Base description which applies to whole site

3.6 Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam goederenvervoersysteem, waarbinnen de internationale concurrentiekracht van de mainport en van de Nederlandse maritieme sector wordt versterkt.

(Doen) uitvoeren

De Minister is verantwoordelijk voor het in stand houden van een robuust hoofdnetwerk van vaarwegen. Vanuit de begroting Hoofdstuk XII (artikel 26.01) wordt een bijdrage gedaan aan het Infrastructuurfonds. Via het Infrastructuurfonds (artikel 15, 17 en 20) investeert de Minister door middel van aanleg en benutting in dit netwerk, in binnenhavens en in de maritieme toegang van zeehavens om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden te realiseren. Aanleg- en benuttingsprojecten worden in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vastgelegd. De Minister is verantwoordelijk voor toezicht en nautisch beheer. Rijkswaterstaat (RWS) voert als beheerder het beheer, onderhoud en vervanging uit. De uitgaven aan beheer, onderhoud en vervanging worden verantwoord op het Infrastructuurfonds (artikel 15).

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook voor de uitvoering van het maritiem beleid. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:

  • De Minister stelt normen en handhaaft deze om het veilige en duurzame gebruik van netwerken te waarborgen. De Minister ijvert regionaal en internationaal voor gelijke normen, bijvoorbeeld in de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie van de EU en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), ook omdat een internationaal level playing field goed is voor de Nederlandse concurrentiepositie. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van IMO en Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en een gerichte bijdrage aan de totstandkoming van Europese regelgeving, inclusief een actieve rol in agentschappen als het Europese Maritieme Veiligheidsagentschap (EMSA) en andere organisaties.

  • De in 2015 vastgestelde Maritieme Strategie geeft de leidende principes aan: meerwaarde door samenwerking, ruimte voor ondernemerschap en oog voor de leefomgeving. Vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomgeving wordt de innovatie en de transitie naar een duurzame scheepvaart bevorderd. IenW zorgt voor «state of the art» regelgeving op het gebied van milieu, veiligheid, marktordening, bemanningszaken en security. Waar nodig wordt hiervoor internationaal samengewerkt.

  • De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor een permanente verbetering van de veiligheid en duurzaamheid van het transport over water.

  • IenW draagt, binnen het kabinetsbrede bedrijvenbeleid onder coördinatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, als vakdepartement verantwoordelijkheid voor de overheidsinbreng op de Topsector Logistiek en het maritieme cluster binnen de Topsector Water en Maritiem.

  • Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpartijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.

    Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht) en door de Autoriteit Consument en Markt.

Indicatoren en Kengetallen

Hieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor scheepvaart en havens opgenomen. In productartikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.

Tabel 43 Indicator: Passeertijd sluizen
 

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Streef-waarde 2020 en 2021

2015

2016

2017

2018

2019

Hoofdtransportas

69%

70%

68%

66%

66%

63%

65%

85%

Hoofdvaarweg

80%

80%

80%

80%

80%

75%

77%

75%

Overige vaarwegen

92%

92%

91%

91%

88%

87%

85%

70%

Bron: RWS, 2020

Toelichting

Voor elk type vaarweg (Hoofdtransportas, Hoofdvaarweg en Overige vaarwegen) wordt een te realiseren percentage schepen nagestreefd dat binnen de normtijd de sluis passeert (streefwaarde). De «passeertijd sluizen» is een absolute normtijd die voor elke sluis afzonderlijk is bepaald. De gerealiseerde passeertijden op de hoofdtransportassen voldoen nog niet aan de streefwaarden. Dit speelt al langere tijd en wordt voornamelijk veroorzaakt door gebrek aan capaciteit op de corridors tussen Zeeland en Rotterdam. Voor de sluizen op die corridors lopen dan ook MIRT-projecten, gericht op het verbeteren van deze capaciteit. De passeertijden voor de hoofd- en overige vaarwegen scoren overigens wel (ruim) voldoende.

Tabel 44 Kengetal: Ontwikkeling van het procentuele marktaandeel (in tonnen) van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range»)
   

Basis waarde 2005

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal Nederlandse Zeehavens

  

44,9

47,2

47,9

47,5

47,2

48,1

48,3

47,9

50,3

50,4

Mainport Rotterdam

  

34,9

36,3

37

36,6

36,2

37,3

37,6

37,2

36,8

36,6

Overige Nederlandse Zeehavens

  

10

10,9

10,9

10,9

11

10,8

10,7

10,7

13,5

13,8

Bron: 2002–2010 Nationale Havenraad; 2011-2015 IenW; > 2016 Havenbedrijf Rotterdam

Toelichting

Dit kengetal geeft informatie over het marktaandeel van de Nederlandse zeehavens ten opzichte van de concurrerende Noordwest Europese havenrange (de zogenaamde «Hamburg-Le Havre range»). Het streven is het marktaandeel van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest (de «Hamburg-Le Havre range») ten minste te handhaven.

