2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | ||
---|---|---|---|---|---|---|---|
totaal uitgaven | 62.472,0 | 66.590,4 | 68.388,8 | 69.585,6 | 70.968,7 | 73.175,5 | |
totaal niet-belastingontvangsten | 260,0 | 309,4 | 321,4 | 328,7 | 335,0 | 342,0 | |
1 | Arbeidsmarkt | ||||||
Uitgaven | 788,7 | 469,9 | 253,3 | 257,0 | 257,0 | 257,0 | |
3 | Arbeidsongeschiktheid | ||||||
Uitgaven | 10.558,2 | 10.746,3 | 11.042,1 | 11.428,7 | 11.822,5 | 12.211,8 | |
5 | Werkloosheid | ||||||
Uitgaven | 4.529,3 | 6.540,5 | 6.975,8 | 6.500,1 | 6.045,9 | 5.784,0 | |
Ontvangsten | 260,0 | 309,4 | 321,4 | 328,7 | 335,0 | 342,0 | |
6 | Ziekte en zwangerschap | ||||||
Uitgaven | 3.170,2 | 3.378,7 | 3.600,3 | 3.948,9 | 4.062,1 | 4.172,0 | |
8 | Oudedagsvoorziening | ||||||
Uitgaven | 41.281,5 | 43.157,0 | 44.152,4 | 45.080,2 | 46.373,2 | 48.304,1 | |
9 | Nabestaanden | ||||||
Uitgaven | 339,2 | 317,8 | 307,4 | 302,7 | 300,3 | 295,6 | |
11 | Uitvoeringskosten | ||||||
Uitgaven | 1.805,0 | 1.980,2 | 2.057,4 | 2.068,1 | 2.107,7 | 2.151,1 |
1 Arbeidsmarkt
In 2021 wordt nog een gedeelte van de compensatie van de transitievergoeding voor de periode 1 juli 2015 tot en met 31 maart 2020 uitbetaald. Daarom zijn de uitgaven in 2021 hoger dan vanaf 2022 het geval is.
3 Arbeidsongeschiktheid
De WAO en WAZ zijn aflopende regelingen, de WIA groeit in. De totale uitgaven aan arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA/WAZ) laten in de periode 2020–2025 een stijging zien. De voornaamste oorzaak van de stijging is de geraamde loon- en prijsbijstelling (nominaal). Daarnaast zorgt de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd en een hogere arbeidsparticipatie voor een stijging van de uitgaven.
5 Werkloosheid
Het CPB verwacht een forse stijging van de werkloosheid voor de komende jaren. Dit komt tot uiting in een stijging van het WW-volume. De WW-uitkeringslasten ontwikkelen zich in lijn met deze volumeontwikkeling. Ook de ontvangsten stijgen de komende jaren hierdoor. Na 2022 lopen de WW-uitgaven weer geleidelijk terug als gevolg van de herstellende werkloosheid. Daarnaast zorgt de nominale ontwikkeling voor een stijging in zowel de uitgaven als de ontvangsten.
6 Ziekte en zwangerschap
De grootste verklaring voor de stijging van de uitgaven is het aanvullend geboorteverlof dat vanaf 1 juli 2020 van kracht is gegaan en de introductie van het betaald ouderschapsverlof in augustus 2022. Hierdoor stijgen de uitgaven in 2021 en 2022. De doelgroepen banenafspraak en beschut werk (Participatiewet) zullen de komende jaren verder ingroeien in de populatie van de no-riskpolis, waardoor de ZW-uitgaven zullen toenemen. Daarnaast zorgt de nominale ontwikkeling voor een stijging in de uitgaven.
8 Oudedagsvoorziening
De stijgende levensverwachting en de vergrijzing leiden de komende jaren tot een toename van het aantal AOW-gerechtigden en daarmee tot een stijging van de verwachte uitgaven aan de AOW. Daarnaast wordt de AOW jaarlijks geïndexeerd. De stijging van de AOW-leeftijd in de jaren 2022-2024 heeft een dempend effect op de toename van de uitkeringslasten. In het Pensioenakkoord is een 2/3-koppeling van de AOW-leeftijd vanaf 2025 afgesproken. Hierdoor zal de AOW-leeftijd in 2025 niet worden verhoogd. De uitgaven nemen hierdoor in 2025 sneller toe dan in eerdere jaren.
9 Nabestaanden
De uitkeringslasten van de Algemene Nabestaandenwet (Anw) nemen de komende jaren naar verwachting af, omdat het aantal nabestaanden dat een recht heeft op een Anw-uitkering afneemt. Dit komt doordat een groot deel van de nabestaanden die sinds 1996 een uitkering ontvangen op basis van de rechtsvoorganger van de Anw, de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW), de komende jaren de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
11 Uitvoeringskosten
De uitvoeringskosten nemen toe als gevolg van ontwikkelingen in de moederwetten die de uitvoeringsorganisaties uitvoeren. Dit betekent dat de stijgingen en dalingen van onder andere de WW, ZW, WGA, Anw en AOW doorwerken in de uitvoeringskosten.