grote afstanden en een snelle ontplooiing mogelijk zijn. De Koninklijke landmacht levert de gevechtskracht voor het fysiek bezetten en beheersen van gebieden, waarbij gebruik wordt gemaakt van middelen waarvan een belangrijke afschrikwekkende werking uitgaat en die worden gebruikt om eigen en bondgenootschappelijke troepen te beschermen en zo nodig tegenstanders uit te schakelen. Ze is in staat een verscheidenheid aan middelen in te zetten om de tactische mobiliteit te verschaffen die een strijdmacht nodig heeft om, ook op grote afstand van Nederland, de gebeurtenissen te beïnvloeden (preventief) en te kunnen reageren op onvoorziene negatieve ontwikkelingen (reactief). Met de beschikbare capaciteiten ondersteunt de Koninklijke landmacht ook civiele overheden bij de handhaving van de rechtsorde en veiligheid.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De geoperationaliseerde doelstellingen waaraan de Koninklijke landmacht moet voldoen, worden weergegeven in de vorm van operationeel inzetbare eenheden. Uit de onderstaande doelstellingenmatrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zijn voor inzet ten behoeve van de drie hoofdtaken van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangegeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluit aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF) en Forces of Lower Readiness (FLR). In de kolom HRF-direct zijn de eenheden weergegeven die benodigd zijn om invulling te geven aan het ambitieniveau van Defensie. De kolommen HRF-kort en FLR laten de eenheden zien, benodigd voor het voortzettingsvermogen.
Doelstellingenmatrix Koninklijke landmacht 2005 | |||||
Type eenheid | Totaal | Inzetbaarheid | |||
HRF | FLR | ||||
Operationeel Commando, waarvan: | Direct | Kort | |||
HRF(L)HQ (NL-deel) | Staff | 1 | 1 | ||
Staff Support Battalion | 1 | 1 | |||
CIS-Battalion | 1 | 1 | |||
Special Operations Staff | 1 | 1 | |||
Commandotroepencompagnie | 3 | 2 | 1 | ||
Kernstaf Logistieke brigade | 1 | 1 | |||
Kernstaf Geniebrigade | 1 | 1 | |||
Air Manoeuvre Brigade | Brigadestaf met stafstafcompagnie | 1 | 1 | ||
Infanteriebataljon Luchtmobiel | 3 | 3 | |||
Mortiercompagnie Luchtmobiel | 1 | 1 | |||
Geniecompagnie Luchtmobiel | 1 | 1 | |||
Luchtverdedigingscompagnie | 1 | 1 | |||
Geneeskundige compagnie | 1 | 1 | |||
Bevoorradingscompagnie | 1 | 1 | |||
Herstelcompagnie | 1 | 1 | |||
Gemechaniseerde Brigade | Brigadestaf met stafstafcompagnie | 3 | 1 | 1 | 1 |
(13, 41 en 43 Mechbrig) | Pantserinfanteriebataljon | 3 | 1 | 1 | 1 |
Tankbataljon | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Brigade verkenningseskadron | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Afdeling veldartillerie | 2 | 1 | 1 | ||
Pantsergeniecompagnie | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Geneeskundige compagnie | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Bevoorradingscompagnie | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Herstelcompagnie | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Combat Support and | ISTAR module | 3 | 1 | 1 | 1 |
Support Command (CSSC) | Pantsergeniecompagnie | 1 | 1 | ||
Constructiecompagnie | 3 | 2 | 1 | ||
Brugcompagnie | 1 | 1 | |||
NBC-compagnie | 1 | 1 | |||
Pantserluchtdoelartilleriebatterij | 3 | 1 | 1 | 1 | |
Verbindingsbataljon | 2 | 1+1/3 | 1/3 | 1/3 | |
Divisie Logistiek Commando | Bevoorradings- en transportbataljon | 2 | 2 | ||
(DLC) | Herstelcompagnie | 3 | 3 | ||
Geneeskundig bataljon | 1 | 1 | |||
Nationale Reserve Bataljon | 5 | 5 | |||
NL-deel CIMIC Group North | 1 | 2/3 | 1/3 | ||
NL CIMIC Support Unit | 1 | 1 |
Reactietermijnen: HRF Direct = < 20/30 dagen; HRF kort = < 90 dagen; FLR = 180 dagen.
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die de Koninklijke landmacht ter beschikking staan voor het realiseren van de operationele doelstellingen en activiteiten zijn opgenomen in de volgende tabel.
Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 1 734 542 | 1 813 595 | 1 619 201 | 1 532 840 | 2 426 832 | 1 731 927 | 1 907 405 |
Uitgaven | |||||||
Programmauitgaven | |||||||
Operationeel Commando | 946 509 | 962 159 | 937 638 | 941 468 | 936 650 | 925 743 | 923 217 |
Subsidies en bijdragen | 928 | 7 728 | 7 563 | 7 562 | 7 526 | 7 526 | 7 526 |
Investeringen | 301 574 | 414 093 | 500 048 | 522 910 | 536 579 | 456 210 | 500 900 |
Totaal programmauitgaven | 1 249 011 | 1 383 980 | 1 445 249 | 1 471 940 | 1 480 755 | 1 389 479 | 1 431 643 |
Apparaatsuitgaven | |||||||
Landmachtstaf | 155 406 | 158 285 | 138 513 | 132 991 | 130 748 | 128 657 | 127 361 |
Overige eenheden BLS | 181 175 | 148 671 | 131 389 | 124 679 | 131 455 | 134 362 | 134 320 |
Wachtgelden en inactiviteitswedden | 42 879 | 46 244 | 42 366 | 44 800 | 42 198 | 38 280 | 32 983 |
Bijdrage aan baten-lastendiensten | 28 047 | 35 560 | 35 501 | 35 502 | 35 498 | 35 500 | |
Totaal apparaatsuitgaven | 379 460 | 381 247 | 347 828 | 337 971 | 339 903 | 336 797 | 330 164 |
Totaal uitgaven | 1 628 471 | 1 765 227 | 1 793 077 | 1 809 911 | 1 820 658 | 1 726 276 | 1 761 807 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 39 234 | 34 721 | 34 721 | 34 721 | 34 721 | 34 721 | 34 721 |
Uitgavenverdeling naar operationele doelstellingen
In de bovenstaande tabel zijn de uitgaven gepresenteerd van de Koninklijke landmacht die samenhangen met de realisatie van de operationele doelstellingen. Bij deze presentatie is de organisatorische indeling van de Koninklijke landmacht gehanteerd. In onderstaande tabel zijn de programmauitgaven, exclusief investeringen en subsidies, extra-comptabel toegerekend aan de operationele doelstellingen uit de doelstellingenmatrix.
De toe te rekenen uitgaven betreffen de uitgaven aan de operationele doelstellingen uit dit beleidsartikel en de uitgaven aan ondersteunende eenheden uit het niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht». Bij de ondersteunende eenheden zijn direct aan producten/diensten te relateren uitgaven aan de hand van de gerealiseerde output toegerekend aan de afnemer.
Voor wat betreft het MatLogCo heeft geen toerekening aan operationele doelstellingen plaatsgevonden, doch zijn de uitgaven toegerekend aan wapensystemen of bevoorradingsactiviteiten. Deze toerekening is opgenomen in niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht». Aan de systematiek van een zuivere toerekening van de uitgaven aan afnemers, zal in het kader van een verdere uitwerking van het systeemmanagement verder invulling worden gegeven.
Extra comptabele verdeling uitgaven voor 2005 in € 1 000 Koninklijke landmacht | Operationeel Commando (artikel 02) | Landmacht-staf en overig KL (artikel 02) | OTCO en KMA (artikel 60) | MATLOGCO (artikel 60) | CDC eenheden (artikel 60) | Totaal |
Toe te rekenen uitgaven | ||||||
HRF(L)HQ | 21 036 | 4 311 | 1 528 | 1 439 | 28 314 | |
Air Manoeuvre Brigade | 81 429 | 16 689 | 10 807 | 6 472 | 115 397 | |
Gemechaniseerde brigade 13 | 87 494 | 17 932 | 9 015 | 7 192 | 121 633 | |
Gemechaniseerde brigade 41 | 99 129 | 20 317 | 7 718 | 6 472 | 133 636 | |
Gemechaniseerde brigade 43 | 84 602 | 17 339 | 9 447 | 5 753 | 117 141 | |
Combat Support and Support Command | 87 821 | 17 999 | 12 439 | 6 472 | 124 731 | |
Divisie logistiek Commando | 126 026 | 25 829 | 24 878 | 10 068 | 186 801 | |
Overig | 93 401 | 19 144 | 32 778 | 145 323 | ||
Totaal toe te rekenen | 680 938 | 139 560 | 108 610 | – | 43 868 | 972 976 |
Nog niet toe te rekenen uitgaven | 256 700 | 51 720 | 31 295 | 312 107 | 39 927 | 691 749 |
Niet toe te rekenen uitgaven | ||||||
Investeringen | 500 048 | 500 048 | ||||
Keuring/werving/initiële opleidingen | 104 031 | 104 031 | ||||
Wachtgelden/inacitiviteitswedden | 42 366 | 42 366 | ||||
Subsidies | 7 563 | 7 563 | ||||
Apparaat | 114 182 | 114 182 | ||||
Totaal | 937 638 | 855 439 | 243 936 | 312 107 | 83 795 | 2 432 915 |
De Koninklijke landmacht beschikt voor het realiseren van de genoemde doelstellingen vanaf 1 januari 2005 over de volgende organisatiestructuur. Het Materieel-logistiek Commando (MATLOGCO) en delen van het Personeelscommando (PERSCO) gaan in 2005 over naar de Centrale organisatie. De gegevens voor deze Commando's zijn hier nog opgenomen. Dit geldt ook voor de KMA. De overige eenheden worden per 1 januari 2006 gegroepeerd in het Commando Landstrijdkrachten.
De verschillende Commando's worden geraamd in diverse artikelen. In het beleidsartikel 02 «Koninklijke landmacht» worden achtereenvolgens het OPCO, de LAS en het PERSCO geraamd. In het beleidsartikel 10 «Civiele Taken» is het EOCKL opgenomen. Tot slot worden in het niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning Krijgsmacht» het OTCO, het MATLOGCO en de KMA geraamd.
Het Operationeel Commando KL (OPCO)
Alle operationele eenheden zijn ondergebracht bij dit commando, behoudens het HRF(L)HQ en de eenheden die direct daaraan gerelateerd zijn. De commandant van het OPCO is verantwoordelijk voor het primaire (operationele) proces van de Koninklijke landmacht: het opleiden en trainen tot operationeel gerede en zonodig inzetgerede eenheden. Verder is het OPCO verantwoordelijk voor het formeren en gereedstellen van eenheden voor specifieke crisisbeheersingsoperaties (bijvoorbeeld SFOR, NRF, enzovoorts). Tot slot is het OPCO belast met de uitvoering van uiteenlopende steunverleningsopdrachten. Het OPCO heeft de taken van de Operationele staf overgenomen met uitzondering van het Situatie Centrum. Van het oude Nationaal Commando (NATCO) is de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van essentiële locaties (zoals havengebieden) op het Nederlands grondgebied, het onderhouden en beveiligen van militaire locaties, het verlenen van militaire bijstand en explosievenopruiming overgenomen. Ook zijn de vijf Regionale Militaire Commando's (RMC'n) en de gekoppelde bataljons Nationale Reserve (NATRES) toegevoegd aan het OPCO. Deze bataljons zijn samengesteld uit vrijwillige reservisten. Van de oorspronkelijke taak (de bewaking en de beveiliging van belangrijke objecten op het nationale grondgebied in tijden van crisis) is het accent verschoven naar de taak ondersteuning van bondgenoten die van het Nederlandse grondgebied gebruik maken (Host Nation Support) en taken in het kader van de maatschappelijke dienstverlening.
Opleiden en trainen zijn de kernactiviteiten die leiden tot het tijdig beschikbaar hebben van operationeel gerede eenheden. Hoewel het OPCO ook wordt belast met het uitvoeren van steunverlenende activiteiten en de materiële en personele instandhouding, zijn de opleidings- en trainingsactiviteiten de belangrijkste activiteiten. Eenheden die niet zijn ingezet, besteden het grootste deel van hun tijd aan deze activiteiten. Binnen deze opleidings- en trainingsactiviteiten is het oefenen één van de belangrijkste pijlers waarop de operationele gereedheid wordt gebouwd. Dit wordt in de tabel «prestatiegegevens OPCO» als volgt gekwantificeerd:
Eenheid | GeoefendheidGeplande oefendagen per O&T niveau | Begroting 2005 | |||||
I t/m III | IV | V | VI | Totaal | x €1 000 | ||
HRF(L) HQ | Staff* | 45 | 30 | 75 | 305 | ||
Staff Support battalion* | 74 | 74 | 202 | ||||
CIS battalion* | 74 | 74 | 304 | ||||
Special Operations Staff* | 3 | 3 | 9 | ||||
Commandotroepencompagnie | 453 | 30 | 483 | 2 116 | |||
Kernstaf Logistieke brigade | 18 | 18 | 193 | ||||
Kernstaf Geniebrigade | 2 | 11 | 13 | 138 | |||
11 AMB | Brigadestaf (inb ststcie) | 42 | 5 | 21 | 29 | 97 | 588 |
Infanteriebataljon Luchtmobiel | 1 213 | 272 | 336 | 1 821 | 11 097 | ||
Mortiercompagnie Luchtmobiel | 115 | 10 | 21 | 146 | 890 | ||
Geniecompagnie Luchtmobiel | 42 | 19 | 21 | 82 | 501 | ||
Luchtverdedigingscompagnie | 71 | 6 | 26 | 104 | 631 | ||
Geneeskundige compagnie | 59 | 29 | 42 | 130 | 791 | ||
Bevoorradingscompagnie | 50 | 9 | 21 | 80 | 489 | ||
Herstelcompagnie | 52 | 9 | 32 | 93 | 565 | ||
MECHBRIG | Brigadestaf (inb ststcie) | 9 | 132 | 141 | 1 556 | ||
Pantserinfanteriebataljon (manbat) | 652 | 133 | 250 | 1 035 | 9 007 | ||
Tankbataljon (manbat) | 598 | 139 | 246 | 983 | 8 523 | ||
Brigade Verkenningseskadron | 97 | 97 | 194 | 1 719 | |||
Afdeling Veldartillerie | 279 | 424 | 95 | 798 | 6 097 | ||
Pantsergeniecompagnie | 132 | 124 | 256 | 2 567 | |||
Geneeskundige compagnie | 105 | 76 | 181 | 1 238 | |||
Bevoorradingscompagnie | 56 | 105 | 161 | 1 227 | |||
Herstelcompagnie | 37 | 112 | 149 | 1 683 | |||
CSC | ISTAR module | 227 | 21 | 3 | 251 | 1 773 | |
Pantsergeniecompagnie | 52 | 14 | 15 | 81 | 808 | ||
Brugcompagnie | 14 | 15 | 29 | 289 | |||
Constructiecompagnie | 48 | 110 | 45 | 203 | 2 033 | ||
NBC-compagnie | 20 | 20 | 15 | 55 | 552 | ||
Pantserluchtdoelbatterij | 200 | 59 | 260 | 2 416 | |||
Verbindingsbataljon | 190 | 92 | 282 | 2 786 | |||
DLC | Bevoorradings- en Transportbataljon | 224 | 109 | 445 | 778 | 6 550 | |
Herstelcompagnie | 74 | 73 | 146 | 1 655 | |||
400 Geneeskundig bataljon | 45 | 50 | 42 | 137 | 1 045 | ||
Nationale Reserve Bataljon | 102 | 102 | 14 597 | ||||
NL-deel CIMIC Group North* | 2 | 15 | 3 | ||||
NL CIMIC Support Unit* | 1 | 10 | 2 | ||||
Totaal Begroting | 86 944 |
* Voor deze onderdelen hebben de geraamde bedragen betrekking op uitgaven en niet zoals bij de andere onderdelen op kosten. Zodra deze eenheden zijn opgenomen in het Financieel Generiek Jaarplan kan ook voor deze eenheden met kostengegevens worden gewerkt.
Het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier (High Readiness Forces (Land) Headquarters (HRF(L)HQ)) is een snel inzetbaar hoofdkwartier. Het HQ is een multinationale eenheid waarvan de kern wordt geleverd door Duitsland en Nederland. Het HQ wordt ondersteund door een binationaal «Staff Support Battalion» en een «Communication and Information System Battalion» (CIS-Bn). Het Nederlandse deel van het hoofdkwartier valt rechtstreeks onder de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS), de planning en control wordt verzorgd door het Operationeel Commando.
De Landmachtstaf (LAS) ondersteunt de bevelhebber bij de aansturing van de Koninklijke landmacht en bij zijn taken als bevelhebber. De LAS draagt zorg voor de ontwikkeling van het beleid en het opstellen van plandocumenten. Met het verdwijnen van de functie van bevelhebber zal ook de LAS per 1 januari 2006 opgeheven worden.
Het PERSCO is verantwoordelijk voor de personele keten van de Koninklijke landmacht. Hiertoe worden de volgende taken onderkend: het inrichten en ten dele verrichten van het personele proces, het ontwikkelen van normen voor het personele proces en het ontwikkelen van functioneel personeelsbeleid, het ontwikkelen en ondersteunen van de organisatie, de planning en control van het personele proces en tot slot het beheer en het ontwikkelen van een zorgsysteem voor het personeel van de Koninklijke landmacht. Met de oprichting van het PERSCO is inhoud gegeven aan de reductiedoelstelling SBSKL (Stroomlijning Bedrijfsvoering en Staven Koninklijke landmacht).
Onderstaand wordt een toelichting gegeven bij de DMP-projecten die in uitvoering zijn en de DMP-projecten waarvoor naar verwachting in het begrotingsjaar 2005 een behoeftestellingsbrief naar het parlement zal worden gezonden.
Het beleid is gericht op de verbetering en modernisering van het bestaande materieel, de opheffing van tekortkomingen en de vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.
Project Wissellaadsystemen (WLS) 165 kN
Doelstelling | Vergroting van de logistieke mobiliteit | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 213,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Contract | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 153 330 | 55 820 | 650 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 11 850 | 15 460 | 85 620 | 92 270 | 4 600 |
Dit project bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft de verwerving van voertuigen. Het tweede deel (WLS-overig) richt zich op de verwerving van containers, flatracks (container roll in and out platforms), aanhangwagens en overslagmiddelen. Het te verwerven voertuig kan containers en flatracks zelfstandig laden, vervoeren en lossen. De Koninklijke landmacht voert het project in single service management uit voor de andere krijgsmachtdelen. De aanvang van de serieleveringen is in 2004 voorzien.
Project Licht verkennings- en bewakingsvoertuig (FENNEK/LVB)
Doelstelling | Vervanging van de verouderde M113 en Landrover/verkenning | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 253,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 16 312 | 550 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 5 120 | 7 900 | 11 100 | 67 100 | 63 600 | 54 800 | 3 500 |
Ter vervanging van de M113 C&V en de Landrover 7,5 kN (verkenning) is het lichte verkennings- en bewakingsvoertuig van het type FENNEK aangekocht (FENNEK/LVB). Het project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. In 2003 is de eerste FENNEK aan de Koninklijke landmacht overgedragen. De totale levering loopt vertraging op door problemen bij de producent.
Project Licht pantserwielvoertuig (FENNEK/MRAT- en AD-versie)
Doelstelling | Voorzien in kleinere pantserwielvoertuigen voor de algemene dienst, een anti-tankversie en een stingerversie | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 187,4 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 12 340 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 40 | 800 | 7 000 | 23 100 | 39 700 | 86 100 | 5 900 |
Dit project voorziet in kleinere pantserwielvoertuigen voor zowel de algemene dienst (AD) als een anti-tankversie (MRAT) en het gepantserde Stingerplatform. Het betreft een variant van de FENNEK/LVB. De vertraging in dit deelproject is gekoppeld aan de FENNEK/LVB (zie hiervoor).
Project Gevechtswaardeverbetering Leopard 2
Doelstelling | Versterken van de personele bescherming en vuurkracht van de Leopard 2 | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 364,3 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 5 240 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 56 340 | 9 870 | 11 030 | 4 740 |
Het project Verbetering Leopard 2 wordt in twee fasen uitgevoerd. De tweede fase, de bescherming van het personeel door het verbeteren van de bepantsering, is afgerond. In de eerste fase wordt de vuurkracht van de Leopard verbeterd door het aanbrengen van een verlengde schietbuis en het verwerven van verbeterde munitie. Over de uitgevoerde deelevaluatie is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 27 830 nr. 23.
Project Medium Range Anti-Tank (MRAT)
Doelstelling | Verbeteren van de anti-tankcapaciteit met een dracht tot 2000 meter | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 216,3 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 10 733 | 4 130 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 20 464 | 51 840 | 49 900 | 10 800 | 10 300 |
Het project omvat de aanschaf van een fire and forget systeem (GILL) met een effectieve dracht van 2000 meter. Met deze aanschaf worden in de komende jaren de technisch en operationeel verouderde DRAGON en TOW-systemen van de infanterie- en verkenningseenheden van de Koninklijke landmacht en het Korps Mariniers vervangen. De invoering van de MRAT-systemen is inmiddels gestart.
Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)
Doelstelling | Voorzien in een simulatiesysteem voor verschillende eenheden en in verschillende oefenterreinen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 80,7 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | Contract | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 65 755 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 641 | 24 650 | 14 260 | 12 870 | 18 380 |
TACTIS is een simulatiesysteem waarmee in verschillende individuele en teamsamenstellingen in een door een computer gegenereerd oefenterrein, inclusief vijandvoorstelling, kan worden getraind. De resultaten van de gevechtssimulaties worden bewaakt en vastgelegd en kunnen naderhand worden geëvalueerd. De invoering van TACTIS is van groot belang voor de verbetering van de training op bataljonsniveau en lager.
Doelstelling | Vervanging vuurmonden M-114 en M-109 | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 454,7 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 20 394 | 66 450 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 54 | 31 300 | 31 800 | 103 800 | 108 100 | 85 100 | 82 200 |
Dit project betreft de vervanging van de M109 vuurmonden, inclusief de verwerving van een initieel munitiepakket extended range 155 mm projectielen. Vanaf 2003 worden de M109 A2/90 van de parate afdelingen veldartillerie op brigadeniveau vervangen door de nieuwe vuurmond, de Pantserhouwitzer 2000 (PzH2000). Het project wordt omstreeks 2009 afgerond.
Project Battlefield Management System (BMS)
Doelstelling | Vergroten situational awareness op bataljonsniveau en lager | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 68 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-C | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 400 | 15 000 | 17 600 | 22000 | 7 000 |
Het Battlefield Management System (BMS) is een systeem voor de ondersteuning van Command and Control (C2) op het niveau van bataljon en lager. Met de invoering van BMS beschikken mobiele eenheden (bataljonsniveau en lager) te allen tijde over een actueel en integraal beeld van de operatie (Common Operational Picture). Hiermee wordt de effectiviteit van een operatie verhoogd en wordt de veiligheid van het personeel verbeterd.
Project Future Ground Based Air Defence Systems (FGBADS)
Doelstelling | Verbeteren van de informatievoorziening in de grondluchtverdediging | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 151,8 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-B/C | Contract | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 362 | 44 734 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 2 633 | 10 430 | 25 400 | 10 000 | 2000 | 21 000 | 23 000 |
Het project FGBADS bestaat uit twee delen. Het eerste deel, BMC4I (Battlefield Management Command, Control, Communication, Computerisation and Intelligence), bestaat onder andere uit sensoren, randapparatuur, radars en datacommunicatiemiddelen. De eerste fase (€ 52,8 miljoen) voorziet in een initiële operationele capaciteit BMC4I-middelen (inclusief drie sensoren). De tweede fase (€ 99 miljoen) voorziet vanaf 2006 in een uitbreiding (inclusief vijf sensoren) van de initiële BMC4I-middelen tot een volledig operationele capaciteit.
Het tweede deel betreft Short Range Air Defence (SHORAD), de zogenaamde shooters. Hieraan wordt inhoud gegeven door de voorgenomen materieelruil met Noorwegen (de Noorse Deal), waarvoor een beginselovereenkomst is gesloten.
Project Groot pantserwielvoertuig (Boxer)
Doelstelling | Vervanging pantserrupsvoertuigen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 547 miljoen gebaseerd op de eerste serie van 200 Boxers (inclusief € 113 miljoen voor de ontwikkelingsfase) | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-D | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 223 | 17 830 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 13 595 | 19 200 | 13 500 | 9 800 | 43 000 |
Dit project voorziet in de verwerving van een groot gepantserd wielvoertuig (Boxer) in de versies voor algemene diensten (transport), gewondentransport, commandovoering, Battle Damage Repair (BDR) en genie. Hiervoor is aansluiting gezocht bij het Duits-Britse pantserwielvoertuigenproject GTK/MRAV. Recentelijk heeft de Britse overheid bekend gemaakt niet langer te willen deelnemen aan dit project. Duitsland en Nederland zoeken naar een bilaterale oplossing voor de realisatie van het Boxer-programma binnen de huidige randvoorwaarden. Parallel wordt een marktonderzoek uitgevoerd naar alternatieven voor de Boxer. De totale behoefte is neerwaarts bijgesteld naar 257 Boxers. De aangegeven reeks betreft de ontwikkelingsfase en de verwerving van een eerste serie van 200 Boxers.
Project Infanterie gevechtsvoertuig (IGV)
Doelstelling | Vervanging van het pantserinfanteriegevechtsvoertuig (YPR-765) | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 895,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-C/D | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 561 | 4 400 | 10 500 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 176 | 4 400 | 5 000 | 6 100 | 110 000 | 110 000 | 130 000 |
Naast de FENNEK (MRAD/AD) en de Boxer is dit het laatste deel van het overkoepelende project Vervanging Pantservoertuigen. Dit deelproject betreft de vervanging van de technisch en operationeel sterk verouderde YPR-PRI door een nieuw infanteriegevechtsvoertuig. Met dit nieuwe infanteriegevechtsvoertuig wordt voldaan aan de operationele eisen van het moderne optreden: betere bescherming, grote mobiliteit en goede vuurkracht.
Project Short Range Anti-Tank (SRAT)
Doelstelling | Verbeteren van de anti-tankcapaciteit met een dracht tot 1000 meter | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 66,6 miljoen waarvan € 53,6 miljoen op artikel 02 Koninklijke landmacht | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-D | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 53 000 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 22 000 | 7 000 |
Doel van dit project is de directe zelfbescherming van het laagste organisatieniveau (de groep of het enkele voertuig) tegen gepantserde doelen. Het optreden bij vrijwel alle soorten eenheden, en vooral in verstedelijkt gebied, vereist op basis van de schootsafstanden en de te bestrijden doelen, pantserbestrijdingsmiddelen met een korte dracht (tot 1000 meter). Door dit project wordt het technisch en operationeel verouderde AT-4 systeem vervangen. De Koninklijke landmacht voert dit project in single service management uit, ook ten behoeve van het Korps mariniers.
Voorzieningen contramobiliteit 11 AMB
Doelstelling | Middelen ter bescherming van eenheden van 11 AMB | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-C | DMP-D | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 4 500 | 4 500 | 4 500 |
Dit project voorziet in middelen (anti-tankmijnen aangevuld met alternatieve middelen om vroegtijdige ruiming door vijandelijk personeel te voorkomen) ter bescherming van eenheden van 11 AMB, die handmatig kunnen worden gelegd teneinde de eigen positie te behoeden voor vijandelijke overrompeling.
Verbetering mobiliteit Stinger (Stingerplatforms)
Doelstelling | Verbetering mobiliteit STINGER | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 36 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 36 000 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 7 000 | 10 000 | 12 000 | 7 000 |
Dit project maakt onderdeel uit van de maatregel «Grondgebonden luchtverdediging» en voorziet in de verwerving van luchtverdedigingsystemen voor de korte afstand (VSHORAD) ter vervanging van de pantserrupsvoertuigen tegen luchtdoelen (PRTL). In dit project worden Stinger-systemen geplaatst op het gepantserde FENNEK-voertuig en op ongepantserde voertuigen van Mercedes-Benz.
Project Soldier Modernisation Programme (SMP)
Doelstelling | Verhogen effectiviteit en verbeteren van de persoonlijke bescherming van de soldaat | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 283,3 waarvan € 221,6 miljoen op artikel 02 Koninklijke landmacht | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 3 003 | 13 200 | 29 000 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 3 390 | 9 170 | 10 000 | 13 000 | 15 400 | 19 800 | 20 000 |
Het Soldier Modernisation Programme (SMP) moet leiden tot een verhoging van de effectiviteit van de (gevechts)soldaat en een verbetering van de persoonlijke bescherming. Hierdoor kan de (gevechts)soldaat een grotere individuele bijdrage leveren aan de effectiviteit van kleine, mobiele en flexibel optredende eenheden. Het SMP bestaat voornamelijk uit kleinere, veelal niet DMP-projecten. In het SMP wordt nauw samengewerkt met het Korps mariniers en de Koninklijke luchtmacht.
Doelstelling | Verbeteren van waarnemingen onder verminderd zicht omstandigheden | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | DMP-D | |||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 7 000 | 10 000 | 9 800 |
Met het project «Verbeterd Zicht» worden geavanceerde niet systeem-gebonden nachtricht- en zichtmiddelen verworven. Het stelt te voet optredend personeel in staat op te treden bij verminderd zicht, zowel bij dag als bij nacht, tijdens alle vormen van operationele inzet. In 2003 zijn deelproeven verricht en zijn kleinschalige operationele testen gestart.
Project Vervanging Trekkeropleggercombinaties (Tropco's) 400kN en 650 kN
Doelstelling | Vervoeren van het toekomstige infanterievoertuig en de zwaardere tank met ingang van 2004 | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 57,5 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 1 500 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 4 640 | 41 590 | 11 270 |
Dit gemandateerde project voorziet in de verwerving van twee typen trekkeropleggercombinaties (tropco's). De lichte versie van 400kN is geschikt voor het vervoer van het toekomstige infanterie(gevechts-)voertuig en andere uitrustingsstukken zoals brugdelen. De zware versie van 650kN is geschikt voor het vervoer van de (gemodificeerde) gevechtstank en afgeleide versies daarvan en voor de Pantserhouwitzer (Pzh)-2000. De pré-serie is inmiddels geleverd. Vanaf 2004 is de instroom voorzien.
Project Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN)
Doelstelling | Verbeteren van de C3I-ondersteuning op de niveaus legerkorps, divisie, brigade en bataljon | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 137,9 miljoen (KL € 30 miljoen inclusief infrastructuur; KLu € 11,5 miljoen; EVDB € 96,4 miljoen) | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 5 010 | 10 500 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 3 264 | 14 000 | 480 | 1 300 |
Dit project, dat grotendeels gefinancierd wordt uit EVDB-gelden, voorziet in de verwerving van een beveiligd, flexibel en geïntegreerd communicatie- en informatiesysteem dat in staat is grote hoeveelheden spraak- en datacommunicatie te verwerken en het optreden over grote afstanden in elk terrein te ondersteunen. TITAAN is modulair opgebouwd en maakt gebruik van civiele en Navo-standaarden. Het stelt eenheden op alle niveaus in staat autonoom of geïntegreerd op te treden. Samen met het Battlefield Management System (BMS) vormt dit systeem de ruggengraat van het grondgebonden optreden in het kader van Network Centric Warfare (Operations).
Aangezien de behoeften van de Koninklijke land- en luchtmacht grote overeenkomsten vertonen en zij bovendien met elkaar moeten kunnen samenwerken, is besloten deze gezamenlijk te verwerven. Ook de logistieke ondersteuning en de opleidingen worden zoveel mogelijk gecombineerd.
Doelstelling | Concentratie van de luchtverdediging van de KL en KLu op de luchtmachtbasis De Peel | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 27,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 5 000 | 22 100 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 5 000 | 16 000 | 6 100 |
Voor de concentratie van de luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht worden een Joint Air Defence School en een Joint Air Defence Centre opgericht. Het project op luchtmachtbasis De Peel omvat de verbouw van bestaande infrastructuur en nieuwbouw. Het project is aangepast op de consequenties van de maatregelen voor de grondgebonden luchtverdediging, zoals deze in de Prinsjesdagbrief 2003 zijn vermeld. De aanschaf van een nieuwe Stingertrainer maakt niet langer deel uit van dit project, maar zal als afzonderlijk investeringsproject worden gerealiseerd.
Infrastructuur De Strijpse Kampen
Doelstelling | Nieuwbouw voor het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 67,8 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 54 800 | 8 500 | 300 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 52 300 | 5 300 | 6 000 |
De eenheden van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden op het Prinses Irene Kamp te Eindhoven en de Frederik Hendrikkazerne in Venlo zijn in 2003 geconcentreerd op de Strijpse Kampen in Oirschot. Dit project wordt volledig door nieuwbouw gerealiseerd. Enkele nieuwbouwprojecten (zoals een sporthal en een werkplaats) worden in de komende jaren gerealiseerd.
Infrastructuurprogramma «Nieuw Evenwicht» Koninklijke Landmacht
Doelstelling | Infraconsequenties parate KL, opheffen 41e Brigade, sluiten Seedorf en Ede-Oost | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 140 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 36 000 | 49 000 | 42000 | 13 000 |
De begroting 2004 vermeldt het infrastructuurproject Opheffen Brigade Seedorf. Andere maatregelen uit de Prinsjesdagbrief 2003 en de Najaarsbrief 2002 hebben ingrijpende infrastructurele gevolgen voor de Koninklijke landmacht, zoals de ontruiming van de locatie Ede-Oost en de omvorming tot een volledig parate Koninklijke landmacht.
Bij de uitwerking van de infrastructuurplannen is gebleken dat de genoemde maatregelen zo nauw met elkaar verweven zijn, dat de onderliggende infrastructurele projecten veelal niet aan specifieke maatregelen toe te rekenen zijn. De infrastructurele projecten die samenhangen met de vorming van een volledig parate Koninklijke landmacht, de opheffing van de 41e Gemechaniseerde Brigade en de sluiting van de legerplaats Seedorf en het kazernecomplex Ede-Oost zijn daarom geclusterd tot het programma «Infrastructurele consequenties nieuw evenwicht KL». Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd (Kamerbrief 29 200 X, nr. 68, d.d. 19 maart 2004).
Infrastructuurproject Koninklijke Militaire Academie
Doelstelling | Verbetering van infra en nieuwbouw voor de Koninklijke Militaire Academie | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 29,6 miljoen (inclusief bijdragen KLu en Kmar) | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 12 400 | 7 800 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 4 300 | 8 100 | 6 200 | 1 600 |
De op de KMA aanwezige infrastructuur voldoet niet meer aan de thans geldende normen. Teneinde de situatie te verbeteren zijn investeringen noodzakelijk. De Tweede Kamer is in 2003 over dit project geïnformeerd. De infrastructurele voorzieningen om het IDL in Breda onder te brengen, maken geen deel uit van dit project. Het project «Verhuizen IDL naar KMA» is opgenomen onder niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht».
Niet meer opgenomen DMP-projecten
In de begroting 2004 werden als separaat project vermeld:
• Infrastructuurproject Hoger Onderhoud KL. Dit project heeft een kleinere omvang dan € 25 miljoen en is daarom niet langer apart opgenomen.
• Infrastructuurproject Opheffen Brigade Seedorf. Dit project is opgegaan in het nieuwe Infrastructuurprogramma «Nieuw Evenwicht» Koninklijke landmacht en is daarmee vervallen als apart project.
De Koninklijke landmacht verleent subsidies aan de stichtingen «Het Militair Historisch Museum» (€ 7,4 miljoen) en Jeugdwerk Duitsland (€ 0,14 miljoen). Deze vermelding vormt, voor de onder dit artikel opgenomen subsidieverleningen, de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Het Militair Historisch Museum stelt voorwerpen van krijgsgeschiedkundige aard ten toon. Het budget is vooral bestemd voor personeels- en huisvestingskosten.
De stichting Jeugdwerk Duitsland richt zich op de uitvoering van jeugd- en jongerenwerk ten behoeve van in Duitsland woonachtige Nederlandse gezinnen.
De ontvangstenraming van de Koninklijke landmacht beslaat in 2005 € 34,7 miljoen. In de ontvangstenbegroting zijn de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op de personele, de materiële en de specifieke ontvangsten.
Indien de ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten of goederen aan andere defensieonderdelen of baten-lastendiensten van Defensie, dan worden additionele uitgaven gehanteerd.
Indien ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten en goederen aan andere ministeries of derden, dan worden respectievelijk integrale kosten en marktconforme prijzen gehanteerd.
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 1 793 077 | 1 809 911 | 1 820 658 | 1 726 276 | 1 761 807 | |||||
Waarvan apparaatsuitgaven | 347 828 | 337 971 | 339 903 | 336 797 | 330 164 | |||||
Dus programmauitgaven | 1 445 249 | 1 471 940 | 1 480 755 | 1 389 479 | 1 431 643 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 71% | 1 019 109 | 68% | 1 001 010 | 61% | 902 335 | 52% | 728 799 | 48% | 690 707 |
Waarvan complementair | 28% | 403 936 | 28% | 406 684 | 34% | 507 531 | 39% | 537 085 | 42% | 607 817 |
Resterende plannen | 1% | 22 204 | 4% | 64 246 | 5% | 70 889 | 9% | 123 595 | 10% | 133 119 |
Totaal | 100% | 1 445 249 | 100% | 1 471 940 | 100% | 1 480 755 | 100% | 1 389 479 | 100% | 1 431 643 |
Competitieve dienstverlening (CDV)
Competitieve dienstverlening is binnen de Koninklijke landmacht reeds enige jaren ingevoerd en doorgevoerd. Een aantal van de dienstverlenende onderdelen is aan de CDV-toets onderworpen en voor sommige onderdelen, waarvan de toets uitwees dat uitbesteding of de Meest Efficiënte Organisatie (MEO) een doelmatiger uitvoering van de dienstverlening met zich meebracht, is een migratietraject naar MEO of uitbesteding gestart.
Bij grote investeringen die worden overwogen, wordt tevens de CDV-toets genomen, hetgeen betekent dat de mogelijkheden van civiele toepassingen van het militaire materieel of van civiele invulling van de (militaire) behoeftestellingen worden nagegaan.
Beleidsartikel 03. Koninklijke luchtmacht
De Koninklijke luchtmacht levert met luchtstrijdkrachten een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de drie hoofddoelstellingen van de krijgsmacht. Personeel en middelen worden daartoe inzetgereed gesteld en gehouden. De Koninklijke luchtmacht levert slagkracht in en vanuit de lucht. Met haar wapensystemen is zij in staat het luchtruim te domineren en daarmee vrijheid van handelen te creëren voor operaties vanuit de lucht, op het land en vanaf de zee. Luchtstrijdkrachten kunnen zich goed aanpassen aan wisselende omstandigheden door hun reactiesnelheid, precieze inzet en gedoseerde slagkracht en het vermogen snel te escaleren en te deëscaleren.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De operationele doelstellingen staan in de onderstaande doelstellingenmatrix. Hierin is weergegeven hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar dienen te zijn voor inzet ten behoeve van de hoofddoelstellingen van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangegeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluiten aan bij de Navo-indeling in «High Readiness Forces» (HRF), «Forces of Lower Readiness» (FLR) en «Long Term Build-up Forces» (LTBF).
