(in miljoenen euro, min = onderschrijding) | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2022 | 14.131 | 22.902 | 29.486 | 32.062 | ||
Aanpassingen van het uitgavenplafond naar aanleiding van: | |||||||
2 | Overboekingen met plafond Rijksbegroting | 159 | ‒ 29 | ‒ 98 | ‒ 154 | ‒ 349 | ‒ 220 |
3 | Aanpassing kasritmes | ‒ 670 | ‒ 1.409 | ‒ 275 | ‒ 806 | 122 | 636 |
4 | Loon- en prijsbijstelling | 0 | 439 | 439 | 477 | 518 | 496 |
5 | Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023 (=1 t/m 5) | 13.620 | 21.903 | 29.552 | 31.580 | ||
6 | Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2022 | 14.131 | 22.902 | 29.486 | 32.062 | 34.908 | 34.642 |
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond: | |||||||
7 | Overboekingen met plafond Rijksbegroting | 159 | ‒ 29 | ‒ 98 | ‒ 154 | ‒ 349 | ‒ 220 |
8 | Aanpassing kasritmes | ‒ 670 | ‒ 1.409 | ‒ 275 | ‒ 806 | 122 | 636 |
9 | Loon-en prijsbijstelling | 0 | 439 | 439 | 477 | 518 | 496 |
Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte: | |||||||
10 | Kasschuiven regulier | 224 | ‒ 25 | 18 | ‒ 36 | ‒ 19 | ‒ 88 |
11 | Lokale aanpak woningisolatie | 150 | 150 | ||||
12 | Reguliere uitgaven bij Miljoenennota 2023 (=6 t/m 11) | 13.844 | 22.028 | 29.720 | 31.544 | 35.180 | 35.466 |
13 | Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2022 (=6-1) | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
14 | Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2023 (=12-5) | 224 | 125 | 168 | ‒ 36 | ||
15 | Uitgavenniveau corona bij Miljoenennota 2023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
16 | Totale uitgaven bij Miljoenennota 2023 (=12+15) | 13.844 | 22.028 | 29.720 | 31.544 | 35.180 | 35.466 |
Onder het investeringsplafond is een overschrijding zichtbaar van 224 miljoen euro in 2022. Dit wordt veroorzaakt door het effect van de reguliere kasschuiven naar voren (zie toelichting bij punt 10). De overschrijding in 2023 en 2024 wordt veroorzaakt door de toevoeging van de middelen voor de lokale aanpak woningisolatie (zie toelichting bij punt 11). De onderschrijding in 2025 wordt veroorzaakt door het effect van de reguliere kasschuiven (zie toelichting bij punt 10).
Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenplafond
7. Overboekingen met plafond Rijksbegroting
Per saldo wordt in 2022 budget van het plafond Rijksbegroting overgeboekt naar het plafond Investeringen. De overboekingen zijn nodig omdat bepaalde middelen niet op de departementale begrotingen worden uitgegeven, maar op de fondsen.
8. Aanpassing kasritmes
Voor diverse reeksen wordt het kasritme aangepast en worden de middelen in een realistischer bestedingsritme gezet. De grootste aanpassingen worden doorgevoerd op het Mobiliteitsfonds. In de volgende paragraaf wordt dit nader toegelicht.
9. Loon- en prijsbijstelling
De uitgavenraming voor de loon- en prijsontwikkeling is geactualiseerd op basis van de economische ramingen van het CPB.
Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte
10. Kasschuiven regulier
Voor diverse reeksen wordt het kasritme aangepast en worden de middelen in een realistischer bestedingsritme gezet. Een grote kasschuif heeft betrekking op middelen uit het transitiefonds die van 2023 naar 2022 worden geschoven ten behoeve van de provinciale aanpak stikstof.
11. Lokale aanpak woningisolatie
Om (kwetsbare) huishoudens financieel te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen stelt het kabinet in 2023 en 2024 in totaal 300 miljoen euro beschikbaar voor het nationaal isolatieprogramma.
Inleiding
In paragraaf 2.3.2 is aangeven dat conform de aanbeveling van het IBO Publieke investeringen een overzicht wordt gegeven van de ontwikkeling van de coalitieakkoordmiddelen onder het investeringsplafond.
Algemeen
Figuur 1.2.4.1 geeft het totaal aan investeringen weer onder het investeringsplafond bij de Voorjaarsnota 20221. In dit figuur is onderscheid gemaakt tussen coalitieakkoordmiddelen en reguliere investeringsmiddelen. Hieruit blijkt dat het nieuwe kabinet historisch veel investeert om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. In 2027 loopt het totaal aan extra coalitieakkoordmiddelen op naar ruim 15 miljard euro.
Figuur 1.2.4.1 Investeringsplafond bij Voorjaarsnota 2022
In paragraaf 2.3.2 is aangegeven dat de verwachting is dat vanwege diverse oorzaken niet alle investeringsmiddelen, waaronder de coalitieakkoordmiddelen, in het huidige ritme uitgegeven kunnen worden. Dit wordt zichtbaar in figuur 1.2.4.2. Het totale investeringsplafond Miljoenennota 2023 (oranje lijn) is in de eerste jaren lager dan het totale investeringsplafond Voorjaarsnota 2022 (groene stippellijn). In 2026 en 2027 is het totale investeringsplafond Miljoenennota 2023 echter hoger, wat betekent dat middelen naar achter worden geschoven.
