In de 2e suppletoire begroting van OCW wordt een verdere uitwerking gegeven aan de besluiten van het kabinet over de Najaarsnota voor het begrotingshoofdstuk van OCW (VIII). Als gevolg hiervan wordt in de OCW-begroting in 2017 een uitgavenpeil van € 38,1 miljard geraamd. Het geraamde ontvangstenniveau is € 1,4 miljard.
In tabel 1 en 2 wordt de aansluiting getoond van respectievelijk de uitgaven en ontvangsten tussen de 1e suppletoire begroting 2017 en de 2e suppletoire begroting 2017. Een deel hiervan is al gepresenteerd in de Miljoenennota 2018 en de hiermee samenhangende OCW-begroting 2018.
Artikelnr. | Uitgaven | ||
---|---|---|---|
Stand oorspronkelijk vastgesteld begroting 2017 | 37.187.537 | ||
Stand 1e suppletoire begroting 2017 | 38.181.541 | ||
Belangrijkste suppletoire mutaties: | |||
1) | Autonome raming studiefinanciering | 11 | 14.000 |
2) | Mee- en tegenvallers | diverse | – 32.320 |
3) | Meerjarige kasschuiven | diverse | – 6.882 |
4) | Overlopende verplichtingen | diverse | – 53.852 |
5) | Niet-relevante mutaties | 11,12 | – 10.000 |
6) | Overige mutaties | diverse | – 455 |
Stand 2e suppletoire begroting 2017 |
| 38.092.032 |
Toelichting op de belangrijkste uitgavenmutaties:
1) Autonome raming studiefinanciering
Dit betreft een saldo van mee- en tegenvallers op basis van realisaties. De grootste onderliggende mutatie is een opwaartse bijstelling van € 13 miljoen van de omzettingen basisbeurs in met name het hoger onderwijs. Ook de omzettingen van aanvullende beurs in gift zijn iets opgehoogd, terwijl het aanvullende beursbedrag dat direct als gift wordt betaald iets naar beneden is bijgesteld.
2) Mee- en tegenvallers
Dit betreft het saldo van diverse mee- en tegenvallers. Zo is er sprake van een tegenvaller bij studiefinanciering omdat er uitstel is voor de conversie programma vernieuwing studiefinanciering (€ 12,8 miljoen). De extra kosten ontstaan vanwege het langer doorlopen van het programma en de vertraging in de realisatie van baten die voortvloeien uit dit programma. Daartegenover staan meevallers in het primair onderwijs op de subsidies (€ 7,0 miljoen) en op de lerarenbeurs omdat er minder aanvragen waren (€ 11,0 miljoen). Ook is er sprake van onderuitputting op de regeling voortijdig schoolverlaten bij vo en mbo (€ 3,6 miljoen en € 18,3 miljoen).
3) Meerjarige kasschuiven
Deze post is het saldo van diverse kasschuiven op de OCW-begroting. Zo worden er middelen uit 2017 doorgeschoven naar latere jaren omdat de uitgaven in andere jaren zullen plaatsvinden dan eerder was geraamd. Dit betreft onder andere de kasschuif voor ICT-werkplek (€ 6,0 miljoen).
4) Overlopende verplichtingen
Op diverse artikelen zijn er verplichtingen die niet meer in 2017 tot uitgaven zullen leiden maar wel in 2018. Zoals voor de regeling doorstroom mbo (€ 4 miljoen) en voor het lerarenregister (5,2 miljoen).
5) Niet-relevante uitgaven
De niet-relevante uitgaven voor studiefinanciering zijn lager dan geraamd. Deze bijstelling wordt gedaan op basis van de actuele realisatiecijfers van dit jaar.
6) Overige mutaties
Het betreft overboekingen met andere departementen en desalderingen van uitgaven met ontvangsten.
Artikelnr. | Ontvangsten | ||
---|---|---|---|
Stand oorspronkelijk vastgesteld begroting 2017 | 1.341.582 | ||
Stand 1e suppletoire begroting 2017 | 1.336.584 | ||
Belangrijkste suppletoire mutaties: | |||
1) | Meevaller stimuleringsbijdrage | 9 | 2.200 |
2) | Autonome raming studiefinanciering | 11,12 | 13.500 |
3) | Niet-relevante mutaties | 11 | – 10.000 |
4) | Overige mutaties | diverse | 11.466 |
Stand 2e suppletoire begroting 2017 |
| 1.353.750 |
Toelichting op de belangrijkste ontvangstenmutaties:
1) Meevaller stimuleringsbijdrage
Dit betreft ontvangsten op de stimuleringsbijdrage knelpuntregio’s bij artikel arbeidsmarkt- en personeelsbeleid.
2) Autonome raming studiefinanciering
De ontvangsten op kortlopende vorderingen worden met € 13 miljoen naar boven bijgesteld. Er is een hoger bedrag dan aanvankelijk was geraamd aan studiefinanciering betaald waar de ontvanger uiteindelijk geen recht op bleek te hebben. Hierdoor stijgt ook het bedrag aan verwachte ontvangsten; de ontvangers moeten dit bedrag immers terugbetalen.
3) Niet-relevante mutaties
De post terugontvangen hoofdsom is met € 10 miljoen naar beneden bijgesteld. In de reeds bekende maandelijkse realisaties zijn zowel de bedragen aan ontvangsten als aan extra ontvangsten (de ontvangsten buiten de normale termijnbedragen) iets lager dan geraamd.
4) Overige mutaties
Dit betreft desalderingen van uitgaven met ontvangsten.