DOELSTELLINGENMATRIX | HRF | FLR/LTBF | ||
Gereedheidstermijn Type eenheid | Totale capaciteit | Direct inzetbaar | Op korte termijn inzetbaar | Op lange termijn inzetbaar/Reserve |
Tactische Luchtstrijdkrachten, waarvan | ||||
Squadron Jachtvliegtuigen | 5 | 4 | 1 | |
Squadron Gevechtshelikopters | 1 | 1 | ||
Squadron Transporthelikopters | 2 | 2 | ||
Squadron Lutra/tankervliegtuigen | 1 | 1 | ||
Geleide Wapen fire platoons | 4 | 4 | ||
Air Operations Control Station | 1 | 1 |
Reactietermijnen: HRF Direct = < 20/30 dagen; HRF kort = < 90 dagen; FLR = 180 dagen.
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die ter beschikking van de Koninklijke luchtmacht staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in navolgende tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 1 032 919 | 1 402 289 | 1 143 654 | 3 633 550 | 1 041 922 | 863 827 | 839 296 |
Uitgaven | |||||||
Programmauitgaven | |||||||
Tactische Luchtmacht | 473 790 | 466 443 | 452 569 | 455 107 | 442 801 | 428 377 | 423 769 |
Investeringen | 296 629 | 352 107 | 294 584 | 373 845 | 456 614 | 519 100 | 584 799 |
Totaal programmauitgaven | 770 419 | 818 550 | 747 153 | 828 952 | 899 415 | 947 477 | 1 008 568 |
Apparaatsuitgaven | |||||||
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten | 372 243 | 336 376 | 338 302 | 321 635 | 286 163 | 283 262 | 286 005 |
Wachtgelden en inactiviteitswedden | 10 346 | 11 697 | 12 122 | 4 519 | 4 030 | 4 416 | 4 416 |
Bijdragen aan baten-lastendiensten | 0 | 8 548 | 8 548 | 8 548 | 8 548 | 8 548 | 8 548 |
Totaal apparaatsuitgaven | 382 589 | 356 621 | 358 972 | 334 702 | 298 741 | 296 226 | 298 969 |
Totaal uitgaven | 1 153 008 | 1 175 171 | 1 106 125 | 1 163 654 | 1 198 156 | 1 243 703 | 1 307 537 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 36 524 | 36 997 | 36 997 | 36 997 | 36 997 | 36 997 | 36 997 |
Uitgavenverdeling naar operationele doelstellingen
In de onderstaande tabel zijn de uitgaven voor de begroting 2005 zoveel mogelijk toegerekend aan de operationele doelstellingen zoals deze in de doelstellingenmatrix zijn opgenomen.
De toe te rekenen uitgaven betreffen de uitgaven aan de operationele doelstelling uit dit beleidsartikel en de uitgaven aan ondersteunende eenheden uit het niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht. Bij de ondersteunende eenheden zijn de direct aan producten/diensten te relateren uitgaven aan de hand van de gerealiseerde output toegerekend aan de afnemer. De uitgaven voor het ressort Opleidingen (OKLu) zijn vooralsnog niet toe te rekenen aan wapensystemen. De uitgaven van het ressort Logistiek Centrum KLu (LCKLu) in de kolom Onderhoud zijn toegerekend voor wat betreft het groot onderhoud, de overige uitgaven kunnen nog niet worden toegerekend.
Extra comptabele verdeling uitgaven voor 2005 in € 1 000 Koninklijke luchtmacht | Tactische Luchtmacht (artikel 03) | Staf BDL (artikel 03) | OKLu (artikel 60) | LCKLu (artikel 60) | CDC eenheden (artikel 60) | Totaal |
Toe te rekenen uitgaven | ||||||
Jachtvliegtuigen | 195 473 | 67 468 | 35 206 | 6 840 | 304 987 | |
Helikopters | 115 666 | 40 786 | 28 380 | 3 420 | 188 252 | |
Luchttransport | 42 012 | 9 281 | 2 168 | 1 222 | 54 683 | |
Geleide wapens | 43 593 | 22 080 | 6 897 | 1 467 | 74 037 | |
Commandovoering | 26 292 | 976 | 27 268 | |||
Totaal toe te rekenen | 423 036 | 139 615 | 72 651 | 13 925 | 649 227 | |
Nog niet toe te rekenen uitgaven | 29 533 | 207 235 | 67 206 | 81 016 | 11 515 | 396 505 |
Niet toe te rekenen uitgaven | ||||||
Investeringen | 294 584 | 294 584 | ||||
Wachtgelden/inactiviteitswedden | 12 122 | 12 122 | ||||
Totaal | 452 569 | 653 556 | 67 206 | 153 667 | 25 440 | 1 352 438 |
De Koninklijke luchtmacht kent de onderstaande organisatiestructuur:
De doelstellingen van de Koninklijke luchtmacht worden uitgedrukt in operationele gereedheid (zie doelstellingenmatrix). Na politieke besluitvorming zijn de eenheden van de Koninklijke luchtmacht binnen een vooraf afgesproken tijd inzetgereed. De Tactische Luchtmacht (TL) levert de inzetgerede eenheden. De ondersteunende ressorts (LCKLu en OKLu) alsmede de Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL) dragen hieraan bij.
De Tactische Luchtmacht bestaat uit een staf en operationele onderdelen. De operationele eenheden zijn verdeeld in vijf clusters, te weten: jachtvliegtuigen, helikopters, luchttransport, grond-lucht geleide wapens en commandovoering. Naast voornoemde clusters bevindt zich op Vliegbasis Woensdrecht de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG), op Vliegbasis Gilze Rijen het Vliegveiligheids Oefen- en TestCentrum (VOTC), op Vliegbasis Soesterberg de Luchtmacht Commando-en informatiesystemen (CIS) Groep (LCG) en op de drie Main Operation bases (MOB's) elkéén peloton voor de object/grondverdediging (OGRV). Ook de Nederlandse opleidingsdetachementen in de Verenigde Staten (te Fort Rucker, Tucson, Sheppard, Fort Bliss en Fort Hood) ressorteren onder de Tactische Luchtmacht.
De Nederlandse F-16 squadrons werken in nationaal en internationaal verband samen met diverse eenheden. Enkele voorbeelden hiervan zijn onder andere de samenwerking met de Koninklijke landmacht in de «close air support» rol (FAC), de samenwerking met Navo-eenheden waaronder tankers, «Airborne Early Warning and Control System» (AWACS) en grond-luchtverdedigingseenheden tijdens geïntegreerde oefeningen zoals Optic Windmill, Red Flag en Maple Flag. De jachtvliegtuigen worden ingezet in internationaal verband onder leiding van de «Joint Forces Air Component Commander». Zo worden jachtvliegtuigen aangeboden in het kader van de NATO Response Force (NRF). Deze luchtmachtbijdrage zal, waar mogelijk, geschieden in het kader van de «EPAF Expeditionary Air Wing» (EEAW); een internationaal samenwerkingsverband van Nederland, België, Noorwegen, Denemarken en Portugal. De EEAW-bijdrage in het kader van de NRF wordt specifiek afgestemd op de politieke en militaire missie (op maat gesneden) en bestaat uit «self-supporting» luchtmachtmodules van de deelnemende landen.
Prestatiegegevens Jachtvliegtuigen | ||||
Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 | |
Prestaties | ||||
Jachtvliegtuigen | Vlieguren | 21 773 | 19 000 | 19 000 |
Soort oefening | ||||
Nationale oefeningen en evaluaties | Oefendagen | 18 | 48 | 28 |
Internationale oefeningen en evaluaties | Oefendagen | 150 | 280 | 256 |
Export training in verband met geluid | Oefendagen | 120 | 126 | 126 |
De helikoptervloot van de Koninklijke luchtmacht is ingedeeld bij de THGKLu en de SAR. De SAR-helikopters zijn gestationeerd op de vliegbasis Leeuwarden. De helikopters van de THGKLu zijn thans nog gestationeerd op vliegbases Soesterberg en Gilze-Rijen. Vanaf 2008 zal de gehele THGKLu opereren vanaf de vliegbasis Gilze-Rijen. De helikopters van de THGKLu vormen samen met 11 LMB tijdens oefeningen en inzet de «11 Air Manoeuvre Brigade» (11AMB). Naast de inzet met 11 LMB worden de helikopters onder meer ingezet voor het Korps commandotroepen en het Korps mariniers. Voorts worden helikopterdetachementen ingezet tijdens operaties. Zoals bijvoorbeeld in Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF).
Prestatiegegevens Helikopters | ||||
Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 | |
Prestaties | ||||
Gevechtshelikopters | Vlieguren | 4 814 | 4 600 | 4 600 |
Transporthelikopters | Vlieguren | 5 163 | 7 030 | 7 030 |
Lichte helikopters (AL-III ) | Vlieguren | 735 | 800 | 800 |
SAR-helikopters | Vlieguren | 936 | 1 050 | 1 050 |
Soort oefening | Type helikopter | Meeteenheid | Meeteenheid | Meeteenheid |
Oefendagen | Oefendagen | Oefendagen | ||
Transport- en gevechtshelikopters | TH en GH | 65 | 117 | 59 |
Transporthelikopters | TH | 16 | 24 | 15 |
Gevechtshelikopters | GH | 5 | 76 | |
KCT training (voornamelijk 1-daagse ondersteuning) | TH en GH | 18 | 217 | 74 |
Luchttransport en «Air-to-Air-refuelling»
De luchttransportvloot voorziet in de luchttransportbehoefte van de krijgsmacht en wordt verder ingezet voor paradroppings van het Korps commandotroepen en het Korps mariniers. Daarnaast wordt de transportvloot ingezet voor nationale en internationale humanitaire hulpverlening, medische evacuatie (MEDEVAC) en vluchten in het kader van ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid. Tevens verzorgt de luchttransportvloot het vervoer van leden van het Koninklijk Huis, regering, departementen en andere Navo-krijgsmachten. De KDC-10's worden hoofdzakelijk ingezet voor «Air-to-Air-Refuelling» (AAR) van jachtvliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht en andere luchtmachten.
In 2004 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de behoeftestelling van een derde DC-10, die specifiek wordt ingericht voor strategisch transport van mensen en materieel. In 2005 zullen noodzakelijke aanpassingen en opleidingen plaatsvinden, waarna naar verwachting in 2006 het vliegtuig in gebruik kan worden genomen.
Prestatiegegevens Luchttransport | ||||
Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 | |
Prestaties | ||||
Luchttransport | Vlieguren | 5 973 | 8 000 | 8 000 |
Soort oefening | Type vliegtuig | Meeteenheid | Meeteenheid | Meeteenheid |
Oefendagen | Oefendagen | Oefendagen | ||
Tactische oefeningen gecombineerd | F-60/C-130 | 12 | 32 | 41 |
Tactische oefeningen C-130 | C-130 | 18 | 31 |
De Grondgebonden Luchtverdediging (GLVD) beschikt over vier inzetbare PATRIOT-wapensystemen verdeeld over twee operationele clusters. Deze clusters worden aangestuurd door Command and Control-entiteiten en zijn voorzien van «Stinger Short Range Air Defence»-eenheden ter zelfbescherming. Beide clusters zijn aangeboden aan de Navo en EU en zullen een bijdrage leveren aan de NRF. De GLVD-eenheden werken in nationaal en internationaal verband samen met diverse eenheden. Voorts nemen zij jaarlijks deel aan (inter)nationale en Navo-oefeningen, zodat wordt voldaan aan Navo-criteria voor deelneming aan Crisis Response operaties.
Prestatiegegevens Geleide Wapens | ||||
Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 | |
Prestaties | ||||
Geoefendheid | Mensoefendagen | 11 243* | 27 500 | 30 000 |
Soort oefening | ||||
Evaluaties | Oefendagen | 7 | 30 | |
Oefeningen USA | Oefendagen | 20 | 20 | |
Nationale en lokale oefeningen | Oefendagen | 62 | 102 | 102 |
Internationale oefeningen | Oefendagen | 15 | 10 | |
Internationale Militaire Samenwerking | Oefendagen | 5 |
* De realisatie van het aantal mensoefendagen in 2003 valt laag uit door het vervallen van grote oefeningen ingevolge de oorlog in Irak en de inzet in «Operation Display Deterrence». Indien deze inzet als «oefendagen» zou worden gerekend bedraagt de realisatie 2003 in totaal 32 533 oefendagen.
Het «Air Operations Control Station Nieuw Milligen» (AOCS NM) omvat het «Control and Reporting Centre» (CRC) en het «Military Air Traffic Control Centre» (MilATCC). Het CRC maakt deel uit van het «NATO Integrated Extended Air Defence System» (NATINEADS) en bewaakt permanent de integriteit van het Nederlandse en toegewezen Navo-luchtruim.
Prestatiegegevens Commandovoering | ||||
Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 | ||
Prestaties | Meeteenheid | |||
Gevechts- en verkeersleiding | Inzetdagen | 365 | 366 | 365 |
Soort oefening | Eenheid | Meeteenheid | Meeteenheid | Meeteenheid |
Oefendagen | Oefendagen | Oefendagen | ||
Internationale oefeningen | AOCS | 36 | 39 | 44 |
Nationale oefeningen | AOCS | 72 | 76 | 77 |
Lokale oefeningen en oefenondersteuning | AOCS | 34 | 118 | 127 |
Tactical Leadership Programme | Duur variabel | 5 x 1 mnd | 5 x 1 mnd | 5 x 1 mnd |
Basis Windmill | Duur variabel | 40 (weken) | 40 (weken) | 40 (weken) |
Onderstaand wordt een toelichting gegeven bij de DMP-projecten die in uitvoering zijn en de DMP-projecten waarvoor naar verwachting in het begrotingsjaar 2005 een behoeftestellingsbrief naar het parlement zal worden gezonden.
Het beleid is gericht op de verbetering en modernisering van het bestaande materieel, de opheffing van tekortkomingen en de vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.
Doelstelling | Verbetering precisie wapenpakket jachtvliegtuigen voor gronddoelen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 72,5 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 35 000 | 37 500 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 000 | 23 000 | 28 900 | 14 600 |
Lucht-grond wapens dienen dag en nacht onder alle weersomstandigheden accuraat, met de juiste uitwerking en met een minimale kans op onbedoelde nevenschade of risico voor het eigen personeel te kunnen worden ingezet. Het project F-16 Verbetering Lucht-Grond bewapening geeft nadere invulling aan de «Air to Surface» taak en voorziet tevens in een Navo en Europese behoefte aan precisiegeleide Lucht-Grond bewapening.
Fase 1 betreft de verwerving van laser, «Global Positioning System» (GPS) en/of geïntegreerde combinatie van laser en GPS geleide precisiebewapening alsmede de verwerving van verbeterde munitie voor het F-16 boordkanon. De verwerving wordt gestart. Bij deze verwerving wordt rekening gehouden met nieuwe technologische ontwikkelingen (geïntegreerde laser en GPS-geleiding in één precisiewapen) en de ervaringen tijdens de operaties in Irak en Afghanistan.
Doelstelling | Uitrusting van de F-16 met de Navo-standaard Link-16 datalink apparatuur ten behoeve van de verbetering van de informatie-uitwisseling bij het uitvoeren van operaties | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 121,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 27 547 | 14 358 | 17 007 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 11 581 | 20 662 | 21 759 | 19 515 | 18 163 | 8 601 | 1 055 |
Accurate en snelle informatievoorziening is essentieel voor de effectieve uitvoering van militaire operaties. Met Link-16 worden de F-16 jachtvliegtuigen uitgerust met een tactische datalink conform Navo-standaard en kan de F-16-vlieger snel en accuraat van tactische informatie worden voorzien. Het project is in uitvoering in combinatie met de M3 modificatie van de jachtvliegtuigen.
Doelstelling | Modernisering van de F-16 zelfbeschermingscapaciteit | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 71 450 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 8 445 | 12005 | 12000 | 17 000 | 18 000 |
F-16 jachtvliegtuigen kunnen worden ingezet voor operaties in het gehele geweldsspectrum. Bijgevolg worden de vliegtuigen blootgesteld aan vijandelijke wapensystemen. De huidige technologische tegenmaatregelen voor zelfbescherming van de F-16 zijn operationeel en technisch verouderd. Aanpassing van de zelfbescherming is zodoende noodzakelijk.
Doelstelling | Verbetering precisiecapaciteit F-16 jachtvliegtuigen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 45 000 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 10 000 | 10 000 | 15 000 | 10 000 |
Bij de recente inzet van jachtvliegtuigen voor crisisbeheersingsoperaties is gebleken dat precisiewapens en targeting pods (TGP) essentieel zijn voor een effectieve inzet alsmede om onbedoelde nevenschade en onverhoopte aanvallen op eigen eenheden te voorkomen. De ambitie is om twee squadrons van achttien jachtvliegtuigen in te zetten in alle delen van het geweldsspectrum. Het huidige beschikbare aantal targeting pods wordt zodoende aangevuld.
Doelstelling | Vervanging van de huidige luchtverkenningsystemen om aan de operationele (inter)nationale luchtverkenningstaken te kunnen blijven voldoen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 35,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-BC | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 85 | 34 800 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 26 | 130 | 17 010 | 12 800 | 5 000 |
Defensie heeft behoefte aan adequate systemen voor doelherkenning waarmee tevens een goed tactisch beeld van de omgeving rond het doel kan worden verkregen. Tactische luchtverkenningsystemen en MALE-UAV systemen zijn complementair aan elkaar. De huidige F-16 systemen zijn operationeel en technisch verouderd. Dit project geeft invulling aan de verwerving van tactische luchtverkenningsystemen.
Doelstelling | Verbetering precisie wapenpakket jachtvliegtuigen voor gronddoelen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | > € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 16 100 | 13 400 | 48 400 |
Het project F-16 Verbetering Lucht-Grond Bewapening (Fase 2) voorziet mede in de Navo- en Europese behoefte aan precisiegeleide Lucht-Grond bewapening. De operationele behoeftestelling voor Fase 2 zal naar verwachting in 2005 aan het parlement worden aangeboden.
Doelstelling | Opwaardering van de operationele en technische modificatiestandaard | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 62 000 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 000 | 9 000 | 10 000 | 11 000 | 14 000 |
Voor het op operationele en technische standaard houden van de F-16 wordt het jachtvliegtuig iedere twee à drie jaar opgewaardeerd. De ontwikkeling en de uitvoering van deze soft- en hardware upgrades vinden plaats in «Multi Nation Fighter Programme» verband waardoor gebruik kan worden gemaakt van schaalvoordelen. Tevens ontstaat hierdoor standaardisatie binnen het coalitieverband, hetgeen de interoperabiliteit tijdens operationele inzet vergroot.
De ontwikkeling voor de M5-modificatie bevindt zich thans in de definitiefase. De M5-modificatie omvat onder meer verbeteringen voor de vliegveiligheid, aanpassing aan reeds geformuleerde nieuwe (inter)nationale luchtvaartwetgeving en de integratie van nieuwe wapens
Doelstelling | Tijdig voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 769,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 101 891 | 53 311 | 126 077 | 133 654 | 118 225 | 73 408 | 26 515 |
Het Project F-16 Vervanging «System, Design and Development» (SDD) betreft het uitvoeren van alle activiteiten die nodig zijn om de rechten en plichten van het SDD «level-2» partnerschap te kunnen uitoefenen. Het gaat om het zo goed mogelijk zeker stellen van de Nederlandse belangen ten aanzien van capaciteiten die betrekking hebben op interoperabiliteit, betrouwbaarheid, instandhouding, betaalbaarheid en de aspecten ARBO en milieu. Verder wordt de benodigde informatie verzameld teneinde de verwervings- en transitievoorbereiding adequaat te kunnen uitvoeren. Daarnaast worden voorbereidingen getroffen voor de wijze waarop de instandhoudingsfase van de JSF in Europees verband wordt ingericht. Voorts wordt de realisatie van de te behalen Nederlandse militair-financieel-industriële voordelen gevolgd.
F-16 Vervanging Nederlandse Projecten
Doelstelling | Tijdig voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 43,2 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 2 099 | 7 896 | 11 548 | 11 322 | 10 359 |
In de MoU voor het SDD is opgenomen dat van de totale financiële bijdrage $ 50 miljoen mag worden besteed in Nederland. Nederland kan daartoe voorstellen indienen die ook moeten worden goedgekeurd door de JSF «Program Director».
Doelstelling | Het voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | > € 250 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-D | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 111 800 | 189 800 |
Het project F-16 Vervanging heeft tot doel tijdig in adequate vervanging van de huidige MLU F-16's te voorzien. Naast de verwerving van nieuwe vervangende jachtvliegtuigen gaat het tevens om de verwerving van bijbehorende simulatoren, initiële opleidingen, initiële reservedelen, speciale gereedschappen, meet- en testapparatuur, documentatie, transport, infrastructuur en de betaling van BTW en mogelijke invoerrechten.
Doelstelling | Verbetering van de zelfbescherming van de gevechtshelikopter | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | > € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 14 600 | 14 000 | 32 000 |
Een van de voornaamste voorwaarden bij het uitvoeren van zowel vredes- als gevechtsoperaties is de bescherming van eigen middelen. Zelfbeschermingsmiddelen (ook wel bekend onder de term «Aircraft Survivability Equipment») bieden bescherming tegen infrarood en radargeleide luchtafweersystemen. In verband met de inzet van zes Apaches AH-64D in Afghanistan (ISAF) en zes Apaches in Irak (SFIR) en de aldaar aanwezige dreiging van zogenaamde «Man Portable Air Defence Systems» (Manpads) is een deel van dit project in 2004 als interim-oplossing uitgevoerd.
Doelstelling | Verbetering van de operationele capaciteiten van de gevechtshelikopter gericht op detectie en doelidentificatie | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 132,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-BCD | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 112 038 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 15 113 | 19 400 | 19 400 | 19 400 | 26 540 | 12 200 |
De gevechtshelikopters worden uitgerust met het gemoderniseerde zichtsysteem «Modernized Target Acquisition and Designationsystem» (MTADS). Deze modernisering van het huidige infrarood systeem leidt tot operationeel effectievere inzet en tot verbetering van de vliegveiligheid. Met MTADS kunnen de vliegers de vijand vanaf grotere afstand waarnemen, identificeren en bestrijden. Naar verwachting kan eind 2004 het contract met de VS worden aangegaan. Naar verwachting zal het contract begin 2005 worden geëffectueerd.
Transporthelikopters Zelfbescherming
Doelstelling | Transporthelikopters voorzien van elektronische zelfbescherming om inzet in het gehele gewelds- en dreigingspectrum mogelijk te maken | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 60,6 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | |||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 48 653 | 8 602 | 1 139 |
Met dit project worden de helikopters voorzien van zelfbescherming, die bestaat uit «Radar Warning Receivers, Missile Approach Warning Systems» en «Chaff/Flare dispensers».
Grootproject 11 Luchtmobiele Brigade (11 LMB)
De aanschaf van drie helikoptertypen vormde onderdeel van het grote project 11 LMB. Het betrof de drie projecten Aanschaf Chinooks, Lichte Transporthelikopter (Cougar) en Aanschaf Bewapende Helikopter. In de begroting 2004 is aangekondigd dat het project LUMOB wordt beëindigd. In genoemde projecten worden nog restbetalingen gedaan.
Doelstelling | Aanschaf gevechtshelikopter Tactische Helikopter Groep KLu in het kader van de oprichting van de 11 Luchtmobiele Brigade | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 596,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 10 499 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 557 000 | 4 639 | 7 523 | 8 638 | 18 370 |
Doelstelling | Aanschaf middelzware transporthelikopter Tactische Helikopter Groep KLu in het kader van de oprichting van de 11 Luchtmobiele Brigade | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 90,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 1 472 | 4 219 | 5 973 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 79 100 | 3 758 | 3 354 | 2 663 | 2 038 |
Lichte Transport Helikopter (Cougar)
Doelstelling | Aanschaf lichte transporthelikopter Tactische Helikopter Groep KLu in het kader van de oprichting van de 11 Luchtmobiele Brigade | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 18,6 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 1 457 | 3 106 | 523 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 11 900 | 4 349 | 2 096 | 234 |
Aanschaf DC-10 Vliegtuig (Categorie A)
Doelstelling | Tekortkomingen opheffen op het gebied van strategisch luchttransport | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 41,5 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 41 500 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 13 400 | 21 600 | 3 000 | 3 500 |
De jachtvliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht worden vanaf 2006 op twee Main Operating Bases geconcentreerd. Dit betekent dat op beide bases de geluidsbelasting, bij het uitblijven van maatregelen toeneemt. Daarom zullen de twee KDC-10 tankervliegtuigen in toenemende mate worden ingezet voor het exploiteren van geluidsruimte. Het gevolg is dat deze vliegtuigen minder beschikbaar zijn voor strategisch luchttransport. Daarnaast is een toename van het aantal uitzendingen kwantificeerbaar. Vervolgens vereist de verandering in de internationale veiligheidssituatie een krijgsmacht met een meer expeditionair karakter waar luchttransport een belangrijk deel van uitmaakt. Om dit nationaal tekort aan te vullen wordt een extra DC-10 aangeschaft voor personen- en/of goederenvervoer. De verplichtingen voor dit project zijn aangegaan in 2004. De DC-10 wordt naar verwachting operationeel gesteld in 2006.
Doelstelling | Vervanging van het huidige commandovoering- en verbindingsysteem van de Patriot | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 25 < € 100 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 32 000 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 10 000 | 11 000 | 11 000 |
Compatriot is het systeem dat de Geleide Wapencomponent voorziet van een beveiligd, intern communicatienetwerk voor zowel tactische datalinks als spraakverbindingen. De vervanger van Compatriot is gebaseerd op het «Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network» (Titaan).
Doelstelling | Capaciteitsverbetering van luchtverdedigingssystemen door aanpassingen van de commandocentrale, de verwerving van PAC-III raketten alsmede de invoering van PAC-III lanceerinrichtingen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 117,2 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-BCD | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 117 205 | ||||||
Uitgaven (x € 1 000) | 6 220 | 22 676 | 29 018 | 33 141 | 21 747 | 16 053 |
Dit project omvat de aanpassing van de lanceerinrichtingen naar PAC-3, de verwerving van additionele conventionele lanceerinrichtingen en de verwerving van 32 PAC-3 raketten. Daarmee wordt de Patriot-capaciteit voor de verdediging tegen de dreiging van ballistische raketten (TBM's) aanmerkelijk verbeterd.
Doelstelling | Het realiseren van infrastructuur voor de verplaatsing van F-16 jachtvliegtuigen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 39,6 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 10 000 | 29 600 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 3 000 | 18 000 | 12 000 | 2 600 | 4 000 |
Het project omvat alle infrastructurele werken welke samenhangen met de sluiting van de Vliegbasis Twenthe en de verplaatsing van F-16 vliegtuigen naar Vliegbasis Volkel. Over de behoefte is het parlement geïnformeerd met Kamerbrief nr. 20 200 X nr. 75 van 28 april 2004.
Doelstelling | Herbelegging infrastructuur Gilze Rijen zodat verhuizing van Soesterberg naar Gilze Rijen mogelijk kan worden gemaakt en Soesterberg per 1-8-2008 kan worden gesloten | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 189,5 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 5 000 | 80 000 | |||||
Uitgaven (x € 1 000) | 5 000 | 31 000 | 70 000 | 56 500 | 27 000 |
Per 1 januari 2008 dienen alle operaties van de THGKLu vanaf Gilze Rijen mogelijk te zijn. Het project omvat naast realisatie van squadron- en onderhoudsfaciliteiten ook aanpassing en/of uitbreiding van de ondersteunende functies (zoals brandweer, meteo, luchtverkeersleiding, opslagfaciliteiten, communicatiesystemen) en aanpassing en/of uitbreiding van de verzorgingsfuncties op de basis (zoals restaurant, legering, sportfaciliteiten, medische faciliteiten).
In het herbeleggingsproject worden ook aanpassingen van het militair luchtvaartterrein Deelen (MLT DL) meegenomen. MLT DL wordt momenteel als zogenaamde Forward Operating Base (FOB) gebruikt voor het trainen van personeel van de Luchtmobiele Brigade in het opereren met tactische (transport)helikopters. Als gevolg van de uitbreiding van het aantal helikopters en het afstoten van de locatie Soesterberg zal het gebruik van MLT DL toenemen. In de huidige situatie worden operaties en oefeningen op MLT DL ondersteund vanaf Soesterberg. Dit betekent dat diverse ondersteunende functies (zoals bijvoorbeeld brandweer) thans alleen gedurende de openstelling van MLT DL daar aanwezig zijn. De ondersteuning zal worden overgenomen door Gilze Rijen. Door de grote afstand tussen MLT DL en Gilze Rijen is de huidige wijze van ondersteuning niet meer realistisch en doelmatig. Daarom dienen enkele voorzieningen permanent op MLT DL te worden ondergebracht.
De ontvangstenbegroting beslaat in 2005 € 37,0 miljoen.
Indien de ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten of goederen aan andere defensieonderdelen of baten-lastendiensten van Defensie, dan worden additionele uitgaven gehanteerd.
Indien ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten en goederen aan andere ministeries of derden, dan worden respectievelijk integrale kosten en marktconforme prijzen gehanteerd.
De budgetflexibiliteit wordt in onderstaande tabel weergegeven.
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 1 106 125 | 1 163 654 | 1 198 156 | 1 243 703 | 1 307 537 | |||||
Waarvan apparaatsuitgaven | 358 972 | 334 702 | 298 741 | 296 226 | 298 969 | |||||
Dus programmauitgaven | 747 153 | 828 952 | 899 415 | 947 477 | 1 008 568 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 72% | 537 222 | 70% | 577 854 | 53% | 476 719 | 41% | 388 421 | 30% | 298 397 |
Waarvan complementair noodzakelijk | 27% | 202 257 | 25% | 203 874 | 23% | 202 520 | 19% | 180 611 | 17% | 167 555 |
Resterende plannen | 1% | 7 674 | 5% | 47 224 | 24% | 220 176 | 40% | 378 444 | 53% | 542 616 |
Totaal | 100% | 747 153 | 100% | 828 952 | 100% | 899 415 | 100% | 947 477 | 100% | 1 008 568 |
Beleidsartikel 04. Koninklijke marechaussee
Algemene beleidsdoelstellingen
De Koninklijke marechaussee is een politieorganisatie met een militaire status. Met een in de politiewet vastgelegd takenpakket is de Koninklijke marechaussee onderdeel van het politiebestel in Nederland, maar zij ressorteert als een zelfstandig krijgsmachtdeel onder het ministerie van Defensie. Kenmerkend voor de Koninklijke marechaussee is de landelijke organisatiestructuur, een centrale aansturing, de scheiding tussen het gezag en het beheer, en een afgebakend takenpakket zoals opgedragen in artikel 6 van de politiewet 1993.
De Koninklijke marechaussee draagt zorg voor de handhaving van de rechtsorde en de hulpverlening aan hen die dat behoeven. De Koninklijke marechaussee voert haar taak uit in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels. Dit komt tot uitdrukking in de algemene beleidsdoelstellingen van de Koninklijke marechaussee:
1. de uitvoering van de hoofdtaken van de krijgsmacht, in het bijzonder ten aanzien van crisisbeheersing en humanitaire taken;
2. de handhaving van de rechtsorde en de integriteit van de krijgsmacht en haar personeel, zowel in Nederland als daarbuiten en
3. het leveren van een bijdrage aan de interne, nationale veiligheid door middel van de handhaving van de openbare orde en de strafrechtelijke en bestuurlijke handhaving van de rechtsorde.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De algemene beleidsdoelstellingen van de Koninklijke marechaussee worden vertaald in operationele doelstellingen die geclusterd zijn in een vijftal taakvelden. De operationele doelstellingen worden hoofdzakelijk vastgesteld op basis van de beleidslijnen van de verschillende gezagsdragers. De toelichting per taakveld is gebaseerd op deze doelstellingen en de daaraan gekoppelde activiteiten en budgetten.
Taakvelden | Doelstelling |
I. BeveiligingHet taakveld Beveiliging betreft de beveiliging van aangewezen objecten, personen, de burgerluchtvaart en waardetransporten van de Nederlandsche Bank. Ook vallen ceremoniële diensten onder dit taakveld. | «Het handhaven van het veiligheidsniveau overeenkomstig de geldende veiligheidsconcepten, zoals deze zijn bekrachtigd door het bevoegd gezag.» |
II. Handhaving vreemdelingenwetBinnen het taakveld Handhaving Vreemdelingenwet wordt Grensbewaking aan de Schengen buitengrenzen en Mobiel Toezicht Vreemdelingen aan de Schengen binnengrenzen uitgevoerd. Daarnaast maakt de ondersteuning in het kader van de asielprocedure en de verwijderingsactiviteiten deel uit van dit taakveld. | «Het uitvoeren van haar wettelijke taken in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en binnen de met het gezag overeengekomen, of nog overeen te komen normafspraken.» |
III. Politietaken DefensieHet taakveld Politietaken Defensie omvat de politietaak ten behoeve van de krijgsmacht exclusief de civiele politiemissies in het kader van internationale crisisbeheersings- of humanitaire operaties. Deze operaties zijn terug te vinden in de defensiebrede beleidsdoelstelling «inzetbaarheid voor crisisbeheersingsoperaties». | «Het handhaven van de openbare orde op en rondom de militaire terreinen en het handhaven van strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen zowel in Nederland als in internationaal verband, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.» |
IV. Politietaken burgerluchtvaartterreinenHet taakveld Politietaken burgerluchtvaartterreinen beslaat de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de handhaving van de openbare orde en hulpverlening. De strafrechtelijke handhaving geschiedt onder het gezag van het Openbaar Ministerie en richt zich zowel op de uitvoering van de basispolitiezorg als op de recherche. | «Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen nationale luchthavens in overeenstemming met de met het bevoegd gezag gemaakte afspraken alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.» |
V. Assistentieverlening, samenwerking en bijstandDe Koninklijke marechaussee verleent op diverse manieren bijstand en assistentie aan of werkt samen met de politie. De inzet kan bestaan uit het leveren van capaciteit op het gebied van recherche (inclusief arrestatie- en opsporingseenheden en observatieteams) persoons- en objectbeveiliging en eenheden voor de inzet bij grootschalig en bijzonder politieoptreden. Ook de samenwerking met de politie in het kader van de reguliere taakuitvoering op basis van een convenant valt binnen dit taakveld. | «Het zorgdragen voor het gereedhouden van het bijstandsreservoir alsmede het op verzoek van het bevoegd gezag leveren van personeel, eenheden en materieel voor de samenwerking, bijstand en assistentieverlening aan de politie.» |
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die de Koninklijke marechaussee ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen en voor de apparaatsuitgaven zijn in de volgende tabel opgenomen:
Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee (bedragen x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 338 589 | 351 662 | 356 180 | 362 063 | 367 761 | 369 158 | 356 369 |
Uitgaven | |||||||
Programmauitgaven | |||||||
Operationele taakvelden | 240 671 | 245 271 | 249 338 | 253 048 | 248 274 | 239 355 | 241 281 |
Investeringen | 30 576 | 48 380 | 43 100 | 39 268 | 49 066 | 59 862 | 46 136 |
Totaal programmauitgaven | 271 247 | 293 651 | 292 438 | 292 316 | 297 340 | 299 217 | 287 417 |
Apparaatsuitgaven | |||||||
Staf Koninklijke Marechaussee | 44 823 | 47 416 | 50 402 | 52 196 | 51 572 | 50 070 | 50 474 |
Wachtgelden en inactiviteitswedden | 693 | 796 | 783 | 630 | 615 | 559 | 548 |
Bijdragen aan baten-lastendiensten | 0 | 1 249 | 1 556 | 1 556 | 1 556 | 1 556 | 1 556 |
Totaal apparaatsuitgaven | 45 516 | 49 461 | 52 741 | 54 382 | 53 743 | 52 185 | 52 578 |
Totaal uitgaven | 316 763 | 343 112 | 345 179 | 346 698 | 351 083 | 351 402 | 339 995 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 7 560 | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 8 000 | 8 000 |
Uitgavenverdeling naar operationele doelstelling
In onderstaande tabel zijn de programmauitgaven, exclusief investeringen, extra-comptabel toegerekend aan de operationele taakvelden uit de taakveldenmatrix.
De inzet van personeel is voor het overgrote deel bepalend voor de te leveren prestaties. Het budget van de Koninklijke marechaussee wordt derhalve in hoge mate bepaald door personeelsgerelateerde uitgaven. De verdeling van uitgaven naar taakveld geschiedt dan ook op basis van het aantal vte'n zoals opgenomen in de formatieve sterkte.
De Koninklijke marechaussee heeft de uitgaven voor het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKMar) separaat geraamd bij het niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht».
Extra comptabele verdeling uitgaven voor 2005 in € 1 000 Koninklijke marechaussee | Operationele eenheden (artikel 04) | Staf Kmar (artikel 04) | OCKmar (artikel 60) | CDC (artikel 60) | Totaal |
Toe te rekenen uitgaven | |||||
Taakveld 1 Beveiliging | 49 457 | 1 261 | 50 718 | ||
Taakveld 2 Handhaving vreemdelingenwet | 120 495 | 3 058 | 123 553 | ||
Taakveld 3 Politietaken Defensie | 63 245 | 1 615 | 64 860 | ||
Taakveld 4 Politietaken burgerluchtvaartterreinen | 10 791 | 274 | 11 065 | ||
Taakveld 5 Assistentieverlening en bijstand | 5 395 | 137 | 5 532 | ||
Totaal toe te rekenen | 249 384 | 6 345 | 255 729 | ||
Nog niet toe te rekenen uitgaven | 1 556 | 33 993 | 4 503 | 40 052 | |
Niet toe te rekenen uitgaven | |||||
Investeringen | 43 100 | 43 100 | |||
Wachtgelden/inactiviteitswedden | 783 | 783 | |||
Apparaat | 50 356 | 50 356 | |||
Totaal | 250 940 | 94 239 | 33 993 | 10 848 | 390 020 |
De Koninklijke marechaussee beschikt voor de verwezenlijking van voorgaande doelstellingen over zeven districten en het opleidingscentrum die het tactische niveau van de organisatie vormen. Onder de districten ressorteren de brigades van de Koninklijke marechaussee. De korpsstaf Koninklijke marechaussee draagt, namens de Bevelhebber der Koninklijke marechaussee, zorg voor het algemeen operationeel beleidskader en vervult een sturende en coördinerende rol bij zaken die het districtsniveau te boven gaan.
De Koninklijke marechaussee is belast met de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis. Hiertoe worden de volgende objecten beveiligd: paleis Huis Ten Bosch, paleis Noordeinde, paleis Soestdijk, kasteel Drakensteijn, Het Loo en De Eikenhorst.
Tevens voert de Koninklijke marechaussee de politietaak uit ten behoeve van de Nederlandse en andere strijdkrachten en internationale militaire hoofdkwartieren, alsmede de tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen. Voorts wordt de ambtswoning van de minister-president beveiligd.
In het kader van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten wordt ook de beveiliging van hoge militairen die Nederland bezoeken aan de Koninklijke marechaussee opgedragen.
De beveiliging van de burgerluchtvaart is een aangelegenheid van internationale aard. In annex 17 bij het Verdrag van Chicago (1944) inzake de internationale burgerluchtvaart (ICAO) zijn normen en methoden beschreven ter beveiliging van de burgerluchtvaart. Europese landen volgen de principes en methoden vastgesteld door de European Civil Aviation Conference (ECAC). De internationale verdragsverplichtingen zijn overgenomen in de Luchtvaartwet. De Koninklijke marechaussee houdt toezicht op de controle van passagiers en hun bagage, die wordt uitgevoerd door of namens de exploitant van een luchtvaartterrein, alsmede op de beveiligingsmaatregelen betreffende post en vracht.