Figuur 1.2.4.2 Investeringsplafond bij Miljoenennota 2023 vergeleken met Voorjaarsnota 2022
Voor de jaren 2022, 2023 en 2025 is de verwachting dat minder wordt uitgegeven dan begroot bij de Voorjaarsnota 2022. De grootste verschillen treden op in 2023 en 2025, respectievelijk 1,0 en 0,5 miljard euro. Hieronder wordt per begroting nader toegelicht wat de ontwikkeling in de coalitieakkoordmiddelen is.
Algemeen
Het Klimaatfonds en het Transitiefonds voor stikstof bestaan geheel uit coalitieakkoordmiddelen. Voor de overige fondsen is in 2022 nog een duidelijk onderscheid te maken tussen reguliere middelen en coalitieakkoordmiddelen. Op het moment dat de coalitieakkoordmiddelen zijn overgeboekt van de Aanvullende Post naar de fondsen verdwijnt dit onderscheid omdat de middelen vaak worden toegevoegd aan bestaande budgetten. Hierdoor wordt het de komende jaren relevant hoe de budgetten van de verschillende fondsen zich ontwikkelen.
Mobiliteitsfonds
De coalitieakkoordmiddelen voor veiligheid van Rijks N-wegen en fietsparkeren zijn overgeheveld van de Aanvullende Post naar het Mobiliteitsfonds. Daarnaast zijn de gereserveerde coalitieakkoordmiddelen voor instandhouding en voor het Nationaal Groeifonds in het juiste kasritme gezet. Deze middelen schuiven door naar de jaren 2028 en verder. Het gaat in totaal om 761 miljoen euro in 2023 voor instandhouding en projecten uit het Nationaal Groeifonds. De uitgaven van het Nationaal Groeifonds schuiven door naar latere jaren omdat eerst verkenningen en planuitwerkingen plaatsvinden. Daarnaast is voor een aantal wegenprojecten de raming aangepast omdat diverse mijlpaalbetalingen vanwege corona vertraagd zijn. De grootste verschuiving is de ViA15 (340 miljoen euro van 2023 naar 2024).
Hieronder wordt voor het Mobiliteitsfonds specifiek weergegeven wat het effect van de kasschuiven is voor de gehele looptijd van het fonds. Hieruit wordt zichtbaar dat de middelen uit de reguliere meerjarenperiode (2022-2027) naar achteren schuiven in de tijd. Dit gaat, zoals hierboven uitgebreider toegelicht, om coalitieakkoordmiddelen, Nationaal Groeifonds-projecten en projectvertragingen door corona en stikstof. Voor 2026 en verder staat het grootste deel van de coalitieakkoordmiddelen (structureel 1,1 miljard euro) voor instandhouding van infrastructuur en de middelen voor de Lelylijn (250 miljoen euro tot en met 2037) nog gereserveerd op de Aanvullende Post.
Figuur 1.2.4.3 Specifieke ontwikkeling Mobiliteitsfonds inclusief en exclusief kasschuiven
Deltafonds
Bij de Voorjaarsnota 2022 zijn de coalitieakkoordmiddelen voor instandhouding (exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur) aan het Deltafonds toegevoegd. Voor de korte termijn (de periode tot en met 2025) worden de middelen ingezet om de huidige programmering instandhouding op te hogen.
Defensiematerieelbegrotingsfonds
Er wordt 567 miljoen euro vanuit 2022 en 314 miljoen euro vanuit 2023 naar latere jaren geschoven. Deze schuif bestaat onder andere uit 150 miljoen euro instandhoudingsuitgaven die van 2022 naar 2026 en 2027 worden geschoven. Daarnaast verwacht Defensie in 2022 en 2023 niet alle investeringsuitgaven te kunnen realiseren. Dit komt mede door vertragingen in leveringen. Daarom wordt voor de investeringsuitgaven 417 miljoen euro van 2022 en 314 miljoen euro van 2023 naar latere jaren doorgeschoven.
Nationaal Groeifonds
Het bestedingsritme van de coalitieakkoordmiddelen voor het Nationaal Groeifonds is niet veranderd. Vanuit de Aanvullende Post heeft geen overboeking plaatsgevonden. Wel zijn voor het Nationaal Groeifonds reguliere middelen naar achter geschoven omdat niet alle projecten tot uitvoering zijn gekomen.
Klimaatfonds
De middelen voor het Klimaatfonds staan gereserveerd op de Aanvullende Post. Er hebben verschillende overboekingen plaatsgevonden naar de departementale begrotingen. Deze overboekingen blijven onder het plafond investeringen. De overheveling van de resterende fondsmiddelen zal plaatsvinden zodra het Klimaatfonds officieel is ingesteld.
Transitiefonds (stikstof)
Dit voorjaar is een uitvraag gedaan onder provincies, terreinbeheerders en waterschappen voor versnellingsvoorstellen, vooruitlopend op de nog op te leveren gebiedsprogramma’s. Het kabinet heeft een bedrag van 504 miljoen euro uit het transitiefonds beschikbaar gesteld ten behoeve van de provinciale aanpak. Daarnaast heeft het kabinet middelen ingezet voor de uitvoeringskosten van de transitie.