Base description which applies to whole site

2.2 Budgettaire ontwikkeling uitgavenplafond Sociale Zekerheid

De Minister van SZW is binnen het kabinet verantwoordelijk voor het uitgavenplafond Sociale Zekerheid. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de ontwikkelingen binnen deze sector. In de begrotingsregels van dit kabinet is afgesproken dat voor mutaties van de werkloosheidsuitgaven (WW en bijstand) die niet het gevolg zijn van beleidsmatige keuzes het uitgavenplafond wordt aangepast. Dit bevordert de automatische stabilisatie van de overheidsfinanciën. Voor beleidsmatige mutaties van werkloosheidsuitgaven en bijstand wordt het plafond niet aangepast. Daarnaast wordt het plafond aangepast voor de loon- en prijsontwikkeling. Het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt ook aangepast voor de maatregelen die zijn genomen in antwoord op de coronacrisis, omdat het kabinet het niet wenselijk acht hiervoor andere uitgaven te verminderen.

2.2.1 Opbouw uitgavenplafond Sociale Zekerheid

Het uitgavenplafond Sociale Zekerheid bevat zowel uitgaven van regelingen die begrotingsgefinancierd zijn als uitgaven van regelingen die premiegefinancierd zijn. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden gefinancierd uit belastingopbrengsten. De premiegefinancierde uitgaven komen ten laste van de sociale fondsen: deze uitgaven worden gedaan door UWV en SVB. Tabel 8 bevat een toelichting op de opbouw van de uitgaven die tot het uitgavenplafond Sociale Zekerheid worden gerekend.

Tabel 8 Opbouw SZ-uitgaven (bedragen x € 1 miljard)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven begrotingsgefinancierd

61,8

52,5

47,9

47,9

48,4

49,1

-/- Dubbeltelling rijksbijdragen

20,6

22,8

23,4

23,7

24,2

25,1

-/- Uitgaven plafond Rijksbegroting

0,8

1,5

1,2

1,2

1,2

1,0

-/- Correctie ontvangsten begrotingsgefinancierd

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

+ Loon- en prijsbijstelling

0,0

0,4

0,6

0,9

1,2

1,6

+ Overig

0,0

0,0

0,1

0,1

0,1

0,1

A. SZ-uitgaven begroting

39,9

28,2

23,5

23,4

23,7

24,1

       

Totaal uitgaven premiegefinancierd

62,5

66,6

68,4

69,6

71,0

73,2

-/- Correctie ontvangsten premiegefinancierd

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

B. SZ-uitgaven premie

62,2

66,3

68,1

69,3

70,6

72,8

       

C. Integratie-uitkering sociaal domein

2,0

1,9

1,9

1,8

1,8

1,7

       

Totale SZ-uitgaven (lopende prijzen) (A+B+C)

104,1

96,4

93,5

94,5

96,1

98,7

Allereerst wordt voor een dubbeltelling gecorrigeerd omdat sociale fondsen voor een deel worden gefinancierd uit begrotingsmiddelen, dit is de correctie voor rijksbijdragen. Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds, die nodig is om de AOW-uitgaven te kunnen dekken. De opbrengsten van de AOW-premie zijn namelijk onvoldoende toereikend voor de AOW-uitgaven. In 2021 worden de uitgaven onder het uitgavenplafond hierdoor met € 22,8 miljard gecorrigeerd. Ook zijn er uitgaven op de SZW-begroting die onder het uitgavenplafond Rijksbegroting vallen, waarvoor met € 1,5 miljard wordt gecorrigeerd. Dit betreft onder meer verschillende subsidies en opdrachten en de apparaatsuitgaven van SZW.

Voor het gedeelte van de ontvangsten dat tot de niet-belastingontvangsten wordt gerekend wordt eveneens gecorrigeerd: € 0,5 miljard (terugontvangsten Kinderopvang en terugontvangsten Tegemoetkoming ouders). Het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt in lopende prijzen uitgedrukt, wat betekent dat rekening wordt gehouden met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de uitgaven. Voor de begrotingsgefinancierde regelingen zijn hiervoor middelen gereserveerd (€ 0,4 miljard in 2021). Deze middelen staan niet op de SZW-begroting, maar op een afzonderlijke begrotingspost die door de Minister van Financiën wordt beheerd. De post overig bestaat uit middelen die op de aanvullende post bij Financiën staan. Hierin is de in=uittaakstelling ook verwerkt, dit is de tegenhanger van de eindejaarsmarge. Met de eindejaarsmarge worden middelen toegevoegd aan het volgende jaar, wat leidt tot uitgaven bovenop het afgesproken plafond. De in=uittaakstelling wordt geboekt om te voorkomen dat het plafond door het toevoegen van de eindejaarsmarge wordt overschreden.