De beveiliging van de waardetransporten van De Nederlandsche Bank NV wordt door de Koninklijke marechaussee in opdracht van de minister van Justitie uitgevoerd.
Het subtaakveld ceremoniële diensten omvat het leveren van onder meer erewachten, ereposten, couloirs en ere-escortes. Deze taken worden uitgevoerd in opdracht van de chef van het Militaire Huis of de minister van Defensie.
Activiteiten | Prestatie-indicatoren | Normering/streefwaarde |
1. Het beveiligen van objecten, het adviseren en ondersteunen ten aanzien van het beveiligen van objecten en optreden in geval van incidenten bij het beveiligen van objecten | Onbevoegde betreding van het te beveiligen object | Nul |
2. Het beveiligen van personen en het optreden in geval van incidenten bij het beveiligen van personen | Fysieke schendingen van de integriteit van de te beveiligen persoon | Nul |
3. Het houden van toezicht op de beveiliging van de burgerluchtvaart, waaronder «high risk» vluchten, het optreden in geval van incidenten en het uitvoeren van gewapende beveiliging | Kapingen en aanslagen op vliegtuigen en luchthavens | Nul |
4. Het beveiligen van waardetransporten van de DNB | Overvallen op het waardetransport | Nul |
II. Taakveld Handhaving Vreemdelingenwet
De handhaving van de vreemdelingenwetgeving door de Koninklijke marechaussee is onderverdeeld in vier subtaakvelden. Allereerst de grensbewaking aan de (Schengen-)buitengrenzen. Ten tweede het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) aan de binnengrenzen. Een derde subtaakveld betreft de ondersteuning van asielprocedures en ten vierde het uitvoeren van verwijderingen.
Activiteiten | Prestatie-indicatoren | Normering/streefwaarde |
1. Het uitvoeren van de grensbewaking, waaronder het uitvoeren van persoonscontroles en het verstrekken van nooddocumenten | Schengenconforme controle | Burgerluchtvaart: 100% fysieke controle op in- en uitreis; Ferry's: 100% fysieke controle op in- en uitreis; Cruiseschepen: 100% administratieve controle op in- en uitreis; 30% fysieke controle op in- en uitreis; Pleziervaart:10 dagen per jaar een 100% fysieke controle per haven; Vissersschepen: 50% controle (voorlopige norm) mede afhankelijk van de doorlaatpost; Vrachtschepen: afhankelijk van doorlaatpost. |
Wachtrij op de luchthaven Schiphol | 95% van de passagiers bij aankomst mag maximaal 10 minuten wachten voorafgaand aan paspoortcontrole 95% van de vertrekkende of transfererende passagiers mag maximaal 6 minuten wachten voorafgaand aan paspoortcontrole. | |
2. Het uitvoeren van het mobiel toezicht vreemdelingen (MTV), waaronder het houden van controles | Aantal illegalen dat is aangetroffen in het grensgebied. | (10% meer ten opzichte van 2004) |
3. Het geven van ondersteuning bij de asielprocedure op de AC'a Schiphol, Rijsbergen en Ter Apel | Aantal identiteitsvaststellingen in het AC-proces. | 80% |
4. Het verwijderen van vreemdelingen | Aantal vreemdelingen dat Nederland is uitgezet | 25 500 |
5. Het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken mensensmokkel | Aantal middelgrote onderzoeken mensensmokkel Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van grensbewaking Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van MTV | 30 200 130 |
III. Taakveld Politietaken Defensie
Het taakveld politietaken Defensie bestaat uit de handhaving van de militaire- en openbare orde op militaire terreinen, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de noodhulpfunctie ten aanzien van de krijgsmacht. De handhaving van de militaire orde valt onder het gezag van de commandant van het militaire onderdeel. De handhaving van de openbare orde berust bij de burgemeester in wiens gemeente de taak wordt uitgevoerd. De strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde geschiedt onder het gezag van het Openbaar Ministerie.
Activiteiten | Prestatie-indicatoren | Normering/streefwaarde |
1. De zogenoemde beschikbaarheid en bereikbaarheidfunctie ten behoeve van noodhulp | Responstijden | In minimaal 90% van de meldingen is de Algemene Politiedienst (APD) binnen 30 minuten ter plaatse |
2. Het handhaven van de openbare orde en de rechtsorde | 1) Aantal misdrijfverbalen1 2) Percentage proces-verbaal (pv) «lik-op-stuk» 3) Aantal uitgevoerde middelgrote/grote rechercheonderzoeken 4) Percentage technisch sepot 5) Gemiddelde doorlooptijd tussen plegen van het feit en sluiting van het pv 6) Gemiddelde doorlooptijd tussen het laatste verhoor en het sluiten van het pv 7) Gemiddelde doorlooptijd tussen het sluiten van het pv en het inzenden naar het OM | 1) 1 500 2) 50% 3) 9 4) 5% 5) 60 dagen 6) 30 dagen 7) 20 dagen |
1 Dit betreft de normering van het Arrondissementsparket Arnhem.
IV. Taakveld Politietaken Burgerluchtvaartterreinen
Het taakveld politietaak burgerluchtvaartterreinen omvat de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de handhaving van de openbare orde en hulpverlening. De strafrechtelijke handhaving vindt plaats onder het gezag van het Openbaar Ministerie en richt zich zowel op de uitvoering van de basis politiezorg als op de recherche.
Activiteiten | Prestatie-indicatoren | Normering/streefwaarde |
1. De zogenoemde beschikbaarheid en bereikbaarheidfunctie ten behoeve van noodhulp | Responstijden | Schiphol: In minimaal 90% van de prio 1 meldingen in de Terminal en op Schiphol Centrum is de APD binnen 5 minuten ter plaatse (op Schiphol Oost binnen 8 minuten). In 90% van de prio 2 meldingen is de APD binnen 10 minuten ter plaatse Overige luchthavens: In minimaal 90% van de meldingen is de Kmar binnen 30 minuten ter plaatse |
2. Het handhaven van de openbare orde en de rechtsorde (Schiphol) | 1) Aantal 100% controles op risicovluchten 2) Aantal drugskoeriers (invoer) 3) Aantal drugskoeriers (uitvoer) 4) Aantal uitgevoerde middelgrote/grote rechercheonderzoeken | 1) Zodanig aantal dat de invoer wordt ontmoedigd 2) Geen 3) Geen 4) Geen |
V. Taakveld Assistentieverlening, Samenwerking en Bijstand
De Koninklijke marechaussee kan op diverse manieren bijstand en assistentie verlenen aan, dan wel samenwerken met, de politie. Hierbij zijn raakvlakken met de andere taakvelden. De inzet kan een (semi) permanent karakter hebben, maar kan ook incidenteel en tijdelijk zijn. De inzet kan bestaan uit het leveren van capaciteit op het gebied van recherche (inclusief AOE en OT), persoons- en objectbeveiliging en eenheden voor de inzet bij grootschalig en bijzonder politieoptreden. Ook de samenwerking met de politie in het kader van de reguliere taakuitvoering op basis van een convenant valt binnen dit taakveld.
Activiteiten | Prestatie-indicatoren | Normering/streefwaarde |
1. Het operationeel gereed stellen en inzetten van ME-eenheden, pantserwagenpelotons en de BBE-K | 1) Inzetbaarheid van 8,5 ME-eenheden1 2) Inzetbaarheid van 4 pantserwagen- pelotons 3) Inzetbaarheid van de bijstandseenheid | 8,5 inzetbare ME-pelotons 4 pantserwagenpelotons 1 bijstandseenheid BBE-K |
1 In de Bestuursraad is afgesproken dat deze norm wordt gevalideerd door het ministerie van BZK
De financieel omvangrijke investeringsprojecten worden hieronder vermeld. De overige investeringen betreffen kleine projecten, bedrijfsmatige investeringen en vervangingsinvesteringen.
Project «C2000 Landelijke Roll-out Defensie»
Doelstelling | Het implementeren en invoeren van C2000 communicatieapparatuur voor de KMar en voor KM-, KL- en KLu-eenheden met taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens omvat het project de verzorging van opleidingen van eindgebruikers en de inrichting van een beheersorganisatie. | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 10,1 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 1 050 | 7 737 | 1 263 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 832 | 6 322 | 2 897 |
Het Project «C2000 Landelijke Roll-out Defensie» is vertraagd door enkele onvoorziene technische problemen. De ingebruikname en operationalisering van het netwerk C2000 zal gefaseerd plaatsvinden, maar is zes maanden vertraagd. Onder leiding van het Korps Landelijke Politie Diensten is een raamovereenkomst gesloten. Op basis van deze raamovereenkomst zal de Koninklijke marechaussee in de loop van 2004 nadere overeenkomsten voor het verwerven van randapparatuur sluiten. De Koninklijke marechaussee opereert hierin als single service manager voor de Koninklijke landmacht, de Koninklijke marine en de Koninklijke luchtmacht. Volledige operationalisering van het netwerk is voorzien begin 2005, conform de intentieverklaring van de opdrachtgevende departementen met de OOV (Openbare Orde en Veiligheid) partners. De (financiële) afronding van het project is voorzien medio 2005.
Project «Nieuwbouw District Noord-Holland/Utrecht»
Doelstelling | Nieuwbouw op het terrein van de Marinekazerne in Amsterdam | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 11,9 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 26 | 1 535 | 8 317 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 234 | 1 112 | 3 500 | 6 223 | 740 |
Het project «nieuwbouw op het terrein van de Marinekazerne in Amsterdam» is in de afgelopen periode onderwerp van besluitvorming geweest. Zowel ten aanzien van de toekomst van de Marinekazerne te Amsterdam, de beoogde bouwlocatie, als voor wat betreft de kostenontwikkeling is duidelijkheid verkregen. Het project wordt voortgezet en de opdracht voor het uitwerken van het definitief ontwerp is verstrekt. De totale projectkosten worden geraamd op € 11,85 miljoen en oplevering van de nieuwbouw wordt in het voorjaar van 2007 voorzien.
Project «Infrastructuur Schiphol»
Doelstelling | Nieuwbouw ten behoeve van het District Schiphol | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 110,7 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 22 200 | 10 700 | 69 200 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 21 900 | 4 300 | 21 100 | 35 900 | 26 700 |
Op de luchthaven Schiphol wordt voor het District Schiphol van de Koninklijke marechaussee een nieuw complex gerealiseerd teneinde de bestaande – gehuurde en verspreid liggende – accommodatie te vervangen en de uitbreiding van de formatie op te vangen. Het betreft kantooraccommodatie, legering en sport- en schietfaciliteiten.
De uitwerking van de bestekken zal evenals de aanbesteding en gunning en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden gefaseerd plaatsvinden. De oplevering van de nieuwbouw staat gepland voor het eerste kwartaal 2007.
Slechts een deel van de investeringsuitgaven komt direct ten laste van dit beleidsartikel. Het project wordt gerealiseerd door de baten-lastendienst DGW&T, die ook het overgrote deel van de financiering voor haar rekening neemt.
Project «Infrastructuur OCKMar»
Doelstelling | Nieuwbouw voor het Opleidingscentrum Kmar op het Kamp Nieuw Milligen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 138,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | DMP-A | ||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 600 | 2 400 | 57 700 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 100 | 800 | 9 800 | 72 000 | 43 000 | 12 300 |
De behoefte aan initiële, loopbaan- en functieopleidingen voor de Koninklijke marechaussee is de laatste jaren sterk toegenomen als gevolg van de intensivering en uitbreiding van taken en de hieraan gekoppelde uitbreiding van formatie. De huidige huisvesting van het OCKMar te Apeldoorn is te klein geworden en verouderd. Om de huisvesting van het OCKMar weer op niveau te brengen is in 2000 een project opgestart, gericht op de aanpassing en uitbreiding van de huisvesting te Apeldoorn. Gelet op de ontwikkeling van de kosten voor dit project, de beperkte ruimtelijke mogelijkheden te Apeldoorn en de wens om het aantal defensiecomplexen terug te dringen is dit project in het najaar van 2002 stopgezet en is een nieuw project opgestart gericht op de realisatie van een nieuw OCKMar op het Kamp Nieuw Milligen. Met dit project krijgt de Koninklijke marechaussee de beschikking over een nieuw opleidingscentrum dat aan de modernste eisen voldoet. Het betreft de nieuwbouw van legeringsaccommodatie, een keuken-, eetzaal- en kantinecomplex, lesfaciliteiten, sport- en schietfaciliteiten en kantooraccommodatie voor het OCKMar. Bij dit project wordt ook de herhuisvesting van de operationele eenheid 103 EskadronKMar (103 Esk KMar) betrokken.
De oplevering van de nieuwbouw is voorzien in 2008.
Slechts een deel van de investeringsuitgaven komt direct ten laste van dit beleidsartikel. Het project wordt gerealiseerd door de baten-lastendienst DGW&T, die ook het overgrote deel van de financiering voor haar rekening neemt.
Project «Veldtenue KMar (VT Blauw)»
Doelstelling | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 8,5 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 200 | 300 | 2 700 | ||||
Uitgaven (x € 1 000) | 2 400 | 4 800 | 1 300 |
Het project «VT Blauw» is gericht op het verbeteren van de veiligheid en het draagcomfort van de kleding. In 2004 wordt een beproevingstraject doorlopen waarna de instroom van het nieuwe tenue in de loop van 2005 plaatsvindt.
De ontvangsten van de Koninklijke marechaussee bedragen in totaal € 8,0 miljoen en hebben betrekking op:
• verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen;
• inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding en huisvesting;
• verrekeningen met derden in verband met dienstverlening.
Indien de ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten of goederen aan andere defensieonderdelen of baten-lastendiensten van Defensie, dan worden additionele uitgaven gehanteerd.
Indien ontvangsten het gevolg zijn van het in rekening brengen van gemaakte kosten voor het verlenen van diensten en goederen aan andere ministeries of derden, dan worden respectievelijk integrale kosten en marktconforme prijzen gehanteerd.
De budgetflexibiliteit voor dit beleidsartikel is in onderstaande tabel weergegeven:
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 345 179 | 346 698 | 351 083 | 351 402 | 339 995 | |||||
Waarvan apparaatsuitgaven | 53 105 | 54 445 | 53 807 | 52 248 | 52 636 | |||||
Dus programmauitgaven (inclusief investeringen) | 292 074 | 292 253 | 297 276 | 299 154 | 287 359 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 58% | 170 713 | 57% | 164 585 | 53% | 155 627 | 49% | 147 048 | 50% | 142 993 |
Waarvan complementair noodzakelijk | 28% | 81 530 | 28% | 82 428 | 27% | 80 516 | 25% | 74 632 | 26% | 74 410 |
Resterende plannen | 14% | 39 831 | 15% | 45 240 | 20% | 61 133 | 26% | 77 474 | 24% | 69 956 |
Totaal | 100% | 292 074 | 100% | 292 253 | 100% | 297 276 | 100% | 299 154 | 100% | 287 359 |
Beleidsartikel 09. Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties
Nederland draagt onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Nederland voert daartoe een actief veiligheidsbeleid, dat zich niet beperkt tot de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Nederland levert een bijdrage aan vrede, veiligheid en stabiliteit, zowel in Europa als daarbuiten, door middel van conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw. Deelneming aan crisisbeheersingsoperaties maakt daar deel van uit.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De krijgsmacht is in staat tot het leveren van een kwalitatief en technologisch hoogwaardige militaire bijdrage aan internationale operaties in alle delen van het geweldsspectrum en alle fasen van een operatie. Het gaat hierbij in het bijzonder om de volgende militaire bijdragen:
• een bijdrage voor zowel het ambitieniveau van de Europese Unie – het vermogen om binnen zestig dagen een troepenmacht van 50 000 tot 60 000 militairen te kunnen ontplooien – als het ambitieniveau van de Navo om gelijktijdig drie grote crisisbeheersingsoperaties op legerkorpsniveau in het gehele geweldsspectrum uit te kunnen voeren, waaronder de beginfase van een crisisbeheersingsoperatie gericht op het zonodig gewapenderhand verkrijgen van toegang tot een gebied. In verband hiermee moet de krijgsmacht als geheel tevens een bijdrage kunnen leveren aan de NATO Response Force;
• deelneming voor maximaal een jaar aan een operatie in het hogere deel van het geweldsspectrum met één op de missie toegesneden brigade (taakgroep) van landstrijdkrachten, twee squadrons met elk achttien jachtvliegtuigen, een maritieme taakgroep met maximaal vijf fregatten of een combinatie hiervan. Afhankelijk van de missie en van de bijdragen van andere landen worden de Nederlandse bijdragen samengesteld. Bij deelneming aan een vredesafdwingende operatie kan het noodzakelijk zijn ook eenheden in te zetten die in het kader van crisisbeheersingsoperaties elders zijn ontplooid;
• deelneming aan maximaal drie operaties in het lagere deel van het geweldsspectrum met bijdragen van bataljonsgrootte of, bij zee- en luchtoperaties, equivalenten daarvan;
• het optreden als «lead nation» op het niveau van een brigade of, bij zee- en luchtoperaties, het equivalent daarvan alsmede gezamenlijk met andere landen op legerkorpsniveau.
Voor de uitvoering van deze doelstellingen put Defensie uit de beschikbare eenheden van de krijgsmachtdelen. De voor inzet gerede militaire eenheden zijn geschikt voor wereldwijde inzet en voldoen aan de criteria die bij crisisbeheersingsoperaties zijn gesteld. De belangrijkste criteria die aan gereedstelling van de operationele eenheden worden gesteld, zijn:
• het kunnen optreden onder uiteenlopende geografische en klimatologische omstandigheden;
• het tijdig kunnen optreden met de juiste middelen, inclusief logistieke ondersteuning tijdens ontplooiing en inzet;
• het kunnen optreden met andere krijgsmachtdelen (joint) en andere krijgsmachten (combined).
De doelstellingen van de missies en daaraan gerelateerde activiteiten
Bijdrage aan snelle reactiemachten
De regeringsleiders van de Navo-lidstaten hebben tijdens de Top van Praag in november 2002 ingestemd met de oprichting van de NATO Response Force (NRF). De NRF heeft in haar uiteindelijke samenstelling een omvang van ongeveer 20 000 militairen en kan binnen korte tijd (uiterlijk dertig dagen) worden ingezet voor bondgenootschappelijke verdedigingstaken, in de beginfase van crisisbeheersingsoperaties of bij een onverwachte escalatie van een conflict. De vulling van deze strijdmacht geschiedt op basis van een roulatiemechanisme, waarin landen voor een periode van zes maanden eenheden beschikbaar stellen. In het daaraan voorafgaande half jaar worden de desbetreffende eenheden getraind en gecertificeerd. De NRF is niet alleen een snelle en kwalitatief hoogwaardige reactiemacht, maar moet tevens de modernisering van vooral de Europese Navo-strijdkrachten bevorderen. Ook Nederland levert een kwalitatief hoogwaardige bijdrage aan de NRF. Het herziene ambitieniveau zoals vastgelegd in de begroting 2004 bepaalt onder meer dat de krijgsmacht als geheel tot een dergelijke bijdrage in staat moet zijn. De NRF bereikt in oktober 2004 de initiële operationele status. De onderwerpen doctrine, organisatie, training, certificatieprocedures, commandovoering en ondersteuning worden inmiddels verder uitgewerkt, geoefend en getest. Uiterlijk in 2006 zal de NRF over zijn volledige operationele capaciteit moeten beschikken.
Over het aanbod aan de NRF roulatie 4, die medio januari 2005 aanvangt, is de Tweede Kamer reeds separaat geïnformeerd (Kamerstuk 28 676, nr. 9). Het proces van force generation voor de NRF roulaties 5 (juli '05–jan '06) en 6 (jan–juli '06) is inmiddels gestart. De definitieve Nederlandse bijdrage hieraan staat nog niet vast. De Koninklijke landmacht zal naar verwachting niet substantieel bijdragen aan de roulaties 5 en 6. De bijdrage van de Koninklijke marine en de Koninklijke luchtmacht zal vermoedelijk bestaan uit een fregat, een mijnenjager, een amfibische component, 12 F-16's en een Patriot-eenheid.
In het kader van de Helsinki Headline Goal wordt in EU-verband het Rapid Response concept uitgewerkt. De Europese Unie en de Navo streven in dit kader beide een gelijksoortige doelstelling na, maar er zijn ook duidelijke verschillen. De NRF zal zich meer richten op snelle inzet binnen het hele geweldsspectrum (met inbegrip van artikel 5 operaties en vredesafdwinging), terwijl de EU Rapid Response capaciteit zich in het kader van de EVDB-taken, wat betreft de snelle inzet, vooral zal richten op evacuatieoperaties, humanitaire ondersteuning alsmede, in het geval van kleinere crises, op initial entry-operaties en conflictpreventie. De NRF is een gezamenlijk getrainde eenheid, terwijl het EU Rapid Response-concept vooralsnog uitgaat van een aantal coherente militaire formaties waarop indien nodig een beroep kan worden gedaan.
Deze battlegroups worden geformeerd op het niveau van «bataljon plus». Zij bestaan elk uit ongeveer 1 500 militairen inclusief gevechtssteun, logistiek en (strategische) transportcapaciteit, zijn in staat om gedurende 30 tot 120 dagen te opereren en kennen een inzetgereedheid van 15 dagen of minder. Inzet geschiedt in eerste instantie in het kader van autonome EU-operaties (dus zonder Navo-middelen) op verzoek van de VN, al behoren ook operaties op basis van de «Berlijn Plus» arrangementen tot de mogelijkheden. De huidige opzet van het initiatief voorziet in zeven tot negen battlegroups, die medio 2007 volledig operationeel moeten zijn.
De basis voor het genereren van de battlegroups ligt in de initiatieven die de EU-lidstaten zelf ontplooien om snel inzetbare eenheden voor een bepaalde periode ter beschikking te stellen. Het militair comité van de EU (EUMC) zal dit proces coördineren en in de tijd vastleggen. Dit moet de permanente beschikbaarheid van voldoende battlegroups garanderen, maar biedt tegelijkertijd voldoende flexibiliteit en ruimte voor de EU-lidstaten die eenheden aanbieden.
DEELNEMING CRISISBEHEERSINGSOPERATIES
De internationale veiligheidssituatie blijft onvoorspelbaar. Nederlandse deelneming aan crisisbeheersingsoperaties kan derhalve niet op voorhand worden gepland. In 2003 heeft Defensie bijgedragen aan 16 verschillende operaties en missies. Naar verwachting draagt Nederland in 2004 bij aan een vergelijkbaar aantal operaties en missies.
Begin december 2003 besloot de Navo de SFOR-troepenmacht van 12 000 militairen terug te brengen tot 7 000 in 2004. In de nieuwe opzet van SFOR, de zogenaamde deterrent presence, zullen de Navo-eenheden een actieve bijdrage blijven leveren aan de veiligheidssituatie in Bosnië-Herzegovina. Meer nadruk wordt gelegd op het verzamelen van inlichtingen en het stimuleren van de Bosnische autoriteiten om de eigen verantwoordelijkheid te nemen.
De Multinationale Brigade Noord West is met ingang van 1 juni 2004 overgegaan in de «Multinationale Task Force Noord West (MNTF NW)». Naast Nederland nemen Canada en het Verenigd Koninkrijk op gelijke voet aan MNTF NW deel. De drie bataljons van de voormalige brigade zijn gereorganiseerd tot één bataljon onder Britse leiding. Daarnaast beschikt de task force over een verkenningscompagnie en een eenheid voor het vergaren van operationele inlichtingen.
In de nieuwe opzet van de MNTF is de Nederlandse militaire bijdrage teruggebracht tot ongeveer 500 militairen. De Nederlandse bijdrage bestaat uit twee LOT-sectorteams van achttien personen en vier LOT-teams van acht personen. Daarnaast levert Nederland ten behoeve van de MNTF-commandant een compagnie in het Britse bataljon, een aantal militairen in de eenheid die specifieke inlichtingen vergaart, personeel in de hoofdkwartieren van respectievelijk SFOR in Sarajevo en de MNTF in Banja Luka, een verbindingsgroep, een detachement van de Koninklijke marechaussee voor de multinationale politie-eenheid in de task force, medische capaciteiten en een nationaal support element. In het voormalig Nederlands vak zijn als gevolg van deze wijzigingen de bases in Novi Travnik, Suica, Jaice en Split ontmanteld.
De Navo heeft tijdens de Top in Istanbul besloten de stationering van SFOR eind 2004 te beëindigen. De Europese Unie heeft daarop besloten de internationale veiligheidspresentie op zich te willen nemen (EUFOR). Een EVDB-missie, gebruikmakend van Navo-middelen en capaciteiten, zal worden gecombineerd met een klein Navo-hoofdkwartier gericht op advisering van de Bosnische autoriteiten in het kader van het Partnerschap voor Vrede (PVV). Daarnaast zal de Navo een rol spelen bij het bestrijden van terrorisme, opsporen en aanhouden van oorlogsmisdadigers en mogelijk het inzetten van de strategische reserve ten behoeve van EUFOR. De EU-geleide veiligheidspresentie zal ook over een civiel instrumentarium beschikken waaronder een politie-element. Voor de EUPM en EUMM geldt dat een heroverweging van de missies wellicht noodzakelijk is in het licht van de nieuwe EU-geleide veiligheidspresentie. Hoewel nog geen besluit is genomen over de mogelijke bijdrage van Nederland aan de militaire missie van de EU (EUFOR), wordt planmatig rekening gehouden met een bijdrage die initieel globaal dezelfde sterkte heeft als de huidige Nederlandse bijdrage aan SFOR. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Zodra de regering een besluit genomen heeft, zal het parlement overeenkomstig artikel 100 Grondwet en het Toetsingskader 2001 worden geïnformeerd. Als ramingskengetal worden in onderstaande tabel de genoemde aantallen onder Begroting 2005 gehanteerd.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
SFOR | Vanaf '95 | Gem. Bezetting | Personeelsaantal | 1 019 | 627 | 452 |
HQ SFOR | Mensinzetdagen1 | 14 050 | 13 505 | 13 505 | ||
HQ MND NW/MNTF NW | Mensinzetdagen | 15 690 | 13 140 | 12 045 | ||
Div Sup Grp | Mensinzetdagen | 3 650 | 1 200 | 0 | ||
ContigentsCdo | Mensinzetdagen | 7 300 | 5 475 | 5 475 | ||
Mech Bataljon | Mensinzetdagen | 198 560 | 65 280 | 0 | ||
Inf coy | Mensinzetdagen | 0 | 28 800 | 43 800 | ||
Stafwacht pel | Mensinzetdagen | 5 475 | 1 800 | 0 | ||
POD Peloton | Mensinzetdagen | 5 470 | 1 800 | 0 | ||
Nat Support | Mensinzetdagen | 67 550 | 52 200 | 45 625 | ||
EOV Det | Mensinzetdagen | 548 | 240 | 0 | ||
Verbindings Cie | Mensinzetdagen | 17 155 | 5 640 | 0 | ||
GNK Det | Mensinzetdagen | 5 750 | 6 000 | 6 205 | ||
SupportSqn | Mensinzetdagen | 5 750 | 1 920 | 0 | ||
KMar det | Mensinzetdagen | 8 030 | 5 040 | 3 650 | ||
Heli det | Mensinzetdagen | 9 855 | 3 240 | 0 | ||
MOST | Mensinzetdagen | 0 | 18 000 | 27 375 | ||
ISR | Mensinzetdagen | 0 | 4 800 | 7 300 | ||
Transportheli | Vlieguren | 1 290 | 400 | 0 | ||
Luchttransport | Vlieguren | 912 | 700 | 512 |
1 Onder mensinzetdagen wordt het aantal militairen x kalenderdagen verstaan.
European Union Police Misson (EUPM)
Na beëindiging van de missie van United Nations International Police Task Force (UNIPTF) is op 1 januari 2003 de EUPM van start gegaan. Doel van de EUPM is het begeleiden van het Bosnische midden- en hogere politiekader in de uitoefening van politietaken naar Europees model. De EUPM heeft geen executieve taken meer zoals UNIPTF en verricht haar taken ongewapend. De Nederlandse bijdrage bestaat uit 21 militairen van de Koninklijke marechaussee en 11 civiele politieagenten.
Op verzoek van de regering van de Former Yugoslav Republic of Macedonia (FYROM) is de EU militaire missie Condordia op 15 december 2003 opgevolgd door een EU-politiemissie genaamd Proxima. Proxima heeft tot doel bij te dragen aan de implementatie van de Ohrid Framework Agreement en de Stabilisatie- en Associatie Overeenkomst (SAO), alsmede de Macedonische autoriteiten te helpen bij de vormgeving van een rechtvaardig, efficiënt en multi-etnisch politiekorps. Ook Proxima heeft geen executieve taken en verricht haar taken ongewapend. De Nederlandse bijdrage bestaat uit zes militairen van de Koninklijke marechaussee en zeven civiele politieagenten.
Nederland levert een militair adviseur en een assistent aan de Navo-ambassadeur te Skopje en een militair bij het Navo-hoofdkwartier te Skopje.
Nederland levert op dit moment geen operationele eenheden. Wel worden Nederlandse militairen van verschillende krijgsmachtdelen die geplaatst zijn bij Navo-hoofdkwartieren, in een enkel geval uitgezonden naar het KFOR-hoofdkwartier in Pristina.
Bosnia-Herzogovina Mine Action Centre (BHMAC)
In 2002 is het Federation Mine Action Centre (FEDMAC) opgegaan in het Bosnia-Herzogovina Mine Action Centre. Het BHMAC coördineert en inventariseert de informatie over en de ruiming van de talrijke achtergebleven mijnen en ongesprongen explosieven. Nederland was in deze organisatie vertegenwoordigd met één militaire adviseur op het gebied van bedrijfsvoering. De functie van militaire adviseur is per 9 juli 2004 opgeheven. Nederland levert op dit moment geen militaire bijdrage meer, maar zet de financiële ondersteuning van BHMAC voort.
European Union Monitoring Mission (EUMM)
De EUMM is sinds 1991 belast met het toezicht op de militaire, politieke, humanitaire en economische ontwikkelingen in de voormalige republiek Joegoslavië. De waarnemers werken onder meer in Albanië, Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Macedonië. Nederland draagt met drie militaire en twee civiele (afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken) waarnemers bij aan de EUMM.
De OVSE-missie in Moldavië bestaat uit acht personen uit diverse landen. Het doel van de OVSE-missie in Moldavië is het assisteren bij de totstandkoming van een allesomvattende politieke oplossing voor het conflict tussen Moldavië en Rusland over de terugtrekking van het materiaal van 14e Russische Leger uit Moldavië en het geschil over de status van het gebied Transdnjestrië. Sinds 1993 neemt Nederland deel aan de missie met één officier van de Koninklijke landmacht.
De missie heeft tot doel het monitoren van de ontwikkelingen langs de grens tussen Macedonië en Servië (Kosovo) en de ontwikkelingen in andere gebieden die risico lopen betrokken te raken bij het conflict in voormalig Joegoslavië (Kosovo). Onderdeel van de Spillover Monitor Mission is de OSCE Police Development Unit (PDU). Doel van de PDU is het trainen van 1000 nieuwe politieagenten. Nederland neemt deel aan de missie met één kolonel van de Koninklijke marechaussee.
Bosnia Kosovo Air Component (BKAC)
Nederland neemt deel aan de BKAC, de missie van de Navo-luchtstrijdkrachten ter ondersteuning van de militaire grondoperaties in de Balkan. De Koninklijke luchtmacht houdt vier F-16's, een KDC-10 tanker/transportvliegtuig en een Fokker 60 in de «Medevac»-uitvoering (medische evacuaties) in Nederland paraat voor inzet op de Balkan. Nederland assisteerde tevens diverse malen met een korte inzet van een P-3C Orion maritiem patrouillevliegtuig bij het toezicht op de naleving van het bestand in Kosovo (VN-resolutie 1244).
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
EUPM | Vanaf '03 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 21 | 21 | 21 |
PROXIMA | Vanaf dec '03 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | – | 6 | 6 |
NAVO FYROM | Vanaf 03 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 3 | 3 | 3 |
KFOR | '99 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 6 | 6 | 6 |
BHMAC | Vanaf juni '98 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 1 | 1 | 0 |
OVSE Macedonie | Vanaf okt '01 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 1 | 1 | 1 |
EUMM | Vanaf '96 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 3 | 3 | 3 |
OVSE Moldavie | Vanaf '93 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 1 | 1 | 1 |
BKAC | Vanaf '95 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 3 | 3 | 3 |
P-3C Orion | Vlieguren | 198 | 100 |
Stabilisation Force Iraq (SFIR)
Op 6 juni 2003 besloot het kabinet tot een militaire bijdrage aan de multinationale troepenmacht in Irak. Op 11 juni 2004 is besloten de bijdrage voor de tweede keer te verlengen, ditmaal met acht maanden. De Nederlandse troepen zullen bij gevolg tot maart 2005 in Irak blijven. De bijdrage bestaat uit een bataljon met ondersteunende eenheden (ongeveer 1350 militairen). Ter ondersteuning van het bataljon zijn helikopters, genieconstructietroepen, Koninklijke marechaussee, logistieke ondersteuning en een veldhospitaal toegevoegd. Het Nederlandse contingent valt onder operationeel bevel van de door de Britten geleide «Multinationale Divisie South-East». Het gebied onder Nederlandse verantwoordelijkheid omvat de provincie al-Muthanna. De opdracht van het Nederlandse contingent luidt: «Assisteren in de wederopbouw van Irak door het creëren van een veilige en stabiele omgeving». De taken van het Nederlandse contingent zijn gericht op ondersteuning bij de wederopbouw van het land door bij te dragen aan de orde en veiligheid alsmede de uitvoering van kleinschalige Cimic-projecten. Nederland levert een aantal stafofficieren voor verschillende hoofdkwartieren in Irak, te weten: de Multinationale Divisie South-East te Basrah, de door Polen geleide Multinationale Divisie South-Central te Babylon en het hoofdkwartier van de coalitietroepen te Bagdad. In de maanden februari en maart 2004 is SFIR versterkt met 101 militairen voor de uitbreiding van de opleidingscapaciteit van Irakese veiligheidstroepen en om de Nederlandse commandant de beschikking te geven over capaciteit op het gebied van Crowd and Riot Control. Bij de rotatie afgelopen juli is slechts een deel van dit personeel vervangen. In mei is het detachement versterkt met zes Apache-helikopters waarvan vier operationeel inzetbaar zijn, plus twee toestellen als reserve. Bij het besluit tot verlenging op 11 juni is vooralsnog rekening gehouden met een inzet van de Apache-helikopters tot aan het einde van het jaar. Als de omstandigheden het toelaten, zullen zij worden teruggetrokken.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
SFIR | Jul '03–mrt '05 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 1 100 | 1 100 | 1 160 |
Inf bataljon | Mensinzetdagen | 115 428 | 260 000 | 65 000 | ||
KMar Pel | Mensinzetdagen | 4 368 | 10 000 | 2 500 | ||
Contigentscdo | Mensinzetdagen | 3 192 | 7 000 | 1 750 | ||
KMar Det | Mensinzetdagen | 2 192 | 5 000 | 1 250 | ||
Transportheli | Mensinzetdagen | 13 944 | 32000 | 8 000 | ||
Transportheli | Vlieguren | 495 | 800 | 200 | ||
Constructie Compagnie | Mensinzetdagen | 7 900 | 0 | |||
Nat. Support | Mensinzetdagen | 28 392 | 65 000 | 16 250 | ||
Medisch team | Mensinzetdagen | 7 392 | 20 000 | 5 000 | ||
Liaison Off | Mensinzetdagen | 7 560 | 20 000 | 5 000 |
Op verzoek van de VN heeft Nederland voor een periode van zes maanden (1 februari tot 1 augustus 2004) een F-60 transportvliegtuig aan het UN World Food Programme geleverd. De F-60 werd ingezet voor het vervoer van hulpverleners, vooral VN-personeel, en hulpgoederen tussen Jordanië en de verschillende steden in Irak.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
UNWFP IRAK | Feb–aug '04 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | – | 20 | – |
Vlieguren | – | 200 |
UN Truce Supervision Organisation (UNTSO)
In de UNTSO houden militaire waarnemers toezicht op de bestandslijnen tussen Israël en haar buurlanden. Zolang er nog geen definitieve oplossing bestaat omtrent de omstreden (grens)gebieden blijft de aanwezigheid van UNTSO noodzakelijk. Aan UNTSO nemen momenteel 13 Nederlandse militairen deel.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
UNTSO | Vanaf '56 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 13 | 12 | 11 |
International Security Assistance Force (ISAF)
ISAF staat sinds augustus 2003 onder leiding van de Navo. Ongeveer dertig Nederlandse militairen in Navo-dienst maken deel uit van het ISAF-hoofdkwartier. Voorts heeft Nederland ten behoeve van de ondersteuning van ISAF zijn bijdrage voortgezet aan het Multinational Movement Coördination Centre (MNMCC) te Eindhoven, dat onder de naam Allied Movement Coördination Centre (AMCC) op de vliegbasis Eindhoven gesitueerd blijft.
Op 13 oktober 2003 heeft de VN-Veiligheidsraad met resolutie 1510 het mandaat van ISAF verruimd, waardoor optreden in geheel Afghanistan mogelijk wordt. De Navo heeft in dat kader op 31 december 2003 het Provincial Reconstruction Team (PRT) te Kunduz onder bevel genomen met Duitsland als «lead nation.» Daarbij werden de vier noordoostelijke provincies aan het ISAF-verantwoordelijkheidsgebied toegevoegd.
Om verdere uitbreiding van het verantwoordelijkheidsgebied van ISAF mogelijk te maken waren bijdragen door lidstaten met aanvullende middelen noodzakelijk. Op verzoek van de toenmalige Secretaris-Generaal van de Navo, Lord Robertson, is op 2 december 2003 een onderzoek gestart naar de deelneming aan ISAF met Apache-gevechtshelikopters. Op 30 januari 2004 heeft het kabinet ingestemd met een bijdrage aan ISAF van vier Apache-gevechtshelikopters, plus twee toestellen als operationele en technische reserve voor de duur van zes maanden. Op 30 maart zijn de Apache-gevechtshelikopters onder bevel gesteld van de commandant van ISAF.
Provincial Reconstruction Team (PRT) in Afghanistan
Op 1 juli 2004 werden de vijf noordelijke provincies aan het ISAF-verantwoordelijkheidsgebied toegevoegd. In een later stadium zullen, zodra de omstandigheden dat toelaten, gefaseerd de overige provincies van Afghanistan volgen. De vestiging van nieuwe PRT's of de overneming van bestaande PRT's vormen de concrete uitwerking van deze gefaseerde uitbreiding.
In maart 2004 heeft Nederland een eerste oriëntatiemissie in Afghanistan uitgevoerd in het kader van een onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid van een bijdrage aan een PRT. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek heeft de regering op 28 juni 2004 besloten de leiding te nemen van een PRT in de Afghaanse provincie Baghlan. Het PRT komt onder commando van de internationale troepenmacht ISAF. De Tweede Kamer heeft op 5 juli 2004 ingestemd met het zenden van het PRT naar Baghlan.
Met dit besluit is de inzet van 120 tot 150 Nederlandse militairen gemoeid. Het merendeel is afkomstig van de Groep Geleide Wapens van de luchtmachtbasis De Peel. De groep wordt aangevuld met een aantal militairen van andere krijgsmachtdelen. De Nederlandse bijdrage geldt vooralsnog voor een periode van één jaar. Vanwege de voorziene langjarige behoefte aan PRT`s is het voorstelbaar dat de Nederlandse bijdrage zal worden verlengd. Een dergelijke verlenging vergt separate besluitvorming.
