1. Algemene doelstelling
Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.
2. Rol en verantwoordelijkheid Minister
De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan.
Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.
Stimuleren:
-
– dat verzekerden, waaronder patiënten, een stevige positie innemen in het zorgstelsel, ondermeer door goed samenwerkende patiënten- en gehandicaptenorganisaties;
-
– van kwalitatief goede en veilige zorgverlening met keuzevrijheid voor consumenten;
-
– van transparantie over kwaliteit en kosten van zorg;
-
– van een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag;
-
– van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel door kwalitatief goede en samenhangende opleidingen;
-
– van innovaties in de zorg en de ontwikkeling en toepassing van ontwikkelde kennis;
-
– van betrokken partijen om het aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Wat de zorg betreft conform de aanbevelingen van de Commissie Goedgedrag en wat jeugd betreft conform de bestuurlijke afspraken uit 2009.
-
– van initiatieven om onrechtmatigheden in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.
Financieren:
-
– van patiënten- en gehandicaptenorganisaties om de belangen van verzekerden, waaronder patiënten in het systeem te behartigen en hen goed te infomeren;
-
– van ZBO’s (CAK, NZa, ZiNL, CBZ, CSZ) om hun wettelijke verantwoordelijkheid in het zorgstelsel invulling te kunnen geven;
-
– van agentschappen (CIBG, RIVM) om hun taken in het zorgstelsel uit te voeren;
-
– van veldpartijen middels een subsidie om informatie over de kwaliteit van het zorgaanbod snel te ontsluiten voor patiënten;
-
– van instrumenten om personeel in de zorg goed op te leiden en bij te scholen (Stagefonds, kwaliteitsimpuls ziekenhuispersoneel);
-
– van zorg en welzijn in Caribisch Nederland.
Regisseren:
-
– van een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel door wet- en regelgeving en toepassing en handhaving daarvan, zoals de Wet BIG;
-
– dat alle betrokken partijen in de zorg in staat zijn hun verantwoordelijkheid in het zorgstelsel waar te maken;
-
– van goed bestuur in de zorg en het toezicht daarop;
-
– van de dialoog tussen veldpartijen, gericht op de toekomstige (arbeidsmarkt-)uitdagingen en de (arbeidsmarkt-)gevolgen van de transities;
-
– door het ontwikkelen van een wettelijk kader voor de taken van NZa, ZiNL en andere organisaties;
-
– van verlagen van regeldruk in de zorg;
-
– van het tot stand komen van een passend aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland;
-
– van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.
3. Beleidswijzigingen
Positie cliënt
De regering wil met het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verbeteringen doorvoeren in de regeling van kwaliteit van zorg en in de regeling van behandeling van klachten en geschillen. Als het voorstel (TK 32 402) door de Eerste Kamer is goedgekeurd, zal deze in 2016 in werking treden en worden geïmplementeerd.
Het beleidskader voor subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties wordt dit jaar geëvalueerd. De evaluatie is gecombineerd met de beleidsdoorlichting van dit artikelonderdeel. De verwachting is dat deze ook dit jaar zal worden afgerond. De (mogelijke) effecten en voornemens zullen hun beslag krijgen in de periode na 2016.
Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling
Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn maatregelen aangekondigd om langs de weg van kwaliteitsverbetering een besparing op de zorgkosten te realiseren. Voor deze maatregelen zijn extra (structurele) middelen beschikbaar gesteld.
Acties in het kader van het jaar van de transparantie (TK 32 620, nr. 149) worden ook in 2016 en verder voortgezet.
Ook wordt er een extra inspanning gedaan om de bureaucratie in de zorg terug te dringen. Dit om in de hele zorgsector te komen tot een betekenisvolle en merkbare vermindering van de ervaren regeldruk, zodat er meer ruimte komt voor de zorgprofessional. De aanpak krijgt onder andere vorm door domeinoverstijgende zorgaanbieders te ondersteunen om regelarme werkwijzen in de praktijk te brengen en met de Kafka-methodiek de ervaren regeldruk op individueel niveau te onderzoeken en problemen, waar mogelijk, op te lossen.
Inrichten uitvoeringsactiviteiten
Om de taken die door intermediaire organisaties voor VWS worden uitgevoerd doelmatiger te organiseren zijn taakoverhevelingen in gang gezet. Vanuit het Zorginstituut Nederland zullen per 1 januari 2016 de vier burgerregelingen (wanbetalers-, onverzekerden-, gemoedsbezwaarden – en de buitenlandregeling (inclusief het Nationaal contactpunt)) en de uitvoering van de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen worden overgeheveld naar het CAK.
