Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties 2e suppletoire begroting (2) | Stand 2e suppletoire begroting (3)=(1+2) | ||
---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 6.293.855 | ‒ 484.561 | 5.809.294 | |
Uitgaven | 6.293.855 | ‒ 484.561 | 5.809.294 | |
Inkomensoverdracht | 2.277.972 | ‒ 57.000 | 2.220.972 | |
Basisbeurs gift (R) | 374.208 | ‒ 10.000 | 364.208 | |
Aanvullende beurs gift (R) | 812.511 | ‒ 30.000 | 782.511 | |
Reisvoorziening gift (R) | 838.489 | ‒ 5.000 | 833.489 | |
Studievoorschotvouchers (R) | 94 | 0 | 94 | |
Caribisch Nederland gift (R) | 2.177 | 0 | 2.177 | |
Overige uitgaven (R) | 250.493 | ‒ 12.000 | 238.493 | |
Leningen | 3.780.449 | ‒ 425.000 | 3.355.449 | |
Basisbeurs prestatiebeurs (NR) | 1.307.076 | ‒ 55.000 | 1.252.076 | |
Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) | 344.727 | ‒ 20.000 | 324.727 | |
Reisvoorziening (NR) | 117.079 | 5.000 | 122.079 | |
Rentedragende lening (NR) | 1.781.125 | ‒ 300.000 | 1.481.125 | |
Collegegeldkrediet (NR) | 211.828 | ‒ 50.000 | 161.828 | |
Leven lang leren krediet (NR) | 22.898 | ‒ 5.000 | 17.898 | |
Overige uitgaven (NR) | ‒ 4.284 | 0 | ‒ 4.284 | |
Bijdrage aan agentschappen | 235.434 | ‒ 2.561 | 232.873 | |
Dienst Uitvoering Onderwijs | 235.434 | ‒ 2.561 | 232.873 | |
Ontvangsten | 1.641.724 | 245.000 | 1.886.724 | |
Ontvangen rente (R) | 154.797 | ‒ 30.000 | 124.797 | |
Overige ontvangsten (R) | 20.042 | 0 | 20.042 | |
Ontvangsten Caribisch Nederland (R) | 721 | 0 | 721 | |
Terugontvangen lening (NR) | 1.466.133 | 275.000 | 1.741.133 | |
Ontvangsten Caribisch Nederland (NR) | 31 | 0 | 31 |
Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant
In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2024" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2024» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
Toelichting
Algemeen:
Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in Miljoenennota 2022 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze suppletoire begroting van het ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo.
Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld.De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.
Verplichtingen en Uitgaven
De totale uitgaven op artikel 11 worden met € 484,6 miljoen naar beneden bijgesteld. De inkomensoverdrachten worden met € 57,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Het budget voor de leningen wordt met € 425,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Hieronder wordt dit per instrument toegelicht. Tenzij anders vermeld volgen de bijstellingen louter uit aanpassingen naar aanleiding van de realisatiecijfers.
Toelichting per instrument:
Inkomensoverdrachten
De relevante uitgaven worden met € 57,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Op de posten zijn er verschillende bijstellingen, die bestaan uit de volgende elementen:
– de uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 10,0 miljoen verlaagd. De omzettingen van prestatiebeurs naar gift worden met 5,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Op de beurs die direct als gift wordt uitgekeerd vindt een neerwaartse bijstelling plaats van € 5,0 miljoen;
– de uitgaven aan de aanvullende beurs worden met € 30,0 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 20,0 miljoen van de aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd. De omzetting naar gift wordt met € 10,0 miljoen verlaagd;
– de uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 5,0 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van € 5,0 miljoen voor de bijdrage studerenden aan het OV-contract.
– De relevante overige uitgaven zijn op basis van de realisatie met € 12,0 miljoen verlaagd.
Leningen
De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 425,0 miljoen verlaagd. Hieronder wordt toegelicht in welke posten dit uiteenvalt. Voor elk van de posten geldt dat een groot deel van de correctie (voor de vier posten opgeteld € 197,4 miljoen) verklaard wordt door vrijvallende, niet-relevante middelen voor loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling van € 425,0 miljoen bestaat uit de volgende onderdelen:
– de niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 55,0 miljoen verminderd. De toekenningen prestatiebeurs worden omlaag bijgesteld met € 60,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie. Tevens bevat deze post de tegenboeking van de relevante omzettingen van prestatiebeurs in gift (€ 5,0 miljoen);
– de niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn per saldo met € 20,0 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 30,0 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs. Daarnaast bevat deze post de tegenboeking van de relevante omzettingen van de prestatiebeurs in gift (€ 10,0 miljoen);
– de niet-relevante uitgaven aan de reisvoorziening worden per saldo met € 5,0 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een verhoging van de reisvoorziening met € 5,0 miljoen omdat er meer reisvoorziening aan studenten is toegekend dan is geraamd;
– de niet-relevante uitgaven op de post rentedragende lening zijn naar beneden bijgesteld met € 300,0 miljoen. Uit de realisatiegegevens tot en met juli 2024 blijkt dat de uitgaven aan de rentedragende lening lager zijn dan eerder geraamd;
– de niet-relevante uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 50,0 miljoen als gevolg van de reeds bekende realisatie;
– daarnaast zijn de uitgaven voor het levenlanglerenkrediet omlaag bijgesteld met € 5,0 miljoen.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt per saldo met € 2,6 miljoen verlaagd. Dit komt door een neerwaartse bijstelling van € 2,3 miljoen doordat de uitvoeringskosten voor de herinvoering basisbeurs in 2024 lager uitvallen. Daarnaast vindt een neerwaartse bijstelling plaats van € 1,0 miljoen vanwege lagere uitvoeringskosten voor het hersteltraject kinderopvangtoeslag in 2024. Verder maakt DUO extra kosten in 2024 voor de opvolging van de controle uitwonenden beurs (cub); daarom wordt het budget met 0,8 mln verhoogd. Het gaat hier onder andere om het ontwikkelen van een nieuwe controleopzet.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget wordt met € 275,0 miljoen opwaarts bijgesteld. Deze bijstelling wordt volledig veroorzaakt doordat de niet-relevante ontvangsten met € 275,0 miljoen omhoog worden bijgesteld. Op basis van realisatiegegevens blijkt dat een hoger bedrag aan leningen wordt terugbetaald.