De premiegefinancierde uitgaven zijn uitgedrukt in lopende prijzen. De post wordt gecorrigeerd voor de premie gefinancierde ontvangsten. Het gaat hier om de ontvangsten uit de Ufo (Uitvoeringsfonds voor de overheid) die overheidswerkgevers betalen ten behoeve van de WW.

De middelen voor de Wsw en het participatiebudget maken onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) en staan daarom niet op de SZW-begroting. Deze uitgaven (€ 1,9 miljard in 2021) zijn wel onderdeel van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid en worden bijgeteld. In lopende prijzen bedragen de uitgaven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid € 96,4 miljard in 2021.

2.2.2 Uitgaven uitgavenplafond Sociale Zekerheid 2020-2025

In tabel 9 wordt de opbouw van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid per cluster van regelingen getoond. De uitgaven zijn gesaldeerd met de ontvangsten. In 2021 bedragen de totale uitgaven € 96,4 miljard. Hieronder vallen ook de uitgaven uit de noodpakketten gerelateerd aan de coronacrisis, deze vallen voornamelijk in 2020. In de jaren van 2021 tot 2025 stijgen de verwachte uitgaven van € 96,4 miljard naar € 98,7 miljard. De stijging is voor een groot deel toe te wijzen aan de nominale ontwikkeling (aanpassing aan de loon- en prijsontwikkeling). Deze post bedraagt € 1,7 miljard in 2021 en stijgt naar € 7,4 miljard in 2025. Gecorrigeerd voor de nominale ontwikkeling blijven de uitgaven onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid min of meer gelijk. Een overzicht van het verloop van de uitgaven over de jaren 2020 t/m 2025 is te vinden in de Horizontale toelichting in de bijlagen bij de Miljoenennota.

De grootste uitgavenpost onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid voor 2021 is de AOW (€ 41,2 miljard). Resterende grote uitgavenposten zijn de arbeidsongeschiktheidsregelingen (€ 13,9 miljard), de WW en bijstand (tezamen € 13,0 miljard) en de kindregelingen (€ 9,6 miljard). De verwachte uitgaven aan de AOW lopen op als gevolg van een toenemend aantal AOW-gerechtigden. De WW- en bijstandsuitgaven lopen naar verwachting de komende jaren op als gevolg van de ontwikkelingen rond het coronavirus, waarna de verwachting is dat zij in de jaren daarna weer zullen dalen. De uitgaven die samenhangen met de crisispaketten vallen in de categorie ‘overig’ en zorgen in de jaren 2020 en 2021 voor substantieel hogere uitgaven dan in de andere jaren.

Tabel 9 SZ-uitgaven per cluster van regelingen 2020-2025 (bedragen x € 1 miljard)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Arbeidsmarkt

      

LIV/jeugd-LIV/LKV

0,7

0,6

0,5

0,5

0,6

0,5

Transitievergoeding/Compensatieregeling TV MKB

0,8

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

       

Werkloosheid/Bijstand

      

WW-uitgaven (werkloosheid)

4,3

6,1

6,5

5,9

5,4

5,0

Macrobudget participatiewetuitkeringen (bijstand)

6,4

6,8

7,2

7,2

7,1

7,0

       

Ziekte/arbeidsongeschiktheid/verlofregelingen

      

ZW-uitgaven

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

WIA/WAO/WAZ/Wajong

13,8

13,9

14,0

14,3

14,5

14,7

WAZO/geboorteverlof/ouderschapsverlof

1,4

1,5

1,7

1,9

2,0

2,0

       

Ouderdom/Nabestaanden

      

AOW

40,3

41,2

41,5

41,8

42,3

43,2

Inkomensondersteuning AOW

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,1

Anw

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

       

Kinderopvang en kindregelingen

      

KOT

3,3

3,2

3,2

3,2

3,3

3,3

AKW/WKB

6,4

6,3

6,2

6,2

6,2

6,1

       

Re-integratie/Participatie

      

Re-integratieuitgaven arbeidsongeschiktheid

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Integratie-uitkeringen sociaal domein

2,0

1,9

1,9

1,8

1,8

1,7

       

Uitvoeringskosten en overige uitgaven

      

Uitvoeringskosten (UWV/SVB etc.)