De aanbevelingen uit de evaluatie Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en NZa worden verder uitgewerkt. In samenhang met de adviezen van de commissie Borstlap naar het intern functioneren van de NZa wordt de positionering van de taken van de NZa bezien (TK 25 268, nr. 87). Met de in voorbereiding zijnde aanpassing van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), die uitgaat van stapsgewijze deregulering, zal de NZa duidelijker worden gepositioneerd, zodat deze als een robuuste en onafhankelijke autoriteit kan functioneren. De fusietoets en het instrument van de aanmerkelijke marktmacht, die nu nog bij de NZa liggen, zullen overgaan naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Het bestaande loket bij de NZa waar mogelijke overtredingen kunnen worden gemeld, wordt klantvriendelijker gemaakt en uitgebreid. Naast de wijziging in de taken van de NZa worden ook maatregelen genomen om de interne organisatie te versterken. De NZa voert zelf verbeterplannen uit op het gebied van personeelsbeleid, integriteit en informatievoorziening en informatiebeveiliging.
Opleidingen beroepenstructuur en arbeidsmarkt
In 2016 zal de commissie Innovatie, Zorgberoepen en Opleidingen van het Zorginstituut als vervolg op het advies over de veranderende zorgvraag in 2016 advies uitbrengen over een passend opleidingscontinuüm. Met het traject Zorgpact wordt een impuls gegeven aan de samenwerking tussen overheid, onderwijs- en zorginstellingen om het huidige en toekomstige personeel optimaal voor te bereiden op de eisen die nu en in de toekomst aan de zorg worden gesteld.
Het regionaal arbeidsmarktbeleid wordt geïntensiveerd en er wordt in nauw overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekeken hoe de gevolgen voor verschillende groepen werknemers in de zorg en ondersteuning op een verantwoorde manier kunnen worden opgevangen. Denk bijvoorbeeld aan de sectorplannen zorg en de huishoudelijke hulp toelage.
Verbeteren van het zorgaanbod Caribisch Nederland
Het in mei 2014 uitgebrachte advies van de Werkgroep Zorg Caribisch Nederland is volledig overgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de werkgroep wordt de verdere verbetering van het zorgaanbod ter hand genomen in de komende jaren. Dat houdt in dat in de periode 2014–2020 de zorg in Caribisch Nederland verder zal worden verbeterd richting een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau. Het gaat hierbij om het realiseren van een goed functionerend, duurzaam stelsel van zorg, dat voor alle rechthebbenden in gelijke mate toegankelijk is.
Besluit uitoefenen medisch beroep BES
Sinds 1 januari 2015 is het Besluit uitoefenen medisch beroep BES van kracht. De bevoegdheidsbesluiten voor arts, tandarts, verloskundige en of apotheker op Bonaire, Sint Eustatius en Saba stellen Nederlandse/Europese opleidingseisen. Het streven is om iedereen in 2020 op het niveau van die bevoegdheidsbesluiten te hebben. In 2016 wordt een nieuwe uitvoeringsrichtlijn bij het Besluit uitoefenen medisch beroep BES van kracht en zal de ontheffingverlening van het verbod op medische beroepsarbeid in Caribisch Nederland verder worden geprofessionaliseerd en door het CIBG worden uitgevoerd. Voor de huisartsen zal een intensief bijscholingsprogramma worden aangeboden met een looptijd van vier jaar.
Jeugdzorg in Caribisch Nederland
De focus voor de jeugd ligt op het bieden van goede basisvoorzieningen en het voortzetten van de verbeteringen die de laatste jaren in dit kader zijn bereikt. Voorbeelden zijn de verbetering van de jeugdgezondheidszorg, het bieden van opvoedingsondersteuning, het versterken van seksuele educatie, het verbeteren van de gezinsvoogdij en een sluitende aanpak van kindermishandeling.
In 2015 is gestart met een beleidsdoorlichting van de (jeugd)zorg in Caribisch Nederland. Begin 2016 zal deze doorlichting worden opgeleverd.
Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude
Een verdere verbetering van rechtmatigheid in de zorg vraagt een integrale aanpak waarin elke partij in de keten zijn verantwoordelijkheid neemt. Aan de hand van onder meer het programmaplan Rechtmatige Zorg, dat op 27 maart 2015 naar de Tweede Kamer is gezonden (TK 28 828, nr. 89), wordt ingezet op het verder voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor de zorg bestemde middelen.