Het PRT heeft tot taak de Afghaanse overheid te assisteren bij het vergroten van de stabiliteit, om daarmee de Afghaanse centrale regering in staat te stellen haar gezag in de provincie te vergroten en wederopbouwactiviteiten van de Afghaanse regering of andere actoren mogelijk te maken. Het PRT valt onder commando van ISAF en kan voor logistieke en medische ondersteuning een beroep doen op de voorzieningen van deze veilligheidsmacht. Voor hulp in noodsituaties kan het PRT rekenen op ondersteuning door ISAF, in de vorm van onder meer een snelle reactiemacht.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
ISAF | Vanaf jan '02 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 657 | 160 | 25 |
HQ ISAF | Mensinzetdagen | 31 320 | 9 125 | 9 125 | ||
Inf Compagnie | Mensinzetdagen | 34 310 | – | – | ||
MOR & MOGOS | Mensinzetdagen | 9 307 | – | – | ||
Logistiek Peloton | Mensinzetdagen | 10 950 | – | – | ||
KCT | Mensinzetdagen | 8 212 | – | – | ||
SNR detachement | Mensinzetdagen | 8 342 | – | – | ||
Genieconstructie- compagnie | Mensinzetdagen | 13 870 | – | – | ||
Stafpersoneel KMNB | Mensinzetdagen | 3 102 | – | – | ||
Luchttransport | Vlieguren | 699 | ||||
Helikopter Detachement | Mensinzetdagen | 24 800 | ||||
Vlieguren | 1 140 | |||||
PRT ISAF | Sept '04–sept '05 | Gemiddelde bezetting | Personeelsaantal | 150 | 150 | |
Groep Geleide wapens | Mensinzetdagen | 15 600 | 35 100 | |||
Genieconstructie | Mensinzetdagen | 1 800 |
United Nations Mission in Liberia (UNMIL)
Na een staakt-het-vuren in juni 2003 en een vredesakkoord tussen de strijdende partijen in Liberia heeft de VN met Veiligheidsraadresolutie 1509 het mandaat van UNMIL vastgesteld. UNMIL is op 1 oktober 2003 van start gegaan en heeft als doel de overgangsregering te ondersteunen bij het creëren van een veilig en stabiel Liberia, het herstel van het staatsgezag en het houden van democratische verkiezingen. De missie is inmiddels beëindigd. Op verzoek van de VN heeft Nederland het amfibisch transportschip, Hr. Ms. Rotterdam, voor de duur van ruim drie maanden ter beschikking gesteld voor de ontplooiing van eenheden en het leveren van medische ondersteuning. Op 28 februari 2004 is de Hr. Ms. Rotterdam teruggekeerd in Nederland.
Missie | Periode NL deelneming | Bijdrage | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Begroting 2005 |
UNMIL | Vanaf nov '03 | Gem. bezetting | Personeelsaantal | 270 | 270 | – |
LPD | Vaardagen | 43 | 50 | – | ||
Maritieme heli | Vlieguren | 108 | 23 | – |
NB: Aantal vlieguren (exclusief nationaal uitgevoerde vluchten zoals bijvoorbeeld het ophalen van artikelen op internationaal vliegveld) en vaardagen (exclusief heen- en terugvaart) onder VN-vlag.
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die thans planmatig voor crisisbeheersingsoperaties ter beschikking staan voor de uitvoering van de operationele doelstellingen, zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 09 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties (x € 1 000) | |||||||
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 210 661 | 229 157 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 |
Uitgaven | |||||||
VN-contributies | 34 322 | 45 000 | 49 500 | 49 500 | 49 500 | 49 500 | 49 500 |
SFOR/EUFOR | 60 020 | 40 000 | 38 000 | 38 000 | 38 000 | 38 000 | 38 000 |
Afghanistan Apaches | 15 000 | 2 500 | |||||
PRT Afghanistan | 5 000 | 11 000 | |||||
ISAF/HQ ISAF | 31 832 | 5 000 | |||||
Enduring Freedom | 31 782 | ||||||
Stabilisatiemacht Irak | 36 542 | 68 000 | 34 000 | ||||
World Food Programm (F 60) | 2 500 | ||||||
Task Force Fox | 2 017 | ||||||
Display Deterrence | 7 237 | ||||||
EUPM | 1 442 | 2 000 | 2 000 | 2 000 | |||
UNMIL | 848 | 2 100 | |||||
Navo PSO/EU-operatie | 2 380 | 2 900 | 2 900 | 1 900 | 1 900 | 1 900 | 1 900 |
Overige operaties | 5 566 | 3 900 | 5 900 | 3 700 | 3 700 | 3 700 | 3 700 |
Restant voorziening crisisbeheersingsoperaties | 37 757 | 49 200 | 99 900 | 101 900 | 101 900 | 101 900 | |
Totaal uitgaven | 213 988 | 229 157 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 8 001 | 1 407 | 1 407 | 1 407 | 1 407 | 1 407 | 1 407 |
De budgetflexibiliteit wordt in onderstaande tabel weergegeven.
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | 195 000 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 26% | 49 500 | 26% | 49 500 | 26% | 49 500 | 26% | 49 500 | 26% | 49 500 |
Waarvan complementair noodzakelijk | 49% | 96 300 | 23% | 45 600 | 22% | 43 600 | 22% | 43 600 | 22% | 43 600 |
Resterende plannen | 25% | 49 200 | 51% | 99 900 | 52% | 101 900 | 52% | 101 900 | 52% | 101 900 |
Totaal | 100% | 195 000 | 100% | 195 000 | 100% | 195 000 | 100% | 195 000 | 100% | 195 000 |
Gebaseerd op de RPE wordt binnen het beleidsartikel Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties een ex post beleidsevaluatie uitgevoerd naar de geoperationaliseerde doelstelling «inzetbaarheid bij crisisbeheersingsoperaties» (start onderzoek mei 2005).
Beleidsartikel 10. Civiele Taken
Met de huidige capaciteit voert Defensie ook een aantal niet-specifieke defensietaken uit. Op verzoek en onder gezag van civiele autoriteiten worden militairen en burgerpersoneel ingezet voor civiele taken. Dit betekent het bijdragen aan de handhaving van de openbare orde en veiligheid in het koninkrijk, het leveren van bijstand bij (dreigende) calamiteiten en zware ongevallen en het verlenen van steun in het kader van het algemene belang.
De verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor civiele taken worden op dit beleidsartikel geraamd en verantwoord. Onder civiele taken worden verstaan de activiteiten in het kader van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A), de Kustwacht Nederland (KWNED), de Explosievenopruiming en hulp aan civiele overheden.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba
De doelstelling van de KWNA&A is het leveren van een maritieme bijdrage aan het voorkomen, vaststellen en optreden tegen ongewenst gedrag bij noodsituaties. Dit kan worden omschreven als het beschermen van de gemeenschap tegen aantasting van de rechtsorde en tegen de daaruit voortvloeiende gevaren dan wel bedreigingen voor de veiligheid en voor de persoonlijke levenssfeer.
Doelstellingen van de KWNED zijn de bescherming tegen de aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen van de veiligheid en van de persoonlijke levenssfeer alsmede de steunverlening op zee-, kust- en aangewezen binnenwateren bij (dreigende) noodsituaties die het gevolg zijn van ongevallen en rampen.
De explosievenopruimingsdiensten voorzien in capaciteit voor het opsporen, identificeren en ruimen van explosieven. Het betreft conventionele explosieven, vermoede explosieven en geïmproviseerde explosieven in Nederland, zowel op land als in het water en op zee.
Deze capaciteit kan overal ter wereld ingezet worden in het kader van een bondgenootschap, verdragsorganisatie of een bilaterale overeenkomst. In 2004 is een evaluatieonderzoek gehouden van de doelstellingen van de explosievenopruimingsdiensten.
Het project «Civiel Militaire Bestuursafspraken» (CMBA) moet uiterlijk in 2005 resulteren in een convenant over de ondersteuning van de civiele autoriteiten en de manier waarop deze wordt verrekend. De samenwerking tussen de krijgsmacht en de civiele autoriteiten wordt beter gestructureerd teneinde effectiever op rampen en zware ongevallen te kunnen reageren.
Budgettaire gevolgen van beleid
De financiële middelen die onder dit beleidsartikel ter beschikking staan voor de realisatie van de nader geoperationaliseerde doelstellingen, zijn in de volgende tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen van het beleid beleidsartikel 10 Civiele taken (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 32 438 | 26 545 | 35 234 | 20 203 | 20 115 | 20 197 | 20 135 |
Uitgaven | |||||||
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba | 10 760 | 10 846 | 21 571 | 6 571 | 6 571 | 6 571 | 6 571 |
Kustwacht Nederland | 5 988 | 7 718 | 5 414 | 5 372 | 5 263 | 5 345 | 5 263 |
Explosievenopruiming | 8 116 | 7 556 | 8 092 | 8 103 | 8 124 | 8 124 | 8 124 |
Hulp aan civiele overheden | 8 144 | 272 | |||||
Totaal uitgaven | 33 008 | 26 392 | 35 077 | 20 046 | 19 958 | 20 040 | 19 958 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 6 106 | 1 072 | 1 072 | 1 072 | 1 072 | 1 072 | 1 072 |
De uitgaven voor de KWNA&A die ten laste van dit beleidsartikel worden gebracht, zijn de uitgaven voor de inzet van defensiemiddelen, meer specifiek: middelen van de Koninklijke marine. De uitgaven voor de inzet van de defensiemiddelen zijn additioneel en worden waar mogelijk geraamd en gerealiseerd met behulp van tarieven. Alle andere uitgaven voor de KWNA&A worden geraamd en gerealiseerd in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De operationele activiteiten met de maritieme patrouillevliegtuigen van de Koninklijke marine worden per 1 januari 2005 beëindigd. Hierdoor vervalt de mogelijkheid om met deze middelen luchtverkenningstaken van de KWNA&A te kunnen uitvoeren. Het is de intentie dat deze taak uiteindelijk wordt overgenomen door een civiele organisatie, waarvoor een aanbestedingstraject is gestart. Het is niet mogelijk gebleken deze civiele capaciteit beschikbaar te hebben per 1 januari 2005. Als interim-oplossing zullen twee F-60's van de Koninklijke luchtmacht worden ingezet voor luchtverkenning ten behoeve van de KWNA&A. In de Ministerraad van 27 februari 2004 is besloten dat de uitgaven voor (alternatieve) luchtverkenningcapaciteit voor de KWNA&A in 2004 en 2005 nog ten laste komen van Defensie en daarna ten laste van het generale beeld worden gebracht.
De budgettaire verantwoording en verantwoordelijkheid zal vanaf 2006 lopen via het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken.
Ook bij de explosievenopruiming lopen de uitgaven van de verschillende eenheden door elkaar met de uitgaven van de defensieonderdelen. De uitgaven voor de explosievenopruiming die ten laste van dit beleidsartikel worden gebracht betreffen alle uitgaven voor het daarbij geplaatst personeel en de direct toerekenbare uitgaven.
Vanwege het onvoorspelbare karakter van hulp aan civiele overheden, worden geen uitgaven geraamd. In voorkomend geval zullen slechts de additionele uitgaven ten laste van dit beleidsartikel worden gebracht.
Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A)
De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba is een civiele organisatie, waarvan de minister van Defensie beheerder is. De Kustwachtcommissie waarin de drie landen van het Koninkrijk vertegenwoordigd zijn, bereidt het beleid voor de Kustwacht voor. De Rijksministerraad stelt de beleidsdocumenten vervolgens vast. De Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) voert als Commandant Kustwacht (CKW) dienstverlenende, toezichthoudende en opsporings-taken uit.
De Kustwacht neemt in het kader van de internationale en regionale maritieme samenwerking deel aan drugsbestrijdingsoperaties.
De KWNA&A voert de onderstaande activiteiten uit:
Toezichthoudende en opsporingstaken:
• algemene politietaken, waaronder het uitvoeren van (internationale) drugsbestrijdingsoperaties;
• grensbewaking;
• douanetoezicht in samenwerking met de douanediensten en politiekorpsen (vreemdelingendiensten) van de Nederlandse Antillen en Aruba;
• toezicht op milieu en visserij;
• toezicht op de scheepvaart, waaronder het verkeer en de uitrusting van schepen.
• hulpverlening en rampenbestrijding, waaronder ook opsporings- en reddingstaken, al dan niet in samenwerking met particuliere, binnenlandse en/of buitenlandse organisaties;
• afwikkeling van nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
De dienstverlenende taken, en met name opsporings- en reddingstaken, krijgen de hoogste prioriteit indien deze zich voordoen. Een indicatie van de omvang van de activiteiten wordt verkregen aan de hand van de cijfers over de voorgaande jaren:
Omschrijving | Meeteenheid | Realisatie 2002 | Realisatie2003 |
In beslag genomen drugs | In kilo's | 7 989 | 5 869 |
Gered of in veiligheid gebracht | Personen | 271 | 297 |
Controle scheepvaart | Processen verbaal | 36 | 47 |
Milieuverontreiniging | Processen verbaal | 6 | 5 |
Illegale visserij | Processen verbaal | 29 | 28 |
Illegale immigratie | Processen verbaal | 74 | 193 |
Voor de taken stelt de Koninklijke marine, naast functionarissen voor onder meer de bezetting van het Kustwachtcentrum, de volgende vaardagen en vlieguren ter beschikking:
Prestatiegegevens KWNA&A | Aantal | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
Fregat | 1 | Vaardagen | 92 | 92 | 91 |
Maritieme helikopter | 1 | Vlieguren | 280 | 390 | 390 |
Maritieme patrouillevliegtuigen | 3 | Vlieguren | 1 950 | 1 900 | 2 000* |
AS355 helikopter | 1 | Vlieguren | 496 | 500 | 500 |
* Deze opgave is inclusief 100 vlieguren ten behoeve van CTG 4.4 voor het uitvoeren van «counterdrugs»-operaties onder leiding van de Joint Inter-agency Task Force South (JIATF-S).
De KWNED is een samenwerkingsorganisatie van zes departementen (de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Defensie, Justitie, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De operationele leiding is in handen van de Koninklijke marine. Voor de uitvoering van deze taken worden door de participerende diensten varende en vliegende eenheden ter beschikking gesteld. De Kustwacht beschikt over een kustwachtcentrum in Den Helder. Dit centrum heeft een 24-uurs bezetting en fungeert als centraal meld-, informatie- en coördinatiecentrum. Het is tevens het Nationale Maritieme- en Aëronautische Redding Coördinatie Centrum (RCC).
De beleidsmatige aansturing voor de uitvoering van deze taken geschiedt door het ministerie van Verkeer en Waterstaat wat verkeerstaken betreft en door het ministerie van Justitie wat handhavingstaken betreft.
De KWNED voert de volgende activiteiten uit:
Toezichthoudende en opsporingstaken:
• controle op vangstbeperkende en technische maatregelen die van toepassing zijn op de zeevisserij;
• controle op de naleving van voorschriften voor het scheepvaartverkeer;
• toezicht op de uitrusting van schepen;
• handhaving van milieuvoorschriften;
• controle op de door-, uit- en invoer van goederen;
• weren van ongewenste vreemdelingen.
• permanent afluisteren en afwikkelen van nood-, spoed- en veiligheidsverkeer;
• coördinatie en uitvoering van hulpverlenings- en reddingsacties, al dan niet in samenwerking met de Koninklijke marine en andere particuliere c.q. buitenlandse organisaties;
• bij voorkomende noodzaak zorgdragen voor scheepvaart- en verkeersbegeleidende maatregelen;
• verlenen van hulp.
Een indicatie van de omvang van de activiteiten kan worden verkregen aan de hand van de cijfers over de voorgaande jaren:
Omschrijving | Realisatie 2002 | Realisatie 2003 |
Aantal opgevolgde alarmeringen | 3 046 | 2 911 |
Aantal maritieme reddingsacties | 1 411 | 1 395 |
Aantal aëronautische reddingsacties | 73 | 57 |
Voor het uitvoeren van de taken van de KWNED stelt de Koninklijke marine, naast functionarissen voor onder meer de bezetting van het Kustwachtcentrum, de volgende aantallen vaardagen en vlieguren ter beschikking.
Prestatiegegevens KWNED | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
Mijnenbestrijdingsvaartuigen | Vaardagen | 80 | 140 | 140 |
Maritieme helikopters | Vlieguren | 125 | 230 | 230 |
Maritieme patrouillevliegtuigen | Vlieguren | 354 | 350 |
De operationele activiteiten met de maritieme patrouillevliegtuigen van de Koninklijke marine worden per 1 januari 2005 beëindigd. Hierdoor vervalt de mogelijkheid om met deze middelen taken van de KWNED uit te kunnen voeren. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat neemt deze taken met ingang van 1 januari 2005 over van Defensie.
Voor de uitoefening van de taken beschikt de KWNED voorts over een bergingsvaartuig, een patrouillevliegtuig, surveillancevaartuigen, betonningsvaartuigen en een oliebestrijdingsvaartuig. Deze eenheden worden voor de kustwachttaken beschikbaar gesteld door de betrokken diensten van de betreffende ministeries. De financiering hiervan wordt bij de diensten van die ministeries geraamd en verantwoord.
De explosievenopruimingsdiensten verrichten civiele werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van het ministerie van Justitie of van gemeenten. Het betreft de eerste verkennende zoekactie alsmede het opsporen en/of ruimen van conventionele of geïmproviseerde explosieven. Voorts wordt preventief onderzoek verricht van locaties. Voor noodgevallen zijn permanent ruimingsploegen op afroep beschikbaar. In 2003 is een joint EOD-kenniscentrum opgericht.
Het opsporen van conventionele explosieven kan geschieden door zowel civiele bedrijven als door de overheid. Het ruimen van explosieven is voorbehouden aan de rijksoverheid. Defensie voert deze permanente bijstandstaak uit. Het opsporen, de daaraan voorafgaande verkennende zoekacties en het ruimen van explosieven wordt binnen Defensie verricht door de Duik- en Demonteergroep Koninklijke marine (DDG-KM), het Explosieven-opruimingscommando Koninklijke landmacht (EOCKL) en de Explosievenopruimingsdienst Koninklijke luchtmacht (EOD-KLu). Elk van deze diensten bestrijkt een specifieke regio van Nederland. Voorts is alles onder water en op zee de verantwoordelijkheid van de DDG-KM en zorgt het EOCKL voor de algehele coördinatie van de ruimingen in Nederland. Het kustwachtcentrum Nederland draagt zorg voor de coördinatie op zee.
De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid in Nederland ligt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het in dat kader opsporen en ruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (conventionele explosieven) is in beginsel een gemeentelijke aangelegenheid. Het opsporen en ruimen van geïmproviseerde explosieven, alsmede het preventief onderzoek van locaties is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de politie en het ministerie van Justitie.
Indien en voor zover de taken die uit de nader geoperationaliseerde doelstelling voortvloeien worden verricht in opdracht van militaire autoriteiten, vallen deze onder de militaire taakuitoefening. Voor zover civiele autoriteiten de opdrachtgever zijn, vallen zij onder de civiele taakuitoefening.
Een indicatie van de omvang van de activiteiten kan worden verkregen aan de hand van de cijfers over de voorgaande jaren:
Omschrijving activiteiten | Realisatie 2002 | Realisatie 2003 |
Ruimingen | 2 436 | 2 213 |
Zoekacties/opsporingen | 71 | – |
Justitiële bijstand | 125 | 142 |
Naast genoemde civiele taken wordt bij vrijwel alle uitzendingen van eenheden van de krijgsmacht naar gebieden van crises en oorlogsdreiging een beroep gedaan op personeel van de DDG-KM, het EOCKL en de EODKLu. De opdrachten aan deze diensten zijn zowel militair als civiel. Ze variëren van het steunen van Navo-bataljons bij het ruimen van aangetroffen explosieven tot het opzetten van «mijnscholen» voor de opleiding van (buitenlandse) lokale ruimploegen.
Ten behoeve van derden in Nederland worden op aanvraag navigatieberichten doorgegeven. Deze worden in rekening gebracht. Tevens worden op structurele basis navigatieberichten aan het Duitse ministerie van Defensie verstrekt. De raming van de ontvangsten bedraagt in 2005 € 0,2 miljoen.
De mate waarin en de manier waarop de verrekening van de uitgaven van civiele opdrachten plaatsvindt is afhankelijk van de soort dienst. Voor het opsporen van conventionele explosieven wordt de integrale kostprijs in rekening gebracht. Voor 2005 wordt hiervoor een ontvangst van € 0,9 miljoen geraamd. Voor het ruimen van die explosieven worden geen kosten in rekening gebracht.
Gebaseerd op de RPE wordt binnen het beleidsartikel Civiele taken een ex post beleidsevaluatie uitgevoerd naar:
• de geoperationaliseerde doelstelling «verdieping samenwerking civiele autoriteiten» (start onderzoek september 2005);
• de geoperationaliseerde doelstelling «hulp civiele overheden» (start onderzoek september 2005).
Beleidsartikel 11. Internationale Samenwerking
Nederland voert een actief veiligheids- en defensiebeleid, gericht op zowel de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, als op conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Internationale samenwerking draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. Bij de invulling van internationale samenwerking spelen internationale organisaties als de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo) en de Europese Unie (EU), alsmede de Verenigde Naties (VN) en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) een belangrijke rol. Het belang van internationale samenwerking is toegenomen ten gevolge van het versterken van de Europese crisisbeheersingscapaciteiten en het vergroten van de effectiviteit en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen binnen de Navo en de EU. De Nederlandse krijgsmacht is vergaand internationaal ingebed. De bi- en multinationale militaire samenwerking met bondgenoten en partners zal verder worden versterkt.
De toekomstige relevantie en geloofwaardigheid van de Navo en het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) zijn in hoge mate afhankelijk van de bereidheid van de Europese landen hun defensiemiddelen in te zetten en hun expeditionair militair vermogen te versterken. Ook het transatlantisch evenwicht binnen het bondgenootschap is hiermee gediend. Nederland heeft toegezegd actief bij te dragen aan de versterking van dit vermogen, onder meer in het kader van het Prague Capabilities Commitment (PCC) tijdens de Navo-Top in Praag in november 2002 en in het kader van het European Capabilities Action Plan (ECAP) van de Europese Unie.
De voortgaande verspreiding naar risicolanden van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, zoals ballistische raketten met een toenemend bereik, baart onverminderd zorg. Dit geldt tevens voor de opkomst van het internationale terrorisme, te meer omdat het netwerken betreft die in staat moeten worden geacht massavernietigingswapens te verwerven en in te zetten. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de internationale verhoudingen in belangrijke mate worden bepaald door deze nieuwe dreigingen. In delen van de wereld is de instabiliteit de afgelopen jaren toegenomen, hetgeen kan uitmonden in nieuwe conflicten. In Europa is de stabilisering van de Balkan nog niet voltooid en blijven de onopgeloste conflicten in Oost-Europa, vooral in Moldavië en de Kaukasus, een bron van zorg. Georgië heeft een vreedzame machtswisseling meegemaakt, maar het eerder door burgeroorlog geteisterde land is nog niet stabiel. De situatie in het Midden-Oosten, de Arabische Golf en grote delen van Azië en Afrika blijft zorgwekkend. Herstel van vrede en stabiliteit is in Afrika van groot belang voor duurzame ontwikkeling.
Defensie stelt zich ten doel dat:
• Nederland aan zijn (financiële) verplichtingen die voortvloeien uit het Navo-lidmaatschap blijft voldoen;
• de schaarse middelen van Defensie optimaal worden aangewend, waarbij prioriteit wordt gegeven aan het versterken van Europese militaire capaciteiten die de tekortkomingen, zoals geïdentificeerd in de «Helsinki Headline Goal»(HLG) en het «Prague Capabilities Commitment» (PCC), kunnen opheffen dan wel reduceren;
• de effectiviteit van de Europese defensie-inspanningen verbetert, door versterking van de samenwerking en coördinatie tussen de partners van de EU en de Navo, en door het voorkomen van duplicatie van activiteiten die zowel binnen het European Capabilities Action Plan (ECAP) als het PCC worden uitgewerkt. Sleutelwoorden zijn complementariteit en synergie;
• meer doelmatigheid wordt verkregen door het verder uitwerken van de modulegedachte, het intensiveren van de bi- of multilaterale samenwerking bij de verwerving van militaire capaciteiten, concentratie op «pooling of forces» en taakspecialisatie;
• de Midden- en Oost-Europese (MOE-)landen zichzelf opwerken tot volwaardige partners waarmee Nederland militair-operationeel kan samenwerken. In dat kader ondersteunt Defensie de inspanningen van de MOE-landen om hun krijgsmacht zodanig te positioneren, in te richten en in te zetten, dat een optimale bijdrage kan worden geleverd aan de internationale vrede en veiligheid.
Nader geoperationaliseerde doelstellingen
Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting
De Navo is de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Het Navo-lidmaatschap is het primaire instrument om de integriteit van het eigen grondgebied te waarborgen. Het vergroot tevens de mogelijkheden tot handhaving van de internationale rechtsorde en veiligheid. Door bij te dragen aan de financiering van de internationale staven, de gezamenlijke middelen voor bevelvoering en communicatie en bondgenootschappelijke programma's draagt Nederland bij aan de instandhouding van de geïntegreerde militaire structuur en de noodzakelijke capaciteiten van de Navo. De transformatie van de «oude» statische Navo-capaciteiten naar expeditionaire capaciteiten is in gang gezet. Dit wordt echter nog onvoldoende weerspiegeld in de gemeenschappelijke financiering van de verschillende Navo-programma's. Nederland streeft naar het afbouwen van de financiering van arrangementen en (infrastructuur)projecten die niet bijdragen aan de ontwikkeling van de moderne en expeditionaire capaciteiten van de Navo, opdat de vrijkomende middelen kunnen worden aangewend voor het opheffen van de geconstateerde tekortkomingen (more capabilities, less concrete). Nederland hecht veel belang aan een adequaat prioriteitenmechanisme, aan de hand waarvan de meest noodzakelijke projecten kunnen worden gefinancierd. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de belangrijkste gemeenschappelijke capaciteiten zoveel mogelijk binnen de bestaande budgetplafonds worden verwezenlijkt.
Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van de HLG en het PCC (EVDB-voorziening en EVDB-intensivering)
De versterking van de Europese militaire capaciteiten, nodig voor een grotere Europese rol en een evenwichtiger lastenverdeling tussen de transatlantische partners, blijft een belangrijke beleidsdoelstelling van Defensie. De opheffing van Europese militaire tekortkomingen wordt nagestreefd. Uitgangspunt daarbij is dat intensieve militaire samenwerking en een gezamenlijke aanpak leiden tot een zo groot mogelijke effectiviteit en doelmatigheid, waarbij Nederland voorrang geeft aan elementen die bijdragen aan zowel de verwezenlijking van de HLG als het PCC. De nadruk ligt op versterking van de strategische Europese capaciteiten: bevelvoering, inlichtingenverzameling en strategisch transport. Daarnaast is er aandacht voor tekortkomingen op het terrein van logistiek, medische voorzieningen en mobiliteit (snelle ontplooiing).
Militaire attachés dragen bij aan enerzijds de informatievoorziening ten behoeve van het ministerie van Defensie en anderzijds aan het informeren van bondgenoten en partners over het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. Op grond van de politieke en militaire actualiteit en onder handhaving van het huidige budgetniveau wordt, in samenspraak met het ministerie van Buitenlandse Zaken, met bestaande en nieuwe posten een adequate mondiale spreiding tot stand gebracht.
Nederland is partij bij een reeks van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van conventionele wapenbeheersing waaruit een uitgebreid stelsel van rechten en plichten voortvloeit. De uitvoering van de verplichtingen voortvloeiend uit deze overeenkomsten is sinds jaar en dag een aangelegenheid voor het ministerie van Defensie onder medeverantwoordelijkheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na reorganisatie in 2004 draagt één gecentraliseerde en «joint» Defensie Wapenbeheersingsorganisatie (DWBO) op dagelijkse basis zorg voor de fysieke uitvoering van onder meer inkomende en uitgaande inspecties, informatieverstrekking en participatie in de sturingsorganen van de diverse overeenkomsten. In dit verband zijn het Verdrag over Conventionele Strijdkrachten in Europa (CSE-verdrag, van kracht sedert 1992) en het «Open Skies» luchtobservatieverdrag (van kracht sedert 1 januari 2002) veruit het meest arbeidsintensief. Daarnaast leidt de uitvoering van de vertrouwenwekkende en veiligheidbevorderende maatregelen uit het Weens Document 1999 tot inspanningsverplichtingen van defensiezijde in de vorm van informatie-uitwisseling, inspecties en evaluatiebezoeken.
Overige internationale samenwerking
Door de toetreding van de Baltische staten, Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Slovenië tot de Navo in 2004 is de samenwerking met de MOE-landen veranderd. De bilaterale programma's met deze landen waren tot op heden gericht op ondersteuning bij het toetredingsproces. Met ingang van 2005 zal vooral op basis van gelijkwaardigheid worden samengewerkt en wordt de steunverlening geleidelijk afgebouwd. Het doel van het MOE-beleid is om bilateraal en multilateraal de aandacht te richten op de resterende MAP-landen (deelnemers aan het Navo Membership Action Plan) Albanië, Kroatië en Macedonië. Ook zal de prille bilaterale relatie met Servië-Montenegro een veel prominentere plaats in het MOE-beleid krijgen, evenals de reeds bestaande contacten met Oekraïne en de Russische Federatie en de ontwikkeling van een relatie met de Kaukasus en de Centraal-Aziatische landen.
In het kader van het Afrika-beleid van het kabinet zal Defensie vooral met landen in het Grote-Meren gebied en in de Hoorn van Afrika samenwerkingsprogramma's ontwikkelen.
Nederland draagt bij aan de uitgaven van het Centrale Satellietcentrum van de Europese Unie en aan de pensioenvergoeding van het personeel van het Satelliet Centrum. Het doel van deze bijdrage is dat Defensie de beschikking krijgt over satellietbeelden ten behoeve van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
Nederland zal een kwalitatief hoogwaardige bijdrage leveren aan de snelle reactiecapaciteit van de Navo en de Europese Unie. Als onderdeel van het PCC is door de regeringsleiders van de Navo-lidstaten ingestemd met de oprichting van de «NATO Response Force» (NRF). De NRF kan na een korte reactietijd worden ingezet voor Navo-operaties. De vulling van de NRF geschiedt op basis van een roulatiemechanisme, waarbij landen voor een periode van steeds zes maanden eenheden beschikbaar stellen. De NRF is niet alleen een snelle en kwalitatief hoogwaardige reactiemacht, maar moet tevens de conceptuele en technische modernisering van vooral de Europese Navo-strijdkrachten bevorderen. Nederland draagt sinds oktober 2003 bij aan de NRF. Voor NRF4 (eerste helft 2005) zijn een battle staff in de rol van Deputy Maritime Component Commander, een fregat, een mijnenjager, een Patriot-eenheid en twaalf F-16's aangeboden. Het Duits-Nederlandse hoofdkwartier is – als één van de in totaal zes snel inzetbare hoofdkwartieren van de Navo – in deze periode aangewezen om de landcomponent van de NRF te leiden. Omdat de Navo uit oogpunt van militaire effectiviteit een koppeling tussen het hoofdkwartier en de beschikbare landstrijdkrachten noodzakelijk acht, zullen Duitsland en Nederland in deze periode ook een groot deel van de landstrijdkrachten leveren.
Ook de EU heeft de behoefte aan een flexibele en mobiele «rapid response»-capaciteit onderkend. Het is de bedoeling dat uiterlijk in 2007 nationale of multinationale gevechtseenheden voor zogenaamde EU Battle Groups (EUBG) beschikbaar zijn, die op verzoek van de Verenigde Naties binnen 5 tot 30 dagen kunnen worden ingezet voor een periode van maximaal drie maanden. De Battle Groups kunnen vanaf hun voorgenomen operationalisering in 2007 een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke versterking van het snelle reactievermogen van de Unie en, aldus, aan de bevordering van internationale veiligheid en stabiliteit. Nederland heeft het initiatief dan ook verwelkomd en staat in beginsel positief tegenover deelname. De mogelijkheden in dezen worden thans onderzocht, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de coördinatie met de Nato Response Force (NRF). De krijgsmachten van de meeste EU- en Navo-lidstaten worden immers gereed gehouden voor inzet in zowel Navo- als EU-geleide operaties. Verder dient het initiatief militair-operationeel zorgvuldig te worden ingevuld, onder meer qua ondersteuning (logistiek, transport, enz.).
De recente uitbreiding van de Navo met zeven nieuwe lidstaten heeft geleid tot een behoefte in ondersteuning van de nationale verdediging van Slovenië en de Baltische staten, met name op het gebied van «air policing». De Baltische staten en Slovenië hebben geen eigen middelen om het luchtruim te verdedigen. Zij hebben hiervoor een beroep gedaan op de Navo. Een permanente oplossing is nog niet gevonden. Vooralsnog is ingestemd met een interim oplossing. Deze tijdelijke voorziening behelst het op roulatiebasis uitvoeren van «air policing» voor Slovenië en de Baltische staten door andere Navo-lidstaten. Naar verwachting zal deze interim oplossing voorlopig nog voortduren. «Burden sharing» lijkt derhalve aannemelijk. Nederland onderzoekt de mogelijkheden ook een deel van de «last» voor haar rekening nemen. Het geniet in voorkomend geval de voorkeur om deze «air policing» taak in EEAW- (EPAF {European Participating Air Forces} Expeditionary Air Wing) verband in te vullen. De Koninklijke luchtmacht beziet momenteel of deze gelegenheid is te combineren met de export van Nederlandse oefenruimte naar de betreffende landen.
Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen beleid beleidsartikel 11 Internationale samenwerking (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 135 021 | 249 867 | 210 714 | 218 591 | 218 416 | 208 734 | 205 274 |
Uitgaven | |||||||
Bijdrage aan de Navo | 77 256 | 86 605 | 99 852 | 95 154 | 89 425 | 75 143 | 73 671 |
EVDB | 22 293 | 139 534 | 87 900 | 107 700 | 108 800 | 111 100 | 107 700 |
Attachés | 16 840 | 22 110 | 22 109 | 22 109 | 22 109 | 21 871 | 22 109 |
Overige internationale samenwerking | 1 320 | 1 430 | 1 565 | 1 640 | 1 794 | 1 794 | 1 794 |
Totaal uitgaven | 117 709 | 249 679 | 211 426 | 226 603 | 222 128 | 209 908 | 205 274 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 12 514 | 19 242 | 31 715 | 28 382 | 22 733 | 8 450 | 6 978 |
Nederland draagt bij aan diverse onderling overeengekomen gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma's. Dit betreft de Navo-projecten in Nederland, het Navo Veiligheids- en Investeringsprogramma (NVIP), het AWACS-investeringsprogramma, het AWACS-exploitatiebudget, het militaire budget van de Navo (MB) en de administratieve kosten van de hoofdkwartieren en agentschappen van de Navo (overige bijdragen). Door de Navo wordt een Medium Term Resource Plan (MTRP) en een hieraan gerelateerd Medium Term Financial Plan (MTFP) opgesteld waarin de plannen en prioriteiten van de Navo voor de komende vijf jaar alsmede de financiële consequenties daarvan worden weergegeven. Het MTRP en MTFP vormen de basis voor de hoogte van de bijdrage van Defensie aan de Navo.
Navo-projecten in Nederland betreffen projecten die in Nederland worden uitgevoerd en waarvan de noodzaak of omvang uitstijgt boven datgene wat normaliter nationaal vereist is («over and above» principe). De Navo-projecten in Nederland komen gedeeltelijk in aanmerking voor financiering uit het NVIP budget. Het «over and above»-deel wordt door de Navo met Nederland verrekend. De ontvangsten in de begroting zijn gelijk aan deze met de Navo te verrekenen projectkosten.
In deze planperiode zijn grotere projecten zoals «Sanering Cannerberg» en «ARS Nieuw Milligen» in uitvoering. Daarnaast wordt vanwege de uitbreiding van de Navo een groot aantal nieuwe infrastructuurprojecten op het RHQ AFNORTH (Allied Forces Northern Europe) in Brunssum voorzien. Een ander groot project betreft de vernieuwing van de brandstofpijplijn tussen Nederland en België. Hierdoor zijn met name in 2005–2007 significant hogere uitgaven voorzien. Deze hogere uitgaven worden deels gecompenseerd door hogere ontvangsten.
Nederland is kritisch over de kostenbeheersing van het NVIP. Doel is niet langer te investeren in statische entiteiten, maar te concentreren op capaciteiten die wereldwijde snelle ontplooiing van troepen mogelijk maken. Nederland is van mening dat het bestaande budgetplafond (€ 640 miljoen) moet worden gehandhaafd. De Nederlandse bijdrage aan het NVIP is door de toetreding van de nieuwe lidstaten neerwaarts bijgesteld. Voorts zijn er projecten die in de afgelopen tien jaar zijn goedgekeurd en thans nog steeds betalingen vergen.
Voor het AWACS-investeringsbudget geldt dat Nederland naar rato (3,6%) bijdraagt aan het Mid Term Modernization Program (MTRP) van de AWACS-vliegtuigen (Global Solution). Dit is overigens niet het laatste aan AWACS gerelateerde investeringsprogramma. De veroudering van de motoren en het platform van het E3A vliegtuig nopen tot een nieuw modificatietraject vanaf 2008 (re-engining of re-platforming), afhankelijk van de besluitvorming medio 2004. In de begroting is hiermee rekening gehouden vanaf 2007. Vooruitlopend hierop zal Nederland bijdragen aan een urgente operationele behoefte voor de zelfbescherming van de AWACS-vliegtuigen (het aandeel van Nederland bedraagt ongeveer € 8 miljoen), hetgeen in de begroting is verwerkt.
Voor het AWACS-exploitatiebudget geldt eveneens dat Nederland naar rato (3,6%) bijdraagt aan de kosten van de inzet van de AWACS-vliegtuigen in Navo-verband. Door stijgende brandstofprijzen, wisselkoersverschillen en hoge kosten van met name het motoronderhoud is er sprake van een structurele stijging van het AWACS-exploitatiebudget, waardoor de Nederlandse bijdrage navenant zal stijgen. Door de Navo worden maatregelen genomen om de stijgende kosten binnen een budgetplafond te houden, dat gebaseerd is op het uitvoeren van minimum critical operations.
Het militair budget van de Navo betreft de exploitatiekosten van de Navo. Dit budget staat al enige tijd onder druk. Steeds meer zaken worden op de unfunded list geplaatst teneinde de begroting in de hand te houden. Uit het budget worden tevens oude elementen gefinancierd, zoals de kosten van hoofdkwartierbunkers, bijzondere financieringsarrangementen van bepaalde landen, relatief dure en verouderde communicatiemiddelen en grote aantallen lokale inhuurkrachten. Nederland vindt dat het beslag op het militair budget voor deze zaken moet worden afgebouwd. Totdat hierover consensus bestaat, staat Nederland bij de vaststelling van het MTFP een reële nulgroei voor (extra kosten van salarissen en inflatie worden meegenomen). Als gevolg van de toetreding van de nieuwe lidstaten en door participatie van Frankrijk in de Navo Commandostructuur is de procentuele bijdrage van Nederland sinds 2004 licht gedaald.
De overige bijdragen betreffen voornamelijk de pensioenkosten van bij de Navo tewerkgesteld personeel.
Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van de HLG en het PCC (EVDB-voorziening en EVDB-intensivering)
Nederland hecht grote waarde aan de verdere ontwikkeling van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB), met inbegrip van civiele crisisbeheersingstaken. Nederland is één van de pleitbezorgers van toereikende samenwerkingsregelingen tussen EU en Navo. Nederland stelt de volgende prioriteiten op EVDB-gebied:
• het opheffen van bestaande tekortkomingen uit de Headline Goal 2003 en het verder uitwerken van de Helsinki Headline Goal 2010 die voortvloeit uit de EU-veiligheidstrategie (Solana-paper);
• het voorkomen en beheersen van crises, het tegengaan van de proliferatie van massavernietigingswapens en de bestrijding van het terrorisme, waarbij gebruik wordt gemaakt van een breed instrumentarium;
• het nemen van een grotere verantwoordelijkheid op veiligheidsgebied, vooral in Europa, maar ook daarbuiten, naar analogie van de overname van de door de Navo geleide operatie in Bosnië-Herzegovina door de EU;
• het invoeren van vormen van gestructureerde samenwerking – zoveel mogelijk ingebed in de EU-structuren – en de oprichting van het Europees agentschap voor capaciteitversterking en materieelverwerving.
De Headline Goal (HLG) behelst het streven om in 2003 maximaal 60 000 militairen binnen zestig dagen gedurende tenminste een jaar te kunnen inzetten voor crisisbeheersingsoperaties. Om de inzetbaarheid, de ontplooibaarheid, de interoperabiliteit en de bruikbaarheid van de Europese strijdkrachten verder te verbeteren, is naar aanleiding van de European Security Strategy (ESS) de Headline Goal 2010 geformuleerd. De aanpak van de resterende tekortkomingen moet, aan de hand van de roadmap voor de projectgroepen van het European Capability Action Plan (ECAP), voortvarend ter hand worden genomen.
In juni 2004 is overeenstemming bereikt over de oprichting van het Europees Defensie Agentschap. De hoofdtaken van dit agentschap zijn:
• bijdragen aan de versterking van de militaire capaciteiten;
• bijdragen aan samenwerking op het gebied van materieelzaken;
• bijdragen aan de totstandkoming van een competitieve Europese defensiemarkt en aan de versterking van de Europese defensietechnologie en -industrie;
• een coördinerende en stimulerende rol op het gebied van research and technology.
Het Europees Defensie Agentschap krijgt een centrale rol bij de versterking van de Europese militaire capaciteiten en moet een politiek instrument zijn bij de verwezenlijking van de capaciteitendoelstellingen van de Europese Unie. Verder moet het agentschap toezicht houden op de kwaliteit van de huidige en toekomstige militaire bijdragen van landen aan de Headline Goal. De Nederlandse contributie voor deelname aan het agentschap komt ten laste van het onderdeel EVDB in de begroting. De Nederlandse bijdrage is gebaseerd op de bij de EU gebruikelijke kostenverdeelsleutel op basis van het Bruto Nationaal Product. De kosten van eventuele samenwerkingsprojecten van enkele of meerdere landen binnen het agentschap komen voor rekening van de desbetreffende landen.
Nederland draagt naar vermogen bij teneinde de geconstateerde tekortkomingen in de vier zogenaamde key operational capability areas op te heffen. Dit krijgt gestalte enerzijds door aanpassing van (bestaande) nationale plannen waarmee in internationaal verband de doelmatigheid kan worden vergroot en anderzijds door additionele Europese projecten die worden gefinancierd uit de initiële EVDB-voorziening en de EVDB-intensivering die in het Strategisch Akkoord is opgenomen.
De volgende projecten zijn geïdentificeerd (gekoppeld aan de vier key operational capability areas).
1. Verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) aanvallen
• NBC-detectiecapaciteit. Hiertoe behoren drie deelprojecten. Initieel worden zes Fuchs-verkenningsvoertuigen voorzien van een C-detectiecapaciteit. Parallel hieraan heeft een studie plaats naar B-detectiemogelijkheden, hetgeen moet leiden tot het aanbrengen van een B-detectiecapaciteit in de Fuchsen.
• Invulling «Bronson-proposals». Nederland onderzoekt de mogelijkheid tot samenwerking met Duitsland om een Deployable NBC Analytical Lab tot stand te brengen. Verder voorziet Nederland de opname van een NBC Event Response Team in de NBC-compagnie, dat onderdeel kan gaan uitmaken van een pool of capabilities. Daarnaast is er het voornemen om met andere landen te investeren in een Disease Surveillance System.
• Collective Protection (COLPRO). Nederland zal de huidige middelen uitbreiden teneinde de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van eenheden in door de Navo- of EU-geleide operaties te vergroten.
• Point Detection. Verwerving van chemische detectiemiddelen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van eenheden in door de Navo- of EU-geleide operaties te vergroten, waarbij Nederland multinationale verwerving als uitgangspunt hanteert.
• Krijgsmachtbrede NBC. Voorziet in de behoefte aan algemene NBC-capaciteit.
2. Veilige verbindingen en commandovoering en «information superiority»
• TITAAN/HRF(L) HQ. Voor de transformatie van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps naar High Readiness Forces (Land) Headquarters zijn EVDB-gelden beschikbaar gesteld voor de gefaseerde implementatie van het beveiligde, flexibel inzetbare communicatie- en informatiesysteem Titaan.
• Commandofaciliteiten LPD II. Met de installatie van commandofaciliteiten op het LPD II kan Nederland tijdens crisisbeheersingsoperaties een internationale commandostaf leveren.
• Unmanned (Reconnaissance) Aerial Vehicles (URAV). URAV's dienen om nagenoeg real time een strategisch en tactisch beeld van een operatiegebied te genereren, ter ondersteuning van tijdige en adequate besluitvorming. Het project URAV's betreft een samenwerking met Frankrijk om een Nederlandse Medium Altitude, Long Endurance (MALE) UAV-capaciteit binnen een bi-nationale (Frans-Nederlandse) MALE UAV-eenheid te verwerven (operationeel vanaf 2009).
• Stand-Off Surveillance and Target Acquisition Radar (SOSTAR-X). Nederland neemt deel aan de ontwikkeling van het technology concept demonstrator programma van een SOSTAR-X, ter voorbereiding op de verwezenlijking van een bruikbare grondwaarnemingscapaciteit.
• Alliance Ground Surveillance (AGS). AGS moet voorzien in de uiteindelijk gewenste grondwaarnemingscapaciteit, volgend op het programma van de SOSTAR-X. De Navo wil in 2010 over een AGS kerncapaciteit beschikken. Nederland neemt deel aan het multinationale programma.
• Waarnemingssatellieten. Een belangrijk onderdeel van een grondwaarnemingscapaciteit is het gebruik maken van satellietbeelden. Nederland intensiveert het gebruik van reeds beschikbare (commerciële) satellietbeelden voor informatievergaring door de MIVD.
3. Interoperabiliteit en gevechtskracht van ontplooide eenheden
• Battlefield Management System (BMS). Alle operationele eenheden van de Koninklijke landmacht zullen worden uitgerust met het BMS. De commandant van een eenheid tot op bataljonsniveau krijgt hiermee automatisch en near real time de beschikking over bijgewerkte omgevingsinformatie (situational awareness). Geautomatiseerde informatie-uitwisseling moet zorgen voor synchronisatie met andere elementen en eenheden in het operatiegebied. De implementatie bestrijkt de periode 2005 tot 2009.
• Transporthelikopters. Nederland is voornemens € 181,5 miljoen te investeren in extra (middel)zware transporthelikoptercapaciteit.
4. Snelle ontplooiing en voortzettingsvermogen van strijdkrachten
• Tracking en Tracing. In 2001 is een begin gemaakt met de invoering van dit systeem dat inzicht geeft in de goederenstroom van en naar het operatiegebied. Het systeem draagt bij aan de rapid deployment capaciteit van de Nederlandse krijgsmacht, hetgeen past in de HLG- en PCC-behoefte.
• Reception, Staging and Onward Movement (RSOM). Nederland streeft ernaar om met het Verenigd Koninkrijk, Polen, Denemarken, Noorwegen en België een RSOM-capaciteit op te zetten, waarbij rol- en taakspecialisatie worden nagestreefd.
Momenteel ontvangen 105 defensiemedewerkers een vergoeding volgens het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel (DBZV). Deze medewerkers zijn werkzaam op 25 Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.
Overige Internationale Samenwerking
Het MOE-beleid spitst zich toe op de ondersteuning van de resterende MAP-landen (Albanië, Macedonië en Kroatië) en de voortzetting van de regionale ondersteuning aan de landen in de Balkan, de Kaukasus en Centraal-Azië. Daarnaast is de aandacht gericht op Afrika, waar samenwerkingsprogramma's in De Hoorn van Afrika en het Grote-Merengebied moeten bijdragen aan de stabiliteit van de regio. Belangrijk instrument daarbij zijn de specifieke internationale cursussen die door het Instituut Defensie Leergangen worden gegeven. Ook zullen de mogelijkheden voor het opzetten van lokale opleidingsfaciliteiten in kaart worden gebracht.
De ontvangstbegroting van beleidsartikel 11 beslaat in 2005 € 31,7 miljoen. Dit betreft ontvangsten die betrekking hebben op de compensatie door de Navo van verrekenbare kosten van specifieke Navo-projecten in Nederland.
De budgetflexibiliteit wordt in onderstaande tabel weergegeven.
Bedragen x € 1 000 | ||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |||||
Totaal geraamde kasuitgaven | 211 426 | 226 603 | 222 128 | 210 146 | 205 274 | |||||
Waarvan juridisch verplicht | 50% | 105 929 | 47% | 106 878 | 48% | 105 566 | 50% | 105 638 | 51% | 105 638 |
Waarvan complementair noodzakelijk | 11% | 22 300 | 10% | 22 300 | 10% | 22 300 | 11% | 22 300 | 11% | 22 300 |
Resterende plannen | 39% | 83 197 | 43% | 97 425 | 42% | 94 262 | 39% | 82 208 | 38% | 77 336 |
Totaal | 100% | 211 426 | 100% | 226 603 | 100% | 222 128 | 100% | 210 146 | 100% | 205 274 |
Gebaseerd op de RPE wordt binnen het beleidsartikel Internationale samenwerking een ex post beleidsevaluatie uitgevoerd naar de geoperationaliseerde doelstellingen:
• bijdrage aan de Navo-begroting (start onderzoek september 2005);
• bijdrage versterking Europese capaciteit (start onderzoek september 2005);
• attachés (start onderzoek september 2005);
• overige internationale samenwerking (start onderzoek september 2005).
Niet-beleidsartikel 60. Ondersteuning Krijgsmacht
In dit artikel zijn de uitgaven en ontvangsten van alle ondersteunende eenheden van de krijgsmacht opgenomen. Dit artikel is nader opgedeeld in ondersteuning door en ten behoeve van de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee en de interservice ondersteuning door het Commando Dienstencentra. Bij deze ondersteuning zijn producten en diensten in concrete prestatiegegevens uitgedrukt.
De relatie met de doelstellingen in de beleidsartikelen wordt in beginsel verkregen door toevoeging van de afnemers in de vorm van de operationele doelstellingen (eenheden). Tot slot zijn de uitgaven zoveel mogelijk toegerekend aan deze combinatie van producten en afnemers. Hierbij wordt opgemerkt dat dit uitsluitend de uitgaven betreffen die in de regel door deling of percentages zijn toegerekend. Verwezen wordt ook naar de groeiparagraaf waarin het vervolgtraject is opgenomen.
De in dit artikel opgenomen uitgaven zijn vervolgens te groeperen per nader geoperationaliseerde doelstelling (conform de matrices uit de beleidsartikelen). Deze overzichten van uitgaven zijn opgenomen bij de betreffende beleidsartikelen en hebben een extra-comptabel karakter. Daar wordt onder verstaan dat de autorisatie niet in het beleidsartikel maar in dit niet-beleidsartikel wordt gemaakt bij de eenheden waar de uitgaven worden gemaakt. In bijlage 6 is een totaal overzicht opgenomen voor de gehele defensiebegroting, inclusief een technische toelichting.
De financiële middelen die ter beschikking staan voor het realiseren van de operationele doelstellingen zijn in onderstaande tabel opgenomen. De begrotingen van de diensten die een baten-lastenstelsel voeren, zijn vanwege het bijzondere karakter in een baten-lastendienstenparagraaf van de begroting opgenomen.
Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 1 456 814 | 1 510 599 | 1 404 676 | 1 337 811 | 1 359 631 | 1 351 091 | 1 345 791 |
Uitgaven | |||||||
Ondersteuning Koninklijke marine | 318 510 | 293 639 | 285 089 | 284 628 | 283 028 | 283 610 | 280 756 |
Ondersteuning Koninklijke landmacht | 599 274 | 583 190 | 556 043 | 539 650 | 533 864 | 539 378 | 535 028 |
Ondersteuning Koninklijke luchtmacht | 246 641 | 218 003 | 217 591 | 226 789 | 218 786 | 217 930 | 217 084 |
Ondersteuning Koninklijke marechaussee | 41 992 | 41 415 | 32 667 | 30 942 | 32 722 | 34 482 | 34 376 |
Ondersteuning Commando Dienstencentra | 263 678 | 298 768 | 292 305 | 302 162 | 315 886 | 298 197 | 293 679 |
Bijdragen aan baten-lastendiensten | 5 830 | 6 116 | 6 116 | 6 116 | 6 116 | 6 116 | |
Totaal uitgaven | 1 470 095 | 1 440 845 | 1 389 811 | 1 390 287 | 1 390 402 | 1 379 713 | 1 367 039 |
Ontvangsten | |||||||
Totale ontvangsten | 58 321 | 55 663 | 45 556 | 44 894 | 44 689 | 44 681 | 44 597 |
Ondersteuning door ondersteunende eenheden Koninklijke marine
De ondersteunende eenheden van de Koninklijke marine zijn het Marinebedrijf (MB), het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (CAMS), het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Opleidingen Koninklijke Marine (OKM) en het Mariniers Opleidingscentrum (MOC).
Bij de opgenomen activiteiten zijn de afnemers vermeld. Onder de categorie «overig» worden ook begrepen de afnemers buiten de Koninklijke marine, zoals de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en Navo-partners.
Het Marinebedrijf levert, evenals het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (zie hieronder), een belangrijke bijdrage aan het totale materieel-logistieke proces binnen de Koninklijke marine. Dit proces omvat het voorzien in, de instandhouding van en de afstoting van onder meer platform-, sensor-, wapen- en commandosystemen van de eenheden van de Koninklijke marine alsmede het beschikbaar stellen van materiële middelen die nodig zijn om het materieel van de Koninklijke marine in gebruiksgerede staat te brengen en te houden.
De belangrijkste activiteiten van het Marinebedrijf worden als volgt gekwantificeerd.
Prestatiegegevens MB Operationele doelstelling | Omschrijving | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven 2005 (x € 1000) |
Eskaderschepen | Meerjaarlijks onderhoud | Aantal | 1 | 0 | 0 | |
Tussentijds onderhoud | Aantal | 2 | 2 | 2 | ||
Reparatieorders | Aantal | 6 253* | 4 630 | 4 650 | ||
Modificatie opdrachten | Aantal | 771* | 228* | 228* | ||
Totaal Eskaderschepen | Uitgaven | 75 888 | ||||
Onderzeedienst | Meerjaarlijks onderhoud | Aantal | 0 | 1 | 1 | |
Tussentijds onderhoud | Aantal | 0 | 1 | 0 | ||
Reparatieorders | Aantal | 1 799 | 1 600 | 1 760 | ||
Totaal Onderzeedienst | Uitgaven | 28 708 | ||||
Mijnendienst | Meerjaarlijks onderhoud | Aantal | 0 | 3 | 1 | |
Tussentijds onderhoud | Aantal | 0 | 0 | 0 | ||
Reparatieorders | Aantal | 3 518 | 2 530 | 2 340 | ||
Totaal Mijnendienst | Uitgaven | 30 550 | ||||
Helikoptergroep | Reparatieorders | Aantal | 57 | 85 | 85 | |
Totaal Helikoptergroep | Uitgaven | 733 | ||||
Maritieme patrouillegroep | Reparatieorders | Aantal | 122 | 115 | 95 | |
Totaal Maritieme patrouillegr. | Uitgaven | 1 457 | ||||
Marinierseenheden | Reparatieorders | Aantal | 864 | 1 000 | 950 | |
Modificatie opdrachten | Aantal | 1 | 15 | 15 | ||
Totaal Marinierseenheden | Uitgaven | 5 920 | ||||
Caribische eenheden | Tussentijds onderhoud | Aantal | 1 | 0 | 1 | |
Reparatieorders | Aantal | 201 | 120 | 120 | ||
Totaal Caribische eenheden | Uitgaven | 953 | ||||
Overig | Projecten voor nieuwbouw | Aantal | 6 | 6 | 5 | |
Projecten voor afstoting | Aantal | 2 | 2 | 2 | ||
Totaal toe te rekenen | Uitgaven | 144 209 | ||||
Niet of nog niet toe te rekenen uitgaven | Uitgaven | 48 459 | ||||
Totaal | Uitgaven | 192 668 |
* Reparatie- en modificatieopdrachten voor budgethouder «CZMNED» (inclusief Admiraliteit) zijn volledig opgebracht bij de Groep Eskaderschepen.
Het meerjaarlijks onderhoud (MJO) is het onderhoud aan een eenheid van de vloot dat nodig is om de materiële gereedheid ten minste tot aan de volgende geplande onderhoudsperiode van die eenheid kostenefficiënt op peil te houden. Het tussentijds onderhoud (TTO) is een tussen de MJO's vallende korte reparatieperiode, inclusief dokbeurt, waarbij in principe alleen de met de directe veiligheid en materiële gereedheid verband houdende werkzaamheden worden uitgevoerd. Het uitvoeren van noodzakelijke onderhoudsopdrachten tussen de geplande reparatieperiodes (MJO/TTO) betreft het incidenteel onderhoud.
Centrum voor Automatisering van Missiekritieke systemen
De belangrijkste activiteiten van het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke systemen (CAMS) worden als volgt gekwantificeerd.
Prestatiegegevens CAMS Operationele doelstelling | Omschrijving | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven 2005 (x € 1000) |
---|---|---|---|---|---|---|
CZMNED | Leveranties | Aantal | 12 | 4 | 7 | |
Overig | Leveranties | Aantal | 2 | 1 | 0 | |
CZMNED | Advies | Aantal | 678 | 157 | 143 | |
Overig | Advies | Aantal | 587 | 500 | 480 | |
Niet of nog niet toe te rekenen uitgaven | Uitgaven | 7 759 |
Het CAMS ontwikkelt en implementeert software-producten (leveranties) voor combat management-systemen aan boord van de eenheden van de Koninklijke marine. Het bedrijf levert eveneens de in-service support voor deze software producten (door middel van leveranties). De adviesfunctie wordt gebruikt voor consultancy, forward design en ontwerp van combat management systemen.
Koninklijk Instituut voor de Marine
Het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Opleidingen Koninklijke Marine en het Mariniers Opleidingscentrum dragen zorg voor de initiële opleidingen, bijscholings- en functieopleidingen (zie onderstaande tabellen). Dit onderwijs bestaat uit initiële opleidingen voor nieuw personeel, cursussen en opleidingen voor het vervullen van specifieke functies, loopbaanfase-opleidingen voor de ontwikkeling en de voorbereiding op een hoger functieniveau, de professionele ondersteuning bij het opwerken van operationele eenheden en de ontwikkeling van cursussen en opleidingen voor de bediening, het onderhoud en de opsporing van storingen bij nieuw materieel.
De belangrijkste activiteiten van het KIM worden als volgt gekwantificeerd:
Prestatiegegevens KIM Afnemer | Soort opleiding | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven 2005 (x € 1000) |
---|---|---|---|---|---|---|
CZMNED | Initiële opleidingen | Geslaagde cursisten | 77 | 110 | 100 | |
Bij-/omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 44 | 45 | 45 | ||
Marinierseenheden | Initiële opleidingen | Geslaagde cursisten | 6 | 13 | 10 | |
Bij-/omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 10 | 10 | 10 | ||
Caribische eenheden | Bij-/omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | – | – | – | |
Algemeen | KIM-publicaties | Aantal | 55 | 40 | 40 | |
Totaal niet toe te rekenen uitgaven (initieel) | Uitgaven | 20 984 |
Opleidingen Koninklijke Marine
De belangrijkste activiteiten van het OKM worden als volgt gekwantificeerd:
Prestatiegegevens OKMten behoeve van operationele doelstelling | Omschrijving activiteiten | Meeteenheid | Realisatie 2003* | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven 2005 (x € 1000) |
---|---|---|---|---|---|---|
CZMNED | Initiële opleidingen | Geslaagde cursisten | 888 | 685 | 672 | |
Niet toe te rekenen uitgaven | 17 977 | |||||
Eskaderschepen | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 9 066 | 2 297 | 2 297 | 12 491 |
Onderzeedienst | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 522 | 522 | 1 762 | |
Mijnendienst | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 626 | 626 | 3 635 | |
Helikoptergroep | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 626 | 626 | 2 558 | |
Maritieme patrouillegroep | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 626 | 626 | 2 119 | |
Marinierseenheden | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 2 265 | 1 148 | 1 148 | 4 748 |
Caribische eenheden | Bij-/omscholingsopl. | Geslaagde cursisten | 1 059 | 209 | 209 | 2 505 |
Totaal toe te rekenen uitgaven | 29 818 | |||||
Nog niet toe te rekenen uitgaven | 3 564 | |||||
Totaal | 51 359 |
* Over 2003 is geen uitsplitsing beschikbaar over de operationele doelstellingen.
De belangrijkste activiteiten van het MOC worden als volgt gekwantificeerd:
Prestatiegegevens MOC Afnemer | Soort opleiding | Meeteenheid | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven 2005 (x € 1000) |
---|---|---|---|---|---|---|
Marinierseenheden | Initiële opleidingen* | Geslaagde cursisten | 367 | 69 | 250 | |
Bij- en omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 801 | 854 | 1 355 | ||
CZMNED | Bij- en omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 4 | 20 | 20 | |
Caribische eenheden | Bij- en omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 4 | 31 | 74 | |
Overig | Bij- en omscholingsopleidingen | Geslaagde cursisten | 2 | 30 | 38 | |
Totaal toe te rekenen aan marinierseenheden | 12 319 |
* Als gevolg van het niet volledig paraat stellen van 3MARNSBAT is de opleidingsinspanning in 2003 en 2004 tijdelijk op een lager niveau gebracht. Met ingang van 2005 wordt uitgegaan van ongeveer 250 geslaagde cursisten per jaar bij de initiële opleidingen.
Ondersteuning door ondersteunende eenheden Koninklijke landmacht
De ondersteunende eenheden van de Koninklijke landmacht zijn ondergebracht bij het Materieellogistiek Commando (Matlogco) en het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO).
Het Matlogco is verantwoordelijk voor de materieellogistieke keten van de Koninklijke landmacht. Dit omvat in de eerste plaats het voorzien in, de instandhouding van en de afstoting van het materieel van de Koninklijke landmacht. Het eindproduct van het Matlogco is het continu voorzien in gebruiksgereed materieel en voorraden voor alle eenheden van de Koninklijke landmacht. Hiertoe worden drie taken onderscheiden: de inrichting en ten dele de uitvoering van het materieellogistieke proces, de ontwikkeling van normen voor het materieellogistieke proces en de ontwikkeling van het hiermee samenhangend functioneel-logistiek beleid.
Het Matlogco heeft een staf die bestaat uit de volgende elementen:
• de afdeling Wetenschappelijk Onderzoek;
• de systeemgroep Verwerving;
• de systeemgroep Wapen- en Transportsystemen (WTS) inclusief de Mechanische Centrale Werkplaats (MCW);
• de systeemgroep Informatievoorziening en Commandovoering (IVC) inclusief het Informatie Voorzieningsbedrijf KL (IVB), het Command en Control Support Centre (C2SC) en het Centrum voor Technologie en Missieondersteuning (CTM).
Naast deze drie systeemgroepen maakt ook het Landelijk Bevoorradingsbedrijf (LBB) deel uit van het Matlogco.
Het Matlogco maakt vanaf 1 januari 2005 formeel deel uit van de nieuwe Defensie Materieelorganisatie (DMO).
Met onderstaande prestatiematrix wordt inzicht gegeven in de activiteiten die het Matlogco ontplooit ten behoeve van de instandhouding van voornamelijk de eenheden van de Koninklijke landmacht en deels ten behoeve van de andere defensieonderdelen.
PrestatiegegevensMatlogco | Wat doet het Matlogco? | Wat kost dat? | ||||
---|---|---|---|---|---|---|
Aantal | Eigen capaciteit in uren | Voorzien in reservedelen (x € 1 000) | Uitbesteding onderhoud (x € 1 000) | Kosten capaciteit (x € 1 000) | Totaal (x € 1 000) | |
Systeemmanagement | ||||||
Leopard II familie | 122 | 45 000 | 17 500 | 7 000 | 1 350 | 25 850 |
Leopard I familie | 20 | 15 000 | 3 750 | 900 | 450 | 5 050 |
YPR/M113 familie | 681 | 22 000 | 11 000 | 2 100 | 660 | 13 760 |
PRTL | 31 | 3 500 | 6 200 | 400 | 112 | 6 712 |
Patria | 90 | 1 100 | 750 | 400 | 33 | 1 183 |
M-109 | 47 | 3 800 | 0 | 3 800 | ||
LSV | 195 | 150 | 0 | 150 | ||
Zware wielvoertuigen | 4 751 | 30 000 | 4 500 | 5 200 | 900 | 10 600 |
Lichte wielvoertuigen | 2 384 | 20 000 | 2 000 | 600 | 2 600 | |
Titaan | 25 000 | 150 | 600 | 800 | 1 550 | |
C2 Systemen | 160 000 | 6 200 | 7 200 | 13 400 | ||
Radioinstallaties | 22 800 | 2 200 | 730 | 2 930 | ||
RPV-systemen | 3 | 1 300 | 550 | 11 000 | 39 | 11 589 |
Wapenlocatieradar | 6 | 1 800 | 750 | 65 | 58 | 873 |
Gevechtsveldcontrole radar | 100 | 640 | 3 | 643 | ||
Mobile Combat Training Centre | 2 000 | 2 600 | 64 | 2 664 | ||
Systeemmanagement productgroepen | 225 000 | 9 000 | 9 000 | |||
Maintenance engineering | 54 000 | 3 800 | 2 160 | 5 960 | ||
Herstel reservedelen | 100 000 | 3 000 | 3 000 | |||
KL II/IV reservedelen | 315 000 | 9 450 | 9 450 | |||
Overig | 15 000 | 32 000 | 12 500 | 450 | 44 950 | |
Totaal systeemmanagement | 1 058 600 | 85 250 | 53 405 | 37 058 | 175 713 | |
Bevoorrading | ||||||
KL II/IV PGU | 263 000 | 34 850 | 7 890 | 42 740 | ||
KL II/IV Overig | 130 000 | 35 200 | 3 900 | 39 100 | ||
KLIII | 67 200 | 24 300 | 2 016 | 26 316 | ||
KL V Munitie | 460 000 | 45 090 | 13 800 | 58 890 | ||
Totaal Bevoorrading | 920 200 | 139 440 | 27 606 | 167 046 | ||
Totaal Instandhouding | 1 978 800 | 224 690 | 53 405 | 64 664 | 342 759 |
Het merendeel van de inspanning van het Matlogco is gericht op het instandhouden van (wapen)systemen en uitrustingstukken en het bevoorraden van de eenheden met gebruiks- en verbruiksgoederen. Daarnaast wordt nog een scala aan diensten geleverd.
Opleidings- en Trainingscommando
In het OTCO is de kennis en ervaring van opleidings- en trainingsprocessen, onderwijsmethodieken, onderwijstechnieken en internationale ontwikkelingen op dit gebied geconcentreerd. Daarnaast is het beheer van (schaarse) opleidings- en trainingsfaciliteiten, waarvoor specifieke kennis en/of vaardigheden zijn vereist, ondergebracht bij het OTCO. Het OTCO levert voorts een integrale en professionele ondersteuning van opleiding en training, waarbij de samenhang tussen de opleidingsniveaus wordt bewaakt en flexibel kan worden ingespeeld op veranderingen.
Het OTCO richt zich naast de verzorging van de initiële en functieopleidingen voor de individuele militair (ook voor andere krijgsmachtdelen), vooral op de ondersteuning van de trainingen van de eenheden van het Operationeel Commando (OPCO). De activiteiten van het OTCO behoren daarmee tot het primaire proces van de landmacht: het gereedstellen van eenheden en materieel.
Prestatiegegevens OTCO | ||||
---|---|---|---|---|
Afnemers | Soort opleiding | Meeteenheid | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven in 2005 (x € 1 000) |
Koninklijke landmacht | AMO/INI-1/INI-2 | Opgeleide ll. | 3 200 | 98 832 |
HRF(L)HQ | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 700 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 0 | ||
Air Manoeuvre Brigade | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 4 000 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 24 | ||
13 Gemechaniseerde Brigade | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 3 100 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 26 | ||
41 Gemechaniseerde Brigade | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 3 100 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 11 | ||
43 Gemechaniseerde Brigade | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 3 100 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 31 | ||
Combat Support and Support Command | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 11 000 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 12 | ||
Divisie Logistiek Commando | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 5 500 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 3 | ||
Overige eenheden | IFO/Uitz./Vervolg | Opgeleide ll. | 14 500 | |
Trainingsonderst. | Oefeningen | 13 | ||
Totaal | Opgeleide ll. | 45 000 | 98 238 | |
Totaal | Oefeningen | 120 | 10 371 | |
Totaal uitgaven | 207 441 |
Opm. AMO/INI = Algemeen Militaire Opleiding/Initiële opleiding
IFO/Uitz/Vervolg = Initiële en functieopleidingen/Uitzendopleidingen/Vervolgopleidingen
Opgeleide II. = Opgeleide leerlingen
Koninklijke Militaire Academie
De Koninklijke Militaire Academie (KMA) verzorgt voor de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee de opleiding en vorming tot officier. Jaarlijks leidt de KMA ongeveer 400 leerlingen en cadetten op. De KMA zal met het Instituut Defensieleergangen (IDL) en het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) opgaan in de Hogere Defensie Opleidingsinstituten (HDO). Eén en ander zal voor 1 januari 2006 zijn beslag krijgen. De onderbrenging van de HDO binnen de bestuursstaf is nog onderwerp van studie. De prestatiegegevens KMA zijn in onderstaande tabel opgenomen. In de toekomst zal de toerekening van uitgaven aan de opleidingscategorieën nog verder worden verfijnd.
Prestatiegegevens KMA | ||||
Afnemers | Soort opleiding | Meeteenheid | Raming 2005 in aantallen | Uitgaven in 2005 (x € 1 000) |
Koninklijke landmacht | Opleiding lang model | Opgeleide ll. | 117 | 8 953 |
Opleiding kort model | Opgeleide ll. | 54 | 577 | |
Specialisten | Opgeleide II. | 44 | 133 | |
Overige | Opgeleide II. | 40 | 179 | |
Koninklijke luchtmacht | Opleiding lang model | Opgeleide ll. | 43 | 3 288 |
Opleiding kort model | Opgeleide ll. | 77 | 824 | |
Specialisten | Opgeleide ll. | 8 | 24 | |
Koninklijke marechaussee | Opleiding lang model | Opgeleide ll. | 14 | 1 071 |
Opleiding kort model | Opgeleide ll. | 5 | 66 | |
Toe te rekenen uitgaven | Uitgaven | 15 115 | ||
Niet of nog niet toe te rekenen uitgaven | Uitgaven | 21 380 | ||
Totaal | Uitgaven | 36 495 |
Opgeleide II. = Opgeleide leerlingen
Ondersteuning door ondersteunende eenheden Koninklijke luchtmacht
De ondersteunende eenheden van de Koninklijke luchtmacht zijn ondergebracht bij het ressort Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht (LCKLu) en het ressort Opleidingen Koninklijke luchtmacht (OKLu).
Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht
Naast een staf bestaat het LCKLu uit een drietal divisies. De Divisie Wapensysteem Ondersteuning (DWO) is belast met materieel-logistiek beheer en verwervingsactiviteiten voor (wapen)systemen in de instandhoudingfase. De uitvoerende taken op het gebied onderhoud en bevoorrading zijn ondergebracht bij de Logistieke Divisie Woensdrecht (LDW) en de Logistieke Divisie Rhenen (LDR). Het hoger onderhoud dat bij LDW wordt uitgevoerd omvat inspecties en reparaties van (wapen)systemen, mechanische (deel)systemen en componenten. Daartoe behoren vliegtuigen, helikopters, straalmotoren, mechanische vliegtuigcomponenten en munitie. LDR is verantwoordelijk voor het uitvoeren van hoger onderhoud aan elektronische grondsystemen, avionica en meet- en testapparatuur. Het LCKLu is daarmee verantwoordelijk voor een groot deel van de instandhouding van de (wapen)systemen van de Koninklijke luchtmacht.
De bijdrage van het LCKLu aan de operationele gereedheid van de Koninklijke luchtmacht vertaalt zich in de navolgende activiteiten:
Soort onderhoud | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 |
---|---|---|---|
Aantallen | Aantallen | Aantallen | |
Preventief onderhoud helikopters | 7 | 16 | 8 |
Preventief onderhoud PC-7 | 18 | 24 | 27 |
Modificatief onderhoud F-16 | 10 | 21 | 21 |
Modificatief onderhoud helikopters | 10 | 21 | 18 |
Modificatief onderhoud PC-7 | 1 | 11 | 0 |
Pacer Amstel (levensduur- verlengend onderhoud F-16) | 12 | 12 |
Opleidingen Koninklijke luchtmacht
Het ressort Opleidingen Koninklijke luchtmacht (OKLu) is een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE) die voorziet in het beheer van opleidingscapaciteit, zowel binnen als buiten de Koninklijke luchtmacht. Het OKLu is verantwoordelijk voor vrijwel de gehele opleidingscapaciteit van de Koninklijke luchtmacht. Uitgezonderd hiervan zijn de opleidingen die worden gegeven aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA), het Instituut Defensie Leergangen (IDL) en de vervolgvliegopleiding in de Verenigde Staten. Daarnaast voorziet het ressort OKLu in de openstelling van de Vliegbasis Woensdrecht en ondersteuning aan de daar gevestigde onderdelen. Onder het ressort OKLu ressorteren de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) en de Vliegbasis Woensdrecht (Vlb Woensdrecht).
De opleidingsactiviteiten die onder verantwoordelijkheid van het ressort OKLu vallen, betreffen initiële opleidingen alsmede omscholings- en bijscholingsopleidingen voor nieuw respectievelijk zittend personeel bij de krijgsmacht en met name de Koninklijke luchtmacht. Naar verwachting stromen in 2004 ongeveer 200 initiële leerlingen in bij het ressort OKLu. Verder volgen ongeveer 200 militairen een omscholing bij het ressort OKLu en zijn ongeveer 10 000 bijscholingen voorzien.
Prestatiegegevens organisatie-eenheid OKLu | |||||
---|---|---|---|---|---|
Afnemer | Realisatie 2003 | Vermoedelijke uitkomst 2004 | Raming 2005 | ||
Initieel | Omscholers | ||||
Slagingspercentage initiële opleidingen | 95% | 95% | |||
Aantal geslaagde leerlingen | Jachtvliegtuigen | 370 | 136 | – | – |
initiële opleidingen (output) | Helikopters | 193 | 102 | ||
Luchttransport | 27 | 24 | |||
GGW | 102 | 37 | |||
CDO-voering | 15 | 7 | |||
Klu Algemeen | 114 | 26 | |||
Opleidingsverloop initiële | Jachtvliegtuigen | 23 | – | – | |
opleidingen (aantal) | Helikopters | 19 | |||
Luchttransport | 1 | ||||
GGW | 8 | ||||
CDO-voering | 1 | ||||
Klu Algemeen | 46 | ||||
Aantal geslaagde leerlingvliegers EMVO (output) | Jachtvliegtuigen en helikopters | 16 | – | – | |
Slagingspercentage vlieger opl. EMVO | Jachtvliegtuigen en helikopters | 50% | 75% | 75% |
Ondersteuning door ondersteunende eenheden Koninklijke marechaussee
De ondersteunende eenheid van de Koninklijke marechaussee betreft het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKMar). De ramingen zijn gebaseerd op de formatiesterkte, inclusief het aantal leerlingen.
De daling van het budget in 2005, ten opzichte van 2004, wordt enerzijds veroorzaakt door de daling van het aantal leerlingen in 2005 en verdere jaren. Het aantal leerlingen loopt na 2008 weer op omdat dan het nieuwe OCKMar gereed is. Anderzijds is de voorgenomen sluiting van de dependance van het OCKMar te Vught in 2004 van invloed op de daling.
Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (CDC)
Het voormalige Defensie Interservice Commando (Dico) levert ondersteuning van velerlei aard aan de krijgsmachtdelen. Deze kunnen zich hierdoor beter op hun primaire taken toeleggen. Door de concentratie van gelijksoortige activiteiten bij interservice dienstverlenende organisaties is een doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht mogelijk.
Op 1 april 2004 is de naam Commando DienstenCentra (CDC) ingevoerd, vooruitlopend op de formele oprichting van deze organisatie op 1 januari 2005. De voormalige Dico-eenheden en nieuw te vormen dienstencentra zullen opgaan in het CDC. Thans wordt Gedragswetenschappen (GW) en het Centraal Betaalkantoor Defensie (CBD) geïntegreerd in het CDC. Daarnaast zijn er plannen om onder andere de Arbo-dienst en Verzekeringsgeneeskunde (VZK) onder te brengen in het CDC. In de aanloop naar een nieuwe organisatie en een nieuwe wijze van besturing wordt gewerkt aan een set van indicatoren waarmee de dienstverlening aan afnemende diensten op een adequate manier bewaakt en beoordeeld kan worden. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de succesfactoren en de kerncijfers, waarmee in de nieuwe organisatie zal worden gewerkt.
Resultaatgebied | Succesfactoren | Norm |
Klant | Klantwaardering | pm |
Leveringsbetrouwbaarheid | pm | |
Flexibiliteit | pm | |
service/klantgerichtheid | pm | |
Personeel | Medewerkerstevredenheid | pm |
Vulling | pm | |
Professionaliteit | Verbeterpotentieel | pm |
Opleidingsniveau medewerkers | pm | |
Productinnovatie | pm | |
Incidenten | pm | |
Financieel | Bedrijfsresultaat | pm |
Doelmatigheid | Bedrijfsresultaat | pm |
Productiviteit | pm | |
Integrale kostprijs ontwikkeling | pm | |
Overhead flexibiliteit | pm |
Resultaatgebied | Kerncijfers | Norm |
---|---|---|
Klant | Marktaandeel per defensieonderdeel | pm |
Aantal ad-hoc opdrachten gesplitst naar klant | pm | |
Personeel | Schaal/rang/man | pm |
Schaal/rang/vrouw | pm | |
Leeftijdsverdeling man | pm | |
Leeftijdsverdeling vrouw | pm | |
Verdeling personeel naar BOT/BBT man/vrouw | pm | |
Soort contract (parttime/full time inclusief de flexibele arbeidsduur) | pm | |
Aantal uren inhuur | pm | |
Opleidingsbudget in procenten | pm | |
Professionaliteit | Aantal projecten | pm |
Financieel | Realisatie begroting in absolute bedragen ingedeeld naar: | pm |
Direct – constant | pm | |
Direct – variabel | pm | |
Indirect – constant | pm | |
Indirect – variabel | pm | |
Begrotingsregealisatie | pm | |
Totale middensom CDC | pm | |
Totale uitgaven per medewerker | pm | |
Aantal claims of disputen | pm | |
Benchmarkprijs | pm | |
Doelmatigheid | Kostprijs per product | pm |
Het CDC bestaat tot 1 januari 2005 uit drie baten-lastendiensten, vijftien resultaatverantwoordelijke eenheden en een staf. De organisatie ziet er nog als volgt uit:
Het Defensie Bureau Buitenland en Juridische Zaken Personeel zijn twee nieuwe deelorganisatie die repectievelijk per 1 mei en 1 juni 2004 aan het CDC zijn toegevoegd. Naar verwachting zullen de betreffende budgetoverhevelingen naar het CDC in de tweede helft van 2004 worden verwacht. Deze deelorganisaties zullen in de Overige Interservice Diensten (OID) worden ondergebracht.