2,4

2,6

2,5

2,5

2,5

2,5

Overige uitgaven

19,0

6,7

1,7

1,5

1,5

1,6

       

Nominale ontwikkeling

0,0

1,7

2,8

4,1

5,6

7,4

       

Totaal SZ-uitgaven

104,1

96,4

93,5

94,5

96,1

98,7

2.2.3 Mutaties uitgaven uitgavenplafond Sociale Zekerheid 2020-2025

Tabel 10 geeft de mutaties weer tussen ontwerpbegroting 2020 en de ontwerpbegroting 2021. Grootste mutaties zijn de opwaartse bijstellingen in de WW- en bijstandsuitgaven als gevolg van de oploop in werkloosheid en de uitgaven aan de maatregelen uit de crisispaketten in 2020 en 2021 (voornamelijk NOW en Tozo). De verwachte nominale ontwikkeling (indexatie van de uitkeringsregelingen aan loon- en prijsontwikkelingen) is meerjarig naar beneden bijgesteld op basis van CPB-cijfers.

Tabel 10 Mutaties SZ-uitgaven sinds vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1 miljard)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

SZ-uitgaven ontwerpbegroting 2020

85,2

87,8

90,3

93,2

96,3

 

Arbeidsmarkt

‒ 0,1

‒ 0,1

‒ 0,1

‒ 0,1

‒ 0,1

 

Werkloosheid/Bijstand

0,8

2,9

3,2

2,2

1,3

 

Arbeidsongeschiktheid/Ziekte en zwangerschap

0,1

0,2

0,2

0,2

0,3

 

Ouderdom/Nabestaanden

‒ 0,1

‒ 0,1

0,0

0,0

0,0

 

Kinderopvang en kindregelingen

0,1

0,2

0,1

0,0

0,0

 

Uitvoeringskosten (UWV/SVB etc.)

‒ 0,1

0,4

0,3

0,2

0,2

 

EU-ouderschapsverlof

0,0

0,0

0,1

0,4

0,4

 

NOW (inclusief uitvoeringskosten)

14,8

4,9

0,2

0,0

0,0

 

Tozo (inclusief uitvoeringskosten)

3,1

0,3

0,0

0,0

0,0

 

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Overige uitgaven

‒ 0,3

‒ 0,1

‒ 0,2

‒ 0,2

‒ 0,2

 

Nominale ontwikkeling

0,2

‒ 0,1

‒ 0,8

‒ 1,5

‒ 1,9

 

SZ-uitgaven ontwerpbegroting 2021

104,1

96,4

93,5

94,5

96,1

98,7

2.2.4 Uitgaven uitgavenplafond Sociale Zekerheid en toetsing aan ijklijn

De ijklijn van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt jaarlijks conform de begrotingsregels bijgesteld voor loon- en prijsontwikkelingen, niet-beleidsmatige mutaties van de werkloosheidsuitgaven (WW en bijstand), overboekingen met andere uitgavenplafonds en statistische correcties. Daarnaast wordt het uitgavenplafond aangepast voor de maatregelen uit de crisispaketten en voor het verhogen van het WKB-bedrag vanaf het derde kind. De WKB-verhoging wordt namelijk binnen het inkomstenkader gedekt. Als gevolg hiervan is de ijklijn voor het uitgavenplafond Sociale Zekerheid in 2021 met € 8,4 miljard verhoogd.

Tabel 11 Mutaties ijklijn (uitgavenplafond) sinds vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1 miljard)
 

2020

2021

Ijklijn SZ-plafond ontwerpbegroting 2020

84,9

87,6

Correcties

19,1

8,4

Ijklijn SZ-plafond ontwerpbegroting 2021

104,0

96,0

De actuele uitgavenramingen uitgavenplafond Sociale Zekerheid, zoals deze zijn weergegeven in tabel 9, dienen volgens de regels budgetdiscipline voor 2021 te worden getoetst aan de actuele ijklijn van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid zoals weergegeven in tabel 11. Deze plafondtoetsing wordt weergegeven in tabel 12. De uitgaven onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid zijn in 2021 bijgesteld naar € 96,4 miljard, terwijl de ijklijn uitkomt op € 96,0 miljard. Hiermee wordt de ijklijn in 2021 overschreden met afgerond € 0,4 miljard.

Tabel 12 Toetsing uitgaven aan het uitgavenplafond Sociale Zekerheid (bedragen x € 1 miljard)
 

2020

2021

Totale SZ-uitgaven

104,1

96,4

Ijklijn SZ-uitgaven

104,0

96,0

Over-/onderschrijding ijklijn SZ

0,1

0,4

Licence