4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 715.427 | 958.775 | 829.432 | 802.748 | 812.754 | 844.930 | 870.484 |
Uitgaven | 697.803 | 895.016 | 871.197 | 878.441 | 862.756 | 872.275 | 870.484 |
Waarvan juridisch verplicht (%) | 94% | ||||||
1. Positie cliënt | 26.045 | 25.485 | 23.383 | 24.482 | 24.458 | 24.458 | 24.458 |
Subsidies | 21.501 | 19.017 | 20.002 | 20.258 | 20.313 | 20.313 | 20.313 |
waarvan onder andere: | |||||||
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties | 21.080 | 18.589 | 19.730 | 20.258 | 20.313 | 20.313 | 20.313 |
Opdrachten | 3.678 | 5.268 | 3.289 | 4.224 | 4.145 | 4.145 | 4.145 |
waarvan onder andere: | |||||||
Ondersteuning cliëntorganisaties | 3.139 | 3.144 | 3.144 | 4.000 | 4.000 | 4.000 | 4.000 |
Bijdragen aan agentschappen | 866 | 1.200 | 92 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan onder andere: | |||||||
CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg | 366 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 253.067 | 396.723 | 430.131 | 433.771 | 428.484 | 431.182 | 431.246 |
Subsidies | 242.099 | 376.260 | 414.954 | 418.712 | 411.825 | 413.836 | 413.835 |
waarvan onder andere: | |||||||
Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg | 48.353 | 185.334 | 191.433 | 196.452 | 190.078 | 190.198 | 190.199 |
Stageplaatsen zorg / Stagefonds | 110.400 | 110.433 | 112.022 | 112.020 | 112.019 | 112.021 | 112.021 |
Publieke Gezondheidszorgopleidingen | 16.054 | 19.821 | 20.615 | 20.615 | 20.614 | 20.614 | 20.613 |
Vaccinatie stageplaatsen zorg | 3.869 | 4.680 | 4.700 | 4.700 | 4.700 | 4.700 | 4.700 |
Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant | 20.718 | 15.998 | 38.197 | 38.194 | 38.191 | 38.192 | 38.192 |
Opleidingsplaatsen jeugd ggz | 0 | 659 | 1.501 | 1.501 | 1.501 | 1.501 | 1.501 |
Regionaal arbeidsmarktbeleid | 7.813 | 7.500 | 8.500 | 8.500 | 8.500 | 8.500 | 8.500 |
Innovatie, beroepen en opleidingen (o.a. ziekenhuisarts) | 0 | 0 | 8.312 | 6.487 | 5.057 | 5.000 | 5.000 |
Arbeidsomstandigheden (o.a. veilig werken in de zorg) | 0 | 0 | 3.474 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 |
Opdrachten | 2.649 | 9.967 | 8.653 | 8.719 | 8.718 | 9.405 | 9.470 |
Arbeidsmarktonderzoek | 0 | 0 | 1.250 | 2.300 | 2.300 | 2.300 | 2.300 |
Celsus | 0 | 0 | 550 | 570 | 590 | 0 | 0 |
Bijdragen aan agentschappen | 8.319 | 10.495 | 6.521 | 6.337 | 6.264 | 6.264 | 6.264 |
waarvan onder andere: | |||||||
CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SVB-Z | 8.319 | 10.495 | 6.521 | 6.337 | 6.264 | 6.264 | 6.264 |
Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 1 | 3 | 3 | 1.677 | 1.677 | 1.677 |
Zorginstituut Nederland: sectie Zorgberoepen en opleidingen | 0 | 1 | 3 | 3 | 1.677 | 1.677 | 1.677 |
3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling | 109.189 | 132.734 | 124.782 | 129.099 | 118.537 | 123.122 | 118.236 |
Subsidies | 5.287 | 10.903 | 10.636 | 10.527 | 10.002 | 9.874 | 9.874 |
waarvan onder andere: | |||||||
Nivel | 5.187 | 5.903 | 5.636 | 5.527 | 5.002 | 4.874 | 4.874 |
Jaar van de transparantie | 0 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 |
Opdrachten | 60 | 150 | 344 | 344 | 344 | 344 | 344 |
Bijdragen aan agentschappen | 2.099 | 3.879 | 3.791 | 3.791 | 3.791 | 3.791 | 3.791 |
waarvan onder andere: | |||||||
CIBG: toelating nieuwe zorgaanbieders | 0 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
CIBG: Landelijk register Zorgaanbieders | 0 | 2.192 | 1.411 | 1.411 | 1.411 | 1.411 | 1.411 |
CIBG: Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording | 845 | 750 | 800 | 800 | 800 | 800 | 800 |
Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 101.743 | 117.802 | 110.011 | 114.437 | 104.400 | 109.113 | 104.227 |
ZonMw: programmering | 101.743 | 117.802 | 110.011 | 114.437 | 104.400 | 109.113 | 104.227 |
4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten | 220.856 | 230.405 | 180.401 | 176.349 | 174.030 | 173.155 | 173.156 |
Subsidies | 426 | 80 | 26 | 1 | 1 | 1 | 1 |
Uitvoering Wtcg | 426 | 80 | 26 | 1 | 1 | 1 | 1 |
Opdrachten | 4.411 | 2.593 | 202 | 127 | 127 | 127 | 127 |
waarvan onder andere: | |||||||
TNO centrum Zorg en Bouw | 3.507 | 2.367 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitvoering Wtcg | 169 | 123 | 102 | 27 | 27 | 27 | 27 |
Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 216.019 | 226.732 | 178.173 | 173.721 | 171.402 | 170.527 | 170.528 |
CAK | 102.156 | 99.459 | 69.870 | 69.667 | 69.209 | 69.209 | 69.209 |
NZa | 47.120 | 55.023 | 55.969 | 53.827 | 53.673 | 53.097 | 53.097 |
Zorginstituut Nederland | 62.928 | 68.479 | 48.503 | 46.401 | 44.698 | 44.398 | 44.399 |
CBZ | 892 | 900 | 899 | 898 | 897 | 898 | 898 |
CSZ | 2.923 | 2.871 | 2.932 | 2.928 | 2.925 | 2.925 | 2.925 |
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 0 | 1.000 | 2.000 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
EZ: ACM | 0 | 1.000 | 2.000 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland | 87.895 | 107.052 | 109.018 | 112.008 | 115.047 | 118.158 | 121.188 |
Subsidies | 21 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bekostiging | 87.874 | 107.052 | 109.018 | 112.008 | 115.047 | 118.158 | 121.188 |
Zorg en welzijn | 86.265 | 107.052 | 109.018 | 112.008 | 115.047 | 118.158 | 121.188 |
6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude | 748 | 2.617 | 3.482 | 2.732 | 2.200 | 2.200 | 2.200 |
Subsidies | 494 | 868 | 300 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Opdrachten | 254 | 1.749 | 3.182 | 2.732 | 2.200 | 2.200 | 2.200 |
Ontvangsten | 32.300 | 4.858 | 4.858 | 4.858 | 4.858 | 4.858 | 4.858 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Budgetflexibiliteit
Subsidies
Van het beschikbare budget 2016 ad € 445,9 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft de subsidies aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, subsidies opleidingen, beroepen en arbeidsmarktbeleid, een subsidie aan Nivel, subsidie voor de uitvoering van de Wtcg en voor de fraudeaanpak.
Bekostiging
Van het beschikbare budget 2016 ad € 109 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de zorg, welzijn en jeugdzorg van Caribisch Nederland.
Opdrachten
Van het beschikbare budget 2016 ad € 15,7 miljoen is 77% juridisch verplicht. Het betreft onder andere opdrachten gericht op de ondersteuning van cliëntenorganisaties, arbeidsmarktonderzoek, opdrachten aan Celsus (de academie voor betaalbare zorg), uitvoering van de Wtcg en opdrachten gericht op de fraudeaanpak.
Bijdragen aan agentschappen
Van het beschikbare budget 2016 ad € 10,4 miljoen is 93% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan het CIBG ten behoeve van werkzaamheden in verband met het beheer van een aantal registers en het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ).
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Van het beschikbare budget 2016 ad € 288,2 miljoen is 95% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan het Zorginstituut Nederland, NZa, CAK, CBZ, CSZ en ZonMw.
5. Toelichting op de instrumenten
1. Positie cliënt
Subsidies
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties
Er worden subsidies verstrekt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, zodat kennis en ervaringen van cliënten zelf optimaal benut worden voor goede zorg en ondersteuning (€ 19,7 miljoen in 2016). Doel is het op collectief niveau inbrengen van cliëntenervaringen en het cliëntperspectief voor beter beleid, zorg en ondersteuning. Daarnaast kunnen patiënten en gehandicapten hun ervaringsdeskundigheid uitwisselen, zodat zij hun eigen leven met ziekte of beperking zo goed mogelijk kunnen inrichten en de zorg ontvangen die het beste bij hun behoeften past.
Opdrachten
Ondersteuning cliëntenorganisaties
Met PGO-support (een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties) is een overeenkomst gesloten voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties bij het opstellen van subsidieaanvragen en het inbrengen van het cliëntenperspectief. Deze overeenkomst loopt tot en met 2016 (€ 3,1 miljoen in 2016).
Bijdrage aan agentschappen
CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ)
Er wordt een bijdrage verleend voor het Landelijk Meldpunt Zorg dat vooralsnog is ondergebracht bij het CIBG. Bij dit meldpunt kunnen burgers terecht voor advies en begeleiding en het zal ook toezicht houden op de klachtenafhandeling door zorgaanbieders (€ 1,4 miljoen in 2016, geraamd bij de IGZ op artikel 10).