Het «Totaal Nederlandse Zeehavens» kent een kleine stijging van het marktaandeel. Rotterdam kende in 2019 een beperkte groei in tonnen (+ 0,4 mln ton, +0,1%), waar Antwerpen (de 2e haven van NW Europa) een plus van 1,5% noteerde (+ 3 mln ton). Daardoor nam het relatieve marktkaandeel licht af. In absolute zin is Rotterdam nog met afstand de grootste haven (469,4 mln ton, Antwerpen 238,3 mln ton). De overslag van massagoed (zowel droog als nat) nam licht af t.o.v. 2018 (m.n. minder kolen resp. minerale olieproducten). Het containersegment nam toe met 2,5% tot 153 mln ton/14.8mln TEU).

Tabel 45 Kengetal: Ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT)1
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

          

Aantallen

         

Handelsvaart

769

800

822

808

790

771

761

757

744

Zeesleepvaart

235

247

260

258

275

288

291

299

302

Waterbouw

156

169

168

167

171

171

176

168

170

Totaal

1.160

1.216

1.250

1.233

1.236

1.230

1.228

1.224

1.216

Bruto tonnage (GT) (x 1.000)

         

Handelsvaart

6.883

6.740

7.045

6.978

6.572

6.411

6.275

6.229

6.242

Zeesleepvaart

290

362

347

360

409

423

444

532

531

Waterbouw

513

531

533

537

531

542

572

545

552

Totaal

7.686

7.633

7.925

7.875

7.512

7.376

7.291

7.306

7.325

          

Aantallen

         

Handelsvaart

422

408

403

403

432

451

458

474

507

Zeesleepvaart

456

477

498

519

512

502

499

496

496

Waterbouw

55

55

52

52

62

62

63

57

69

Totaal

933

940

953

974

1.006

1.015

1.020

1.027

1.072

Bruto tonnage (GT) (x 1.000)

         

Handelsvaart

5.232

5.072

5.517

5.987

6.500

7.203

7.700

8.086

8.675

Zeesleepvaart

1.298

1.640

1.612

1.643

1.740

2.239

1.706

1.779

1.721

Waterbouw

210

264

248

285

312

322

328

319

333

Totaal

6.740

6.976

7.377

7.915

8.552

9.764

9.734

10.184

10.729

1

Schepen > 100 GT en pontons > 1000 GT

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2020. Cijfers van zeeschepen onder buitenlandse vlag op basis van IHS

Toelichting

Bovenstaande kengetallen geven informatie over de ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT) van de vloot in Nederlands eigendom of beheer onder Nederlandse en buitenlandse vlag. De gegevens zijn opgesplitst naar de sectoren handelsvaart, zeesleepvaart en waterbouw. De groei c.q. afname van de vloot onder Nederlandse vlag is niet alleen van overheidsbeleid afhankelijk, maar ook van externe factoren zoals de wereldwijde groei van het ladingaanbod en investeringsklimaat, het zeevaartbeleid (waaronder fiscale klimaat) van andere landen en de individuele prestaties van de ondernemingen. Een toename van de vanuit Nederland beheerde vloot (en dan met name de Nederlandse vlag) is gunstig voor de ontwikkeling van de toegevoegde waarde.

Tabel 46 Kengetal: Scheepvaartongevallen Nederlandse deel van de Noordzee1
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Zeer ernstige scheepsongevallen

4

2

0

0

2

2

1

5

Ernstige scheepsongevallen

15

13

12

11

8

12

10

4

Andersoortige scheepsongevallen

46

44

28

21

49

16

32

31

Totaal aantal ongevallen

65

59

40

32

59

30

43

40

         

Aantal doden (van totaal aantal ongevallen)

13

3

0

0

0

1

0

3

Aantal gewonden (van totaal aantal ongevallen)

6

2

0

2

3

3

0

4

1

Inclusief vissersvaartuigen, recreatievaart en Nederlandse en buitenlandse koopvaardij.