De nieuwe organisatiestructuur van het CDC zal met ingang van 1 januari 2005 naar verwachting bestaan uit 8 bedrijfsgroepen en een bedrijfsgroep Interne Shared Service. In deze bedrijfsgroepen zijn drie baten-lastendiensten opgenomen (DTO, DGW&T en Paresto). Daarnaast wordt het opnemen van nieuwe of reeds bestaande paarse dienstencentra voorzien.
Voor de uitgaven van de eenheden is waar mogelijk een toerekening gemaakt naar de operationele doelstellingen van de krijgsmacht. Voor DVVO is dit gedaan op basis van de uitgaven voor specifieke dienstverlening. Bij de overige eenheden betreft het een toerekening op basis van het percentage van de personele omvang van de afnemers. Hieronder volgt een toelichting van de diensten van de CDC-eenheden.
Uitgaven in 2005 (bedragen x € 1000)ten behoeve van operationele doelstelling | DVVO 2005 | IKS 2005 | MGFB* 2005 | IDL 2005 | CBMS 2005 | MDD 2005 | DGV 2005 | Totaal 2005 | |
KM | Eskaderschepen | 1 427 | 1 711 | 390 | 352 | 371 | 645 | 4 896 | |
Onderzeedienst | 225 | 270 | 62 | 56 | 59 | 102 | 774 | ||
Mijnendienst | 451 | 540 | 123 | 111 | 117 | 204 | 1 546 | ||
Helikoptergroep | 300 | 360 | 82 | 74 | 78 | 136 | 1 030 | ||
Maritieme patrouillegroep | 526 | 630 | 144 | 130 | 137 | 238 | 1 805 | ||
Marinierseenheden | 1 352 | 1 621 | 369 | 333 | 352 | 611 | 4 638 | ||
Caribische eenheden | 300 | 360 | 82 | 74 | 78 | 136 | 1 030 | ||
Overig | 2 929 | 3 565 | 3 513 | 800 | 722 | 762 | 1 324 | 13 615 | |
KL | HRF(L)HQ | 809 | 309 | 73 | 64 | 67 | 117 | 1 439 | |
Air Manoeuvre Brigade | 3 640 | 1 392 | 327 | 286 | 302 | 525 | 6 472 | ||
Gemechaniseerde brigade 13 | 4 044 | 1 547 | 364 | 318 | 336 | 583 | 7 192 | ||
Gemechaniseerde brigade 41 | 3 640 | 1 392 | 327 | 286 | 302 | 525 | 6 472 | ||
Gemechaniseerde brigade 43 | 3 236 | 1 238 | 291 | 254 | 268 | 466 | 5 753 | ||
Operationele ondersteuningsgroep OPCO | 3 640 | 1 392 | 327 | 286 | 302 | 525 | 6 472 | ||
Divisie logistiek commando | 5 662 | 2 166 | 509 | 445 | 470 | 816 | 10 068 | ||
Overig | 15 774 | 11 884 | 6 036 | 1 414 | 1 240 | 1 309 | 2 270 | 39 927 | |
KLu | Jachtvliegtuigen | 2 124 | 2 261 | 647 | 465 | 491 | 852 | 6 840 | |
Gevechtshelikopters | 531 | 565 | 162 | 116 | 123 | 213 | 1 710 | ||
Transporthelikopters | 265 | 283 | 81 | 58 | 61 | 107 | 855 | ||
Light utility helikopters | 265 | 283 | 81 | 58 | 61 | 107 | 855 | ||
Lutra/tankervliegtuigen | 379 | 404 | 116 | 83 | 88 | 152 | 1 222 | ||
Geleide wapens | 455 | 485 | 139 | 100 | 105 | 183 | 1 467 | ||
Air Operations control station | 303 | 323 | 92 | 66 | 70 | 122 | 976 | ||
Overig | 3 262 | 1 011 | 3 473 | 993 | 714 | 753 | 1 309 | 11 515 | |
KMar | Taakveld 1 Beveiliging | 27 | 681 | 8 | 140 | 148 | 257 | 1 261 | |
Taakveld 2 Handhaving vreemdelingenwet | 67 | 1 652 | 18 | 340 | 358 | 623 | 3 058 | ||
Taakveld 3 Politietaken Defensie | 35 | 873 | 10 | 179 | 189 | 329 | 1 615 | ||
Taakveld 4 Politietaken burgerlucht-vaartterreinen | 6 | 148 | 2 | 30 | 32 | 56 | 274 | ||
Taakveld 5 Assistentieverlening en bijstand | 3 | 74 | 1 | 15 | 16 | 28 | 137 | ||
Overig | 61 | 1 719 | 1 504 | 17 | 309 | 326 | 567 | 4 503 | |
Totaal | 149 416 | ||||||||
Nog toe te rekenen | 74 647 | ||||||||
Totale uitgaven CDC* | 224 063 |
* Bij het MGFB zijn niet de totale uitgaven verdeeld maar de totale uitgaven (€ 60,845 miljoen) -/- de totale ontvangsten CMH en MRC (€ 22,950 miljoen). Tevens zijn de Centrale Defensiebrede IV-uitgaven (€ 46,800 miljoen) niet meegenomen.
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie
De Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is belast met het op ieder gewenst moment voorbereiden en (doen) leveren van verkeers- en vervoersdiensten voor het gehele ministerie van Defensie.
De levering van vervoersdiensten geschiedt door inzet van eigen capaciteit, inzet van op enig moment vrije operationele vervoerscapaciteit (virtuele capaciteit) van de krijgsmachtdelen of door externe inhuur. De DVVO is verantwoordelijk voor de samenstelling van een optimale mix van deze drie componenten. Daarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke inzet van eigen capaciteit of virtuele capaciteit en een zo laag mogelijke inhuur van externe vervoersdiensten.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
DVVO | a. Makelaar (verkeers- en vervoersdiensten) | orders | 28 292 |
b. Wegvervoer eigen middelen | orders | 123 741 |
Instituut Keuring en Selectie Defensie
Het Instituut Keuring en Selectie Defensie (IKS) is een professioneel facilitair keuringsinstituut. Zij ondersteunt de defensieonderdelen door het tijdig aanleveren van overeengekomen keuringsprofielen. Daarnaast levert zij ondersteunende diensten ten behoeve van de personeelsvoorziening. Tot slot wordt fungeert het IKS als intermediair tussen de defensieonderdelen en belangstellenden voor een burger- of specialistische functie bij Defensie.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
IKS | a. Initiële selecties | aantal | 12 450 |
b. Studie- beroepskeuze advies | aantal | 2 560 | |
c. Bijzondere selecties | aantal | 2 419 | |
d. Studie- beroepskeuze outplacement | aantal | 1 184 | |
e. Burger- en bijzondere militaire functies (B&BMF) | aantal | 1 |
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf
Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) draagt, overeenkomstig de richtlijnen van de Hoogste Medische Autoriteit (HMA) en van de Commandant DienstenCentra, op doelmatige wijze bij aan de inzetbaarheid van militairen door de ondersteuning van de zorgverlening van de krijgsmachtdelen bij de inzet van operationele eenheden. Het MGFB verricht de volgende activiteiten:
• voorzien in de behoefte aan medisch specialistisch personeel voor uitzending;
• bieden van zorgcapaciteit (medisch specialistisch en revalidatie) voor de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers;
• voorzien in medisch specialistische zorg en revalidatiezorg;
• verzorgen van de geneeskundige opleidingen voor militair personeel;
• verzorgen van de logistiek van geneeskundige goederen en diensten;
• ontwikkelen van beleid en geven van advies aan de politieke en ambtelijke leiding.
Het MGFB is opgebouwd uit vier divisies en een staf. Deze staf verzorgt de nodige ondersteuning op het gebied van interne besturing en beheersing van de MGFB-organisatie. De divisies zijn het Centraal Militair Hospitaal (CMH), het Militair Revalidatie Centrum (MRC), het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) en het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC).
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
MGFB | a. Het voorzien in medisch specialistische- en revalidatie zorg | verpleegdagen en uren | 117 900 |
b. Het bieden van zorgcapaciteit voor de opvang van (grotere aantallen) militaire en civiele slachtoffers | capaciteitsplaatsen | 40 | |
c. Het verzorgen van de geneeskundige opleidingen voor militair personeel | opleidingsdagen | 67 200 | |
d. Het voorzien in de behoefte van geneeskundige goederen, geneesmiddelen, geneeskundige uitrustingen, assemblage en diensten | bestelorderregels | 697 662 | |
e. Het voorzien in de behoefte aan uitzendbaar medisch specialistisch personeel | teams | 14 | |
f. Militair geneeskundige expertise | uren | 4 000 |
De ondersteuning op het gebied van de managementopleidingen wordt verzorgd door het Instituut Defensie Leergangen (IDL). Het IDL staat, in nauwe samenwerking met de defensieonderdelen, borg voor kwalitatief hoogwaardige opleidingen en cursussen voor leidinggevenden van Defensie en voor staffunctionarissen van midden-, hoger- en topniveau uit binnen- en buitenland. Daarnaast draagt het IDL bij aan een professionele verzorging van congressen en seminars binnen Defensie.
In het kader van de bestuurlijke integratie van het KIM, de KMA en het IDL levert het IDL een bijdrage aan de oprichting van de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW).
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
IDL | a. Leergang Topmanagement Defensie (LTD) | aantal cursistweken | 288 |
b. Hogere Defensie Vorming (HDV) | aantal cursistweken | 940 | |
c. Module Landoptreden (MLO) | aantal cursistweken | 315 | |
d. Midden Management Opleiding (MMO) | aantal cursistweken | 3 618 | |
e. Internationale stafcursussen | aantal cursistweken | 906 | |
f. Specifieke cursussen | aantal cursistweken | 204 |
Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie (DICTU)
De doelstelling van de DICTU is door middel van concentratie van IV-deskundigheid alle uitvoerende processen voor realisatie en instandhouding (verwerving, contracten-/relatiebeheer, functioneel beheer en projectenrealisatie) van (tenminste) de defensiebrede informatievoorziening te regisseren, te begeleiden en te realiseren. Met de DICTU is Defensie in staat als professionele klant op de ICT-markt om te gaan met leveranciers op IV-gebied, binnen en buiten Defensie.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
DICTU | Geïntegreerde werkplekken | aantal | 50 300 |
Onder het ressort Overige Interservice Diensten (OID) vallen de volgende eenheden:
• Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC),
• Defensie Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC),
• Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA),
• Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem (CBMS),
• Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD),
• Diensten Geestelijke Verzorging (DGV),
• Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS),
• Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek,
• Eenheid Claims,
• Bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen (VIK).
Defensie Materieel Codificatiecentrum
De materieelcodificatie (door middel van Nato Stock Nummers -NSN-) wordt uitgevoerd door het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC). Het DMC vervult de door de Navo vereiste functie van Nationaal Codificatie Bureau (NCB), bewaakt de toepassing van het NATO Codificatie Systeem in Nederland en ontwikkelt en beheert een codificatie-informatiesysteem (DEMCIS) dat ter beschikking wordt gesteld aan de krijgsmachtdelen. De dienstverlening is gericht op het bevorderen van interoperabiliteit binnen de Nederlandse krijgsmacht en de Navo en het doelmatig ondersteunen van de logistieke processen, waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de nationale en internationale operationele gereedheid van de defensie-eenheden.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
DMC | a. Materieel codificatie | aantal NSN's | 732 000 |
b. Navo verplichting NCB | aantal NSN's | 732 000 |
Dienst Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum
De ondersteuning op het gebied van archieven wordt verzorgd door de Dienst Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC). De DARIC verzorgt de centrale documentaire informatievoorziening en voert de algemene secretarie van het ministerie. De archiveringstaak omvat het in goede staat houden en bewaren van aan de DARIC toevertrouwde informatiebronnen alsmede overbrenging van archieven naar rijksarchiefbewaarplaatsen. De DARIC verstrekt telefonische en schriftelijke informatie over het gearchiveerde.
Dienst Personeels- en Salarisadministratie
De Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA) verzorgt de uitvoering van de salarisadministratie, de loonspaarregelingen en de personele en financiële informatievoorziening voor het burgerpersoneel van Defensie. Daarnaast wordt de begrotingsbelasting voor de militaire bezoldiging verzorgd. PSA is tevens inhoudingsplichtige.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
PSA | Verwerken salarisgegevens inclusief begrotingsbelasting | aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) | 23 865 |
Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem
De Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem (CBMS) beheert het Nieuw Salarissysteem Krijgsmacht (NSK) en verzorgt de betaling van salarissen, toelagen en vergoedingen aan het militair personeel van Defensie c.q. hun verwanten. CBMS is tevens inhoudingsplichtige.
Maatschappelijke Dienst Defensie
De bedrijfsmaatschappelijke dienstverlening wordt verzorgd door de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD). De MDD richt zich primair op de ondersteuning bij de operationele inzet, levert diensten in het kader van het reguliere bedrijfsmaatschappelijk werk en verleent speciale ondersteuning bij reorganisaties. De MDD neemt de hulp- en dienstverlening aan burger- en militair personeel, aan het thuisfront van uitgezonden militairen en aan (aspirant-)veteranen voor zijn rekening. Het bedrijfsmaatschappelijk werk vergroot het welbevinden van deze groepen binnen de defensieorganisatie. De MDD draagt op die manier bij aan de motivatie en inzetbaarheid van het personeel.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
MDD | Bedrijfsmaatschappelijk werk | aantal BMW-ers | 79 |
Diensten Geestelijke Verzorging
De geestelijke verzorging in de krijgsmacht wordt verzorgd door vijf interservice diensten geestelijke verzorging: de rooms-katholieke, de protestantse, de joodse, de humanistische en de hindoe. Deze diensten zijn organisatorisch ondergebracht in de Diensten Geestelijke Verzorging (DGV). De DGV verlenen geestelijke verzorging aan militairen en waar nodig ook aan de gezinsleden van militairen volgens de richtlijnen van de zendende instanties. De DGV zijn voortdurend beschikbaar om, mede in het kader van het streven van Defensie naar hoogwaardige personeelszorg, vanuit de verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergronden begeleiding en zorg te bieden inzake levensbeschouwelijke/ethische vragen en bij (geestelijke) nood.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
DGV | Geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht | aantal GV-ers | 145 |
Bureau Internationale Militaire Sport
Ondersteuning op het gebied van internationale sport wordt verzorgd door het Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS). Het BIMS zorgt voor de organisatie van internationale militaire sporttoernooien en uitzending van de militaire équipes. Tevens coördineert het BIMS de militaire sport op nationaal niveau. Daarnaast stimuleert het BIMS sportbeoefening en (individuele) begeleiding van topsporters binnen de defensieorganisatie.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
BIMS | a. Nationale evenementen | aantal | 21 |
b. Internationale evenementen | aantal | 58 | |
c. Defensie topsport selectie | aantal | 15 |
Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum
Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek dient als verzorgingstehuis voor oud-militairen van alle krijgsmachtdelen, beneden de categorie van officieren. Het houdt een koloniaal museum in stand dat in 1996 door de Traditiecommissie Krijgsmacht officieel als krijgsmachtdeelmuseum is aangemerkt. Daarnaast ondersteunt KTOMM Bronbeek het veteranenbeleid van de minister op een actieve wijze en dient het als plaats voor het houden van herdenkingen en reünies.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
KTOMM | a. Kamerverzorgingshuis | aantal beschikbare kamers | 45 |
b. Openingsdag museum | aantal openingsdagen | 308 | |
c. Herdenking | aantal grote herdenkingen | 7 | |
d. Reüniedag | aantal openingsdagen Kumpulan | 282 | |
e. Conserveren collectie museum | aantal collecties | 1 |
Het beheren van de schadeclaims wordt verzorgd door de Eenheid Claims. De taken van de Eenheid Claims zijn:
• behandeling van schadeclaims van derden op Defensie op civielrechtelijke gebied namens de defensieonderdelen, het CDC en de bestuursstaf. Het betreft materiële schade en letsel- en overlijdensschade;
• oefenschade;
• Navo- en PfP-schade (Partnership for Peace); verhaalschade op grond van de Verhaalswet Ongevallen Ambtenaren (VOA);
• ontwikkeling van schadebeleid voor Defensie;
• advisering ten aanzien van schadepreventie en overige vragen op het gebied van schade.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
CLAIMS | Claim handling (betalen of verhalen) | aantal | 4 200 |
Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen
Het bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen (VIK) is, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, alsmede met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de C-CDC, belast met het, ten behoeve van alle defensieonderdelen:
• tijdig en conform de geldende regelgeving, met name op het gebied van beslag- en executierecht (laten) uitvoeren van alle binnenkomende (wettelijk) verplichte opdrachten tot inhouding ten laste van het inkomen van defensiepersoneel c.q. ten laste van vorderingen, die een derde (leverancier) op Defensie heeft,
• het analyseren van dubieuze vorderingen van alle defensieonderdelen op de juridische haalbaarheid en verhaalbaarheid en het, zonodig gerechtelijk, incasseren van deze vorderingen op ex-defensiepersoneel en derden, indien de invorderingsactiviteiten door het defensieonderdeel zelf niet tot betaling hebben geleid.
Eenheid | Omschrijving producten en diensten | Eenheid | Totaal |
VIK | Inhoudingen | aantal | 3 760 |
Vorderingen | aantal | 207 |
Onder deze categorie zijn de niet verder toe te delen activiteiten opgenomen, zoals de uitgaven van de staf van het CDC en enkele projecten. De staf van het CDC ondersteunt de Commandant DienstenCentra bij de aansturing van de onder het CDC ressorterende eenheden. In de staf is tevens een ondersteuningsgroep opgenomen die mede zorg draagt voor de ondersteuning van enkele CDC-eenheden op het gebied van financiën, personeel en organisatie. Het betreft eenheden die niet zelf in staat zijn deze taken doelmatig uit te voeren.
De investeringen van het CDC bestaan voor ongeveer 2/3 deel uit infrastructurele nieuwbouw en vervangingsprojecten. Daarnaast is een groot gedeelte benodigd ten behoeve van de reguliere voertuigvervangingen DVVO.
Begin 2004 is besloten het Instituut Defensie Leergangen (IDL) te verplaatsen naar Breda. De kosten voor nieuwbouw, inrichting en verhuizing bedragen € 27 miljoen. Deze aanpassingen zijn afgestemd op de voorziene bouwactiviteiten zoals genoemd in de brief aan de Kamer van 19 december 2003 inzake «Infrastructurele behoefte van de KMA te Breda». Na de verhuizing wordt de huidige locatie van het IDL afgestoten.
Doelstelling | Besparingen door concentratie Hogere Defensie Opleidingen | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomvang | € 27,0 miljoen | ||||||
Realisatie 2003 | Verwachting 2004 | Begroting 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Activiteiten | |||||||
Financiële gevolgen | |||||||
Verplichtingen (x € 1 000) | 2000 | 14 000 | 9 000 | 2 000 | |||
Uitgaven (x € 1 000) | 5 000 | 19 000 | 3 000 |
Centrale defensiebrede IV-investeringen
De defensiebrede geïntegreerde basisvoorziening zal in 2005 gereed komen. Vooruitlopend hierop zal reeds per 2005 de werkplekdienst worden getarifeerd tegen een marktconform tarief. Afzonderlijke exploitatieactiviteiten in dit domein zullen contractueel worden ontbonden ten gunste van deze defensiebrede aanpak. De standaardvoorzieningen met betrekking tot de beveiliging van de infrastructuur in het algemeen en van de werkplek in het bijzonder, worden begrepen onder de nieuwe werkplekdienst. Dit geldt eveneens voor de generieke aspecten van de documentaire informatievoorziening.
Selectie van een standaard softwarepakket ten behoeve van geïntegreerde IV (ERP) maakt het mogelijk de weg te vervolgen om bestaande en verouderde informatiesystemen (de zogenoemde legacy-systemen) te vervangen door standaard software. De geïntegreerde IV moet de geplande samenvoeging en reorganisatie van eenheden in het kader van SAMSON alsmede de invoering van resultaatgerichte sturing (VBTB) mogelijk maken. De resulterende verbeterde geautomatiseerde ondersteuning van de defensiebrede bedrijfsvoering moet voorts leiden tot een reductie van de oplopende exploitatiekosten.
Ten behoeve van de afzonderlijke defensieonderdelen zullen budgetten ter beschikking zijn voor IV-investeringen welke kleiner zijn dan € 5 miljoen. Daarenboven zijn fondsen gebudgetteerd ten behoeve van IV-beleidsontwikkeling. De aanwending van de in deze tabel genoemde budgetten geschiedt onder regie van de Directie Informatievoorziening en Organisatie (DIO), en zal zijn gericht op defensiebreed geïntegreerde IV (onder architectuur) en gestandaardiseerde infrastructuur. Met name deze standaardisatie is erop gericht om de voorziene exploitatie bij de defensieonderdelen te kunnen voeren tegen een toereikend, maar tegelijk jaarlijks in omvang afnemend budget.
De tabel van de defensiegenerieke en -specifieke IV-investeringen is als onderstaand; de defensiebrede activiteiten in het programma Operationele IV zijn hieronder nog niet begrepen. In de loop van 2005 zullen de budgetten, welke voor een deel nog zijn begrepen in de investeringsramingen van de krijgsmachtdelen, worden overgeheveld naar het centrale budget op het niet-beleidartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht», aangezien de realisatie van deze budgetten door DICTU zal geschieden.
Bedragen x € 1 miljoen | |||||
Defensiebrede IV-investeringen | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Artikel 01 Koninklijke marine | 3,9 | 4,0 | 4,0 | 4,0 | 4,0 |
Artikel 02 Koninklijke landmacht | 20,0 | 15,0 | 12,0 | 12,0 | 12,0 |
Artikel 03 Koninklijke luchtmacht | 9,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 |
Artikel 04 Koninklijke marechaussee | 8,7 | 6,7 | 6,5 | 6,5 | 6,5 |
Artikel 11 Internationale samenwerking | 5,5 | 2,6 | |||
Artikel 60 Ondersteuning krijgsmacht | |||||
Onderdeel Ondersteuning door CDC: | |||||
–Functionele integratie in P-domein | 13,0 | 11,0 | 11,0 | ||
–Functionele integratie in M- en F-domein | 25,9 | 36,4 | 50,3 | 37,2 | 9,1 |
–Basisvoorzieningen | 17,8 | 16,9 | 14,5 | 7,5 | |
–Overig | 3,1 | 3,3 | 2,7 | 9,3 | 40,9 |
Artikel 90 Algemeen: | |||||
–IV-beleidsontwikkeling | 5,3 | 6,3 | 6,5 | 6,5 | 6,5 |
–Overig | 9,7 | 7,2 | 7,2 | 1,7 | 1,7 |
Totaal | 108,9 | 105,4 | 123,7 | 102,7 | 98,7 |
De bij de IV-investeringen behorende exploitatie is in onderstaande tabel weergegeven. Delen van de budgetten welke thans nog zijn begrepen in de exploitatiebudgetten van de krijgsmachtdelen zullen in de loop van 2005 worden ondergebracht op het niet-beleidsartikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht».
Bedragen x € 1 miljoen | |||||
Defensiebrede IV-exploitatie | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Artikel 01 Koninklijke marine | 33,2 | 31,7 | 30,2 | 28,7 | 27,7 |
Artikel 02 Koninklijke landmacht | 119,6 | 110,1 | 100,6 | 91,1 | 82,6 |
Artikel 03 Koninklijke luchtmacht | 37,2 | 35,3 | 33,2 | 31,3 | 29,9 |
Artikel 04 Koninklijke marechaussee | 15,4 | 15,2 | 15,3 | 15,1 | 14,9 |
Artikel 60 Ondersteuning krijgsmacht | |||||
Onderdeel Ondersteuning door CDC | 25,9 | 30,1 | 34,4 | 38,6 | 43,2 |
Artikel 90 Algemeen | 13,4 | 12,2 | 10,9 | 9,7 | 8,6 |
Totaal | 244,7 | 234,6 | 224,6 | 214,5 | 206,9 |
De ontvangstenraming bedraagt in totaal € 45,6 miljoen.
De geraamde ontvangsten hebben betrekking op te verhalen ziektekosten, verhuur van woningen, vermindering afdracht loonheffing en de terugvordering van BTW. Voorts dragen de verkoop van topografische kaarten en drukwerk en de ontvangsten uit dienstverlening hieraan bij. Daarnaast zijn er nog specifieke ontvangsten, zoals ontvangsten van ziektekostenverzekeraars vanwege door het CMH en het MRC verleende geneeskundige verzorging, voor de verhuur van spoorwagons door DVVO, de verhuur van faciliteiten door het IDL alsmede door bijdragen van bewoners en voor museumbezoek bij het KTOMM.
Waar de ontvangsten het gevolg zijn van in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend.
Niet-beleidsartikel 70. Geheime uitgaven
Overeenkomstig artikel 6 van de Comptabiliteitswet 2001 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij het ministerie van Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden verantwoord.
De geheime uitgaven worden jaarlijks door de President van de Algemene Rekenkamer gecontroleerd. De beschikbare financiële middelen zijn opgenomen in de volgende tabel.
Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen (x € 1 000) | 2 017 | 1 421 | 1 407 | 1 421 | 1 421 | 1 421 | 1 421 |
Uitgaven (x € 1 000) | 2 017 | 1 421 | 1 407 | 1 421 | 1 421 | 1 421 | 1 421 |
Niet-beleidsartikel 80. Nominaal en onvoorzien
In dit artikel worden primair de door het ministerie van Financiën toegekende bedragen voor zowel de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als die voor de prijsbijstelling en die voor nieuwe mutaties ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld.
De financiële bedragen die voor bovenstaande doelstellingen tijdens de begrotingsjaren ter beschikking staan, zijn in de volgende tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1 000) | |||||||
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Uitgaven/verplichtingen | |||||||
Loonbijstelling | 75 197 | 70 637 | 70 797 | 71 914 | 71 914 | 71 880 | |
Prijsbijstelling | – 216 015 | 10 546 | 18 830 | – 1 357 | 35 647 | – 6 513 | |
Onvoorzien | |||||||
Taakstelling Strategisch Akkoord en Hoofdlijnen Akkoord | 43 422 | 46 081 | 56 465 | 64 205 | 65 330 | 59 230 | |
Totale uitgaven | – 97 396 | 127 264 | 146 092 | 134 762 | 172 891 | 124 597 |
Toelichting op de geraamde bedragen
Dit betreft met name het restant van de nog te verdelen loonbijstellingsbedragen. De verdeling van deze gelden is mede afhankelijk van het af te sluiten arbeidsvoorwaardencontract en de mogelijke gevolgen van de kabinetsbeslissing omtrent de wijze waarop in de toekomst wordt omgegaan met pre-pensionering.
Voor 2004 en verdere jaren zijn diverse mutaties geboekt die op dit artikel tijdelijk centraal worden gestald. Het betreft onder meer de financiële gevolgen van het temporiseren van de investeringen in 2004 en 2005.
Taakstelling Strategisch en Hoofdlijnen Akkoord
Als uitvloeisel van de maatregelen uit het Strategisch Akkoord en het Hoofdlijnen Akkoord alsmede de maatregelen ter oplossing van de interne problematiek zal de komende jaren een groot aantal defensiemedewerkers afvloeien. Er zijn gelden voor SBK-maatregelen gereserveerd voor de betrokken defensiemedewerkers. In de raming is tevens rekening gehouden met de salarislasten van overtollig personeel als gevolg van de maatregelen uit de Prinsjesdagbrief. Nadat tot invulling van de maatregelen is gekomen, zullen deze gelden worden toegewezen aan de defensieonderdelen.
Niet-beleidsartikel 90. Algemeen
In dit artikel worden onder de «apparaatsuitgaven» de uitgaven geraamd van het kerndepartement en de organisatie-eenheid Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (MIVD). Als «programmauitgaven» worden de investeringen van het kerndepartement en de Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst, alsmede niet nader toe te delen departementsbrede uitgaven geraamd. Deze worden beheerd door het kerndepartement.
De raming van deze uitgaven voor de komende begrotingsjaren is in de onderstaande tabel opgenomen.
Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 90 Algemeen (x € 1 000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Verplichtingen | 1 320 023 | 1 359 959 | 1 470 321 | 1 462 712 | 1 442 893 | 1 425 136 | 1 397 947 |
Uitgaven | |||||||
Apparaatsuitgaven | |||||||
Kerndepartement inclusief wachtgelden | 100 238 | 104 382 | 97 669 | 95 085 | 96 140 | 95 827 | 95 560 |
Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst | 50 372 | 55 866 | 55 743 | 56 232 | 56 574 | 56 683 | 56 771 |
Bijdrage aan baten-lastendiensten | 139 | 186 | 186 | 186 | 186 | 186 | |
Totaal apparaatsuitgaven | 150 610 | 160 387 | 153 598 | 151 503 | 152 900 | 152 696 | 152 517 |
Programmauitgaven | |||||||
Investeringen | 29 122 | 34 094 | 27 486 | 21 937 | 16 215 | 11 300 | 11 300 |
Departementsbrede uitgaven | |||||||
–Milieu-uitgaven | 6 272 | 11 295 | 18 994 | 19 953 | 12 540 | 12 366 | 8 307 |
–Pensioenen en uitkeringen* | 948 748 | 1 004 433 | 1 111 806 | 1 118 727 | 1 112 907 | 1 094 873 | 1 071 921 |
–Wetenschappelijk onderzoek | 60 969 | 63 336 | 62 476 | 62 348 | 62 595 | 62 593 | 62 594 |
–Ziektekostenvoorziening | 29 967 | 34 881 | 34 119 | 34 119 | 34 121 | 34 078 | 34 078 |
–Garanties | |||||||
–Subsidies en bijdragen | 13 006 | 10 933 | 10 439 | 10 235 | 8 746 | 8 746 | 8 746 |
–Overige uitgaven | 36 492 | 34 455 | 42 148 | 41 414 | 41 415 | 41 415 | 41 415 |
Totaal programmauitgaven* | 1 124 576 | 1 193 427 | 1 307 468 | 1 308 733 | 1 288 539 | 1 265 371 | 1 238 361 |
Totaal uitgaven* | 1 275 186 | 1 353 814 | 1 461 066 | 1 460 236 | 1 441 439 | 1 418 067 | 1 390 878 |
Ontvangsten | |||||||
Totaal ontvangsten | 7 110 | 194 694 | 201 257 | 163 547 | 210 797 | 224 159 | 160 615 |
*waarvan niet-relevant | 97 501 | 101 244 | 99 616 | 96 708 | 92 933 |
Het kerndepartement is de beleidsadviserende en ondersteunende staf voor de minister en de staatssecretaris. Het kerndepartement voert hiertoe de volgende hoofdactiviteiten uit:
– het initiëren, ontwikkelen, overdragen, uitdragen, regisseren en evalueren van het strategische defensiebeleid. Dit is er op gericht de operationele onderdelen van Defensie op korte, zowel als op lange termijn in staat te stellen de beleidsdoelstellingen te realiseren;
– het initiëren, ontwikkelen, overdragen, uitdragen, regisseren en evalueren van personeelsbeleid. Het personeelsbeleid heeft als doel Defensie te voorzien van de gewenste aantallen voor hun taak toegerust en gemotiveerd personeel;
– het initiëren, ontwikkelen, overdragen, uitdragen en evalueren van (inter-)nationaal materieelbeleid ten behoeve van alle defensieonderdelen, inclusief het beleid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling en het Defensie-industriebeleid. Het materieelbeleid is gericht op de verwerving, de instandhouding en de afstoting van materieel en diensten (onder meer de infrastructuur), alsmede het voeren van regie over de uitvoering daarvan;
– het initiëren, ontwikkelen, overdragen, uitdragen, regisseren en evalueren van financieel-economisch beleid, met als doel de rechtmatige en doelmatige besteding van het defensiebudget te bevorderen en te bewaken;
– het initiëren, ontwikkelen, overdragen, uitdragen, regisseren en evalueren van beleid op het gebied van informatievoorziening (IV). Dit is er op gericht een gestandaardiseerde, juiste, tijdige en volledige informatievoorziening te bevorderen bij alle defensieonderdelen;
– het verzamelen van informatie, achtergronden en gegevens van binnen en buiten de organisatie, zodat op basis daarvan adviezen ten behoeve van de bewindslieden kunnen worden gegeven;
– het initiëren, regisseren en evalueren van militair optreden in (inter-)nationaal verband.
Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (MIVD)
De MIVD ondersteunt Defensie op maat en naar behoefte op het gebied van inlichtingen en veiligheid. De dienst richt zich daarbij zowel op het politiek-militaire besluitvormende niveau (strategische inlichtingen), als op de krijgsmacht tijdens de voorbereiding en de uitvoering van militaire taken (operationele inlichtingen). Hierbij gaat het vooral om de uitvoering van crisisbeheersingsoperaties.
De twee hoofdtaken van de MIVD zijn een inlichtingentaak en een veiligheidstaak. De MIVD voert deze taken uit binnen een strak wettelijk kader, neergelegd in onder andere de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo).
Het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid, dat werd opgesteld naar aanleiding van de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, is de grondslag voor het regeringsbesluit de capaciteit voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit te breiden.
Op basis van besluitvorming in de ministerraad is onder leiding van de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een voorstel gedaan voor de herinrichting van de capaciteit voor satellietinterceptie in Nederland. Het voorstel voorziet in de oprichting van een Nationale SIGINT- («signal intelligence») organisatie (NSO). Deze wordt ondergebracht bij het ministerie van Defensie en beleidsmatig gezamenlijk aangestuurd door de MIVD en de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst (AIVD). De basis voor de SIGINT-organisatie vormt de afdeling Verbindingsinlichtingen (AVI) van de MIVD. Een deel van de AVI wordt daartoe uit de organisatie van de MIVD gehaald. Bij de nieuwe organisatie, de NSO, worden activiteiten op het gebied van de verwerving van verbindingsinlichtingen ondergebracht. Op 26 september 2003 is door de directeur van de MIVD en het plaatsvervangend hoofd van de AIVD een convenant getekend over de vorming van de NSO en de uitbreiding van de satellietontvangst- en signaalverwerkingscapaciteit. Bij de MIVD is een projectleider aangesteld die verantwoording aflegt aan beide diensthoofden. Bij de nieuwe organisatie, de NSO, worden activiteiten op het gebied van de verwerving van verbindingsinlichtingen ondergebracht.
Voor de uitbreiding van de capaciteit voor satellietinterceptie is een omvangrijk investeringsplan benodigd, dat op hoofdlijnen gereed is. Hiervoor is een budget van € 18,7 miljoen uitgetrokken.
Beleidsontwikkelingsgelden informatievoorziening (IV)
Het op termijn realiseren van een geïntegreerde informatievoorziening is het doel van de beleidsontwikkelingsactiviteiten op IV-gebied. Deze zijn in 2004 en 2005 vooral gericht op de totstandkoming van een technische IV-infrastructuur (servers, netwerken en werkplekken). Het doel is een generiek netwerk en een basiswerkplek voor al het defensiepersoneel. Vanaf 2006 zal deze basisinfrastructuur verder worden uitgebouwd naar vooral het operationele domein.
De bovengenoemde infrastructuur is de basis voor de ontwikkeling van generieke applicaties voor alle defensieonderdelen. «Enterprise Resource Planning» (ERP) is hiervan de kern. Tussen 2004 en 2010 wordt gewerkt aan de ontwikkeling en de indienststelling ervan. In het personeelsdomein (P&O2000+) wordt hier sinds 2004 aan gewerkt, het materieellogistieke (MATLOG) en het financiële domein vanaf 2006. In de overige domeinen wordt pas later voorzien in vervanging van bestaande applicaties en zullen in eerste instantie bestaande applicaties worden geïntegreerd.
De investeringen opgenomen bij P&O2000+ betreffen de ontwikkeling en implementatie van het gelijknamige defensiebrede IV-project. Het uitgangspunt is dat het project P&O2000+ binnen de hiervoor uitgetrokken tijdsduur (tot en met 2005) en binnen de financiële voorwaarden wordt gerealiseerd.
IV-investeringen Centrale organisatie
De investeringen die zijn opgenomen bij deze post betreffen de specifieke IV-investeringen bij de Centrale organisatie. Deze IV-investeringen hebben voor een belangrijk deel te maken met de specifieke onderbrenging bij de Centrale organisatie. Tevens wordt rekening gehouden met de (financiële) gevolgen van de inrichting van het Defensie Operatiecentrum (DOC) en de daaruit voortvloeiende activiteiten waaronder Military Message Handling System (MMHS) en ontwikkelingen op het gebied van Nato Secure Wide Area Network (NSWAN) en Netherlands Secure Wide Area Network (NLSWAN).
Om inlichtingen te verkrijgen speelt in de toekomst hoogwaardige techniek steeds vaker een beslissende rol. Er zullen derhalve voortdurend investeringen nodig zijn. In een deel van de inlichtingenbehoefte zal de NSO gaan voorzien. Voor een ander deel moet de MIVD ook zelf investeren.
Het budget voor milieu-uitgaven wordt besteed aan contributies aan milieuorganisaties en de uitvoering en begeleiding van specialistische onderzoeken op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van de ramp in Volendam is het toezicht op de handhaving van gebruikersvergunningen verscherpt. De financiële afdoening hiervan loopt enige vertraging op vanwege de trage facturering van gemeenten. In 2005 worden hiervoor de laatste uitgaven verwacht.
Ook wordt jaarlijks een programma voor de intensivering van milieuonderzoeken door de Centrale organisatie opgesteld. Ten behoeve van het oplossen van de milieuproblemen in de Cannerberg is het Nederlandse aandeel in deze programmauitgaven opgenomen. Het aandeel dat door de Navo wordt vergoed, is opgenomen in het beleidsartikel 11 «Internationale samenwerking». Ten slotte is op dit artikel een defensiebrede reeks met projecten voor milieu-intensiveringen opgenomen.
Deze programmauitgaven betreffen de betalingen van uitkeringen voor ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig militair personeel. De uitvoering van de sociale zekerheid is in handen van de Uitvoeringsinstelling werknemersverzekeringen (UWV) en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Op dit artikelonderdeel worden de in dit verband door de UWV en het ABP in rekening gebrachte uitgaven geraamd.
Sinds 2001 werd het vrijwillig nadienen bevorderd, vooruitlopend op de verplichte ophoging van de ontslagleeftijden vanaf 2006. Volgens de daarvoor gehanteerde normen dient 30% van de militairen gedurende gemiddeld drie jaar na. De hiermee samenhangende opbrengsten zijn in mindering gebracht op het budget van dit niet-beleidsartikel. Jaarlijks wordt bij nacalculatie het feitelijke aantal nadieners bepaald en worden de financiële effecten daarvan, afgezet tegen de norm, verrekend met de desbetreffende defensieonderdelen. In het kader van de reorganisaties en de voorgenomen verkleining van de krijgsmacht is medio 2003 besloten het nadienen te beëindigen.