2. Opleidingen, Beroepenstructuur en Arbeidsmarkt
Subsidies
Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg
Om ziekenhuizen en UMC’s te stimuleren zo veel mogelijk medewerkers de mogelijkheid te bieden zich verder te ontwikkelen, kunnen zij sinds 2014 een subsidie aanvragen. Het beschikbare budget voor UMC’s is verhoogd met € 37 miljoen per jaar structureel. Dit betreft een overheveling van premiegefinancierde middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Er is bovendien een bedrag van € 37 miljoen vrijgemaakt dat in gelijke delen wordt toegevoegd aan de subsidieregeling in de jaren 2015–2017, waarmee het bedrag in die jaren wordt opgehoogd tot € 49,8 miljoen per jaar; de facto blijft daarmee de gehele opbrengst van het vervroegen van de ILO-korting beschikbaar voor de UMC’s.
In 2016 is voor de totale kwaliteitsimpuls € 191,4 miljoen beschikbaar.
Stageplaatsen zorg/Stagefonds
Om de instroom van voldoende gekwalificeerd personeel te waarborgen is de zorg voor opleidingen van belang. Het Stagefonds is één van de instrumenten die VWS inzet om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorgopleidingen te verbeteren. In 2016 en verder wordt het Stagefonds voortgezet met een budget van € 112 miljoen. De subsidieregeling wordt uitgebreid en is vanaf 2016 ook van toepassing op tandartsassistenten en apothekersassistenten. Hiertoe is het subsidieplafond verhoogd met € 1,6 miljoen per jaar vanaf 2016.
Publieke Gezondheidszorgopleidingen
Per 1 oktober 2012 is de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2013–2017 in werking getreden. Op grond van deze regeling kan een instellingssubsidie worden verstrekt aan opleidingsinrichtingen die een opleiding tot arts maatschappij en gezondheid voor de profielen infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde of tuberculosebestrijding verzorgen. In 2016 is hiervoor € 20,6 miljoen beschikbaar.
Vaccinatie stageplaatsen zorg
De Subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg (€ 4,7 miljoen in 2016) draagt eraan bij dat stagiaires voorafgaand aan hun stage gevaccineerd zijn tegen hepatitis B. Dit komt ten goede aan de volksgezondheid en voorkomt studieuitval of -vertraging.
Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant
Zorgverleners moeten daar ingezet worden waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren (verpleegkundig specialisten en physician assistants) worden speciaal opgeleid om eenvoudige en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor deze nieuwe beroepen. Voor 2016 is hiervoor een bedrag van € 38,2 miljoen beschikbaar.
Opleidingsplaatsen jeugd GGZ
Met de inwerkingtreding van de Jeugdwet op 1 januari 2015 wordt de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar (jeugd-ggz) niet langer vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gefinancierd. De bekostiging van de jeugd-ggz valt vanaf dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waarmee de opleidingsplekken niet langer in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsbijdrage medische vervolgopleidingen. Om instellingen die niet langer zorg verlenen uit hoofde van de Zvw alsnog in aanmerking te laten komen voor bekostiging van opleidingsplaatsen is er vanaf 2015 een Subsidieregeling opleidingen in een jeugd-ggz-instelling 2015–2017. Hierin zijn de regels vastgelegd voor de verstrekking van subsidies voor opleidingsplaatsen voor de opleiding tot gezondheidszorg psycholoog, psychiater, psychotherapeut en klinisch psycholoog in een (ggz-)instelling die zich uitsluitend richt op de kinder- en jeugdpsychiatrie. In 2016 is hiervoor € 1,5 miljoen beschikbaar.
Regionaal arbeidsmarktbeleid
Om de noodzakelijke omslag in denken en werken in de zorg daadwerkelijk vorm te geven is op regionaal niveau een goede dialoog tussen zorginkopers, zorgaanbieders en cliënten noodzakelijk. Regionale samenwerking tussen aanbieders uit verschillende branches en sectoren is bovendien van groot belang om te kunnen anticiperen op de arbeidsmarktopgave die voortkomt uit deze nieuwe organisatie van de zorg. Via Regioplus, de koepel van regionale werkverbanden in zorg en welzijn, wordt in 2016 een subsidie van € 8,5 miljoen beschikbaar gesteld. Met deze subsidie wordt in elke regio gewerkt aan een viertal programmalijnen, te weten strategisch arbeidsmarktbeleid, werven met beleid, duurzame inzetbaarheid en kwalificeren voor zorg en welzijn. Vanuit deze regionale arbeidsmarktinfrastructuur wordt ook een aanzienlijke bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld de uitvoering van de sectorplannen, waarmee meer dan 80.000 scholingstrajecten in gang zijn gezet. Mede vanwege die extra inzet en de grote veranderopgave, is het jaarlijks beschikbare bedrag vanaf 2016 verhoogd van € 7,5 miljoen naar € 8,5 miljoen.