Tabel 47 Scheepvaartongevallen Nederlandse binnenwateren
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

(Zeer) ernstige scheepsongevallen

161

136

138

158

164

161

176

160

Andersoortige ongevallen

802

858

877

892

1163

961

1173

1117

Totaal aantal ongevallen

963

994

1015

1050

1327

1122

1349

1277

         

Aantal doden (van totaal aantal ongevallen)

4

9

4

6

7

8

2

5

Aantal gewonden (van totaal aantal ongevallen)

58

27

44

35

38

33

53

71

Bron: RWS 2019, Cijfers van zeeschepen onder buitenlandse vlag op basis van IHS

Toelichting

In 2019 zijn op het Nederlandse deel van de Noordzee 5 ZESO’s (zeer ernstige) en 4 ESO’s (ernstige scheepsongevallen) geregistreerd. De ZESO’s zijn als volgt onderverdeeld: koopvaardij (1), visserij (1) en recreatievaart (3). Er zijn in totaal drie dodelijke slachtoffers gevallen bij de vijf zeer ernstige scheepsongevallen.

Op de Nederlandse binnenwateren (inclusief de zeehavens) zijn in 2019 in totaal 1277 ongevallen geregistreerd, waarvan 160 (zeer) ernstige scheepsongevallen. Hierbij was sprake van grote materiële schade aan schip, lading of infrastructuur, met milieuschade, stremming van de vaarweg of (in uitzonderlijke gevallen) doden en zwaargewonden als gevolg. Op de Nederlandse binnenwateren waren in 2019 5 dodelijke slachtoffers te betreuren.

De met de Rijksbrede Nederlandse Maritieme Strategie 2015–2025 (Kamerstukken II 2014-2015, 31 409, nr. 70) ingezette koers wordt ook in 2021 voortgezet, evenals de samenwerking tussen de rijksoverheid en de maritieme sector bij de uitwerking van de Maritieme Strategie. De basis voor deze samenwerking wordt gevormd door een op 22 februari 2018 vastgesteld werkprogramma, waarin de prioriteiten op het gebied van zeevaart, zeehavens, binnenvaart en de maritieme maakindustrie voor de komende jaren zijn vastgelegd (Kamerstukken II 2017-2018, 31 409, nr. 184). Het werkprogramma heeft een doorlooptijd tot en met 2021 en adresseert voor 2021 onder meer de volgende onderwerpen: verbetering van het scheepsregister, Smart Shipping, structuurversterking binnenvaart, vergroening zeevaart/binnenvaart en beroepskwalificaties binnenvaart. Onderwerpen op het gebied van vergroening van de zee- en binnenvaart worden inmiddels opgepakt via de op 11 juni 2019 tot stand gekomen Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens.

Met de op 11 juni 2019 tot stand gekomen Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens heeft de Minister de eerste stap gezet in de lange termijntransitie naar een klimaatneutrale en emissieloze scheepvaart. Om dat te realiseren nemen overheid en maritieme sector vele tientallen acties op zich die de komende jaren tot resultaat zullen leiden.

Eén van de belangrijkste acties richt zich op de uitwerking van een labelsysteem voor de binnenvaart, waarmee de milieuprestatie van een binnenvaartschip kan worden geduid. Ook wordt gewerkt aan een regeling voor investeringssubsidies waarmee de aanschaf van schone motoren in de binnenvaart wordt gestimuleerd. Deze investeringsregeling is inmiddels uitgebreid naar de aanschaf van katalysatoren vanuit de permanente aanpak stikstofproblematiek. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd bij brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Kamerstukken II 2019-2020, 35334 nr. 82). Voor de zeevaart spant IenW zich in voor de invoering van een mondiale CO2-heffing. Voor 2021 zijn de volgende mijlpalen voorzien: uitvoering geven aan het resultaat van het CCR-onderzoek naar een Europees vergroeningsfonds voor de binnenvaart (onder voorbehoud effect Covid-19 crisis op opstelling bij onderzoek betrokken lidstaten), afschaffing van de energiebelasting op walstroom en implementatie van de RED II richtlijn.

Op 30 maart 2020 is de ontwerp Havennota naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2019-2020, 31 409 nr. 274). De ontwerp Havennota zet in op de kansen, opgaven en belangen met als doel de krachtige positie van de havens in onze delta-economie te behouden en te versterken zodat de toegevoegde waarde, de bijdrage aan het nationale verdienvermogen en de werkgelegenheid van de zee- en binnenhavens ook in een onzekere toekomst behouden blijven. Medio zomer 2020 zal de Havennota definitief worden vastgesteld. In 2021 vindt uitvoering van acties uit de Havennota plaats, in aansluiting op en met samenvoeging van de acties uit het Werkprogramma Maritieme Strategie en Zeehavens 2018-2021.