Na het mislukken van het voorjaarsoverleg zet het kabinet het voornemen om de instroom in VUT- en prepensioenregelingen te ontmoedigen door. Daartoe is een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee de bestaande fiscale faciliëring van VUT en prepensioenregelingen wordt beëindigd en tevens een levensloopregeling wordt geïntroduceerd. In afwachting van nadere besluitvorming over de effecten van dit wetsvoorstel voor Defensie is de implementatie van een militair prepensioen ter vervanging van de huidige UKW vooralsnog opgeschort.
Voor het burgerpersoneel dat bij de overheid werkzaam is, werd in 2003 overeengekomen dat zal worden overgegaan op het zogenaamde middelloonstelsel. Dit betekent dat vanaf 2004 de pensioenaanspraken zullen worden gebaseerd op het feitelijk genoten inkomen en niet langer op het laatstgenoten inkomen. Omdat de consequenties voor het militair personeel in belangrijke mate afwijken van die van het burgerpersoneel is voor die categorie personeel vooralsnog niet op het middelloonstelsel overgegaan. Het jaar 2004 wordt benut om de positie vanaf 2005 voor het militaire personeel nader te bezien. Daarbij zal tevens worden bezien of dient te worden gekomen tot een afzonderlijk pensioenreglement voor militairen en een afzonderlijke vermogenspositie voor de pensioenaanspraken van militairen, al dan niet binnen het ABP.
Op dit artikelonderdeel worden verantwoord:
– de door het ABP op declaratiebasis in rekening gebrachte militaire ouderdomspensioenen en (aanvullende) nabestaandenpensioenen; de door de Uitvoeringsinstelling sociale zekerheid voor overheid en onderwijs (USZO) op declaratiebasis in rekening gebrachte programmauitgaven met betrekking tot de sociale zekerheid; de door USZO/ABP in rekening gebrachte uitvoeringskosten;
– het nominale deel van de door Defensie aan het ABP te verrichten betalingen ten behoeve van de opbouw van kapitaaldekking van de militaire nabestaandenpensioenen, alsmede het nominale deel van de door Defensie aan het ABP te verrichten betalingen ten behoeve van de opbouw van kapitaaldekking van het militaire prepensioen;
– de reeks 10-jarige leningen van Defensie aan het ABP ten behoeve van de kapitaaldekking militaire ouderdomspensioenen en het premietekort of -voorschot ten behoeve van de kapitaaldekking militaire prepensioen.
– de uitgaven voor het veteranenbeleid en (vanaf 2005) de jaarlijkse «NL Veteranendag». De «NL Veteranendag» heeft tot doel bij te dragen aan de maatschappelijke erkenning en waardering voor de veteraan. Er zal in grote lijnen volgens het advies van de commissie Van Eekelen vorm aan worden gegeven. Voorts wordt in het artikelonderdeel «Subsidies en bijdragen» de uitvoering van het veteranenbeleid bij de Stichting Veteranen Instituut (SVI) en de belangenbehartiging van de veteranen bij het Veteranenplatform neergelegd.
Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (WOO)
Een moderne krijgsmacht is kennisintensief. Kennis is nodig om in te kunnen schatten of en hoe op veranderingen kan worden geanticipeerd, onder invloed van de politiek, maatschappij, technologie en wetenschap. Kennis is ook noodzakelijk voor behoeftestelling, verwerving en optimale inzet van personele en materiële middelen.
Als essentiële kennis in de defensieorganisatie niet beschikbaar of niet verkrijgbaar is, dan is het (laten) ontwikkelen ervan een mogelijkheid om in die kennisbehoefte te voorzien. Door structureel onderzoek te laten uitvoeren bij kennisinstellingen zoals het TNO, het Nationaal lucht- en ruimtevaartlaboratorium (NLR) en het Maritiem researchinstituut Nederland (MARIN) wordt voorzien in een deel van de voor Defensie benodigde kennis. Deze kennisontwikkeling is uiteraard internationaal ingebed.
De kennisbehoefte is gerelateerd aan de taken van Defensie. Beleidsuitgangspunten daarbij zijn de vernieuwing en veranderdoelstellingen van de krijgsmacht, waarin de flexibiliteit, de paraatheid, de mobiliteit, de gevechtskracht, het voortzettingsvermogen, de veiligheid, de interoperabiliteit en de kwaliteit van de krijgsmacht centraal staat. Bovenal dient de krijgsmacht betaalbaar te zijn, dus efficiënt en effectief te werken. Daarnaast is het versterken van het Europese veiligheids- en defensiebeleid en de daarvoor ter beschikking staande militaire capaciteiten een beleidsprioriteit. In het kader van het realiseren van de EU-Headline Goal en het Prague Capabilities Commitment van de Navo zijn nader geoperationaliseerde beleidsdoelstellingen bepaald. Ook op het gebied van terrrorismebestrijding zijn Defensie enkele specifieke taken toebedeeld. Invloedrijke ontwikkelingen op het gebied van Defensie en het uitvoeren van militaire operaties zijn expeditionair optreden, «plug and fight», «network centric warfare» en «effect based operations». Op basis van de besluitvorming over de in 2003 uitgevoerde «Herijking Kennisvoorziening Defensie» zullen de WOO-kennisexploitatiebudgetten voor contractresearch vanaf 2005 geleidelijk worden opgehoogd.
De nader geoperationaliseerde beleidsdoelstellingen worden deels nagestreefd door het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten (programma's of projecten). Veel van deze activiteiten richten zich op verschillende beleidsdoelstellingen. Voor de financiering van deze beleidsdoelstellingen wordt gebruikt gemaakt van onderstaande instrumenten:
Doelfinanciering Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)
Overeenkomstig de TNO-wet en de regelingen tussen de overheid en het TNO, verstrekt Defensie jaarlijks doelfinanciering aan TNO via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Met deze doelfinanciering wordt bij de drie instituten van TNO-Defensieonderzoek geïnvesteerd in een voor de taakuitvoering van Defensie benodigde kennisbasis.
Er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van (technologische) kennis die van belang is voor de taakuitvoering van Defensie. Deze activiteiten worden, vaak in internationaal verband, uitgevoerd door Nederlandse bedrijven, onderzoeksinstellingen en universiteiten. In het geval dat de ontwikkeling van nieuwe technologische kennis een belangrijk deel uitmaakt van een materieelproject, wordt uit het niet-beleidsartikel 90 (Algemeen) incidenteel dus ook bijgedragen aan een materieelontwikkelingsproject voor een krijgsmachtdeel.
Defensie verstrekt via het ministerie van Verkeer en Waterstaat een bijdrage aan het Nationaal lucht- en ruimtevaartlaboratorium (NLR). Deze bijdrage is bedoeld voor het verrichten van basisonderzoek.
Ziektekostenvoorziening defensiepersoneel (ZVD)
Deze programmauitgaven betreffen een vangnetvoorziening voor het burgerpersoneel, het gewezen burgerpersoneel en het gewezen militair personeel van Defensie. Ze draagt er toe bij dat de ziektekosten die voor eigen rekening van dit personeel komen, worden beperkt tot een van de ziekenfondsgrens afgeleid maximum. Actief dienende militairen en gewezen militairen met een uitkering in het kader van de Uitkeringswet gewezen militairen (UKW) zijn uitgesloten van deelname.
De Ziektekostenvoorziening defensiepersoneel zal worden geëvalueerd in het kader van de door het kabinet aangekondigde nieuwe zorgverzekeringswet, waarvan de introductie is voorzien in 2006. De voorbereiding van deze wet is reeds in 2003 gestart.
De jaarlijks hogere uitgaven voor de Ziektekostenvoorziening defensiepersoneel werden grotendeels veroorzaakt doordat een steeds groter aantal (ex-)werknemers gebruik hebben gemaakt van deze regeling, alsmede door de stijging van het gemiddelde aanspraakbedrag als gevolg van de autonoom stijgende ziektekosten. De gevolgen van deze laatste oorzaak van de stijging van de uitgaven zijn ingeperkt, doordat in 2003 met het ministerie van Financiën afspraken zijn gemaakt over een exogene vergoeding van de autonoom stijgende ziektekosten. Hierdoor is de verwachting dat de uitgaven in de planperiode voor Defensie constant zullen blijven.
Subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een zeker nut hebben en ook zelf financiële middelen bijeenbrengen, maar mede afhankelijk zijn van financiële hulp van Defensie. Daarnaast levert Defensie financiële bijdragen aan diverse overheidsinstellingen. De belangrijkste bijdragen betreffen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor onderwijs op algemene grondslag en voor de stichting Nederlands Instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. De doelstellingen van deze instanties worden uiteengezet in een separate bijlage.
De taakstelling die als gevolg van het Strategisch Akkoord op de subsidies is doorgevoerd is van grote invloed op de hoogte ervan. Een uitbreiding van het aantal subsidies is thans niet voorzien. In de planperiode zal de aandacht vooral uitgaan naar de tijdige evaluatie en afrekening van bestaande subsidies. De eerder door Defensie doorgevoerde subsidiereductie op het verstrekken van gratis treinkaartjes aan veteranen is in deze begroting ongedaan gemaakt.
Voor het jaar 2005 worden subsidies verleend aan de stichting Homosexualiteit en krijgsmacht (€ 10 000), De Nederlandse Reservisten federatie (€ 26 000), Koninklijke Vereniging ter beoefening van de krijgswetenschap, ten behoeve van de buitengewone leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam (€ 55 000), de stichting Protestant interkerkelijk thuisfront (€ 15 000), de stichting Nationaal katholieke thuisfront (€ 10 000), het Defensie vrouwennetwerk (€ 14 000), het Veteranenplatform ( € 136 000) en de stichting Stichting Veteranen Instituut (€ 4 203 000). Deze vermelding vormt voor de onder dit artikel opgenomen subsidieverleningen de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c van de Algemene Wet bestuursrecht.
Overige (departementale) uitgaven
De overige departementale uitgaven betreffen vooral voorlichtingsactiviteiten, schadevergoedingen, een bijdrage aan de Onderzoeksraad voor veiligheid en «lumpsumuitgaven» aan de Belastingsdienst in verband met de fiscalisering van de verstrekking huisvesting en voeding van rijkswege aan militairen. Een andere uitgavencomponent die onder deze post valt is de defensiebrede stalling van personeelsmaatregelen (een jaarlijkse post van € 11,8 miljoen).
De hier opgenomen evaluaties ex ante betreffen onderwerpen die aan de orde zijn voor alle defensieonderdelen. Ze zijn niet exclusief aan een bepaald beleidsartikel toe te rekenen. Hoewel ze niet de evaluatie van het artikel 90 zelf betreffen, zijn deze door de bestuursstaf uit te voeren evaluaties opgenomen onder het niet-beleidsartikel 90 (Algemeen).
Beleidsevaluaties ex ante, uit te voeren in 2005:
• beleidsontwikkeling in het kader van het project Civiel-militaire bestuursafspraken (CMBA);
• beleidsontwikkeling met betrekking tot Interne-externe veiligheid (IEVO);
• uitwerking ambitieniveau (essentiële operationele capaciteiten) naar middelen;
• militair optreden in netwerken (network centric warfare/network enabled capabilities);
• studie luchttransport.
De bedrijfsvoering van Defensie staat onder toenemende druk van het grootscheepse transitietraject dat in 2004 is ingezet. In 2005 zullen de thema's in de bedrijfsvoering voor een belangrijk deel worden afgeleid van de effecten van de reorganisatie. Enerzijds zijn dit bedoelde effecten zoals het ontstaan van nieuwe structuren en een verschuiving van verantwoordelijkheden, anderzijds betreffen dit onbedoelde effecten: de risico's voor de kwaliteit van het beheer die elke transitie in zich bergt. Onderstaand wordt op enkele ontwikkelingen ingegaan.
Op 1 april 2004 is de Defensie cateringorganisatie Paresto als onderdeel van het Commando Dienstencentra van start gegaan. Met zijn brief van 1 juni 2004 (TK 2003–2004, 29 620, nr. 1) heeft de staatssecretaris van Defensie de Kamer geïnformeerd om Paresto per 1 januari 2005 de status van baten-lastendienst toe te kennen. Deze diensten kenmerken zich door een resultaat gericht besturingsmodel in combinatie met een baten-lastenadministratie. Defensie richtte de cateringorganisatie Paresto op om door middel van schaalvergroting en taakspecialisatie doelmatigheidswinst te genereren. Hiervoor is het van belang dat aansturing plaatsvindt op basis van output en dat een integraal kostprijsmodel wordt gehanteerd. De verwachting is dat de status van baten-lastendienst en de daarbij behorende specifieke beheersregels, de doelmatigheid van Paresto zullen bevorderen en de dienstverlening zullen verbeteren. Het «Begeleidingsteam Verzelfstandigingen» van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën (BiFi-team) begeleidt het traject tot de instelling van de dienst. Daarbij is uitgegaan van de twaalf instellingsvoorwaarden die naar aanleiding van de tweede rijksbrede evaluatie van het resultaatgerichte besturingsmodel in combinatie met het baten-lastenstelsel in december 2002 met de Tweede Kamer overeen zijn gekomen (TK 2002–2003, 28 737, nr. 1).
In de tweede helft van 2004 wordt een Centraal Betaalkantoor Defensie (CBD), als onderdeel van het Commando Dienstencentra, ingericht en gefaseerd geïmplementeerd. Het CBD neemt alle aan het betaal- en ontvangstenproces gerelateerde activiteiten en taken, inclusief de daaraan gekoppelde functies, van de diverse eenheden binnen de defensieonderdelen over.
De organisatie van het CBD zal bestaan uit een staf en een zestal uitvoerende regiokantoren te Den Haag, Den Helder, Emmen, Seedorf (tot het moment van opheffing van deze legerplaats), Utrecht en Woensdrecht. Ook de Defensie Fiscale- en Douane-Eenheid, waarin de uitvoerende fiscale processen zijn samengebracht, maakt onderdeel uit van het CBD. De formatie van het CBD zal bestaan uit 335 functies.
Naast verdergaande uniformering van het betaal- en ontvangstenproces wordt vooral ook het proces van het aanvragen en het vergoeden van dienstreizen gestroomlijnd en geautomatiseerd door middel van een intranetapplicatie. Daarnaast zal het verificatieproces, waar mogelijk en verantwoord, worden vereenvoudigd en verdere geautomatiseerd. Daarbij worden de toenemende mogelijkheden van digitalisering en scanning van facturen en andere documenten benut.
De oprichting van het CBD zal uiteindelijk een positief effect hebben op de kwaliteit van het betalingsverkeer. Weliswaar wordt een personele reductie van ongeveer 30% gerealiseerd, maar het aantal betaalpunten wordt van 89 verlaagd naar 6 en procedures en processen worden geüniformeerd en gemoderniseerd. Vooral gedurende de implementatiefase van het CBD zal de aandacht uitgaan naar voldoende capaciteit en aanvullende maatregelen om de effecten van het risico van een mogelijk tijdelijke teruggang in de kwaliteit van het financieel beheer, zowel bij het CBD als bij de defensieonderdelen die het CBD van de juiste gegevens en documenten moeten voorzien, te minimaliseren.
Het project SPEER (Strategic Process and ERP Enabled Reengineering) zorgt voor de verdere implementatie van ERP (Enterprice Resource Planning) binnen de defensieorganisatie. De invoering van de standaard ERP-software binnen Defensie is een dwingende voorwaarde voor de invoering van het nieuwe besturingsmodel, de herinrichting van de personele, materieellogistieke en financiële domeinen, de hiermee samenhangende verbetering van de doelmatigheid (reducties) en het bereiken van een uniforme ondersteuning van het operationeel optreden. In 2005 en 2006 wordt de eerste fase van het project SPEER gerealiseerd. In die fase, het conceptuele ontwerp (Design and Establish), wordt het programma ontworpen en ingericht. Vervolgens worden de toekomstige materieellogistieke en financiële besturing en bedrijfsvoering en de bijbehorende IV-ondersteuning met ERP ontworpen.
Als uitvloeisel van het nieuwe besturingsmodel worden de hoofddirectie Materieel en de directies Materieel en de bedrijven van de drie grote krijgsmachtdelen samengevoegd tot één Defensiematerieelorganisatie (DMO), met een leidinggevende die deel uitmaakt van de bestuursstaf. Er is bewust afgeweken van het beginsel van de scheiding tussen beleid en uitvoering, omdat de beleidscomponent hoe dan ook beperkt is en met deze integrale organisatievorm aanzienlijke doelmatigheids- en synergiewinst kan worden geboekt. Een belangrijk politiek aandachtspunt, de regie over grote materieelprojecten, zal zeer herkenbaar binnen de DMO worden belegd. De operationele commando's, die de beschikking hebben over een exploitatiebudget, doen rechtstreeks zaken met de DMO. De chef Defensiestaf heeft, evenals bij de dienstencentra, in laatste instantie een beslissende stem bij het stellen van prioriteiten. De doelstellingen en de kerntaken van de DMO zijn:
– beleid en regie;
– voorzien in (de aanschaf en de introductie van) nieuw materieel;
– instandhoudingsbeheer;
– afstoting;
– bijdragen aan behoeftestellingen;
– uitvoering van de instandhouding (onderhoud en bevoorrading).
Defensie heeft reeds sedert een aantal jaren het programma «Competitieve dienstverlening (CDV)». In dit kader wordt bezien of meer marktbemoeienis bij de levering van ondersteunende diensten tot grotere doelmatigheid leidt. In 2005 worden de onderzoeken afgerond bij de Defensiebedrijven. Die hebben alle te maken met een afnemende werklast door het kleiner worden van de krijgsmacht. Dit komt de doelmatigheid bij de voortbrenging van ondersteunende diensten niet ten goede. Daarom wordt bezien of samenwerking met marktpartijen tot meerwaarde kan leiden.
Daar waar CDV zich met name richt op samenwerking met de markt voor bestaande dienstverlening (catering, vastgoeddiensten, onderhoud van wapens) is het instrument «Publiek private samenwerking (PPS)» meer gericht op investeringen en gebiedontwikkeling. Defensie is een investeringsdepartement en er wordt daarom onderzocht of PPS bij Defensie toekomstmogelijkheden heeft. Dit onderzoek omvat een pilot-project en een vergelijking met de Engelse krijgsmacht, omdat daar PPS een grote vlucht heeft genomen.
3.7 Onderzoeken Interne Beheersing (OIB)
Met ingang van 1 januari 2005 wordt voor de toetsing van de procesbeheersing de zogenaamde Onderzoeken Interne Beheersings(OIB-)functie ingevoerd. De afdelingen OIB verschaffen commandanten en managers op de diverse niveaus het noodzakelijk inzicht op basis waarvan de bedrijfsprocessen kunnen worden bijgestuurd.
De onderzoekscapaciteit is met deze inrichting voldoende dicht op de bedrijfsprocessen belegd zonder dat dit tot versnippering leidt. De afdelingen OIB werken in opdracht en ten behoeve van de commandanten van de Operationele Commando's, de commandant CDC en de directeur van de DMO. De werkzaamheden worden verricht op basis van een OIB-plan dat de commandanten of directeur vaststelt. Dit plan bestaat uit een basisonderzoekspakket en een onderzoekspakket gebaseerd op risicoanalyse. Een belangrijk onderdeel van het basispakket wordt gevormd door de onderzoeken naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het (financieel en materieel) beheer. Ook onderzoeken naar de sturing en beheersing van het defensieonderdeel behoren tot dit pakket. Het andere pakket is gebaseerd op een gelaagd opgebouwde, defensiebrede risicoanalyse. De invoering van de OIB-structuur is een maatregel om transitierisico's beheersbaar te houden.
4.1 Defensie telematica organisatie
De Defensie Telematica organisatie (DTO) verzorgt de informatie- en communicatievoorziening voor klanten voornamelijk bij het ministerie van Defensie. De DTO levert werkende integrale ICT-oplossingen voor de systemen voor bestuurlijke informatievoorziening (BIV) en, steeds vaker, voor de operationele informatievoorziening (OIV). Als zodanig heeft de DTO in toenemende mate een ondersteunende rol in de primaire taakuitvoering van Defensie.
Daarnaast beschikt Defensie over een eigen ICT-infrastructuur, bekend onder de naam NAFIN. Dit netwerk wordt beheerd door de DTO.
Het NAFIN wordt ook gebruikt door andere departementen waar veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid gegarandeerd moeten zijn. Het beleid van Defensie is gericht op het verder stimuleren van medegebruik van dit netwerk. Als voorbeeld kan C2000 genoemd worden. In onderaannemerschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (onderdeel ITO) verzorgt DTO, samen met KPN, de vaste verbindingen in dit project.
De DTO is een essentieel onderdeel van de departementale IV-cyclus. Hiertoe is overleg en samenwerking met Defensie in alle fasen van het dienstverleningsproces van groot belang.
De dienstenportefeuille is verdeeld in een kernportfolio en een additioneel portfolio. Het kernportfolio bestaat uit dienstverlening op de gebieden: «connectivity», «hosting», integrale werkplek, «housing» en applicatiebeheer en -integratie. Het additionele portfolio bestaat uit advies, projectmanagement en applicatieontwikkeling en -implementatie. De activiteiten uit het additionele portfolio ondersteunen het kernportfolio. Ze zijn gericht op het optimaliseren (doelmatigheid en effectiviteit) van de applicaties.
De hoofdvestiging van DTO is in Den Haag. Daarnaast zijn er onder meer vestigingen in Soesterberg, Seedorf, Den Helder, Maasland, Gouda en Rijswijk (ZH).
De DTO levert een bijdrage aan het behalen van de bezuinigingstaakstellingen. Begin 2003 is besloten dat de DTO drie jaar achtereen een kostenreductie moet behalen die resulteert in een tariefsverlaging van 8% per jaar, bij ten minste een gelijkblijvende kwaliteit van de diensten en een break-even bedrijfsresultaat. Dit leidt tot een structurele besparing van € 64 miljoen per jaar met ingang van 2005.
(bedragen x € 1 000) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
BATEN | |||||||
Opbrengst moederdepartement | 237 793 | 220 539 | 200 467 | 200 467 | 200 467 | 200 467 | 200 467 |
Opbrengst overige departementen | 13 987 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 |
Opbrengst derden | 326 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
Rentebaten | 406 | ||||||
Buitengewone baten | 0 | ||||||
Vrijval voorzieningen | 11 055 | ||||||
Exploitatiebijdrage | |||||||
Totaal baten | 263 567 | 241 539 | 221 467 | 221 467 | 221 467 | 221 467 | 221 467 |
LASTEN | |||||||
Apparaatskosten | |||||||
*personeelskosten | 113 974 | 125 213 | 128 305 | 125 364 | 122 369 | 121 892 | 122 051 |
*materiële kosten | 85 224 | 84 634 | 54 748 | 54 275 | 56 367 | 56 369 | 56 000 |
Rentelasten | 4 555 | 7 128 | 6 234 | 7 364 | 7 436 | 7 653 | 7 902 |
Afschrijvingskosten | |||||||
*materieel | 15 228 | 22 073 | 29 451 | 31 711 | 32 528 | 32 849 | 32 814 |
*immaterieel | 2 201 | 2 491 | 2 729 | 2 753 | 2 767 | 2 704 | 2 700 |
Dotaties voorzieningen | 16 441 | ||||||
Buitengewone lasten | 304 | ||||||
Totaal lasten | 237 927 | 241 539 | 221 467 | 221 467 | 221 467 | 221 467 | 221 467 |
Saldo van baten en lasten | 25 640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
1 Realisatie.
2 Vermoedelijk beloop.
Toelichting begroting van baten en lasten
Bij de opbrengsten van het moederdepartement is rekening gehouden met de taakstelling uit het Masterplan DTO. In dit plan wordt uitgegaan van een daling van de tarieven voor het ministerie van Defensie in 2005 met een bedrag van € 22 miljoen ten opzichte van 2004.
In de opbrengsten van het moederdepartement is rekening gehouden met het gefaseerd overdragen aan de DTO van het beheer van de werkplekken van de diverse defensieonderdelen. Hierin is de overname van de hardware, die voor deze werkplekken benodigd is, ook opgenomen. De overname van de hardware leidt er toe dat de kosten voor afschrijvingen en rente in rekening gebracht zullen worden bij de defensieonderdelen. Er is nog geen rekening gehouden met de overname van communicatie- en informatiesystemen.
Voor het jaar 2004 wordt een éénmalig hoge handelsomzet verwacht in verband met het leveren van standaard ICT-middelen (handel) aan de Koninklijke landmacht in het kader van het Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN).
Opbrengst moederdepartement per productgroep
(bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Consultancy en projectmanagement | 24 921 | 19 836 | 17 857 | 17 857 | 17 857 | 17 857 | 17 857 |
Data- en telecommunicatie | 53 035 | 54 212 | 52 853 | 52 853 | 52 853 | 52 853 | 52 853 |
ERP | 4 307 | 5 990 | 5 392 | 5 392 | 5 392 | 5 392 | 5 392 |
Exploitatie informatiesystemen | 40 790 | 27 794 | 25 102 | 25 102 | 25 102 | 25 102 | 25 102 |
Informatiebeveiliging | 9 404 | 6 914 | 6 224 | 6 224 | 6 224 | 6 224 | 6 224 |
Internet en Intranet | 9 817 | 9 722 | 8 752 | 8 752 | 8 752 | 8 752 | 8 752 |
Kantoorautomatisering | 63 330 | 65 098 | 75 404 | 75 404 | 75 404 | 75 404 | 75 404 |
Overig | 4 101 | 2 822 | 2 540 | 2 540 | 2 540 | 2 540 | 2 540 |
Standaard ICT-middelen (handel) | 28 088 | 28 151 | 6 343 | 6 343 | 6 343 | 6 343 | 6 343 |
Totaal opbrengsten moederdepartement | 237 793 | 220 539 | 200 467 | 200 467 | 200 467 | 200 467 | 200 467 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
Opbrengsten overige departementen
De DTO stimuleert de inzet van haar capaciteit in de zogenaamde «tweeden markt», in dit geval potentiële klanten bij de rijksoverheid die betrokken zijn bij openbare orde en veiligheid. Het betreft onder meer het medegebruik van het defensienetwerk NAFIN door andere departementen. Ook het medegebruik van andere faciliteiten wordt gestimuleerd. De activiteiten op de «tweeden markt» betreffen incidentele overeenkomsten. Er is geen planmatige groeidoelstelling.
Opbrengst overige departementen per productgroep
(bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Consultancy en projectmanagement | 736 | 209 | 209 | 209 | 209 | 209 | 209 |
Data- en telecommunicatie | 8 768 | 13 515 | 13 515 | 13 515 | 13 515 | 13 515 | 13 515 |
ERP | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Exploitatie informatiesystemen | 2 924 | 6 021 | 6 021 | 6 021 | 6 021 | 6 021 | 6 021 |
Informatiebeveiliging | 107 | 51 | 51 | 51 | 51 | 51 | 51 |
Internet en Intranet | 253 | 390 | 390 | 390 | 390 | 390 | 390 |
Kantoorautomatisering | 726 | 727 | 727 | 727 | 727 | 727 | 727 |
Overig | 184 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
Standaard ICT-middelen (handel) | 289 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal opbrengsten overige departementen | 13 987 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 | 20 920 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
Een klein deel van de dienstverlening vindt plaats aan de Navo en Navo-partners. Voor deze dienstverlening wordt geen groei voorzien.
(bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Consultancy en projectmanagement | 167 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Data- en telecommunicatie | 33 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
ERP | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Exploitatie informatiesystemen | 0 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
Informatiebeveiliging | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Internet en Intranet | 94 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kantoorautomatisering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overig | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Standaard ICT-middelen (handel) | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal opbrengst derden | 326 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
Personeelssterkte van de baten-lastendienst DTO | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Militair personeel | 123 | 135 | 160 | 159 | 159 | 159 | 159 |
Burgerpersoneel | 1 736 | 1 897 | 1 986 | 1 933 | 1 926 | 1 926 | 1 926 |
Totaal DTO-personeel | 1 859 | 2 032 | 2 146 | 2 093 | 2 085 | 2 085 | 2 085 |
Inhuur personeel | 110 | 104 | 119 | 109 | 89 | 79 | 79 |
Totaal | 1 969 | 2 136 | 2 265 | 2 202 | 2 174 | 2 164 | 2 164 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
In 2005 wordt het beheer van de werkplekken overgedragen van de defensieonderdelen aan de DTO. Dit proces is in 2004 in verschillende fasen begonnen. Het personeel dat bij deze beheersfunctie werkzaam is, wordt eveneens overgedragen. Dit leidt echter niet tot een grote stijging van de personeelssterkte aangezien de doelmatigheidsdoelstelling, die met de DTO is overeengekomen, een verlies van 300 tot 500 arbeidsplaatsen betekent. In het overzicht is daarmee rekening gehouden.
Een deel van de personeelsbehoefte van de DTO betreft specifieke expertise en het opvangen van tijdelijke personeelstekorten. In 2005 en 2006 wordt, net zoals dat in 2004 het geval was, in een tijdelijke hogere personeelsbehoefte voorzien. Die houdt verband met de reorganisaties en de veranderingen met betrekking tot de informatievoorziening.
In de raming van de materiële kosten is rekening gehouden met de taakstelling van de DTO.
De directe zijn vooral gelegen in de kosten die de DTO maakt voor de handelsomzet (het direct doorleveren van goederen van leveranciers aan klanten).
(bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Directe kosten | 38 473 | 36 637 | 15 768 | 15 768 | 15 768 | 15 768 | 15 768 |
Huisvestingskosten | 6 007 | 7 220 | 6 940 | 5 585 | 5 585 | 5 585 | 5 585 |
Kantoorkosten | 2 588 | 2 828 | 2 003 | 2 003 | 2 003 | 2 003 | 2 003 |
Verkoopkosten | 309 | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 | 1 214 |
Algemene kosten | 290 | 405 | 205 | 559 | 1 001 | 1 001 | 1 001 |
Kosten hardware/software | 37 557 | 36 330 | 28 618 | 29 146 | 30 796 | 30 798 | 30 429 |
Totale materiële kosten | 85 224 | 84 634 | 54 748 | 54 275 | 56 367 | 56 369 | 56 000 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
De afschrijvingslasten bedragen:
(bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Gebouwen en terreinen | 1 143 | 1 156 | 1 139 | 1 277 | 1 365 | 1 431 | 1 495 |
Machines en installaties | 1 174 | 1 834 | 2 014 | 2 404 | 2 707 | 2 797 | 2 825 |
Computerapparatuur | 12 054 | 18 096 | 25 459 | 27 398 | 27 705 | 27 633 | 27 618 |
Overige bedrijfsmiddelen | 857 | 987 | 839 | 632 | 751 | 988 | 875 |
Subtotaal afschrijvingen materiële vaste activa | 15 228 | 22 073 | 29 451 | 31 711 | 32 528 | 32 849 | 32 814 |
Software | 2 201 | 2 491 | 2 729 | 2 753 | 2 767 | 2 704 | 2 700 |
Subtotaal afschrijvingen immateriële vaste activa | 2 201 | 2 491 | 2 729 | 2 753 | 2 767 | 2 704 | 2 700 |
Totaal afschrijvingskosten | 17 429 | 24 564 | 32 180 | 34 464 | 35 295 | 35 553 | 35 514 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
Op de vaste activa worden op jaarbasis de volgende afschrijvingstermijnen toegepast:
• Licenties 5 jaar
• Grond –
• Gebouwen en glasvezel 30 jaar
• Terreinen (bestrating) 10 jaar
• Machines en installaties 8 jaar
• Computerapparatuur 3–10 jaar
• Overige bedrijfsmiddelen 4–5 jaar
In specifieke gevallen, als er een verband is met de looptijd van verkoopcontracten, kunnen de afschrijvingstermijnen afwijken.
Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie (bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Rekening courant RHB 1 januari | 42 942 | 76 654 | 48 432 | 39 563 | 17 867 | 4 023 | 804 |
Totaal operationele kasstroom | 53 788 | 20 212 | 24 932 | 29 346 | 31 570 | 32 971 | 33 091 |
– totaal investeringen | – 31 555 | – 84 026 | – 69 900 | – 41 500 | – 41 500 | – 41 500 | – 41 500 |
+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 715 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal investeringskasstroom | – 30 840 | – 84 026 | – 69 900 | – 41 500 | – 41 500 | – 41 500 | – 41 500 |
– uitkering aan moederdepartement | – 3 405 | – 24 8403 | – 1 000 | – 400 | – 350 | 0 | 0 |
+ storting door het moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
– aflossingen op leningen | – 15 831 | – 16 967 | – 32 801 | 50 643 | – 45 064 | – 36 190 | – 30 015 |
+ beroep op leenfaciliteit | 30 000 | 77 400 | 69 900 | 41 500 | 41 500 | 41 500 | 41 500 |
Totaal financieringskasstroom | 10 764 | 35 593 | 36 099 | – 9 543 | – 3 914 | 5 310 | 11 486 |
Rekening courant RHB 31 december | 76 654 | 48 432 | 39 563 | 17 867 | 4 023 | 804 | 3 880 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
3 Het eigen vermogen van baten-lastendiensten is gemaximeerd tot 5 procent van de gemiddelde omzet over de laatste 3 jaar.
Toelichting op kasstroomoverzicht
De operationele kasstroom verantwoordt het resultaat en de balansmutaties die het gevolg zijn van de reguliere bedrijfsvoering.
In de jaren tot en met 2005 worden hogere investeringen verwacht in verband met investeringen die nodig zijn om de doelmatigheidsdoelstellingen van de DTO mogelijk te maken. Een deel van deze investeringen betreft investeringen in het NAFIN. In de raming van de investeringen is tevens rekening gehouden met investeringen als gevolg van de overname van hardware, in het kader van de overname van het beheer van werkplekken.
Uitkeringen aan moederdepartement
Volgens de vermogensregeling voor diensten die een baten-lastenstelsel voeren, dient, wanneer het eigen vermogen uitkomt boven 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren, het meerdere te worden uitgekeerd aan het moederdepartement. Deze uitkering geschiedt in het daarop volgende jaar.
De bedragen die hier zijn verantwoord, betreffen de aflossingen van de vermogensconversie en de leningen die zijn aangegaan om de investeringen te financieren.
Hieronder zijn de door de DTO bij het ministerie van Financiën geleende bedragen verantwoord.
Overzicht vermogensontwikkeling
Overzicht vermogensontwikkeling (bedragen x € 1 000, afrondingsverschillen zijn mogelijk) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Eigen vermogen per 1/1 | 15 405 | 37 640 | 12 800 | 11 800 | 11 400 | 11 050 | 11 050 |
–Saldo van baten en lasten | 25 640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
–Directe mutaties in het eigen vermogen | |||||||
– uitkering aan moederdepartement | – 3 405 | – 24 840 | – 1 000 | – 400 | – 350 | 0 | 0 |
– exploitatiebijdrage door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
– overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Eigen vermogen per 31/12 | 37 640 | 12 800 | 11 800 | 11 400 | 11 050 | 11 050 | 11 050 |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
De volgende kengetallen geven informatie over de verwachte ontwikkelingen op de korte en middellange termijn.
Kengetallen Defensie Telematica Organisatie | |||||||
Kengetallen DTO | 20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Omzet per medewerker | |||||||
(x € 1000) | 128,2 | 113,9 | 99,2 | 103,2 | 105,7 | 106,9 | 106,9 |
Resultaatmarge | 14,1% | 3,0% | 2,8% | 3,3% | 3,4% | 3,5% | 3,6% |
Percentage inhuur | 5,6% | 4,9% | 5,3% | 5,0% | 4,1% | 3,7% | 3,7% |
1 Jaarverslag 2003.
2 Vermoedelijk beloop.
Bij de omzet per medewerker is ook de omzet betrokken die gegenereerd wordt door ingehuurd personeel. In de omzet per medewerker zijn de effecten van het Masterplan DTO verdisconteerd. De daling van de omzet per medewerker wordt verklaard door de overname van medewerkers die elders in de defensieorganisatie werkplekken beheerden. De nieuwe werkzaamheden zijn relatief arbeidsintensief.
De resultaatmarge is het saldo van baten en lasten, exclusief dotaties en vrijval voorzieningen en rentebaten en -lasten, ten opzichte van de omzet. Conform de taakstelling die aan de DTO is opgelegd, dienen behaalde doelmatigheidswinsten afgedragen te worden aan het ministerie van Defensie.
De inhuur wordt weergegeven als percentage van de totale personeelssterkte. In 2005, met een uitloop naar 2006, wordt een tijdelijke hogere personeelsbehoefte voorzien in het kader van «change management», één van de elementen om invulling te geven aan de taakstelling van de DTO.
4.2 DIENST GEBOUWEN, WERKEN EN TERREINEN
De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) is de vastgoedbeheerder van het ministerie van Defensie die het onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. De DGW&T geeft deskundige adviezen en treedt op als intermediair voor de waarborging van de ruimtelijke belangen van de klanten binnen Defensie. De DGW&T staat de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed.
Het in beheer zijnde onroerend goed heeft een herbouwwaarde van € 14 miljard. De markt van de DGW&T is vrijwel volledig de Defensiemarkt.
De missie van de DGW&T luidt:
«De DGW&T is als baten-lastendienst binnen het ministerie van Defensie verantwoordelijk voor het vastgoedbeheer.»
De op basis van deze missie geformuleerde visie van de DGW&T is samen te vatten in vijf kernbegrippen: dé vastgoeddienst voor Defensie, de klant centraal, betrouwbare partner, marktconform en doelmatig en een goede werkgever.
De DGW&T behartigt alle vastgoed belangen voor de Defensieonderdelen en levert daarvoor een compleet en samenhangend producten- en dienstenpakket dat bestaat uit:
• Ruimtelijke ordening en milieu
• Technisch beheer
• Nieuwbouw
• Groot onderhoud
• Bodemsanering
• Onderzoek en advies
• Klein onderhoud
• Kleine infrastructurele aanpassingen (commandantenvoorzieningen)
• Storingsdienst (24-uurs)
Beleidsvoorbereiding, Specialistisch Onderzoek en Advies
• Beleidsvoorbereiding
• Specialistisch onderzoek en advies
• Belangenbehartiging
• Advies aan departement en politieke leiding
Out of Area ondersteuning
De Bestuursraad DGW&T staat onder voorzitterschap van de Commandant CDC en bestaat voorts uit vertegenwoordigers van de bevelhebbers van de defensieonderdelen. De Bestuursraad houdt toezicht op de realisatie van de plannen en autoriseert het jaarplan en de jaarstukken van de DGW&T.
De DGW&T bestaat uit een Centrale Directie (locatie Den Haag), een Directie Interne Diensten (een intern shared service-centre voor ICT-, facilitaire en financiële diensten), drie regionale directies in Nederland en een directie in Duitsland. De regionale directies zijn opgebouwd uit een regionaal hoofdkantoor met meerdere dienstkringen en steunpunten. De Centrale Directie schept de randvoorwaarden en draagt zorg voor coördinatie en sturing.
De DGW&T past het INK (Instituut Nederlandse Kwaliteit)-managementmodel toe bij het formuleren van doelstellingen voor de resultaat- en de organisatiegebieden.
Tussen de DGW&T en de defensieonderdelen bestaat een zakelijke relatie. Hierdoor treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de defensieonderdelen op beperkte schaal de mogelijkheid diensten uit de markt te betrekken.