Innovatie beroepen en opleidingen (o.a. ziekenhuisarts)
De omslag in de zorg en ondersteuning vraagt ook een beroepencontinuüm dat mee verandert. Aanpassing van de bestaande beroepen en het opzetten van nieuwe zorgberoepen is daarom continu noodzakelijk. De ziekenhuisarts is een voorbeeld van dit laatste. Er is behoefte aan meer generalistisch opgeleide artsen. De lopende subsidie is verstrekt om te onderzoeken of de ziekenhuisarts de gewenste invulling geeft aan deze behoefte. Navenant dienen de zorgopleidingen hierop te worden aangepast, een verantwoordelijkheid die vooral door opleidings- en beroepsorganisaties wordt opgepakt in samenspraak met werkgevers. Hiervoor is in 2016 € 8,3 miljoen beschikbaar.
Arbeidsomstandigheden (o.a. veilig werken in de zorg)
Om meer zorginstellingen verder te stimuleren beter beleid te voeren ter bestrijding van agressie tegen hun medewerkers wordt in 2016 het Actieplan Veilig Werken in de Zorg voortgezet (€ 3,5 miljoen). Dit gebeurt onder andere via een subsidie aan het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel.
Opdrachten
Arbeidsmarktonderzoek
De beschikbaarheid van betrouwbare arbeidsmarktinformatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Hiertoe wordt geïnvesteerd in eenduidige en voor iedereen toegankelijke arbeidsmarktinformatie via onder andere het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, waaraan ook de sociale partners in zorg en welzijn een belangrijke bijdrage leveren. Hiervoor is in 2016 € 1,3 miljoen gereserveerd. De arbeidsmarktinformatie uit het onderzoeksprogramma is beschikbaar via de recent vernieuwde website www.azwinfo.nl.
Celsus
Om een kennisprogramma te ontwikkelen dat het vraagstuk van stijgende zorguitgaven in al zijn aspecten in kaart brengt en verbindingen tussen academische en beleidsmatige kennis en ervaring te verbeteren is, samen met IQ Health Care – Radboud Universiteit Nijmegen, Celsus, academie voor betaalbare zorg opgericht. Hiervoor is € 2,7 miljoen beschikbaar in de jaren 2012–2017, waarvan € 0,6 miljoen beschikbaar is in 2016. Celsus kent zowel langlopend onderzoek (door verschillende promovendi) als kortdurend (beleids)onderzoek, biedt opleidingen aan, verbindt onderzoekers en beleidsmakers en verspreidt kennis over dit onderwerp.
Bijdragen aan agentschappen
CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SBV-Z
Het CIBG is als registerautoriteit verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register. In het BIG- register kunnen zowel Nederlands als buitenlands gediplomeerde zorgverleners zich registreren. De buitenlands gediplomeerden die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken moeten – voor zover zij niet vallen onder de automatische erkenning van diploma’s op grond van de Europese regelgeving – een aanvraag indienen voor een verklaring van vakbekwaamheid of voor een erkenning van de opleidingstitel(s) of de beroepskwalificatie. Voor de procedure van buitenlands gediplomeerden ontvangt het CIBG een financiële bijdrage.
De Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) van het CIBG is een betrouwbare bron voor het leveren van burgerservicenummers (BSN’s) aan de zorgsector.
Het UZI-register (Unieke Zorgverlener Identificatie register) van het CIBG verstrekt UZI-passen aan zorgaanbieder en indicatieorganen waarmee unieke identificatie van zorgaanbieders en indicatieorganen in de zorg mogelijk wordt gemaakt.
In de Wet Normering Topinkomens (WNT) is in artikel 5 het toezicht en de handhaving geregeld. Voor de zorg is het toezicht en de handhaving ondergebracht bij het CIBG. In totaal is voor al deze taken in 2016 € 6,5 miljoen gereserveerd.
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Zorginstituut Nederland: sectie Zorgberoepen en Opleidingen
Op 10 april 2015 is het rapport «Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren» uitgebracht over de verandering in zorgvraag en wat dit betekent voor de zorg. Het vervolgadvies van de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen over het opleidingscontinuüm dat daarbij past, volgt naar verwachting in het voorjaar van 2016. De middelen voor 2016 en 2017 (€ 1 miljoen per jaar) staan op onderdeel 4 (Inrichting uitvoeringsactiviteiten) van dit artikel geraamd.