Tabel 48 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. 18 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

35.641

45.393

20.187

22.651

25.192

26.847

9.551

        

Uitgaven

57.139

61.442

21.087

23.099

25.640

27.295

9.999

Waarvan juridisch verplicht

  

92%

    
        

1 Scheepvaart en havens

57.139

61.442

21.087

23.099

25.640

27.295

9.999

Opdrachten

19.452

25.440

6.070

6.081

6.127

7.782

1.906

- Caribisch Nederland

797

165

100

100

100

100

100

- Topsector logistiek

15.778

15.804

425

0

0

0

0

- Overige Opdrachten

2.877

9.471

5.545

5.981

6.027

7.682

1.806

Subsidies

5.756

11.235

12.000

14.000

16.000

16.000

5.000

- Topsector Logistiek

4.189

1.795

0

0

0

0

0

- Verduurzaming binnenvaart

1.428

4.000

12.000

14.000

16.000

16.000

5.000

- Stimulering elektrisch varen

0

5.440

0

0

0

0

0

- Overige subsidies

139

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

1.608

1.704

1.454

1.455

1.950

1.950

1.530

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1.498

1.454

1.454

1.455

1.950

1.950

1.530

- Overige bijdragen aan agentschappen

110

250

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

28.701

21.500

0

0

0

0

0

- Waarvan bijdrage Caribisch Nederland

28.701

16.750

0

0

0

0

0

- Waarvan overige bijdrage aan medeoverheden

0

4.750

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.622

1.563

1.563

1.563

1.563

1.563

1.563

- Waarvan bijdrage aan CCR/IMO (HGIS)

1.123

1.064

1.064

1.064

1.064

1.064

1.064

- Waarvan overige bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

499

499

499

499

499

499

499

        

Ontvangsten

427

884

0

0

0

1.764

0

Extracomptabele verwijzingen
Tabel 49 Extracomptabele verwijzing naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk HXII aan artikel 15 Hoofdvaarwegennet

1.224.655

1.098.868

1.021.013

993.155

984.619

Andere ontvangsten van artikel 15 Hoofdvaarwegennet

90.877

23.860

2.404

9.131

3.698

Totale uitgaven op artikel 15 Hoofdvaarwegennet

1.315.532

1.122.728

1.023.417

1.002.286

988.317

waarvan

      

15.01

Verkeersmanagement

10.501

9.993

9.332

9.129

8.976

15.02

Beheer onderhoud en vervanging

380.629

319.691

340.130

371.368

377.723

15.03

Aanleg

296.156

331.684

249.356

207.832

197.106

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

267.985

98.029

63.555

53.707

53.830

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

360.261

363.331

361.044

360.250

350.682

       
Tabel 50 Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk HXII aan artikel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

460

663

663

663

663

Andere ontvangsten van artikel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

     

Totale uitgaven op artikel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

460

663

663

663

663

waarvan

      

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

460

663

663

663

663

Tabel 51 Extracomptabele verwijzing naar artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

     

Andere ontvangsten van artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

     

Totale uitgaven op artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

     

waarvan

      

20.05.1

Investeringsruimte Vaarwegen

     

Voor de periode 2020-2024 staan geen bedragen geraamd en zijn derhalve geen bedragen zichtbaar.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Accijnsvrijstelling communautaire wateren

  • Willekeurige afschrijving zeeschepen

  • Btw-nultarief voor internationaal personenvervoer

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 52 Fiscale regelingen 2019-2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1

Fiscale regelingen 2019-2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1

 

2019

2020

2021

Tonnageregeling winst uit zeescheepvaart

119

117

115

Afdrachtvermindering zeevaart

109

109

109

Budgetflexibiliteit

18.01 Scheepvaart en havens

De bijdragen aan agentschappen en internationale organisaties zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter.

Voor de Topsector Logistiek is het opdrachtenbudget volledig juridisch verplicht.

Het beschikbare budget voor verduurzaming en innovatie van de binnenvaart en zeevaart (uitvoering Green Deal) is volledig juridisch verplicht.

Van het overige opdrachtenbudget is circa de helft juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor onder meer de uitvoering van toezichtstaken door de ACM en de monitoring van maritieme indicatoren en kengetallen.

Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor beleidsonderzoek gericht op onder meer binnenvaart, zeevaart, zeehavens en Caribisch Nederland.

1 Scheepvaart en havens

Opdrachten

  • Voor beleidswerk gericht op havens (onder andere havensamenwerking) en Caribisch Nederland (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is het benodigde budget begroot.