De DGW&T behaalt als baten-lastendienst opbrengsten uit de verkoop van diensten. Deze opbrengsten dekken de apparaatskosten, inclusief de kosten van uitbesteding van diensten. Binnen de DGW&T zijn de regionale directies resultaatverantwoordelijk. Hiervoor zijn taken en bevoegdheden gedelegeerd aan de directies. Het beleid en het verwachte resultaat van de directies worden vastgelegd in businessplannen. Deze plannen vormen de basis van het gemeenschappelijk managementcontract dat jaarlijks wordt afgesloten tussen de directeur DGW&T en de directeuren van de regionale directies. Door middel van rapportages leggen de directies verantwoording af aan de directeur DGW&T.
De belangrijkste doelstellingen van de DGW&T zijn:
• licht positief bedrijfsresultaat
Een positief saldo van baten en lasten dient te worden gerealiseerd bij een ordelijk financieel en materieel beheer;
• klanttevredenheid
De klanttevredenheid dient gemiddeld tenminste 7,0 (met een laagste score van 6,0) te zijn. Deze doelstelling wordt gemeten met een klanttevredenheidsonderzoek;
• projecttevredenheid
Na afloop van projecten vindt een «projecttevredenheidsonderzoek» bij de klant plaats. De norm is gesteld op tenminste 80% van de opgeleverde projecten, die naar tevredenheid van de klant moeten zijn uitgevoerd. Onder project wordt verstaan het voorbereiden en uitvoeren van een opdracht waarbij het bouwvolume € 200 000 of meer bedraagt;
• medewerkertevredenheid
De DGW&T stelt zich ten doel dat voor de medewerkertevredenheid, te meten in een medewerkersopinieonderzoek (MOO), het eigen functioneren met minimaal 7,2 en de waardering voor het functioneren van de eigen directie met minimaal 6,6 gewaardeerd wordt. Bij het MOO is de norm voor de respons gesteld op 65%.
De doelstelling van de DGW&T is het voorzien in en het instandhouden van voldoende en bruikbaar vastgoed voor de krijgsmacht. Vanwege de verkleining van de krijgsmacht is het vastgoedbeleid gericht op een verlaging van de kosten van het gebruik en beheer van de totale infrastructuur. Deze doelstelling wordt behaald door de sluiting en afstoting van overtollige objecten en door de concentratie van defensieonderdelen op bestaande objecten. Als gevolg van de diverse maatregelen zal de totale omvang van het vastgoedbestand afnemen (op basis van de vastgoed vervangingswaarde).
De belangrijkste ontwikkelingen op gebied van het vastgoed zijn:
• tijdige oplevering van geschikte en aangepaste infrastructuur is één van de belangrijkste randvoorwaarden om de beoogde besparingen bij de krijgsmacht daadwerkelijk te realiseren. Voor de te verplaatsen eenheden dient tijdig vervangende huisvesting gereed te zijn, teneinde de vrijgekomen objecten volgens plan af te stoten;
• na afronding van lopende studies zal besluitvorming plaatsvinden over een verdere concentratie van eenheden en de fasering daarvan. Nadere afspraken worden gemaakt tussen de chef Defensiestaf en de vastgoedbeheerder over de toekomstige belegging van objecten (bijvoorbeeld in de vorm van strategische vastgoedplannen);
• een verdere kostenverlaging wordt bereikt door de administratieve werklast te verminderen door de uitvoering van beheer en onderhoud op basis van overeengekomen servicelevels (onderhoudsprogramma).
Oprichten Dienst Vastgoed Defensie
Een verbetering van de doelmatigheid van vastgoeddiensten wordt bereikt door een ontbureaucratisering van de infrastructuurprocessen en ontstaffing van de binnen Defensie aanwezige capaciteit (de DGW&T en de defensieonderdelen). Dit vindt plaats door reorganisatie en de oprichting van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) in 2005.
Via een CDV-traject wordt onderzocht of de baten-lastendienst DGW&T de vastgoeddiensten effectief en efficiënt verleent. De eerste fase van het CDV-traject is eind 2003 afgerond met een rapport «reikwijdtebepaling». In dit rapport is met een «quick scan» aangegeven welke diensten zondermeer door een eigen defensieorganisatie moeten worden uitgevoerd en welke diensten in een analysefase (vergelijking met de markt) worden gebracht. De startdatum van het competitieve traject wordt vastgesteld in overleg met de D-DGW&T om de voortgang van de bedrijfsvoering te garanderen.
De begroting van baten en lasten
(bedragen x € 1 000) | |||||||
20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
BATEN | |||||||
Opbrengst moederdepartement | 86 966 | 83 892 | 81 800 | 81 000 | 80 300 | 79 500 | 79 500 |
*opbrengsten moederdepartement uit verhuur van huisvesting | 6 720 | 6 560 | |||||
Opbrengst overige departementen | 163 | 120 | 200 | 200 | 100 | 100 | 100 |
Opbrengst derden | 854 | 954 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
Mutatie onderhanden werk | – 1 723 | ||||||
Rentebaten | 208 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
*rentevergoeding (bouwrente huisvesting voor verhuur in aanbouw) | 733 | 1 100 | 2 120 | 3 370 | 4 290 | ||
Vrijval voorzieningen | 679 | ||||||
Bijzondere baten | 1 474 | 300 | |||||
Buitengewone baten | 0 | ||||||
Totaal baten | 89 354 | 86 566 | 85 320 | 85 770 | 85 890 | 87 520 | 87 360 |
LASTEN | |||||||
Apparaatskosten | |||||||
*personeelskosten | 61 834 | 61 591 | 61 200 | 60 600 | 60 100 | 59 600 | 59 600 |
*uitbesteding | 3 714 | 6 708 | 4 800 | 4 800 | 4 600 | 4 500 | 4 500 |
*materiële kosten | 11 007 | 10 903 | 11 100 | 11 000 | 11 000 | 11 000 | 11 000 |
Rentelasten | 1 869 | 1 560 | 1 480 | 1 540 | 1 520 | 1 500 | 1 500 |
*rentelasten (leningen huisvesting voor verhuur) | 716 | 1 100 | 2 120 | 3 370 | 4 290 | 4 600 | 4 440 |
Afschrijvingskosten | |||||||
*materieel | 2 366 | 2 637 | 2 700 | 2 700 | 2 700 | 2 700 | 2 700 |
*materieel (huisvesting voor verhuur) | 2 120 | 2 120 | |||||
*immaterieel | |||||||
Dotatie reorganisatievoorziening (57+ maatregel) | 2 600 | 3 000 | |||||
Dotaties voorzieningen (overige) | 1 726 | 161 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
Bijzondere lasten | 1 867 | 500 | |||||
Buitengewone lasten | |||||||
Totaal lasten | 87 699 | 88 160 | 83 900 | 84 510 | 84 710 | 86 520 | 86 360 |
Saldo van baten en lasten | 1 655 | – 1 594 | 1 420 | 1 260 | 1 180 | 1 000 | 1 000 |
1 Realisatie.
2 Vermoedelijk beloop.
Opbrengsten moederdepartement.
Met de komende reductiemaatregelen voor de defensieonderdelen, zal ook de behoefte aan infrastructuur structureel afnemen. Deze afname zou zich moeten vertalen in een lagere omzet voor vastgoeddiensten voor het moederdepartement. De laatste jaren blijkt echter dat reorganisaties leiden tot extra bouwactiviteiten, die de eerder aangegeven omzetvermindering compenseren.
Vanaf 2008 wordt een gebruiksvergoeding ontvangen voor de nieuwe huisvesting voor de Koninklijke marechaussee op Schiphol. In 2002 is gestart met de realisatie van deze huisvesting, waarvan de DGW&T het economisch eigendom heeft. De door de DGW&T aan het ministerie van Financiën te betalen rente en aflossing worden bij de Koninklijke marechaussee in rekening gebracht. Het nieuwbouwproject wordt naar verwachting in 2007 opgeleverd.
In de omzet is een opgelegde 4% efficiencykorting (jaarlijks van 2004 tot en met 2007 oplopend met 1%) verwerkt. Deze efficiencykorting vertaalt zich in het kader van een baten-lastenstelsel in een tariefverlaging. Dit werkt structureel door in de omzet, de afname daarvan dient in de kosten te worden opgevangen.
De verdeling van de opbrengsten (exclusief verhuur van huisvesting) is als volgt:
Vastgoedbeheer | Ingenieursdiensten | Gebruikssteun | Overige | Totaal | |
Koninklijke marine | 4% | 4% | 4% | 1% | 13% |
Koninklijke landmacht | 12% | 17% | 11% | 2% | 42% |
Koninklijke luchtmacht | 8% | 8% | 8% | 0% | 24% |
Koninklijke marechaussee | 1% | 4% | 1% | 0% | 6% |
CDC | 1% | 2% | 1% | 0% | 4% |
CO | 1% | 1% | 0% | 9% | 11% |
Overige departementen | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Derden | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Totaal | 27% | 36% | 25% | 12% | 100% |
Opbrengsten Centrale organisatie/overige
Opbrengsten CO/overige heeft betrekking op de inkomsten uit diensten voor Beleidsvoorbereiding, Specialistisch Onderzoek en Advies (BSOA).
De efficiencytaakstelling en de op termijn dalende behoefte aan infrastructuur leiden tot een dalende capaciteitsbehoefte. Om een positief saldo van baten en lasten te blijven behouden moet de personele omvang hierop afgestemd blijven. Dit resulteert met name in minder tijdelijk personeel (inhuur- en uitzendkrachten).
Personeelsomvang (vte) | Bezetting 31-12-03 | 20041 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Militair personeel | 35 | 36 | 36 | 33 | 32 | 32 | 32 |
Burgerpersoneel | 954 | 960 | 960 | 960 | 956 | 953 | 953 |
Overige categorieën: | |||||||
*inhuur, tijdelijke ambtenaren, uitzendkrachten | 157 | 154 | 154 | 149 | 146 | 142 | 142 |
*herplaatsers | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal | 1 149 | 1 150 | 1 150 | 1 142 | 1 134 | 1 127 | 1 127 |
Gemiddelde prijs per vte (x € 1 000) | |||||||
*ambtenaren | 49 | 49 | 49 | 49 | 49 | 49 | 49 |
*inhuurkrachten | 78 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
1 Vermoedelijk beloop.
De materiële lasten blijven nagenoeg gelijk.
De uitbesteding betreft werkzaamheden voor projecten die omwille van kwalitatieve of kwantitatieve redenen worden uitbesteed aan derden. Als gevolg van de verwachte dalende afname van vastgoeddiensten door de defensieonderdelen zal ook de uitbesteding afnemen.
De rentelasten van de leningen voor huisvesting voor verhuur betreffen de leningen voor de in aanbouw zijnde huisvesting voor de Koninklijke marechaussee (KMar) te Schiphol. Overeengekomen is dat de bouwrente door de Koninklijke marechaussee wordt vergoed en dat deze hiermee geen deel uit maakt van de gebruiksvergoeding voor het gebruik van deze huisvesting.
De afschrijvingslasten blijven nagenoeg gelijk. De DGW&T past de lineaire afschrijvingsmethode toe.
Afschrijvingen materiële vaste activa | 20041 | 2005 |
(bedragen x € 1 000) | ||
–gebouwen | 780 | 800 |
–automatisering | 900 | 900 |
–transport | 700 | 700 |
–overige | 257 | 300 |
Totaal | 2 637 | 2 700 |
1 Vermoedelijk beloop.
De afschrijvingstermijnen voor materiële vaste activa zijn voor:
Gebouwen: 50 jaar
Verhardingen: 25 jaar
Transportmiddelen: 4–6 jaar
Inventaris: 10 jaar
Computerapparatuur en overige: 5 jaar
De dotaties hebben betrekking op de voorzieningen groot onderhoud, garantieverplichtingen, wachtgelduitkeringen, contractrisico's en reorganisatie.
In de begroting 2005–2009 wordt geen rekening gehouden met een continuering van de 57+maatregel na 2004. Bij het vermoedelijk beloop 2004 van de dotatie reorganisatievoorziening voor de 57+ maatregel kunnen de kosten, afhankelijk van het uiteindelijke aantal medewerkers dat in 2004 van deze maatregel gebruik zal gaan maken, oplopen tot ruim € 7 miljoen.
Deze begroting gaat uit van het samenvoegen van het resultaat met het eigen vermogen. In 2006 zal de maximumgrens voor het eigen vermogen zijn bereikt waardoor het meerdere vanaf 2007 wordt afgedragen aan het moederdepartement.
Kasstroomoverzicht | |||||||
(bedragen x € 1 000) | 20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
1.Rekening courant RIC 1 januari | 11 139 | 24 359 | 21 328 | 23 128 | 25 098 | 25 812 | 26 153 |
2.Totaal operationele kasstroom | 19 308 | – 457 | 4 120 | 3 960 | 3 880 | 5 820 | 5 820 |
3a.–/– totaal investeringen | – 27 186 | – 14 410 | – 30 500 | – 28 390 | – 15 040 | – 1 890 | – 1 890 |
3b.+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 8 444 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
3.Totaal investeringskasstroom | – 18 742 | – 14 310 | – 30 400 | – 28 290 | – 14 940 | – 1 790 | – 1 790 |
4a.–/– eenmalige uitkering aan moederdept | – 374 | 0 | 0 | – 1 176 | – 1 239 | – 1 040 | |
4b.+/+ eenmalige storting door moederdept | |||||||
4c.–/– aflossingen op leningen | – 11 734 | – 2 300 | – 2 420 | – 2 090 | – 2 090 | – 4 340 | – 4 490 |
4d.+/+ beroep op leenfaciliteit | 24 388 | 14 410 | 30 500 | 28 390 | 15 040 | 1 890 | 1 890 |
4.Totaal financieringskasstroom | 12 654 | 11 736 | 28 080 | 26 300 | 11 774 | – 3 689 | – 3 640 |
5.Rekening courant RIC 31 december | 24 359 | 21 328 | 23 128 | 25 098 | 25 812 | 26 153 | 26 543 |
1 Realisatie.
2 Vermoedelijk beloop.
Toelichting bij het kasstroomoverzicht DGW&T
De operationele kasstroom is het jaarlijkse totaal van het bedrijfsresultaat, de afschrijvingen, de mutaties in de voorzieningen en het netto werkkapitaal.
De investeringskasstroom betreft voor het grootste deel leningen voor de in aanbouw zijnde huisvesting voor verhuur aan de Koninklijke marechaussee (Schiphol).
In de financieringskasstroom is het beroep op de leenfaciliteit voor de geplande investeringen, inclusief de huisvesting in aanbouw voor verhuur aan de Koninklijke marechaussee, opgenomen.
Overzicht vermogensontwikkeling | |||||||
(bedragen x € 1 000) | 20031 | 20042 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Eigen vermogen per 1/1 | 2 978 | 4 633 | 2 665 | 4 085 | 5 345 | 5 349 | 5 110 |
*saldo van baten en lasten | 1 655 | – 1 594 | 1 420 | 1 260 | 1 180 | 1 000 | 1 000 |
*directe mutaties in het eigen vermogen: | |||||||
–uitkeringen aan moederdepartement | – 374 | – 1 176 | – 1 239 | – 1 040 | |||
–exploitatiebijdrage moederdepartement | |||||||
–overige mutaties | |||||||
Eigen vermogen per 31/12 | 4 633 | 2 665 | 4 085 | 5 345 | 5 349 | 5 110 | 5 070 |
1 Realisatie.
2 Vermoedelijk beloop.
In 2004 zal vermoedelijk een negatief saldo van baten en lasten ontstaan door een de dotatie aan voorzieningen.
Na 2006 wordt het structurele overschot aan eigen vermogen afgedragen aan het moederdepartement.
Kengetallen | |||||||
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Productiviteit per directe medewerker (x € 1 000) | 99 | 99 | 96 | 94 | 94 | 94 | 93 |
Verhouding indirect/totaal | 26% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% |
Flexibiliteit | 14% | 16% | 16% | 15% | 15% | 15% | 15% |
Productiviteit per directe medewerker
Dit bedrag geeft de gefactureerde omzet per directe medewerker (met inbegrip van het uitbestedingsequivalent) weer. Het uitbestedingsequivalent is de in mensjaren uitgedrukte hoeveelheid werk die de DGW&T heeft uitbesteed c.q. zal gaan uitbesteden.
De productiviteit per directe medewerker zal ten opzichte van 2004 licht afnemen als gevolg van de verhoudingsgewijs sterkere afname van de opbrengsten ten opzichte van de afname van het aantal directe medewerkers (schaalverkleining).
Dit kengetal geeft de verhouding tussen het aantal indirecte medewerkers en het totaal aantal medewerkers.
Dit is de verhouding tussen enerzijds het aantal inhuurkrachten, tijdelijke contractanten en uitbestedingsequivalenten, en anderzijds de totale bestede directe capaciteit. Het streven is om de flexibiliteit in de directe sector op peil te houden.
Vanuit onze missie en visie brengen wij de klant zo laag mogelijke kosten in rekening. Daarbij is het in een tijd van bezuinigingen bij Defensie passend om waar mogelijk de kosten voor de klant van de DGW&T te beperken.
Doelmatigheidskengetallen | |||||||
2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
Efficiencykorting | 1% | 2% | 3% | 4% | 4% | 4% | |
Verhouding indirect/direct | 35% | 33% | 33% | 33% | 33% | 33% | 33% |
Klanttevredenheid | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
Aan de DGW&T is met de Novemberbrief 2002 een efficiencykorting van 4% in de periode van 2004 tot en met 2007 opgelegd. De maatregel is vertaald in een personele reductie, die oploopt tot 44 vte'n per 1 januari 2008, alsmede een structurele verlaging van de materiële uitgaven. In 2003 is een start gemaakt met de jaarlijkse doelmatigheidsverbetering door de kostenstijging ten opzichte van 2002 niet door te berekenen aan de klanten en tariefsverhoging achterwege te laten. In geld uitgedrukt dienen de kosten met € 0,8 miljoen per jaar (vanaf 2004) oplopend tot € 3,2 miljoen in 2007 en de volgende jaren te worden verlaagd.
Overige efficiencyverbeteringen
In 2004 heeft geen aanpassing van de uurtarieven plaatsgevonden aan de stijging van de lonen en prijzen (ongeveer 2%).
Dit kengetal geeft de verhouding tussen het aantal indirecte medewerkers en het aantal directe medewerkers.
De klanttevredenheid dient gemiddeld tenminste 7,0 (met een laagste score van 6,0) per dienst te bedragen. De doelstelling wordt gemeten door een klanttevredenheidonderzoek (KTO).
In 2003 is een beknopt klanttevredenheidonderzoek (KTO) uitgevoerd om een indicatie van de klantwaardering te krijgen. Dit beknopte onderzoek bestond uit het houden van interviews met Haagse klanten.
In 2004 wijzigt de opzet van het KTO. Voortaan vinden jaarlijkse en kwartaalmetingen plaats van de waardering voor de kwaliteit van de dienstverlening. Deze metingen worden zodanig ingericht dat de verbeterpunten in de DVD zijn te implementeren. De jaarlijkse meting is gepland in mei 2004 en de kwartaalmetingen in september en december 2004.
Paresto (Paarse restauratieve organisatie) is een professionele cateringorganisatie die een hoogwaardig overeengekomen pakket aan cateringdiensten (exclusief hotelfaciliteiten) levert aan de gehele defensieorganisatie, (Navo-)bondgenoten op Nederlands grondgebied en – in opdracht – aan anderen. Dit gebeurt op een zo doelmatig, doeltreffend en klantgericht mogelijke wijze. Op basis van deze missie is een visie geformuleerd: continuïteit in dienstverlening en marktconform presteren door resultaatgerichte bedrijfsvoering.
In 2000 is het ministerie van Defensie gestart met een traject om de restauratieve dienstverlening binnen Defensie marktconform te maken. Dit heeft geleid tot de beslissing om een dienst die een baten-lastenstelsel voert op te richten. Aldus ontstond de Defensie Horeca Organisatie (DHO). Alle bestaande restauratieve diensten werden inbesteed bij de DHO. Eind 2003 is de naam DHO gewijzigd in Paresto. Per 1 april 2004 is Paresto binnen het CDC gestart met het op proef voeren van een baten-lastenstelsel en het streven naar een resultaatgerichte bedrijfsvoering. Defensie streeft ernaar dat Paresto op 1 januari 2005 de status krijgt van een dienst die een baten-lastenstelsel voert. Het voornemen van de staatssecretaris van Defensie om die status te verlenen is voorgelegd aan het parlement.
In 2006 zal de dienstverlening van Paresto vergeleken worden met die van marktpartijen en zal worden heroverwogen of de cateringactiviteiten zullen worden uitbesteed.
Paresto maakt in 2004 nog onderdeel uit van het kas-verplichtingenstelsel, maar voert tevens als proef een baten-lastenadministratie. In deze begroting 2005 staat een indicatieve openingsbalans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht als ware de organisatie reeds een dienst die een baten-lastenstelsel voert. In de eerste suppletore begroting van Defensie in 2005 zal een definitieve openingsbalans worden opgenomen.
De startsituatie op 1 januari 2005 voor Paresto als dienst die een baten-lastenstelsel voert wordt in kaart gebracht. Dat wil zeggen dat er prestatie-indicatoren zijn ontwikkeld en dat hiervoor een nulmeting wordt uitgevoerd. De indicatoren, inclusief de normen, staan in deze begroting. In de eerste suppletore begroting in 2005 zullen de resultaten van de nulmeting worden opgenomen.
De bedrijfsvoering zal op basis van de prestatie-indicatoren worden aangestuurd, daarbij zullen taakstellende eisen worden gesteld aan de toename van de doelmatigheid. Door de schaalvergroting en taakspecialisatie kunnen de tarieven in de tijd afnemen.
Activa | 1-01-05 |
Immateriële activa | 0 |
*grond en gebouwen | 450 |
*installaties en inventarissen | 219 |
*overige mat vaste activa | 3 143 |
Materiële activa (totaal) | 3 812 |
Voorraden | 1 500 |
Debiteuren | 3 000 |
Nog te ontvangen | 0 |
Liquide middelen | 80 |
Totaal | 8 392 |
Passiva | 1-01-05 |
*exploitatiereserve | 0 |
*verplichte reserves | 0 |
*onverdeeld resultaat | 0 |
Eigen vermogen (totaal) | 0 |
Leningen | 3 812 |
Voorzieningen | 0 |
Crediteuren | 3 627 |
Nog te betalen | 953 |
Totaal | 8 392 |
TOELICHTING INDICATIEVE OPENINGSBALANS
De vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische kostprijzen, verminderd met lineaire afschrijvingen. Hierbij is een activeringsdrempel van € 500 gehanteerd, tenzij sprake is van een kritisch artikel (zoals bijvoorbeeld kassa's). Bij de start in april 2004 zijn activa overgenomen, gebaseerd op een inventarisatie voorafgaande aan de overdracht. Daarnaast is activa overgenomen van de Projectorganisatie. Daarbij is uitgegaan van levensduren die overeenkomen met de afschrijftermijn van het desbetreffende actief.
Voor activa worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd:
• Verbouwing infrastructuur servicekantoor Paresto 3 jaar1
• Hardware/Software/Licenties (ICT) 5 jaar
• Kassa's, overige computerapparatuur 5 jaar
• Chipopwaardeerders, oplaadpunten 5 jaar
• Automaten 8 jaar
• Kantoorinventaris 5 jaar
• Transportmiddel personenauto 4 jaar
• Transportmiddel vrachtauto 10 jaar
Voor het productie- en verwerkingsproces beschikt Paresto bij de verschillende vestigingspunten over ingrediënten die op centraal niveau worden geadministreerd. De voorraden die zijn overgenomen in 2004 zijn tegen factuurwaarde overgenomen. Conform de richtlijnen voor de jaarverslaggeving zijn deze activa gewaardeerd tegen historische kostprijs. De systematiek/uitgangspunt bij Paresto is vooralsnog dat de in 2005 op te stellen voorraadwaardering tegen vaste verrekenprijzen wordt bepaald.
De waardering van de post debiteuren vindt plaats tegen nominale waarde. Gezien de wijze van innen van gelden binnen Defensie (budgetbelasting) wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een vermoedelijk oninbaar deel. De post debiteuren is gebaseerd op een inschatting van de te ontvangen bedragen in verband met jaarcontracten en eindejaarsactiviteiten.
Deze post betreft een deel van de rekening-courant met het ministerie van Financiën (kassaldo). Het saldo van de huidige rekening, die binnen het concernblok van het ministerie van Defensie valt, zal per 1 januari 2005 overgeboekt worden naar deze rekening.
Vanwege het (proef)draaien met een baten-lastenadministratie stuurt Paresto tot 1 januari 2005 aan op een saldo van baten en lasten van nul (kostendekkendheid). In het begin van het jaar is geen sprake van een buffer in de vorm van «Eigen Vermogen». Mocht in 2004 toch een positief resultaat ontstaan, dan zal deze niet aan het eigen vermogen worden toegevoegd maar terugvloeien naar het moederdepartement. Voor zover risico's niet zijn afgedekt zal in de managementafspraak met de eigenaar CDC een nadere regeling worden getroffen.
Vanaf 1 januari 2005 zal worden aangestuurd op een licht positief saldo van de baten en lasten. Hiermee wordt een eigen vermogen opgebouwd, rekening houdend met de regelgeving hiervoor van het ministerie van Financiën.
Bij de start van Paresto als dienst die een baten-lastenstelsel voert, zal bij het ministerie van Financiën een vermogensconversielening worden afgesloten voor de waarde van de vaste activa. Hierdoor kunnen de afschrijvingen als aflossing onderdeel uitmaken van het integrale kostprijsmodel.
Het deel van de lening dat in 2005 wordt afgelost, is als kortlopende schuld verantwoord onder overlopende passiva.
De waardering van de post crediteuren vindt plaats tegen nominale waarde.
Paresto heeft bij aanvang 2005 geen voorzieningen. Conform de richtlijnen voor de jaarverslaglegging zullen voorzieningen worden gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemen als een dienst die een baten-lastenstelsel voert is verbonden. Tot op heden kan nog niet worden ingeschat in hoeverre en voor hoeveel voorzieningen moeten worden getroffen. Naar verwachting zal volgend jaar een voorziening moeten worden gevormd ten behoeve van een in het najaar vast te stellen reorganisatieplan.
Risico's die (potentieel) bestaan voor Paresto zijn benoemd in onder meer de risico-analyse. De typologie van de catering-bedrijfsvoering brengt met name risico's op het personele vlak met zich mee. Risico's van excessieve waardedaling van bedrijfsmiddelen zijn bijvoorbeeld niet aan de orde. Eventuele bedrijfsrisico's liggen mogelijk op het vlak van de hygiëne. Als bij de bedrijfsvoering fouten worden gemaakt met betrekking tot de hygiëne kunnen zich bij de gasten gezondheidsproblemen voordoen die daarop Paresto aansprakelijk zouden kunnen stellen voor de (financiële) gevolgen. Voor dit soort (ondernemers)risico's mogen geen voorzieningen worden gevormd.
Nog te betalen/overlopende passiva
Het kort lopende deel van de leningen wordt hier verantwoord.
Onder het werkkapitaal (mutaties debiteuren, voorraden, crediteuren en overlopende posten) resulteert veelal een vordering op of een schuld aan de moeder. Omdat de bedrijfsvoering Paresto gekenmerkt wordt door kortcyclische processen is dit niet aan de orde. Daarnaast is het van belang dat de jaarlijkse werkgeversbijdragen al vroeg in het jaar door de defensieonderdelen aan Paresto worden overgemaakt. Door reeds vroeg in het boekjaar over een werkkapitaal te beschikken worden rente-opbrengsten gegenereerd en behoeven geen leningen voor werkkapitaal te worden afgesloten.
III. BEGROTING VAN BATEN EN LASTEN
(Bedragen x € 1 000) | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Baten | |||||
Opbrengst moederdepartement | 117 796 | 113 084 | 109 692 | 106 401 | 104 273 |
Opbrengst overige departementen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Opbrengst derden | 544 | 544 | 544 | 544 | 544 |
Rentebaten | 4 | 12 | 26 | 36 | 43 |
Buitengewone baten | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
Totaal baten | 118 845 | 114 141 | 110 762 | 107 481 | 105 360 |
Lasten | |||||
Apparaatskosten | |||||
*Personele kosten | 77 707 | 73 822 | 70 131 | 68 027 | 65 986 |
*Materiële kosten | 38 804 | 38 610 | 38 417 | 38 033 | 37 843 |
Rentelasten | 95 | 92 | 81 | 67 | 50 |
Afschrijvingskosten | |||||
*materieel | 959 | 1 087 | 1 189 | 1 182 | 1 202 |
*immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Buitengewone lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 117 565 | 113 611 | 109 818 | 107 308 | 105 080 |
Saldo van baten en lasten | 1 280 | 530 | 944 | 173 | 279 |
Toelichting begroting van baten en lasten
De opbrengst moederdepartement in 2005 bestaat uit de volgende elementen (bedragen in € 1 000):
• Werkgeversbijdragen 66 756
• Omzet regulier 30 089
• Omzet niet-regulier 16 566
• Militaire claim 4 385
De opbrengst moederdepartement bestaat uit werkgeversbijdragen en de omzetten regulier, niet-regulier en militaire claim. De fictieve eindkostenplaats «Militaire claim» wordt apart benoemd om de meerkosten (uurtarief en productiviteit) aan te geven voor de uitoefening van de operationele taken van Paresto.
Bij de meerjarenreeks wordt rekening gehouden met afname van de werkgeversbijdragen (subsidies) en een afnemende omzet in verband met het kleiner worden van de defensieorganisatie. Naar verwachting zal hierdoor het aantal potentiële gasten afnemen.
De opbrengst derden betreft de omzet die als ziektekosten kunnen worden doorberekend aan ziektekostenverzekeraars. Deze vergoeden de cateringkosten van het Militair Revalidatie Centrum aan Paresto.
De rentebaten worden gevormd door het positieve saldo op de rekening courant en deposito's gebaseerd op de rente aanschrijving van het ministerie van Financiën.
Buitengewone baten worden gevormd door bonuskortingen van leveranciers. De bestelling en facturering zal defensiebreed openbaar worden aanbesteed omwille van de administratieve en logistieke kostenbesparing. Daarbij blijft de mogelijkheid bestaan bij specifieke leveranciers kortingen te bedingen. Die kortingen worden als bonus gecompenseerd aan Paresto. Dit is bij cateringorganisaties een gangbare procedure. Vooralsnog worden de bedragen gelijk gehouden ondanks een mogelijk dalende omzet, omdat dit mede afhankelijk is van de specifieke afspraken met distributeurs of producenten.
Tot begin 2005 bestaat de formatieve sterkte van Paresto uit 1 983 vaste vte'n, met een totale kostprijs van € 61 799 000. Daarnaast zijn er structureel ongeveer 33 vte'n op inhuurbasis voor in totaal € 1 122 000. Van 2005 tot en met 2008 wordt gestreefd naar een afname van het personeelsbestand met jaarlijks 5%. Vanaf 2008 zal de jaarlijkse afname dalen tot 3%.
Materiële kosten worden voornamelijk (96%) gevormd door ingrediënten en andere vlottende activa. Overige materiële kosten worden gevormd door exploitatie en onderhoud van ICT en infrastructuur, voertuigen en kassa's. De bedrijfsvoering van Paresto is hierdoor relatief kapitaalextensief.
Zoals gebruikelijk bij bedrijfscatering worden de kosten van huisvesting en inrichting door de opdrachtgevers gefinancierd.
Rentelasten vloeien voort uit rentedragend langlopend vreemd vermogen tegen een door het ministerie van Financiën in de vigerende regelgeving vastgelegd tarief.
De afschrijvingskosten betreffen ICT-middelen, infrastructuur van de centrale organisatie, kassa's en overige materiële middelen (zoals bijvoorbeeld voertuigen). Zie voor afschrijvingstermijnen het overzicht bij de toelichting van de activa van de indicatieve openingsbalans.
De aansluiting tussen de boekwaarde per 1/1 en 31/12 is af te leiden uit de opgenomen afschrijvingskosten in onderstaande verloopoverzicht.
Boekwaarde activa en afschrijvingskosten inclusief rentelasten (verloopstaatje) | |||||||
Activa | 1-01-05 | Inv | Afschr | 1-01-06 | Inv | Afschr | |
*grond en gebouwen | 450 000 | 0 | 150 000 | 300 000 | 0 | 150 000 | |
*installaties en inventarissen | 219 000 | 653 000 | 109 000 | 763 000 | 500 000 | 171 500 | |
*overige materiële vaste activa | 3 143 000 | 300 000 | 700 100 | 2 742 900 | 300 000 | 765 100 | |
Materiële activa (totaal) | 3 812 000 | 953 000 | 959 100 | 3 805 900 | 800 000 | 1 086 600 | |
Rentekosten: Gem geinv * 5% | 3 808 950 | 95 224 | 3 662 600 | 91 565 |
1-01-07 | Inv | Afschr | 1-01-08 | Inv | Afschr | 1-01-09 | Inv | Afschr | 1-01-10 |
150 000 | 0 | 150 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
1 091 500 | 300 000 | 209 000 | 1 182 500 | 100 000 | 221 500 | 1 061 000 | 100 000 | 234 000 | 927 000 |
2 277 800 | 300 000 | 830 100 | 1 747 700 | 560 000 | 960 100 | 1 347 600 | 300 000 | 967 600 | 680 000 |
3 519 300 | 600 000 | 1 189 100 | 2 930 200 | 660 000 | 1 181 600 | 2 408 600 | 400 000 | 1 201 600 | 1 607 000 |
3 224 750 | 80 619 | 2 669 400 | 66 735 | 2 007 800 | 50 195 |
In 2004 is in het kader van transitie activa overgenomen. Grotendeels zijn deze activa in het betreffende jaar afgeschreven. Daarnaast is activa overgenomen van de Projectorganisatie. In 2005 is uitgegaan van looptijden overeenkomstig de afschrijftermijn van het actief.
Er wordt gestreefd naar een licht positief resultaat. In de eerste vijf jaar als dienst die een baten-lastenadministratie voert zal geleidelijk een eigen vermogen worden opgebouwd die als buffer kan dienen voor de risico's en bedrijfsvoering waar Paresto zelf verantwoordelijk voor is.
Bedragen x € 1000,- | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
---|---|---|---|---|---|
Rekening-courant RHB op 1/1 | 80 | 1 360 | 1 890 | 2 834 | 3 007 |
Totaal operationele kasstroom | 2 239 | 1 617 | 2 133 | 1 355 | 1 481 |
Totaal investeringen | – 953 | – 800 | – 600 | – 660 | – 400 |
Totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal investeringskasstroom | – 953 | – 800 | – 600 | – 660 | – 400 |
Eenmalige uitkering aan moederdepartement | – 3 812 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Eenmalige storting door moederepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Aflossing op leningen | – 959 | – 1 087 | – 1 189 | – 1 182 | – 1 202 |
Beroep op leenfaciliteit | 4 765 | 800 | 600 | 660 | 400 |
Totaal financieringskasstroom | – 6 | – 287 | – 589 | – 522 | – 542 |
Rekening-courant RHB op 31/12 | 1 360 | 1 890 | 2 834 | 3 007 | 3 546 |
Toelichting op kasstroomoverzicht
De informatie in het kasstroomoverzicht is grotendeels afgeleid van respectievelijk de indicatieve openingsbalans (investeringen en financieringskasstroom), staat van baten en lasten (operationele kasstroom) en de vermogensontwikkeling op langere termijn (financieringskasstroom)
In het overzicht van de kasstromen staat de meerjarige verwachting omtrent de omvang en besteding van de beschikbare investeringsruimte en de liquiditeitsverwachting in het algemeen centraal. Het kasstroomoverzicht bestaat uit een operationele-, investerings- en financieringskasstroom.
De operationele kasstroom is het jaarlijkse totaal van het bedrijfsresultaat, de afschrijvingen, de mutaties in de voorzieningen en die in het netto werkkapitaal.
In de investeringskasstroom worden de investeringen, boekwaardetotalen en desinvesteringen opgenomen.
In de financieringskasstroom wordt het beroep op de leenfaciliteit uit hoofde van de geplande investeringen in vaste activa opgenomen. De lening is rentedragend en heeft een looptijd die aansluit op de economische levensduur van de betreffende investering. Voorts is de aflossing op de reeds afgesloten en nog af te sluiten leningen begroot.
De activa op 1 januari 2005 moeten met langlopend vreemd vermogen worden gefinancierd. Hiervoor gaat Paresto een vermogensconversie-lening aan bij het ministerie van Financiën. In het kasstroomoverzicht is in verband hiermee een éénmalige uitkering aan het moederdepartement opgenomen. Dit bedrag vloeit terug naar het ministerie van Financiëñ.
Overzicht vermogensontwikkeling | |||||
---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1000 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 |
Eigen vermogen per 1 januari | 0 | 1 280 | 1 810 | 2 754 | 2 926 |
Saldo baten en lasten | 1 280 | 530 | 944 | 173 | 279 |
Uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal directe mutaties | |||||
Eigen vermogen per 31 december | 1 280 | 1 810 | 2 754 | 2 926 | 3 206 |
Toelichting op overzicht vermogensontwikkeling
Het eigen vermogen wordt gevormd door toevoeging van het saldo van baten en lasten via de exploitatiereserve. Het eigen vermogen groeit hierdoor tot en met 2009 tot bijna het hiervoor vastgestelde maximum van 5% van de gemiddelde omzet van de drie voorafgaande jaren.
Prestatie-indicator | Toelichting | Norm |
Resultaatgebieden | ||
Eindresultaat | ||
Kosten per productgroep per periode (ten opzichte van de geplande kosten) | Deze indicator bestaat uit de daadwerkelijk gemaakte kosten, gedeeld door de geplande kosten. Het gaat in dit geval om de reguliere taken en de taken uit de banquetingmap. | De norm is 100% of lager. |
Afname van de tarieven | Vaste bijdrage van de opdrachtgevers moeten worden verlaagd (gecorrigeerd voor autonome ontwikkelingen). | In 2005 t.o.v. 2004: 5% In 2006 t.o.v. 2004: 10% |
Klanten | ||
Gasttevredenheidonderzoek | Steekproefsgewijs zal de klant («gast») gevraagd worden een een rapportcijfer (1 t/m 10) aan te geven voor de dienstverlening. | Het cijfer moet tussen de 6 en 8 uitkomen. |
Organisatiegebieden | ||
Medewerkers | ||
Inzetbaarheid per medewerker | Paresto streeft ernaar personeel zoveel mogelijk ten behoeve van het directe productieproces in te kunnen zetten. | In 2004: 1419 uur/jaar In 2005: 1500 uur/jaar In 2006: 1600 uur/jaar |
Salariskosten Paresto vs. markt | De gemiddelde salariskosten van medewerkers van Paresto worden vergeleken met de gemiddelde salariskosten bij commerciële cateringorganisaties. | De norm is 100% of lager. |
Processen | ||
Inkoopprijs Paresto vs. markt | Deze indicator geeft aan hoe de door Paresto gehanteerde contractprijzen van de aangeschafte middelen, in verhouding staan tot de door de commerciële cateringorganisaties gehanteerde gemiddelde marktprijs. Hiervoor wordt een speciaal hiervoor ontwikkeld standaard «boodschappenmandje» gebruikt. | Gelijk aan de marktprijs of minder dan de markt- prijs. Het percentage moet dan zijn 100% of lager. |
Toelichting op prestatie-indicatoren
In de begroting en verantwoording worden de prestatie-indicatoren opgenomen, die relevant zijn voor de beoordeling van de ontwikkeling van de doelmatigheid van Paresto. In de eerste suppletore begroting van 2005 zal de nulmeting voor de hier beschreven prestatie-indicatoren worden opgenomen.