3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling
Subsidies
Nivel
Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 5,6 miljoen in 2016) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.
Jaar van de transparantie
Het Kwaliteitsinstituut heeft de rol van regisseur in het kader van het jaar van de transparantie (TK 32 620, nr. 149) en beoordeelt voorgenomen acties van veldpartijen. Voor de subsidiëring aan de veldpartijen zijn met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) middelen beschikbaar gesteld (€ 5 miljoen in 2016).
Bijdragen aan agentschappen
CIBG: verbetering toetsing bij toelating nieuwe aanbieders
Nieuwe zorginstellingen moeten aan de kwaliteitseisen voldoen. Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de verbetering van de CIBG-toetsing bij toelating van nieuwe zorgaanbieders (€ 0,5 miljoen in 2016).
CIBG: Landelijk Register Zorgaanbieders
Het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) is een voorziening die, op basis van bestaande bronnen zoals het Handelsregister, het BIG-register en het AGB-register een zo compleet mogelijk beeld verstrekt van de zorgaanbieders en -verleners in Nederland. Aan het LRZa wordt kwaliteitsinformatie gekoppeld. Via het consumentenportaal van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) worden de gegevens transparant gemaakt voor de cliënt. In 2015 zal het register verder worden ontwikkeld om de compleetheid en juistheid van de informatie te vergroten en bredere toepassing in het zorgdomein te onderzoeken (€ 1,4 miljoen in 2016).
CIBG: Jaardocument Maatschappelijke verantwoording
Via het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording verantwoorden zorgaanbieders zich jaarlijks over de geleverde (financiële) prestaties. Zij zijn verplicht om een aantal gegevens aan te leveren aan de hiervoor bedoelde database. Alle partijen die een rol spelen binnen het zorgstelsel hebben toegang tot deze uniforme, digitale informatie via www.jaarverslagenzorg.nl. Het CIBG ontvangt hiervoor een bijdrage van VWS (circa € 0,8 miljoen in 2016).
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
ZonMw: programmering
ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.
2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
---|---|---|---|---|---|
Totaal ZonMw | 110.011 | 114.437 | 104.400 | 109.113 | 104.227 |
Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere Preventieprogramma en Infectieziektebestrijding | 24.717 | 29.193 | 22.190 | 23.170 | 21.248 |
Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere Doelmatigheidsprogramma, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Topzorg en Citrienfonds | 47.783 | 52.075 | 46.682 | 53.853 | 52.112 |
Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning: onder andere Nationaal Programma Ouderenzorg, «Palliantie. Meer dan Zorg», Nationaal Programma Gehandicapten «Gewoon Bijzonder» en Ambient Assisted Living | 23.541 | 20.733 | 22.657 | 20.796 | 17.926 |
Artikel 5 Jeugd: onder andere Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd, Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ, Effectief Werken in de Jeugdsector en Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg | 9.411 | 9.140 | 10.156 | 9.045 | 10.394 |
Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere Onderzoeksprogramma Sport en Sportimpuls | 4.559 | 3.296 | 2.715 | 2.249 | 2.547 |
Op de andere begrotingsartikelen staan ook begrotingsposten op het gebied van Kennisontwikkeling en innovatie, bijvoorbeeld RIVM (artikel 1), Nivel (artikel 2), Vilans (artikel 3) en Movisie (artikel 3).
4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten
Subsidies
Uitvoering Wtcg
Ten behoeve van de afwikkeling van de kosten van de Wtcg is een gering bedrag in de financiële tabel opgenomen.
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
CAK
Het CAK voert diverse wettelijke taken uit, te weten: de centrale betaling aan 3.500 instellingen voor langdurige zorg (namens de zorgverzekeraars) (Wlz); het innen van de eigen bijdrage voor Zorg met Verblijf (intramurale zorg) (Wlz) en de Zorg zonder Verblijf (extramurale zorg) (Wlz); het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015); het innen van de ouderbijdrage jeugdzorg (Jeugdwet); het verstrekken van de Schengenverklaringen; en het beheer van de website Regelhulp. Daarnaast is het CAK bezig met de afhandeling van de laatste werkzaamheden rond de afgeschafte Wtcg en CER.
Tot slot zal het CAK in 2016 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de burgerregelingen wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en de zogeheten buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt. Ook de uitvoering van de regeling voor compensatie van verleende zorg aan onverzekerbare vreemdelingen wordt overgeheveld naar het CAK. Het wetsvoorstel «overheveling burgerregelingen» ligt thans voor in de Tweede Kamer. Het beschikbare budget in 2016 bedraagt € 69,9 miljoen.