  • Het werkprogramma Maritieme Strategie en Zeehavens 2018-2021 is vanaf 2018 als onderdeel van het integrale werkprogramma ter uitvoering van de Maritieme Strategie doorgezet.

  • Als vlaggen-, kust- en havenstaat zet Nederland in International Maritime Organization (IMO)- en EU-verband in op verbetering van het stelsel van regelgeving (bij voorkeur door optimaliseren bestaande regelgeving).

  • De concurrentiepositie van het maritieme cluster vereist de implementatie van verdragen, een gelijk speelveld en vermindering van de administratieve lasten. De inzet richt zich bijvoorbeeld op een Europese maritieme ruimte zonder grenzen, het monitoren van de arbeidsmarkt, het faciliteren van verbetering van de efficiency van bemanningen en het wegnemen van knelpunten in de relevante wetgeving. Hiervoor wordt beleidsinformatie verzameld en onderzoek verricht.

  • De uitvoering van de acties uit de Ontwerp Havennota verlopen via het reguliere opdrachtenbudget met aansluiting op het Werkprogramma Zeehavens.

  • Opdrachten binnen de actielijn Integrale corridorbenadering uit de Goederenvervoeragenda worden vanuit deze middelen bekostigd.

  • Voor de uitvoering van de Green Deal is budget beschikbaar voor verduurzaming en innovatie van de binnenvaart en zeevaart.

  • Voor de uitvoering van de Digitale Transport strategie is budget beschikbaar voor onderzoek naar een geschikte architectuur om data delen tussen overheden en bedrijven mogelijk te maken.

  • IenW heeft bij het Regeerakkoord Rutte III middelen gekregen om de cybersecurity verder te ontwikkelen. Het betreft een deel van de zogenaamde VNAC-gelden (Verkenning Nationaal Actieprogramma Cybersecurity). Overkoepelende coördinatie voor de besteding van deze middelen ligt bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Net zoals in 2019 en 2020 zullen ook in 2021 middelen voor de Versterking Nationale Aanpak Cybersecurity (VNAC) worden ingezet om onder andere de cyber awareness binnen de maritieme sector te vergroten en het toezicht verder vorm te geven.

  • Voor de Topsector Logistiek worden in 2021 opdrachten uitgevoerd onder regie van het Topteam Logistiek. De opdrachten en subsidies hebben betrekking op de volle breedte van de logistieke sector, dat wil zeggen op alle modaliteiten. Voor de periode 2021-2023 is een nieuw uitvoeringsprogramma in voorbereiding.

Subsidies

Vanuit de structurele aanpak stikstofproblematiek is € 79 miljoen (voor de periode 2020 tot 2030) toegevoegd aan het budget ter verduurzaming van de binnenvaart uit de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. Dit extra geld zal worden ingezet tussen nu en 2030 voor subsidiëren van Selective Catalytic Reduction (SCR)-katalysatoren voor binnenvaartschepen. 

Bijdrage aan agentschappen

In het kader van beleidsondersteuning en advisiering zijn met RWS afspraken gemaakt over werkzaamheden, die RWS uitvoert in opdracht van de beleidsdirectoraten van IenW. Door middel van de agentschapsbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft in 2020 onder andere middelen voor de wederopbouw van Caribisch Nederland ten behoeve van de zeehaven Saba (€ 14,8 miljoen) en budget afkomstig uit incidentele suppletoire begroting economische coronamaatregelen Caribisch Nederland voor een pilot ferry verbinding (€ 2 miljoen). Daarnaast betreft het een bijdrage aan de gemeente Tilburg voor de optimalisatie van de binnenvaartinfrastructuur om het bereiken van een modal shift op de corridor naar Rotterdam en Venlo te bespoedigen.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gelden betaalt IenW in totaal € 1,07 miljoen aan contributies in het kader van Maritieme Zaken. Hiervan gaat circa € 0,5 miljoen contributie naar de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en circa € 0,4 miljoen contributie naar de International Maritime Organisation (IMO) conform verdragsverplichtingen. Daarnaast worden bijdragen gedaan aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA), Regional Cooperation Agreement on Combating Piracy and Armed Robbery against Ships in Asia (ReCAAP), de Donaucommissie en de North Atlantic Ice Patrol.

Door de internationale brancheorganisaties in de binnenvaart is met een beroep op de gelden uit het reservefonds het European IWT-platform opgericht. Uit het Nederlandse deel van het door de sector opgebouwde fonds zal gedurende 10 jaar (2017-2026) een bedrag van € 450.000 per jaar aan het IWT uitgekeerd worden.

Licence