NZa
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met het markttoezicht specifiek voor de zorgsector en moet het algemeen consumentenbelang voorop stellen bij de uitoefening van haar taken. Die taken zijn tarieven en prestaties in de zorg reguleren, toezien op de rechtmatige uitvoering van de Zvw en op de recht- en doelmatige uitvoering van de Wlz, alsmede de naleving van de Wmg.
Voor de verbeterplannen naar aanleiding van de commissie-Borstlap zijn extra middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016). De NZa is verantwoordelijk voor de doorontwikkeling en het beheer van de DBC-systematiek. Het deel van DBC-O dat zich bezighoudt met publieke taken wordt geïntegreerd in de NZa. Er zijn extra middelen voor de transitie toegekend (€ 2,8 miljoen in 2016).
Voor activiteiten, inclusief het meldpunt, naar aanleiding van de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn eveneens extra middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016). Het beschikbare budget in 2016 bedraagt circa € 56 miljoen.
Zorginstituut Nederland
Het Zorginstituut Nederland adviseert over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, stimuleert de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en zorgt er voor dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg (het Kwaliteitsinstituut). Daarnaast adviseert het Zorginstituut over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg (de adviescommissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen).
Tot slot is het Zorginstituut de fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds, het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en het Fonds Langdurige Zorg en is uitvoerder van de financiering van zorgverzekeraars uit de fondsen (in het bijzonder de risicoverevening) en bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz.
Het beschikbare budget bedraagt in 2016 circa € 48,5 miljoen. De budgettaire gevolgen van de taakoverhevelingen van het ZiNL naar het CAK worden bezien.
CBZ
De bouwregimes voor de curatieve en de langdurige zorg zijn per 1 januari 2008 respectievelijk 1 januari 2009 afgeschaft. Daarmee zijn de wettelijke taken van het College Bouw Zorginstellingen (CBZ) komen te vervallen. De formele opheffing van het CBZ per 1 januari 2016 wordt geregeld in de veegwet VWS 2015. De resterende wachtgeldverplichtingen aan ex-werknemers gaan over naar VWS. Hiervoor is € 0,9 miljoen gereserveerd.
CSZ
Het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) voert onder andere de meldings- en goedkeuringsregeling voor de vervreemding van onroerende zaken uit. In 2016 is hiervoor € 2,9 miljoen gereserveerd. Het voornemen om het college als zelfstandig bestuurorgaan op te heffen en het overhevelen van de resterende taken naar de NZa wordt geregeld in een wijziging van de WTZi. Het wetsvoorstel daartoe wordt naar verwachting begin 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
ACM
Het sectorspecifieke markttoezicht (de zorgfusietoets en het instrument van de Aanmerkelijke marktmacht, AMM) gaat over van de NZa naar de Autoriteit Consument en Markt. Voor deze bundeling van kennis is extra capaciteit op het gebied van de gezondheidszorg nodig. Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016).
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
Bekostiging
Zorg en Welzijn
Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont en/of werkt is verzekerd van zorg. De totale geraamde kosten die naar verwachting in 2016 gemoeid zijn met de (jeugd)zorg op Caribisch Nederland bedragen circa € 109 miljoen. In 2016 is voor de jeugdzorg op Caribisch Nederland circa € 1,4 miljoen beschikbaar van de € 109 miljoen. De rest van de middelen voor de jeugdzorg, circa € 3,5 miljoen, worden verantwoord op artikel 10. Op alle drie eilanden is een Centrum voor Jeugd en Gezin.
6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude
Versterken van rechtmatigheid van de zorg
VWS zet in op het realiseren van de totstandkoming en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg. In het hiervoor genoemde programmaplan zijn doelstellingen en activiteiten opgenomen gerangschikt naar vier thema’s:
-
1. Ketenbrede samenwerking
-
2. Preventie
-
3. Controle
-
4. Handhaving
Subsidies
Door middel van subsidies wordt kennisontwikkeling gestimuleerd en worden initiatieven op het terrein van het versterken van rechtmatige zorg gefinancierd.
Opdrachten
Om een stimulerende en regisserende rol te vervullen wordt ingezet op een mix van verschillende instrumenten. Door middel van opdrachten kunnen ontwikkelingen worden gestimuleerd op het terrein van kennisontwikkeling en het aanjagen en versterken van initiatieven op het terrein van rechtmatige zorg, zoals de in het programmaplan beschreven aanpak op het gemeentelijk domein en het jaarlijks organiseren van een congres rechtmatige zorg.
In 2016 zetten we in op het verder versterken van het toezicht en de (strafrechtelijke) handhaving in de zorg. In overleg met de betrokken toezichthouders, opsporingdiensten en het OM wordt bepaald welke accenten we hierbij leggen en hoe de middelen worden verdeeld.